Bewijzen stapelen zich op voor het brute optreden van het Srilankaanse leger in de laatste dagen van het offensief tegen de Tamil Tijgers. Ook wordt er meer bekend over de omstandigheden in de vluchtelingenkampen waar honderdduizenden Tamils heen worden gestuurd.
Door Ken Olende
De regering heeft hard geprobeerd om alle journalisten en ontwikkelingswerkers uit het oorlogsgebied te houden. Maar de leugen dat de regeringstroepen hadden afgezien van het bombarderen van burgergebieden werd ondergraven door de ooggetuigenverslagen van drie dokters in regeringsziekenhuizen. Zij vertelden over onophoudelijke beschietingen in de ‘veilige’ zones. Alledrie zijn inmiddels gearresteerd.
Het verhaal van Sunday Times verslaggever Marie Colvin onthult ook de leugens over de laatste gevechten. Ze werd benaderd door de leiding van de Tamil Tijgers in een poging van de laatste driehonderd strijders om zich over te geven. Ze vroegen haar om een boodschap over te brengen aan het leger, waarin ze verzochten om garanties voor hun veiligheid en een politiek proces waarin de rechten van Tamils zouden worden vastgelegd. De regering was niet geïnteresseerd en zette de gewelddadige inname van de enclave door. Daarbij werden de leiders en een groot aantal burgers omgebracht.
Tamil-vluchtelingen zijn overgebracht naar kampen. Het grootste is Menik Farm, waar 200.000 mensen verblijven. De Secretaris-Generaal van de VN Ban Ki-moon bezocht het kamp. Hij verklaarde: ‘Ik heb over de hele wereld gereisd en vele vergelijkbare plaatsen bezocht, maar dit was verreweg de schokkendste situatie die ik heb gezien.’
Dit is het enige kamp dat bezocht kon worden door buitenlandse waarnemers. Volgens Tamil-bronnen is het, ondanks de ellende, nog het meest toonbare kamp. Gevangenen vertelden hen dat jonge mannen zijn meegenomen door het leger, en dat het onduidelijk is wat er met hen is gebeurd. Volgens de regering kan het twee jaar duren voordat alle gevangenen zijn geregistreerd en voordat gecontroleerd is dat ze geen aanhangers van de Tamil Tijgers zijn. Er is nog onduidelijk wat er met de sympathisanten van de Tijgers zal gebeuren.
Er bestaat een gevaar dat de kampen permanent zullen worden, als een middel om de bevolking te isoleren van een mogelijke herleving van de guerrillastrijd. President Rajapakse heeft aangekondigd dat er in augustus lokale verkiezingen zullen worden gehouden in de Tamilgebieden. Maar de Tamils die nu in de kampen zitten zullen niet kunnen stemmen.
Sinds 1983 zijn er in deze oorlog honderdduizend mensen omgekomen. Het leger zegt 6200 soldaten te hebben verloren en 22.000 Tamil Tijgers te hebben gedood in de drie jaar sinds het bestand beëindigd is. Minstens 8000 burgers zijn gedood tijdens het laatste offensief.
donderdag 28 mei 2009
Wreedheden bij offensief tegen Tamil Tijgers
vrijdag 22 mei 2009
Sri Lanka: onderdrukking is geen vrede
Het leger van Sri Lanka heeft deze week zijn brute verovering afgerond van de gebieden van het eiland die in handen waren van de Tamil Tijgers – de Bevrijdings Tijgers van Tamil Eelam (BTTE). De meeste leiders van de Tijgers zijn vermoord.
Door Ken Olende
De enthousiaste berichten in de media over de nederlaag van de Tamil Tijgers en de nieuwe mogelijkheden voor vrede gaan voorbij aan twee feiten. Ten eerste is het Srilankaanse leger verantwoordelijk voor meer dan zevenduizend burgerdoden in de Tamilgebieden. De vluchtelingen die we de afgelopen weken hebben zien ‘ontsnappen’ uit Tamilgebieden zitten inmiddels waarschijnlijk in ‘herplaatsingskampen’, ingericht door een anti-Tamil regering.
Ten tweede begon de crisis niet met een plotselinge opstand van separatisten in 1983. De afscheidingsbeweging van de Tamils was een antwoord op decennialange discriminatie en pogroms, waartoe de machthebbers uit de Sinhala-meerderheid aanzetten. Het Britse koloniale bestuur had al gebruik gemaakt van etnische verschillen om hun macht te versterken, en na de onafhankelijkheid werden die verschillen verder opgestookt.
Maar er bestond ook een andere traditie van gezamenlijke strijd, die op zijn minst terugging tot een stakingsbeweging in 1906. In 1912 werd een grote staking op het spoor verslagen nadat het management met succes anti-Tamil sentimenten had opgestookt. Maar gezamenlijke stakingen op het spoor en in de haven waren succesvol in 1920, en werden gevolgd door een algemene staking in 1923.
Toen de Verenigde Nationale Partij (VNP) bij de onafhankelijkheid in 1948 aan de macht kwam, nam ze als een van haar eerste besluiten Tamil-arbeiders op de theeplantages die al meer dan een eeuw in het land woonden hun stemrecht af. Veranderingen in het onderwijssysteem en de publieke sector beroofden Tamils uit de middenklasse van hun kansen op werk voor de overheid.
Door een splitsing in de VNP in 1951 ontstond de Sri Lanka Vrijheids Partij (SLVP), die zichzelf socialistisch noemde. Maar deze partij was nog extremer in haar Sinhalese nationalisme. Daarnaast benadrukte de SLFP het boedhistische karakter van Sri Lanka. De meerderheid van de Sinhala zijn boedhistisch, de meeste Tamils Hindu.
Er waren grote, vreedzame demonstraties van Tamils tegen dit beleid. Deze demonstraties werden met veel geweld aangevallen, en 150 Tamils kwamen om bij rellen in het hele land.
De onderdrukking verergerde nog onder regeringen in de jaren zeventig, ook al noemden die regeringen zichzelf links. Na nieuwe rellen in 1977 sloegen 35 duizend Tamils op de vlucht. Veel aanvallen werden uitgevoerd met steun van de politie. In die tijd ontstond de BTTE, met een programma van gewapend verzet. Hun invloed groeide naar mate de onderdrukking doorging.
De Tamil-socialist A. Sivanandan zei kort geleden: ‘Er zal geen vrede zijn omdat de oorzaken van de gewapende strijd niet zijn weggenomen – de massale discriminatie, het racisme, de censuur, de moord op journalisten in het Zuiden en iedereen die zich verder nog uitspreekt.’
We moeten de realiteit achter de oorlog in Sri Lanka blijven onthullen, de regering dwingen op te treden tegen wapenhandel met het land, en zorgen dat het onderdrukkende regime buitengesloten en geboycot wordt.