De recente gebeurtenissen hebben de zwakte van de Amerikaanse bondgenoten aangetoond, maar ook de kracht en beperkingen van de door Hezbollah geleide oppositie.
Door Bassem Chit
De coalitieregering, die afgelopen maanden in crisis raakte, is altijd een bondgenoot geweest van de VS en Europa. Ze profiteerde van de grote onvrede over de bezetting door Syrië om een neoliberale, pro-imperialistische agenda door te drukken. In samenwerking met de VS heeft de regering de rol van de geheime diensten vergroot, en gewapende milities gevormd, vermomd als veiligheidsbedrijven. Ze hoopte dat deze veiligheidsbedrijven sterk genoeg zouden worden om Hezbollah te verslaan.
Begin mei ontdekte de regering dat Hezbollah de aankomst van militaire vliegtuigen op Beirut International Airport monitorde en een geheim communicatienetwerk onderhield. De regering ontsloeg de hoofd beveiliging op het vliegveld en sloot het communicatienetwerk. Dat was een oorlogsverklaring. Hezbollah en haar bondgenoten reageerden snel. Binnen een paar dagen versloegen ze de milities en daarmee het ‘Amerikaanse project’. De snelle nederlaag van de regering laat zien hoe oppervlakkig haar steun is. De regering capituleerde tijdens vredesbesprekingen in Doha.
Maar ondanks dit succes staan Hezbollah en haar bondgenoten voor een moeilijke vraag. De oppositie eist een regering van nationale eenheid, waardoor ze meer zetels krijgt in het kabinet. Maar elke oppositie tegen neoliberalisme ontbreekt in hun programma. De coalitieregering heeft ‘economische hervormingen’ doorgevoerd zoals het afbreken van bescherming voor lokale producenten en enorme bezuinigingen in sociale voorzieningen. Door de groeiende woede over dit beleid te negeren, zegt de oppositie in feite dat een nieuwe regering niet van koers zal veranderen.
Het belangrijkste bewijs hiervan was de algemene staking die de oppositie organiseerde in januari 2007. De staking was bedoeld om de regering onder druk te zetten, maar veranderde, in de woorden van een Hezbollah-leider, in een ‘volks-intifadah’. Terwijl de leiding van de oppositie een grotere rol in het kabinet eiste, riep de beweging om de val van de regering, hogere lonen, minder belastingen, goedkoper brood en maatregelen tegen de tekorten aan water en elektriciteit.
Toen deze beweging de controle van de oppositie over de straat begon te bedrijgen, werd de algemene staking afgeblazen. Ondanks het krachtige verzet van de oppositie tegen het imperialisme, verdedigt ze niet de belangen van de arbeidersklasse.
Er is nog een andere zwakte in de strategie van de oppositie. Het akkoord van Doha laat het sektarische politieke systeem in tact. De oppositie wilde alleen hervormingen in het verkiezingssysteem. Door een herverdeling binnen de kaders van de sektarische machtsverdeling te accepteren, heeft de oppositie dit systeem gelegitimeerd. Daarmee is de basis gelegd voor een volgende crisis.
Als socialisten zijn we tegen dit soort manoeuvres, en pleiten we voor hardere klassepolitiek. We steunen het recht van de oppositie om wapens te dragen, maar we steunen vooral ook degenen die de strijd voeren, de mensen die het verzet steunden en degenen die onderdak gaven aan de vluchtelingen van Israëls aanval van 2006. De overwinning van het verzet in 2006 kwam van de massa’s, niet zoals Hezbollah beweert ‘vanuit de hemel’.
De alledaagse problemen gaan over de economie. Eenderde van de bevolking leeft onder de officiële armoedegrens. Het minimumloon ligt al sinds 1996 op 200 dollar per maand. De overwinning van het verzet biedt links een gouden kans. De heersende klasse probeert de illusie te verspreiden dat sektarisme is ‘verankerd in de Libanese maatschappij’. Maar recente strijd heeft laten zien dat sektarisme afbrokkelt, en vervangen wordt door klassentegenstellingen. Onze hoop ligt bij de arbeidersklasse.
donderdag 3 juli 2008
Brief uit Libanon
Posted by
IS webredactie
om
11:58
|
Labels:
Libanon,
War on terror
woensdag 14 mei 2008
Libanon op rand van burgeroorlog
Gevechten tussen de pro-Westerse regering en de oppositie, geleid door Hezbollah, brachten Libanon afgelopen week op de rand van een burgeroorlog. Simon Assaf doet verslag uit Beirut.
Door Simon Assaf
Het was een bliksemoorlog met korte gevechten en snelle overwinningen. Hezbollah en haar aanhangers in de Libanese oppositie veegden de door het Westen gesteunde milities uit moslimgebieden en gemengde regio’s. Daarmee hebben ze de groeiende dreiging tegen het verzet in Libanon afgeweerd en de Westerse landen vernederd die hun prestige baseren op steun voor de rechtse regering van Libanon.
Er staat veel op het spel. De Amerikaanse strategie in het Midden-Oosten staat op instorten. De bezetting van Irak glijdt af naar een ramp. Het is niet gelukt de Hamas-regering in Gaza omver te werpen. Ontevredenheid onder de bevolking bedreigt het regime van Hosni Mubarak in Egypte, Amerika’s belangrijkste Arabische bondgenoot. De VS zijn dus wanhopig op zoek naar een manier om hun bondgenoten in Libanon te versterken, ten koste van Hezbollah.
Deel van deze strategie was de steun aan Israëls oorlog tegen Libanon in de zomer van 2006. Maar in plaats van Hizbollah te isoleren, creëerde de oorlog een massale steun onder de bevolking die het verzet een overwinning bezorgde. Daarom is het Westen overgestapt op politieke manoeuvres om Hezbollah te ontwapenen. Volgens het vredesverdrag dat een einde maakte aan de vijftien jaar durende burgeroorlog is Hezbollah de enige groepering die wapens mag dragen, als schild tegen Israëlische aanvallen. Ze opereert vanuit een netwerk van bunkers en versterkte posten langs de grens met Israël en in haar machtsbasis Zuid-Beirut.
De regering wil nu het communicatienetwerk ontmantelen, terwijl een nieuwe Israëlische aanval op de achtergrond nog steeds dreigt. Hezbollah beschuldigt de regering ervan dat ze haar orders uit de VS krijgt. Maar er speelt meer op de achtergrond. Een dag voor de gevechten uitbraken, waren er arbeidersprotesten tegen stijgende voedselprijzen. De regering stuurde gewapende knokploegen, en er waren straatgevechten in wijken waar de oppositie sterk is.
De volgende dag lanceerde Hezbollah met steun van andere partijen een gewaagde machtsovername in West-Beirut, als antwoord op de aanval op haar communicatienetwerk. Eerst legden ze de media van de regering stil. Daarna schakelden ze de veiligheidsdiensten, netwerken van informanten, pro-regeringspartijen en de regeringsgetrouwe sektarische soennitische knokploegen uit. Het duurde minder dan vier uur. Die nacht riepen soennitische aanhangers van het verzet hun wijken op om Hezbollah te steunen. Ze verwierpen het idee dat dit het begin is van een sektarische burgeroorlog, en zeiden dat het een politieke strijd is tegen het imperialisme.
Deze interventie bleek wezenlijk. Belangrijke soennitische regio’s in het zuiden, die een centrale rol hadden gespeeld in de strijd tegen de Israëlische invasie, kozen de kant van de oppositie. Maar in de noordelijke stad Tripoli hielden regeringsaanhangers het overwicht. Ze vielen de christelijke wijk Al-Mina aan en gebieden waar aanhangers van een islamitische minderheidsstroming leven. Partijkantoren van de oppositie werden kort en klein geslagen en Palestijnse vlaggen verbrand. Rond de twaalf oppositieleden werden gelynchd in het bloedigste incident tot nu toe. Lokale leiders sloten snel een staakt het vuren toen bleek dat de regering probeerde sektarische conflicten aan te wakkeren.
Bang voor een definitieve nederlaag, besloot de regering om de kwestie van Hezbollah’s communicatienetwerk bij het leger neer te zetten. Het leger verklaarde niet te zullen optreden tegen het verzet, waardoor de regering een nederlaag moest accepteren. Maar een belangrijk punt blijft onopgelost. Als de oppositie er niet in slaagt het sektarische systeem te ontmantelen dat Libanon om de zoveel tijd in een crisis stort, zullen alle overwinningen van korte duur zijn. De druk om opnieuw de relatieve macht bij te stellen van de verschillende sektes zal steeds de voorwaardes creëren voor verdere instabiliteit en sektarische strijd.
Ook de economische onvrede die leidde tot stakingen en straatgevechten blijft onbeantwoord. De oppositiepartijen hebben de zogenaamde ‘afspraken van Parijs’ omarmd – een serie neoliberale economische maatregelen die worden omarmd door Westerse landen. Daardoor zouden ze snel de steun kunnen verliezen van een bevolking die worstelt met megainflatie en exploderende voedselprijzen. Het verzet heeft de eerste fase gewonnen van deze belangrijke confrontatie. Maar er zijn nog genoeg gevaren voor de boeg.
Posted by
IS webredactie
om
10:08
|
Labels:
Libanon,
War on terror