Posts tonen met het label China. Alle posts tonen
Posts tonen met het label China. Alle posts tonen

donderdag 9 juli 2009

Onderdrukking van Uiguren leidt tot massaprotest

Uigur-demonstratieDe protesten van de islamitische Uigur-minderheid in het westen van China zijn het product van jarenlange onderdrukking.

De protesten braken uit in de Xianging-regio. Honderden mensen zijn gedood, en honderden anderen zijn gewond of werden gearresteerd. Het is een van de hevigste opstanden in China sinds de opstand om het Plein van de Hemelse Vrede in 1989, dit jaar precies twintig jaar geleden. De Chinese heersers zijn nog altijd bang voor een herhaling van de opstand die het regime aan het wankelen bracht. Daarom onderdrukken ze elke vorm van oppositie, zoals de massaprotesten in Tibet vorig jaar.

De Uigur zijn etnisch Turkse moslims. Al generaties lang worden ze onderdrukt. In 1949 werd de nog maar pas gevormde zelfstandige Uigur-staat Oost Turkistan veroverd door het nieuwe Chinese bewind van Mao. Sinds die tijd zijn er verschillende opstanden geweest tegen de Chinese overheersing in Xianging.

De recente demonstraties braken uit nadat twee Uiguren warden gedood bij een vechtpartij in een fabriek. Op de achtergrond spelen de ondedrukkende maatregelen tegen de uitoefening van hun islamitische geloof, de verdrukking van de eigen taal door het Chinees in het onderwijs, en het economische beleid van de Chinese staat in de Xianging-regio.

Xianging is belangrijk voor de Chinese economie vanwege de rijkdom aan olie en andere grondstoffen. De economische ontwikkeling ging gepaard met grootschalige immigratie van Han-Chinezen, de dominante etnische groep in China. Moslims werden ondertussen gediscrimineerd op de arbeidsmarkt. Moskeeën waren verboden. Er bestaan nog steeds wetten tegen het gebruiken van het traditionele Arabische alfabet, vooral op de universiteiten. China heeft de ‘War on Terror’ gebruikt om de onderdrukking van de Uiguren te verhevigen. Maar de recente protesten zijn niet alleen gericht tegen de staat. Er zijn ook gevallen van nationalistisch geweld tegen Han-Chinezen.

China-specialist John Gittings ziet de protesten als deel van een langer patroon. ‘De Chinese staat heeft grote moeite om de protesten te onderdrukken. In Tibet vonden vorig jaar de eerste gewelddadige demonstraties sinds jaren plaats. De nieuwe protesten zijn een uiting van de weigering van de Chinese autoriteiten om de oorzaken van de onvrede aan te pakken.’ Het aantal protesten is de afgelopen jaren sterk gestegen. De economische groei ging gepaard met verslechteringen voor miljoenen arbeiders en boeren. In de eerste helft van 2009 vonden 59.000 demonstraties, stakingen, protesten en wegblokkades plaats. In heel 2008 waren er 180.000 protesten.

De extreme uitbuiting door de Chinese heersers en de onderdrukking van bewegingen voor nationale bevrijding en de rechten van arbeiders en boeren zullen alleen nog maar tot meer protesten leiden.

dinsdag 24 februari 2009

China: de rijstkom raakt leeg

Arbeiders in SechuanNog maar een paar maanden geleden werd de economische groei in China naar voren geschoven als mogelijke redding voor de snel groeiende crisis. Inmiddels is duidelijk dat China in de greep is van dezelfde problemen die ook de rest van de wereldeconomie teisteren.

Door Sadie Robinson

Het aantal werklozen in heel Azië zal volgens de International Labour Organisation (ILO) dit jaar groeien tot 97 miljoen. Het ‘worst-case scenario’ spreekt zelfs van 113 miljoen. China wordt zwaar getroffen. Meer dan 600 duizend kleine en middelgrote bedrijven hebben vorig jaar hun deuren gesloten. Miljoenen hebben hun baan verloren, en er is een massale migratiestroom op gang gekomen van de steden terug naar het platteland.

De Chinese regering maakt zich steeds meer zorgen over de ‘sociale onrust’ die het gevolg zou kunnen zijn van massawerkloosheid. Wen Jiabao, de Chinese premier, erkende de ‘diepe impact’ van de recessie tijdens het World Economic Forum in Davos vorige maand.

De Chinese regering heeft een aantal maatregelen genomen om te proberen de crisis in te dammen, waaronder een stimuleringspakket van 586 miljard dollar, een opdracht aan banken om meer leningen te verstrekken, belastingmaatregelen ten gunste van de textielexport en bevriezing van de lonen. Maar ondanks nieuwe reddingspakketten voor de elektronica wordt de recessie nog altijd dieper.

China is een exportland, maar de vraag naar exportproducten daalde met een enorme 17,5 procent in het jaar totaan januari: de grootste daling in tien jaar. Ruim de helft van de Chinese exportproducten worden geproduceerd met geïmporteerde onderdelen. Verschillende Aziatische economieën zijn afhankelijk van de Chinese productie voor hun export, en deze onderlinge verbondenheid verergert de wereldwijde problemen.

China probeert zijn economie nu meer in te richten op de interne markt, terwijl het ondertussen de eigen export ondersteunt. Maar deze strategie is niet zonder problemen. Zowel de wereldmarkt als de thuismarkt krimpen. Chinese arbeiders zijn zeker geen grote consumenten. Ze sparen een hoger percentage van hun inkomen dan wie ook. Ze moeten wel, want de staat biedt nauwelijks uitkeringen, onderwijs, gezondheidszorg en pensioenen. Een gemiddeld ziekenhuisverblijf kost twee gemiddelde jaarlonen.

De reactie van andere landen op de crisis beïnvloedt China ook. De Indonesische regering heeft importbeperkende maatregelen genomen tegen Chinese producten. En terwijl de Chinese regering investeert in infrastructuur in een poging de economie uit het moeras te trekken, snijden privébedrijven in hun investeringen en doen daarmee de effecten van het regeringsbeleid teniet.

De crisis leidt ook tot grotere conflicten binnen de internationale heersende klasse. De G7-bijeenkomst in Rome eerder deze maand leek erop gericht de tegenstellingen in te dammen. Wereldleiders hopen nog altijd dat de Chinese economie hen van een ramp kan redden. Maar de spanningen blijven. De VS diende in december een klacht in bij de WTO, waarin ze China beschuldigde van illegale exportsubsidies.

Ondertussen hebben Chinese ambtenaren in verdekte bewoordingen kritiek geuit op Amerikaans protectionisme, in het bijzonder de ‘koop Amerikaanse waar’ clausule in Obama’s reddingspakket. En terwijl de wereldleiders ruzieën over de weg vooruit en heen en weer bewegen tussen het vooropstellen van de gezamenlijke belangen van de wereldwijde heersende klasse en hun nationale belangen, zullen de internationale spanningen alleen maar toenemen.

Dit artikel is een vertaling uit de Socialist Worker van deze week. Daar is ook een intrigerend artikel te vinden van journalist Hsiao-Hung Pai, die op de markt van Sechuan sprak met arbeidsmigranten over de manier waarop de crisis hen beïnvloedt.

dinsdag 12 augustus 2008

China als handelspartner en concurrent

Zeventig procent van de kopieermachines en computermoederborden in de wereld komt uit China, evenals 55 procent van de dvd-spelers, 30 procent van de pc’s en 25 van de tv’s. Dit laat iets zien van de expansie van de Chinese economie, die de afgelopen vijftien jaar met meer dan tien procent per jaar gegroeid is.

Door Angela Ettema

De bevolking heeft voor de groei een hoge prijs betaald, in de vorm van een grote toename van de ongelijkheid, zware repressie en enorme schade voor het milieu. De snelle opkomst van China wordt door Europese politici aangevoerd als reden waarom de afbraak van sociale rechten onvermijdelijk zou zijn. Door ons bang te maken met het spookbeeld van China proberen ze ons over te halen om een draconisch neoliberaal bezuinigingsbeleid te accepteren en zonder morren tot op 70-jarige leeftijd door te bikkelen. De opkomst van China is geen reden om ons te laten overtuigen van hun propaganda. Maar juist doordat de opkomst van China zo spectaculair is, heeft deze een impact.

Als de economische groei in China zo doorgaat, zou de productie tegen 2050 die van de VS overtreffen, tenzij een wereldwijde recessie een einde maakt aan deze groei. De VS zijn de belangrijkste markt voor goedkope producten uit Chinese fabrieken. Hierdoor beschikte China eind 2007 over 1,5 triljoen dollar aan buitenlandse reserves. Een deel van die reserves leent China weer aan de VS. In feite houden de VS de Chinese economie gaande door de import van Chinese goederen, terwijl China de VS voorziet van de benodigde dollars om te blijven consumeren.

Maar hoe sneller China groeit, hoe meer het in conflict komt met de VS, ook in andere delen van de wereld. Zo gaat de helft van China’s buitenlandse investeringen nu naar Latijns-Amerika, dat de VS traditioneel hebben beschouwd als hun achtertuin. In Afrika concurreren China en de VS rechtstreeks om olie en andere grondstoffen.

Deze concurrentiestrijd heeft ook een militaire kant: dankzij zijn snelle economische expansie heeft China de middelen om een regionale macht te worden, en op termijn zelfs een wereldmacht. Daarom zien de VS China als een bedreiging. Een document uit 2006 van het Pentagon stelt: ‘Van alle grote en opkomende machten heeft China het grootste potentieel om militair met de VS te concurreren en storende militaire technologieën te ontwikkelen die op termijn de traditionele militaire voordelen van de VS kunnen bedreigen.’

Deze situatie heeft geleid tot spanning tussen de VS en China. Al in de jaren negentig waren er incidenten over Taiwan en eilanden in de Zuid-Chinese Zee, waarbij beide landen hun spierballen lieten zien. Het Pentagon haalde onlangs een van zijn eigen beschadigde satellieten neer als teken van zijn ambities om de ruimte te beheersen en als waarschuwing aan het adres van China. Dat land ziet naast de Amerikaanse wapenleveranties aan Taiwan vooral de plannen voor een raketschild als een bedreiging.

De stijging van China’s militaire uitgaven sinds 1991 wordt door het Sipri, een gezaghebbend onderzoeksinstituut voor vredesvraagstukken, geschat op 275 tot 560 procent. De nadruk ligt hierbij op het aanschaffen van hightech materieel voor marine en luchtmacht, dat al is ingezet in potentiële conflictgebieden. De Amerikaanse regering heeft sancties toegepast tegen China vanwege ‘illegale wapenexporten’. Een lastige factor is dat Amerikaanse bedrijven China technologieën leveren die verder kunnen bijdragen aan de militaire expansie van dat land.

De onderlinge relatie zit dus vol tegenstellingen: China levert de VS goederen en leningen, maar is ook de grootste bedreiging van hun militaire macht. Bovendien is de situatie instabiel, met name door de wereldwijde financiële crisis. Economen hopen nu op een ‘ontkoppeling’ binnen het systeem. Dat houdt in dat de wereldeconomie ook bij een recessie in de VS blijft groeien, dankzij ‘opkomende markten’ als Brazilië, Rusland, India en China. Maar de VS maken nog steeds eenvijfde van de wereldeconomie uit. De wederzijdse economische afhankelijkheid van de VS en China maakt China daardoor bijzonder kwetsbaar nu de VS in economische problemen zitten.

Hoe de protestbewegingen zullen reageren als het land getroffen wordt door een recessie is nog maar de vraag. Een vakbondsadvocaat uit Peking zei onlangs: ‘Zolang de groei voortduurt, kan de regering de protesten waarschijnlijk onder controle houden. Maar als er een recessie komt, wordt dat heel moeilijk.’ De harde repressie maakt het Chinese arbeiders moeilijk zich te organiseren, maar ze lijken vastbesloten zich niet onbeperkt te laten uitbuiten. We moeten ons niet laten bang maken voor de ‘Chinese dreiging’ maar gewone Chinezen de solidariteit tonen die ze zo hard nodig hebben.

Dit artikel maakt deel uit van de China-special in de nieuwe Socialist

zaterdag 9 augustus 2008

Beperkingen van het atletisch protest

Olympisch protestOok nu de Olympische Spelen begonnen zijn zal op de achtergrond de discussie over de mensenrechten in China en Tibet blijven doorklinken. Sportjournalist Dave Zirin keert zich tegen pogingen om atleten het zwijgen op te leggen, maar plaatst ook kritische kanttekeningen bij het protest.

Steeds meer sportjournalisten maken zich druk over de preventieve repressie tegen uitspraken van Olympische atleten. Hun woede is ongetwijfeld terecht. Het Britse Olympisch Comité heeft sporters schriftelijk laten weten dat het verboden is zich uit te spreken ‘over alle politiek gevoelige thema’s’. Andere landen hebben hetzelfde gedaan. Voorzitter Dick Pound van het Canadese Olympisch Comité was duidelijk: ‘Als het je zo zwaar valt dat je het niet kunt verdragen om niets te zeggen, moet je maar thuis blijven.’ De Amerikaanse basketbalcoach Mike Krzyzewski zei: ‘Niemand van deze atleten heeft de verantwoordelijkheid om politiek te zijn. Ze hebben de verantwoordelijkheid om hun land te vertegenwoordigen.’ En IOC-president Jacques Rogge heeft gezegd dat ‘politieke factoren’ buiten de Spelen gehouden moeten worden.

De hypocrisie is verbijsterend. De hele reden waarom de Spelen überhaupt in Peking zijn is politiek van aard, een poging van het Westen om China te omarmen als economische en militaire supermacht van de 21ste eeuw. De Olympische Spelen moesten China’s debuut worden. Maar de repressie in Tibet heeft een doos van Pandora geopend, waarbij atleten en actievoerders elk aspect van China’s stalinistische markteconomie veroordelen: de behandeling van de Tibetanen, China’s rol in Darfur, schending van vakbondsrechten en milieuvervuiling. De door Olympische officials opgelegde spreekverboden zijn er precies omdat veel atleten zich uit willen spreken.

De Amerikaanse softbalspeelster Jessica Mendoza, die in Athene brons won, maakt deel uit van Team Darfur, een coalitie van meer dan tweehonderd atleten. Ze wil in Peking Team Darfur-polsbandjes dragen als ze niet speelt. ‘Het is niet aan mij om te zeggen wat China moet doen’, zegt ze. ‘Maar het is wel aan mij om mensen te vertellen wat er gebeurt. Ik wil dat mensen weten dat er in Darfur sinds 2004 meer dan 400 duizend mensen zijn vermoord.’

Mendoza verwees ook naar het ultieme moment toen protest en sport bij elkaar kwamen, toen John Carlos en Tommie Smith de black-powergroet brachten vanaf het erepodium tijdens de Olympische Spelen van 1968 in Mexico. Mendoza beschreef dit als ‘een doeltreffend gebruik van hun tijd in de schijnwerpers’, ook al werden ze weggestuurd. ‘Anders waren ze misschien ergens anders niet gehoord.’

Maar hoewel ik het recht verdedig van atleten om zich uit te spreken en zich niet te laten muilkorven door Olympische bureaucraten die het leuk willen houden voor de Chinese heersers, vind ik ook dat we kritisch moeten kijken naar het protest. Dat protest verwoordt heel andere uitgangspunten dan dat van Tommie Smith, John Carlos en het Olympic Project for Human Rights. Smith en Carlos kwamen in 1968 naar Mexico-stad om mensen bewust te maken van onrecht in hun eigen land. Ze droegen geen schoenen op het podium als protest tegen de armoede in de VS. Ze droegen kralen als protest tegen het lynchen in de VS. Ze droegen handschoenen en staken die op tijdens het spelen van het volkslied als teken van kritiek op de behandeling van zwarte Olympische atleten. Ze zeiden: ‘Waarom zouden we hardlopen in Mexico-stad om dan weer terug naar huis te kruipen?’

Geen van de atleten nu durft te zeggen dat protest misschien thuis begint. Ze uiten hun ongerustheid over de politiek van China in Tibet of Darfur, maar niet over Ameri-kaanse oorlogen in Irak en Afgha-nistan. Er is ongerustheid over de arbeidsomstandigheden in China, maar niet over de manier waarop hun eigen sponsors, zoals Nike, die omstandigheden misbruiken.

Het was daarom niet vreemd dat het hoofd van het Amerikaanse Olympisch Comité, Jim Scherr, een verrassend vriendelijke verklaring uitgaf waarin hij zei dat atleten ‘maar moeten doen wat ze willen’, maar ‘zich niet onder druk moeten laten zetten om op te komen voor andermans zaak’. Maar de schuld van de mondiale problemen bij China leggen gaat voorbij aan het feit dat er een reden is waarom de Spelen in Peking zijn. De westerse medeplichtigheid aan de misdaden van China wordt niet aan de kaak gesteld door China-bashing. Ze wordt alleen in de doofpot gestopt.

Dit artikel maakt deel uit van de China-special in de nieuwe Socialist

donderdag 20 maart 2008

Achtergronden van de opstand in Tibet

Voorbij geweldloos protestTibet werd deze week opgeschud door de grootste opstand in twintig jaar. Demonstranten raakten slaags met de politie. De Chinese regering reageerde door de provincie af te sluiten voor de media en met harde hand in te grijpen.

Door Charlie Hore

De rellen en protesten die deze week in Tibet zijn uitgebroken zijn het product van tientallen jaren nationale onderdrukking. Begin vorige week leidden boeddhistische monniken van de belangrijkste kloosters in de Lhasa, de hoofdstad van Tibet, in aanvang vreedzame demonstraties ter nagedachtenis van de neergeslagen opstand van 1959. Ze werden opgewacht door duizenden bewapende agenten die, toen de demonstraties escaleerden, het vuur openden. Demonstranten vochten terug met stenen en ijzeren staven, veel winkels van Chinese eigenaren werden in brand gestoken.

Afgelopen weekend hadden de demonstranten de controle over het hart van Lhasa bemachtigd. Tibetanen in ballingschap claimden dat de politie tenminste tachtig mensen had doodgeschoten. De Chinese regering overspoelde de stad met troepen en pantserwagens. Er waren ook niet-gewelddadige demonstraties in Shigatse, Tibets tweede stad en in de plaats Aiahe in Gansu, een provincie in het noordwesten. Websites van Tibetanen in ballingschap berichtten over protesten in de Chinese provincies Qinghai en Sichuan die grenzen aan Tibet. Deze provincies zijn alle drie onderdeel van ‘historisch’ Tibet en hebben aanzienlijke aantallen Tibetaanse inwoners.

De laatste keer dat er massademonstraties waren op deze schaal was in maart 1989. Demonstranten bemachtigden toen de controle over het centrum van Lhasa en wisten drie dagen stand te houden totdat brute repressie honderden mensen het leven kostte. De protesten van dit moment lijken van een nog grotere schaal, hoewel het waarschijnlijk is dat er geen overkoepelende organisatie achter zit.

Het protest begon met een herdenking van de opstand van 1959 dat ijkpunt is geworden is voor Tibetaans nationalisme. Voor 1953 was Tibet een koninkrijk, geregeerd door de Dalai Lama. Het was een straatarm land met grote verschillen tussen arm en rijk. De meerderheid van de bevolking wekte als lijfeigene voor een grote landeigenaar. In 1953 viel het Chinese leger binnen, dat aanvankelijk samenwerkte met de Dalai Lama en de landeigenaren. Maar de greep van het Chinese leger op Tibet werd almaar groter en lokte daarmee een serie protesten uit.

Deze protesten mondden uit in de opstand van maart 1959. Het Chinese leger reageerde met grootschalige repressie die zo’n 50 duizend Tibetanen op de vlucht joeg naar India, samen met de Dalai Lama. China legde Tibet een koloniaal regime op. In de vroege jaren zestig brak er grote hongersnood uit omdat de regering traditionele gewassen had verboden en poogde de boeren gewassen te laten verbouwen die ongeschikte waren voor het hooggelegen Tibet.

De repressie in Tibet is deels verlicht sinds de dood van Mao in 1976. China’s economische boom heeft geleid tot nieuwe industrieën en een gigantische groei van het toerisme. Vorig jaar werd de eerste treinverbinding tussen Tibet en China geopend. Maar de meeste Tibetanen hebben de economische groei aan hun neus voorbij zien gaan. Chinezen en andere etnische minderheden hebben de meeste nieuwe banen gekregen. Dat is een van de redenen waarom zij doelwit zijn geworden bij de recente rellen.

Op het platteland is de regering bezig op grote schaal de bevolking te verplaatsen – één op tien Tibetanen moest afgelopen jaar gedwongen verhuizen. Ook al zijn de nieuwe woningen een verbetering ten opzichte van de oude, de gemeenschappen waar het om gaat krijgen geen enkele inspraak in de gang van zaken. In samenhang hiermee wordt een toenemend aantal mensen gedwongen het platteland te verlaten en werk te zoeken in de steden.

De rellen in Tibet hadden haast niet op een slechter moment kunnen komen voor de Chinese regering. Als onderdeel van de voorbereiding voor de Olympische spelen in Augustus zou het Olympisch vuur door Lhasa gedragen worden. De Chinese leiders willen de Olympische spelen gebruiken om te laten zien dat China een vooraanstaande wereldmacht is geworden – en zij willen wanhopig voorkomen dat de harde realiteit van China’s groei naar buiten komen. Zij staan nu voor een dilemma. Of ze laten de Olympiche fakkel passeren met een gigantische militaire aanwezigheid, of ze lopen het risico dat er meer pro-onafhankelijksdemonstraties uitbreken.

Op de korte termijn heeft China de slagkracht om te winnen in Lhasa, en het zal ze waarschijnlijk lukken om een media blackout in te voeren omtrent hun repressie. Maar de rellen hebben de pro-Tibetaanse onafhankelijkheidsbeweging een enorme boost gegeven. Ze vormen een krachtige herinnering aan de voortdurende Chinese bezetting van Tibet. Dit alles valt samen met de ergste inflatiecijfers in 12 jaar. De problemen voor de Chinese regering stapelen zich op.

Dit artikel is een vertaling uit de Socialist Worker van deze week.

donderdag 6 maart 2008

China en India: twee voorbeeldmodellen?

Krottenwijken in Chinees wondermodelEric Toussaint is voorzitter van het Belgische Komité voor de Opheffing van de Derdewereldschuld. Hij schreef onder meer Je geld of je leven – over globalisering, neoliberalisme en de schuldencrisis – en beschrijft de realiteit van de economische ‘succesverhalen’ van China en India.

China wordt meestal gezien als een succesverhaal op basis van zijn economische groei afgemeten aan het Bruto Nationaal Product (bnp). Dit percentage mag misschien indrukwekkend lijken, maar China heeft gekozen voor een kapitalistisch groeimodel. Dit betekent onder meer uitbuiting van Chinese arbeiders, massaontslagen, privatisering van openbare voorzieningen, bezuinigingen op gebied van onderwijs en gezondheidszorg en ongebreidelde productie ten koste van natuur en welzijn.

In de laatste tien jaar is het percentage van de lonen in het bnp gedaald van 53 procent in 1998 naar 41 procent in 2005. Het is waar dat China een net creditor is vergeleken met de VS, maar het heeft een kolossale staatsschuld opgebouwd. Nog erger is dat de sociale ongelijkheid in afschrikwekkend tempo is gegroeid. Verschillende studies laten zien dat terwijl de levensstandaard van de armste 10 procent van de bevolking verder is teruggelopen, de rijkste 10 procent er in inkomen en gezondheid op vooruit is gegaan. Het aantal Chinese miljardairs afgemeten in dollars is gestegen van 3 in 2004 naar 106 in 2007.

Een serieuze economische terugval in de VS heeft waarschijnlijk weinig impact op de economische gezondheid van China, aangezien de Chinese export zich vooral concentreert op Europa. Toch is het niet onmogelijk dat de tegenstrijdigheden van China’s binnenlandse economie gecombineerd met een buitenlandse schok, zoals een belangrijke terugval in de VS, tot grote problemen kunnen leiden. De groei van binnenlandse schulden zowel op regeringsniveau als in bedrijven, de accumulatie van onveilige schulden in het bankwezen, het ontstaan van speculatiezeepbellen op de eigendomsmarkt en de beurs – het zijn slechts enkele factoren die vroeg of laat tot een economische crisis zouden kunnen leiden, om de tikkende tijdbom van de schreeuwende sociale ongelijkheid nog maar niet te noemen. Niet alleen de kans op een crisis, maar vooral het economische model dat hiervoor gekozen wordt moet bekritiseerd worden.

Een ander land dat gepresenteerd wordt als een succesverhaal is India. De economische groei is hoger dan 9 procent, de beurs van Mumbai (Bombay) is ‘booming’ en Indiase bedrijven investeren zowel in industrielanden als in ontwikkelingslanden.

Op een paar uitzonderingen na, berichten de media niet over de teruggelopen levensstandaard van de bevolking. De krant Hindustan Times onthulde op 14 oktober vorig jaar dat volgens een onderzoek van een regeringsinstituut 77 procent van de bevolking, ofwel 836 miljoen Indiërs, van minder dan twintig roepies per dag leeft. Dat is minder dan een halve dollar per dag.

Volgens de Indiase krant DNA is 46 procent van de Indiase kinderen ondervoed. In Mumbai, een stad met 14 miljoen inwoners waar de beurs in 2007 alle records brak, is 40 procent van de kinderen ondervoed. Ondanks negen jaar van stabiele economische groei is de hongersnood slechts met 1 procent gedaald. India prikt hiermee de klassieke leugen door dat de verrijking van de top automatisch voordelig zou zijn voor het arme deel van de bevolking.

• Een uitgebreidere versie van dit artikel is te lezen in de papieren versie van de Socialist. Neem hier een (proef)abonnement
• Eric Toussaint zal gastspreker zijn op het Marxisme Festival 2008 op 12 en 13 april. Bestel hier kaarten

donderdag 17 januari 2008

China, Olympische Spelen en mensenrechten

Erik van MuiswinkelCabaretier Erik van Muiswinkel roept sporters op om niet aan de Olympische Spelen in China deel te nemen. De schending van mensenrechten door de Chinese staat vereist een stellingname, en de Chinese autoriteiten mogen niet wegkomen met een sportevenement dat een propagandashow voor hun bewind wordt.

Woordvoerders van de Chinese regering reageren getergd. "De Chinese ambassadeur in Nederland vindt dat de huidige discussie over de mensenrechtensituatie in haar land de gevoelens van het Chinese volk kwetst." Als ze met het Chinese volk de Chinese machthebbers bedoelt, heeft ze ongetwijfeld gelijk: geen dictator vindt het prettig als zijn misdaden aan de kaak worden gesteld.

Maar het Chinese volk kan niet vrijelijk aangeven of het al dan niet gekwetst is door wat dan ook. Mensen die hun mond open doen buiten de door partijdiscipline platgetreden paden, krijgen te maken met zware censuur, intimidatie en opsluiting – zoals die 500.000 mensen die volgens Amnesty in werkkampen opgesloten zitten. Het Chinese volk wordt in de allereerste plaats “gekwetst” door de eigen machthebbers. Precies voor die misdadige situatie vraagt Van Muiswinkel terecht aandacht.

Politici en sport-officials reageren met eigen gekwetstheid. Sport en politiek moet je gescheiden zien, je mag van sporters niet verwachten dat die een politiek statement gaan doen door weg te blijven, bovendien is juist deelname goed voor de mensenrechten. Dat is de redenering, en hij is onzinnig. Topsport wordt gebruikt om het profiel van Nederland – en van de bedrijven die topsport sponsoren – te versterken. De Nederlandse Olympische sporters gaan voor rood, wit en blauw, en niet alleen voor medailles en plekken op het erepodium. Niet voor niets nemen bij belangrijke sportwedstrijden mensen als premier Balkenende zo graag plaats op de tribune. En hoeveel voetbalstadions zouden er zijn zonder de actieve medewerking van gemeentelijke en landelijke politiek?

Het miljoenenbudget dat elk kabinet voor topsport uittrekt - 3,3 miljoen dit jaar alleen voor beurzen voor topsport - laat zien dat sport een politieke functie heeft. Waarom is die band tussen sport en politiek vanzelfsprekend, waarom springen mensen op tilt als iemand voorstelt dat sporters voor mensenrechten, in plaats van vooral voor de zakelijke belangen van de sponsors van BV Nederland, opkomen? Kennelijk vindt de Nederlandse regering de 1,2 miljard Chinezen als consument van Nederlandse producten een stuk relevanter dan als mensen wier rechten niet vertrapt mogen worden.

Dan het argument dat juist deelname aan de Spelen de mensenrechten bevordert. Veel wijst op het tegendeel. Mensen die uit hun woningen verdreven worden om voor sportfaciliteiten te maken zijn een voorbeeld. Verder worden juist nu mensenrechtenactivisten scherp in de gaten gehouden: geen onwelgevallig woord mag het idyllische Olympische beeld verstoren. In de aanloop van de Spelen is er wellicht eventjes extra media-aandacht, zodat de machthebbers zich een beetje inhouden. Maar wie helpt de activisten straks, als de Spelen voorbij zijn, de persploegen naar huis, en de geheime dienst weer overal zijn werk kan doen?