Posts tonen met het label Irak. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Irak. Alle posts tonen

maandag 17 augustus 2009

Timeline over Irak-onderzoek

De Britse regering heeft een Irak-onderzoek ingesteld door een commissie die net zo weinig bevoegdheden heeft en net zo veel vrienden van de regering bevat als de commissie-Davids in Nederland. John Rees, medeoprichter en leidende activist van de Britse Stop the War Coalition, legt uit welke vragen een onafhankelijke Irak-commissie echt zou moeten stellen over de geschiedenis van Amerikaanse steun aan Saddam Hussein, de invasie van 2003 en de daaropvolgende bezetting.

woensdag 8 april 2009

Strafvermindering voor Muntadhar al-Zeidi

Bush ontmoet schoenToen de Irakese journalist Muntadhar al-Zeidi in december 2008 in Irak zijn eigen twee schoenen naar het hoofd van George Bush gooide deed hij dit uit protest tegen de bezetting van Irak. De eerste schoen ging gepaard met de leus “This is a farewell kiss from the Iraqi people, you dog!” en de tweede met “This is for the widows and orphans and all those killed in Iraq!”

Door Isa Kort en Leonard ten Cate

Hierop werd hij harthandig gearresteerd en drie maanden later veroordeeld tot drie jaar gevangenis straf. Als reactie op zijn arrestatie gingen honderden mensen de volgende dag de straten op om voor zijn vrijheid te pleiten. Zij vormden een stoet door Bagdad en gooiden daar hun schoenen naar Amerikaanse militairen.

Nu, een paar maanden later is de straf van Al-Zeidi verlaagd naar 1 jaar, zo meldt een woordvoerder van de Irakese rechtbank. Dit, omdat hij nog geen strafblad had. Zijn advocaat denkt hij binnen vijf maanden vrij kan zijn door goed gedrag.

Muurtekening in IrakAl-Zeidi vertelt zelf dat zijn schoenen actie ‘een natuurlijke reactie op de bezetting’ was. Hij groeide uit tot een held in Irak, maar ook in andere landen. En ontstond een nieuw werkwoord, het ‘schoenen’ en de actie wordt in meerdere landen nagedaan. Zo ook in Nederland, toen Ron Edelheit, woordvoerder van het Israelische leger, door studenten ‘geschoend’ werd.

Verder is er een grote vraag naar de twee schoenen ontstaan. The New York Times meldt dat een Arabische zakenman 10 miljoen dollar bood voor de schoenen en vele musea in het Midden Oosten gaven aan de schoenen graag tentoon te stellen. Hoewel Al-Zeidi eigenlijk een standbeeld verdient voor zijn actie is het goed nieuws dat zijn straf verlaagd is. Het was een actie voor vrijheid en geen misdaad.

zondag 5 april 2009

Veteranen War on Terror getuigen



Vorige maand vond in het Duitse Freiburg de Winter Soldier Europe-conferentie plaats. De bijeenkomst grijpt terug op de Winter Soldier Investigation in de VS in 1971, waar Vietnam-veteranen niet alleen van moed getuigden, maar ook van oorlogsmisdaden aan het front – door henzelf begaan, of waargenomen.

Door Bonne Postma

Op de Europese versie van afgelopen maand legden Amerikaanse, Britse en Duitse veteranen getuigenis af over hun optreden in Irak, Afghanistan en Guantánamo Bay. De conventie in Freiburg draaide om drie dingen: getuigen, opbiechten en rouwen. Drie pijlen, gericht op de verwoestende effecten van het Amerikaanse buitenlandbeleid, recht uit de mond van hen die opgezadeld zijn met de uitvoering. Het was een dag vol aangrijpende verhalen, die nooit in de reguliere oorlogsverslaggeving naar voren komen.

Chris Capps-Schubert staat aan het hoofd van de Europese tak van Iraq Veterans Against the War (IVAW) en is initiator van Winter Soldier Europe. Hij ziet de conventie als een ‘levendige waarschuwing naar de grote leiders die in april bijeenkomen in Straatsburg om de menselijke tol te heroverwegen van hun militaire beleidsvoering.’

Het is ook op grotere schaal een oproep in de aanloop naar de NAVO-top: ‘De wereldwijde economische crisis mag dan de aandacht afleiden van de consequenties van de war on terror, maar het bloedvergieten gaat ondertussen door’. Tevens is het op het persoonlijke vlak een gelegenheid om de schokkende, trieste en soms martelende ervaringen te delen met eenieder die geen beeld heeft bij de handelswijze van de soldaten die de ‘oorlog tegen terrorisme’ uitvechten.

Voormalig Guantánamo Bay-gevangenisbewaker Chris Arendt vertelt over de manier waarop gedetineerden uit hun cel werden gehaald voor ondervraging: ‘Eerst kregen ze een spray over zich heen, een soort pepperspray. Vervolgens stormden vijf mensen in gevechtstenue de cel in, met een vrijbrief om de gevangene te slaan en te schoppen voor zolang ze maar wilden. Dit gebeurt dagelijks. Dit is iets waar de soldaten in Guantánamo hun eer uit halen.’

Martin Webster, voormalig Britse soldaat in Irak, vertelt de aanwezigen hoe hij heeft geworsteld met PTSS (posttraumatisch stress-syndroom). Hij onderstreept: ‘Het is de plicht van de regering om geestelijke gezondheidszorg te verlenen aan mensen die ze een oorlog insturen.’

Ook spreken er verschillende deserteurs. André Shepherd heeft een aanvraag tot asiel in Duitsland lopen, na uit het Amerikaanse leger te zijn gestapt: ‘Al veel te lang probeert de overheid zich de realiteit van het lijf te houden, terwijl ze de bevolking voedt met een geromantiseerde blik op verwerpelijke gebeurtenissen. Ons doel is om mensen te onderwijzen, ze de ogen te openen en hopelijk een eind te maken aan dit moreel bankroete streven.’

Amerikaan Eddie Falcon, die gediend heeft in Irak en Afghanistan, spreekt gedetailleerd over het ontmenselijken van de tegenstander, waarbij je door een sleutelgat meekijkt.

Hij beschrijft de schrijnende omstandigheden waarin het transport van gevangenen heeft plaatsgevonden, inclusief het blinddoeken van Irakese burgers die als vee werden vastgebonden op de vloer van een laadruimte. ‘Als je je niet met de vijand identificeert als menselijk wezen, maakt dat het een stuk gemakkelijker om ze te doden, hun huizen te plunderen, om hun hele bestaan op te blazen. Er werden dingen gezegd als: de mensen zijn gek hier – die moslims, ze hebben niet eens Jezus, weet je wel. We should just blow the whole fucking place up!’

Winter Soldier Europe liet net als haar voorloper ten tijde van Vietnam zien dat oorlogen niet simpelweg het werk zijn van ‘rotte appels’. Het zijn institutionele dwalingen in een ziek systeem. Uit de boetedoening van de oud-soldaten sprak een gemeenschappelijk besef doordrongen te zijn van de onmenselijkheid van het militaire apparaat.

woensdag 25 februari 2009

Verantwoordelijke voor sancties in Irak-commissie

Peter van WalsumWillibrord Davids, die van Balkenende de opdracht heeft gekregen om 'onafhankelijk' onderzoek uit te voeren naar de besluitvorming rond de Irak-oorlog, heeft vandaag namen bekend gemaakt van leden van zijn 'onafhankelijke' commissie.

Naast historicus Cees Fasseur, die er een carrière van heeft gemaakt om met hem bevriende leden van het koningshuis vrij te pleiten van ondemocratisch gedrag op basis van bronnen die alleen voor hem en dat koningshuis zelf controleerbaar zijn, komen we nog een opvallende naam tegen: oud VN-ambassadeur Peter van Walsum, die namens de VN-Veiligheidsraad mede-verantwoordelijk was voor de verwoestende sancties tegen Irak. Deze sancties kostten naar schatting het leven van een half miljoen kinderen en een miljoen volwassenen.

Hieronder een interview (in het Engels) dat Peter van Walsum indertijd gaf aan de kritische journalist John Pilger. Balkenende, hou je vast! Van Walsum komt je opstelling als schoothondje genadeloos blootleggen...

"John Pilger: Why should the civilian population, innocent people, be punished for Saddam's crimes?

Peter van Walsum: It's a difficult problem. You should realise that sanctions are one of the curative measures that the Security Council has at its disposal? And obviously they hurt. They are like a military measure.

JP: But who do they hurt?

PW: Well, this, of course is the problem, but with military action, too, you have the eternal problem of collateral damage.

JP: So an entire nation is collateral damage? Is that correct?

PW: No, I am saying that sanctions have (similar) effects. You understand we have to study this further.

JP: Do you believe that people have human rights no matter where they live or under what system?

PW: Yes.

JP: Doesn't that mean that the sanctions you are imposing are violating the human rights of millions of people?

PW: It's also documented that the Iraqi regime has committed very serious human rights breaches.

JP: There is no doubt about that. But what is the difference in principle between human rights violations committed by the regime and those caused by your committee?

PW: It's a very complex issue Mr Pilger.

JP: What do you say to those who describe sanctions that have caused so many deaths as 'weapons of mass destruction' as lethal as chemical weapons?

PW: I don't think that's a fair comparison.

JP: Aren't the deaths of half a million children mass destruction?

PW: I don't think you can use that argument to convince me. It is about the invasion of Kuwait in 1990.

JP: Let's say the Netherlands was taken over by a Dutch Saddam Hussein, and sanctions were imposed, and the children of Holland started to die like flies. How would you feel about that?

PW: I don't think that's a very fair question. We are talking about a situation which was caused by a government that overran its neighbour, and has weapons of mass destruction.

JP: Then why aren't there sanctions on Israel which occupies much of Palestine and attacks Lebanon almost every day of the week. Why aren't there sanctions on Turkey which has displaced 3 million Kurds and caused the deaths of 30,000 Kurds?

PW: Well, there are many countries that do things that we are not happy with. We can't be everywhere. I repeat it's complex.

JP: How much power does the United States exercise over your committee?

PW: We operate by consensus.

JP: And what if the Americans object?

PW: We don't operate."

woensdag 4 februari 2009

Irak: parodie op een farce

Schoothondjes en het baasjeDe nieuwste manoeuvre van Balkenende om een parlementaire enquête over Irak te omzeilen doet denken aan de film van Woody Allen, waarin hij een rechter ongeveer het volgende toeroept: ‘Dit proces is een aanfluiting. Het is een aanfluiting voor een parodie op een farce over een dubbele aanfluiting van een farce.’

Balkenende en Bos doen alsof ze met dit onderzoek gehoor geven aan de roep om een onderzoek over de politieke besluitvorming rond de Nederlandse steun voor de Irakoorlog. Een roep die de afgelopen weken alleen nog maar sterker werd door onthullingen waaruit bleek dat hoge ambtenaren wel degelijk verregaande voorbereidingen hebben getroffen voor daadwerkelijke militaire deelname aan de oorlog. Maar het aangekondigde onderzoek, geleid door oud-voorzitter van de Hoge Raad Willibrord Davids, is niet bedoeld om de onderste steen boven te halen. In plaats daarvan is het een doorzichtige truc om het parlement buitenspel te zetten.

De onderzoekscommissie, die verder moet gaan bestaan uit ministers van staat die zelf grotendeels afkomstig zijn uit regeringspartijen CDA of de PvdA, krijgt niet de bevoegdheid om de betrokkenen onder ede te horen. Ook kan ze de belangrijke spelers niet dwingen om te getuigen. Een slap aftreksel dus van de parlementaire enquête die er over dit onderwerp al lang had moeten komen.

Zelfs in de nu aangekondigde tandeloze vorm kwam het Irakonderzoek er pas nadat de regeringspartijen absoluut geen enkele andere keus meer hadden. Maar met democratie heeft de instelling van een onderzoekscommissie onder leiding van iemand uit Balkenendes eigen politieke wereld al even weinig te maken als de inval in Irak zelf. ‘Het old boys network moet het straatje van Balkenende gaan schoonvegen’, constateert SP-aanvoerder Agnes Kant terecht. ‘Dit is een ongehoorde obstructie van de parlementaire democratie.’

Zelfs als de commissie serieus werk maakt van haar opdracht, slaagt het kabinet er via deze weg in kostbare tijd voor zichzelf te kopen. Zolang de commissie onderzoek doet kunnen de betrokken ministers alle vragen en alle nieuwe onthullingen rustig doorverwijzen naar een ander loket, zonder in wat voor vorm dan ook verantwoording af te hoeven leggen. En als de PvdA blijft meewerken zoals ze dat tot nu toe doet, zingt Balkenende op deze manier zijn hele regeerperiode uit.

Na alle onderzoeken die er al zijn geweest, in vrijwel elk ander land dat betrokken was bij de Irak-oorlog, kan de uitkomst van het Nederlandse onderzoek in grote lijnen nauwelijks verrassend worden. Nee, er waren geen massavernietingswapens. Nee, Jaap de Hoop Scheffer beschikte niet over een eigen dossier met spijkerharde bewijzen, dat hij toevallig was vergeten te overhandigen aan Colin Powell voor die zijn beruchte speech hield over de ‘smoking gun’. En ja, de Nederlandse regering liep zo vrolijk kwispelend achter de VS aan, dat ze bereid was om elke mogelijke leugen op te hangen die nodig was om maar deel te mogen blijven van de Coalition of the Willing.

Het punt is niet dat er een onderzoekscommissie nodig is om dit boven tafel te krijgen. Het punt is dat ministers gedwongen moeten worden om hierover onder ede verklaringen af te leggen, en vervolgens om af te treden wegens collectieve verantwoordelijkheid voor massamoord.

Lees ook de open brief aan de Tweede Kamer van Openheid over Irak.

woensdag 28 januari 2009

Irak: Eindelijk openheid?

Balkenende en BushZes jaar lang weigerde Balkenende openheid over Irak te verschaffen. Nu heeft hij zowel de Eerste als de Tweede Kamer op zijn nek en wordt een onderzoek waarschijnlijker. Allard de Rooi – oprichter van de burgerbeweging Openheid over Irak – vat de kwestie samen.

Op 17 januari publiceerde NRC Handelsblad een geheim memorandum waaruit blijkt dat de Nederlandse steun aan de Irakoorlog tot stand kwam door selectief te winkelen naar argumenten die die steun konden rechtvaardigen. Al eerder was bekend dat de juristen van Buitenlandse Zaken genuanceerder dachten over de volkenrechtelijke onderbouwing dan het kabinet. Naar nu blijkt noemden zij de oorlog ronduit illegaal. Hun adviezen kregen echter geen plek in wat Balkenende nog steeds een ‘sluitende juridische redenering’ noemt. De facto steunde Nederland willens en wetens een onwettige oorlog.

De Tweede Kamer krijgt nu een onverwachte kans om de kwestie alsnog op te lossen op de plaats waar die staatsrechtelijk thuishoort. Zes jaar lang hebben de meeste volksvertegenwoordigers geweigerd hun plicht te vervullen door van de Nederlandse steun aan een omstreden oorlog een partijpolitiek twistpunt te maken. Niet het beantwoorden, maar het ontwijken van vragen is mode in Den Haag, zelfs als met onze steun een ramp is ontstaan en er Nederlandse levens in het geding zijn.

Hoezeer onze democratie slachtoffer van de Irak-oorlog is geworden bewijst de afspraak van coalitiepartijen CDA, PvdA en ChristenUnie, die inhoudt dat de regering op vitale onderwerpen niet gecontroleerd kan worden. De burger is hierdoor uit zijn eigen democratie geschreven. Terecht besloot de Eerste Kamer dit niet te accepteren door het werk van de Tweede Kamer over te nemen.

In dat proces heeft de Eerste Kamer in december hard geoordeeld over de nietszeggende antwoorden van het kabinet op 103 vragen. Het feit dat nu zelfs de VVD Balkenendes repeterende geneuzel zat is geeft aan hoe bont het kabinet het heeft gemaakt, en creëert voor het eerst een meerderheid voor een onderzoek. Er volgt nu een nieuwe ronde vragen, hoewel dat van de VVD en D66 niet meer had gehoeven. Beide liberale partijen zijn hun vertrouwen in de premier kwijt. Voor PvdA–senator De Vries ligt dat anders. Volgens hem hoort verantwoording voor steun aan een oorlog publiekelijk te worden afgelegd, ongeacht de uitkomst of de betrokken politici.

Balkenende doet er goed aan ditmaal mee te werken. Daardoor wordt een parlementaire enquête overbodig en gedraagt de premier zich eindelijk als de staatsman die hij zo graag wil zijn. Ook zou dit recht doen aan zijn mantra dat hij niets te verbergen heeft, en tegemoetkomen aan het deel van zijn achterban dat een enquête een kwestie van geld- en tijdverspilling vindt. Toch is dit scenario puur theoretisch. Balkenende is een koppige man voor wie het toegeven van fouten onbestaanbaar lijkt. Opnieuw kiest hij voor strijd in plaats van recht en redelijkheid. En net als de oorlog betreft dit een wanhopige missie.

Kijk ook op http://www.openheidoverirak.nu/

dinsdag 16 december 2008

Schoenengooier wordt held

De Iraakse journalist die zijn schoenen naar het hoofd van Bush gooide is uitgegroeid tot een internationale held. In Irak zelf gingen vandaag duizenden mensen de straat op om zijn vrijlating te eisen.



Terwijl Mundtadhar al Zaidi zijn schoenen gooide, riep de journalist Bush toe: 'Dit is een afscheidsgroet voor jou, hond. Dit is voor de weduwen, wezen en degenen die zijn gedood in Irak'. Bush kreeg het schoeisel naar zijn hoofd tijdens een verrassingsbezoek aan Bagdad. De nieuwszenders, informatief als altijd, vertellen ons dat het gooien van een schoen in de Arabische wereld wordt gezien als grote belediging. In tegenstelling tot de rest van de wereld, waar het gooien van een schoen naar iemands hoofd wordt ervaren als een groot compliment.

Op facebook is inmiddels een fansite geopend, waarop iedereen die graag in Al Zaidi's schoenen had gestaan terecht kan.

zaterdag 22 november 2008

Battle for Haditha op het IDFA

Op 19 november 2005 werd Haditha, een klein plaatsje in Irak, het toneel van een massamoord. Een jonge Amerikaanse soldaat kwam om het leven door een bermbom. Als wraakactie doodden Amerikaanse troepen 24 burgers, waaronder 11 vrouwen en kinderen. Battle for Haditha van filmmaker Nick Broomfield is een reconstructie van de gebeurtenissen en wordt deze week vertoond op het IDFA, het International Documentary Film Festival Amsterdam.

Door Catherine Black



Broomfield heeft voor het maken van de film uitgebreide interviews afgenomen met mariniers, overlevenden en verzetsleden. Het resultaat is een speelfilm in documentairestijl vanuit drie perspectieven: de mannen die de bermbom plaatsen, de mariniers die geraakt worden en de Irakese gezinnen die uiteindelijk slachtoffers worden.

Alle daders zijn ook slachtoffers. Broomfield gaat in tegen de gebruikelijke ‘dehumanisering’ van het Irakese verzet, door ze juist neer te zetten als patriotten die hun land verdedigen. De mannen die de bermbom plaatsen hebben – behalve een afkeer van de bezettingsmacht – weinig gemeen met de Al-Qaeda strijders van wie zij hem geleverd krijgen.

Evenmin zijn de Amerikaanse mariniers monsters of een paar ‘rotte appels’ in de gelederen, zoals de gebruikelijke verklaring van hogerhand luidt voor verschrikkingen als in Haditha of Abu Ghraib. Het zijn jonge jongens die getekend en verknipt zijn geraakt door een bruut legerregime waarin willekeurig geweld uitoefenen de regel is. Broomfield: ‘Ik denk dat er vele Haditha’s zijn geweest... Zodra je oorlog hebt verklaard gebeuren dingen zoals dit. De architecten van de oorlog zijn degenen die de schuld moeten krijgen. Zij zijn de oorlogsmisdadigers.’

Er is bewust voor gekozen zonder uitgewerkt script te werken, maar de acteurs – bestaande uit Irakeze vluchtelingen en Amerikaanse ex-soldaten – te laten improviseren langs een ruwe verhaallijn. Hierdoor doet de film soms wat amateuristisch aan en verlopen delen van de dialoog wat stroef. Meerdere karakters doen uitspraken die teveel willen ‘uitleggen’.

Daarentegen levert het ook aangrijpende scenes op. Elliot Ruiz, een 22-jarige ex-marinier die op 17-jarige leeftijd de jongste in Irak gelegerde Amerikaanse soldaat was, vertelt: ‘We deden een scene in de badkamer waarin ik instort... en alles wat zich jarenlang had opgestapeld kwam eruit. Het was een echte instorting. Alle emoties kwamen boven en ik kon ze niet tegenhouden.’

Shukrieh Hameed, wiens eigen zonen zijn gedood in Irak, speelt in de film een moeder die ook haar zonen verliest. Maar zij vindt het waard de pijn te herbeleven: ‘Ik moet mensen de waarheid vertellen over wat er in Irak gebeurt.’

Battle for Haditha levert een belangrijke bijdrage aan het weer tot leven wekken van het eerste slachtoffer van elke oorlog: de waarheid. Alleen al om die reden zou deze film gezien moeten worden.

Kijk hier voor het programma van het IDFA 2008 (20-30 november)

zaterdag 25 oktober 2008

Irak verwerpt Amerikaans-Brits plan

Amerikaanse soldaten willen immuniteitEen Amerikaans-Brits voorstel om de bezetting van Irak te formaliseren is afgewezen – en niet voor het eerst.

Door Simon Assaf

De ‘Status of Forces agreement’ zou het recht van de buitenlandse troepen om in Irak te blijven voor de lange termijn vastleggen. Maar toen de nieuwe voorwaarden uit het accoord bekend werden gingen tienduizenden Irakezen de straat op. Alle grote partijen in Irak eisten onmiddellijke veranderingen.

Het belangrijkste struikelblok blijft de status van de buitenlandse troepen nadat een datum voor terugtrekking is vastgesteld. De Irakezen vrezen terecht dat toekomstige regeringen onder druk van de VS zullen komen te staan om de deadline vooruit te blijven schuiven. Nu ligt die deadline voor terugtrekking op eind 2011.

Een van de voorgestelde punten in het verdrag was dat de VS en Groot Brittannië het tijdspad voor terugtrekking zouden mogen veranderen als ze het gevoel zouden hebben dat er goede redenen zijn om te blijven. Daarmee zou in praktijk open blijven wanneer de bezetting beëindigd moet worden. De bezetters zouden op elk mogelijk moment een vermeende dreiging vanuit Iran, Syrië, Al Qaida, spanningen aan de grens met Turkije of oplaaiend verzet in Irak kunnen aangrepen als reden om te blijven.

Veel Irakezen zijn ook kwaad over het feit dat de regering erin heeft toegestemd dat buitenlanders die in dienst zijn van de bezetters niet vervolgd kunnen worden in Irak, zelfs niet als ze een moord of andere zware misdrijven hebben gepleegd. De regering stelt nu voor dat het alleen buitenlandse soldaten en huurlingen zal vervolgen die een misdaad begaan buiten hun basis, mits ze dit niet doen in het kader van een missie. Maar omdat buitenlandse soldaten hun basis nooit verlaten tenzij ze op een missie zijn, zal de regering van dit recht nooit gebruik kunnen maken.

Maar ook de voorgestelde gewijzigde overeenkomst werd onhoudbaar toen belangrijke partijen, waaronder ook de aanhang van premier Nouri al-Maliki, nog meer veranderingen eisten. Ruim 50 duizend aanhangers van de sji’itische geestelijke Moqtada al-Sadr demonstreerden vorige week vrijdag in Bagdad tegen het accoord. Ayatollah Ali Sistani, de belangrijkste sji’itische geestelijke, roept op het verdrag van tafel te halen. Sistani heeft nauwe banden met Iran, dat vreest dat een langdurige bezetting van Irak een bedreiging zal vormen voor de eigen veiligheid.

George Bush hoopt nog altijd dat de Status of Forces Agreement hem in staat zal stellen een overwinning voor zichzelf op te eisen in Irak, en de toekomst van de bezetting veilig zal stellen. Mocht er aan het eind van het jaar nog geen accoord zijn, dan moeten de VS en Groot-Brittannië mogelijk een nieuw mandaat loskrijgen bij de veiligheidsraad van de VN. Dat zou het lot van de bezetting afhankelijk maken van de opstelling van Rusland, dat na de crisis rond Georgië aan zelfvertrouwen heeft gewonnen.

dinsdag 14 oktober 2008

De verborgen kosten van de oorlog

Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz berekende, voor het begin van de huidige kredietcrisis, dat de totale kosten van de oorlogen in Irak en Afghanistan voor de Amerikaanse staat uiteindelijk op drie triljoen dollar zullen uitkomen. Dit filmpje maakt inzichtelijk hoe deze berekening tot stand komt.



Of kijk hier voor een versie in hogere resolutie.

dinsdag 19 augustus 2008

Fel debat over ‘goede oorlog’ tegen Irak

Gisterochtend publiceerde de Volkskrant een stuitend opiniestuk onder de kop ‘Goed dat Bush op schurkenjacht ging’. Auteur Dirk-Jan van Baar verdedigt daarin de bezetting van Irak met het argument dat de Arabische wereld niet tot zelfbestuur in staat zou zijn. Daarom verdiende Irak ‘hulp’ van buitenaf, die nu haar vruchten zou beginnen af te werpen. Maina van der Zwan (IS) pakte de handschoen op en ging vanochtend op BNR Nieuwsradio kort in debat met Van Baar.

Klik hier om de uitzending te beluisteren.

dinsdag 1 juli 2008

Irakese olievelden in uitverkoop

Olie geprivatiseerdVijf jaar na de Amerikaanse invasie die het land in chaos heeft gestort keren de oliemultinationals terug naar Irak.

Amerikaanse en Europese multinationals proberen allemaal een zo groot mogelijk deel van de koek te veroveren. Het Iraakse marionettenregime heeft inmiddels contracten beloofd aan Chevron, BP, Shell, Total, Exxon Mobil en BHP Billiton. Irak heeft de tweede grootste oliereserves in de wereld, en de zes olievelden die nu verdeeld worden bevatten samen eenderde tot tweederde van deze reserves.

De voorwaarden waaronder de contracten zijn verleend zijn geheim, maar het is wel bekend dat de oliegiganten de contracten zelf hebben opgesteld. Amerikaanse adviseurs van het Iraakse ministerie van Olie vertelden de New York Times dat advocaten in Amerikaanse staatsdienst en consultants uit de private sector voorbeeldcontracten en gedetailleerde suggesties over de inhoud hebben verstrekt.

De Irakese regering beweert dat het gaat om standaardcontracten voor ‘technisch onderhoud’. Maar in de olie-industrie worden dit soort contracten normaal gesproken aan gespecialiseerde bedrijven met expertise in geologie, constructie en de bouw van boorinstallaties. De grote oliebedrijven besteden dit soort werk uit. Deze ‘contracten voor technisch onderhoud’ zijn in feite een vorm van privatisering onder een andere noemer.

Er was geen sprake van openbare aanbesteding. BP kreeg het olieveld Rumalia toegewezen, en Shell het veld rond Kirkuk. Hoewel de contracten een looptijd hebben van twee jaar, bieden verleningsclausules de oliemaatschappijen het recht op toekomstige contracten. Veel Irakese commentatoren, onder wie ook aanhangers van de regering, hebben de angst uitgesproken dat de natuurlijke rijkdommen van het land zullen worden uitverkocht aan de oliegiganten.

Na de oprichting van de Iraakse Petroleum Maatschappij in 1912 hielden BP, Exxon Mobil, Total en Shell veertig jaar lang gezamenlijk de controle in handen. Het hoofdkantoor stond in Londen. In 1972 werden de olievelden genationaliseerd, en onder Irakezen is er grote steun om de olie in Iraakse handen te houden. Controle over Iraks olievoorraden was altijd onderdeel van de plannen van de Amerikaanse neocons. Nu worden die plannen werkelijkheid, ten koste van de bevolking van Irak.

donderdag 5 juni 2008

Nieuw plan ontneemt Irak souvereiniteit

Soldaten onschendbaarGeorge Bush laat zelfs de pretentie dat Irak een ‘democratische staat’ wordt varen. Een nieuw ‘veiligheids-akkoord’ maakt een einde aan de soevereiniteit van het land en zal het mogelijk maken om Irak als uitvalsbasis te gebruiken voor volgende oorlogen.

Dit is de strekking van een geheim verdrag, het Status of Forces Agreement, dat vorige week is uitgelekt. Zels het marionettenparlement van Irak en de lokale Amerikaanse bondgenoten vinden het moeilijk dit plan te slikken. Tienduizenden Irakezen gingen afgelopen week de straat op toen details van het plan bekend werden via de Arabische krant Al-Hayat.

Bush wil 400 permanente militaire posten opzetten, waaronder bases vlakbij de grens van Turkije, Iran en Syrië. Volgens een pro-Amerikaanse Koerdische leider zullen deze bases ‘de komende 15 tot 20 jaar blijven bestaan’. Het plan geeft de VS ook het recht om oorlogen tegen ‘derde landen’ te beginnen vanaf Iraaks grondgebied. Maar de grootste doorn in het oog voor veel Irakezen is dat het nieuwe verdrag alle Amerikaanse soldaten, burgers en huurlingen (de zogenaamde contractors) immuniteit geeft voor de Iraakse wet.

Dat zou betekenen dat bezettingstroepen onder alle omstandigheden dodelijk geweld zouden mogen gebruiken, zonder angst voor vervolging of respect voor welke wet dan ook. Het verdrag verklaart ook alle wederopbouwcontracten sinds het begin van de bezetting nietig. Dit maakt de weg vrij voor een Amerikaans monopolie over de economie. Eerder stemden de VS in met gedeelde contracten met Iraakse bedrijven, in de hoop hen op die manier te betrekken bij de bezetting. Maar deze strategie heeft tot nu toe niet gewerkt. En dus verdwijnen nu alle pretenties voor samenwerking.

De bedoeling was dat premier Nuri al-Maliki het akkoord voor eind juli zou ondertekenen. Maar een breed spectrum van Irakese groepen heeft het plan inmiddels veroordeeld. De sji’itische geestelijke Moqtada al-Sadr, de leider van drie opstanden tegen de bezetting, veroordeelde het als ‘een project voor vernedering’. Het Verbond van Moslim Geleerden, spreekbuis voor voornamelijk Soennietische delen van het verzet, verklaarden dat het akkoord de weg vrij zou maken voor ‘militaire, economische en culturele dominantie’ over het land.

Tariq al-Hashimi, de vice-president en een belangrijke steunpilaar van de bezetting, zei dat de soevereiniteit van Irak een ‘rode lijn’ is, waar de VS nu overheen proberen te gaan. Ayatollah Al Sistani, de hoogste sji’itische autoriteit in Irak, eist een referendum. Hij zei dat hij niet zou toestaan dat Irak zo’n akkoord tekent ‘zolang hij leeft’. Zelfs Abdul Aziz al-Hakim, de leider van de pro-Amerikaanse Badr Brigades, heeft zich ertegen uitgesproken.

Geconfronteerd met de groeiende oppositie heeft de Amerikaanse ambassadeur Ryan Crocker gedreigd om het Iraakse marionettenregime al zijn autoriteit te ontnemen. Het lijkt erop dat de rode lijn al een tijdje overschreden is...

maandag 12 mei 2008

Twee tentoonstellingen over het Midden-Oosten

Palestina 1948Twee tentoonstellingen die op dit moment te bezichtigen zijn tonen een andere kant van de conflicten in het Midden-Oosten.

In het Tropenmuseum is het hele jaar de tentoonstelling Palestina 1948: herinneringen aan een verdwenen vaderland te zien. Steeds meer mensen erkennen dat de staat Israël werd gevestigd op de gewelddadige verdrijving van grote delen van de oorspronkelijke Palestijnse bevolking. Deze tentoonstelling geeft de verjaagden een gezicht. Met foto's en videoportretten toont het Tropenmuseum de verhalen van de vluchtelingen in de Palestijnse diaspora.

Ook in Baghdad Calling, tot 15 juni te zien in het fotomuseum in Rotterdam, staan vluchtelingen centraal. Fotojournalist Geert van Kesteren laat zien hoe Iraakse vluchtelingen leven in Jordanië, Syrië en Turkije. Naast die professioneel gemaakte beelden toont de tentoonstelling het dagelijks leven in het Irak van 2006 en 2007 door de ogen van de Irakezen zelf: een team rond Van Kesteren verzamelde honderden foto’s uit mobiele telefoons en digitale camera’s van Iraakse burgers die plekken laten zien waar journalisten zich omwille van veiligheid niet begeven. Ontploffende granaten, familiefeesten, etnische zuivering, dansen in het park, een stukgeslagen infrastructuur en hoop op betere tijden wisselen elkaar af.

Meer informatie over Palestina 1948 vind je hier. Kijk hier voor informatie over Baghdad Calling.

vrijdag 4 april 2008

Offensief Basra geëindigd in mislukking

Protest in Bagdad tegen VSVorige week voerden Amerikaanse soldaten en Iraakse regeringstroepen een bloedige strijd in de straten van Basra. Maar hun poging om een dreigende opstand de kop in te drukken bleef zonder succes.

Het offensief was volgens de regering bedoeld om een einde te maken aan de aanwezigheid van ‘criminele bendes’. Maar in werkelijkheid is Basra een stad waar het verzet tegen de bezetting diepe wortels heeft. Uit woede tegen de aanval gingen honderdduizenden Irakezen de straat op. Ondanks alle pogingen van de VS om een Iraaks leger op te bouwen dat het werk aan de grond voor de bezetters op zich kan nemen, verliep de samenwerking stroef. Zeker duizend Irakese militairen en politiemensen weigerden hun bases te verlaten. Sommigen liepen zelfs over naar de opstandelingen.

De strijd begon met een poging van de Irakese premier Nuri al-Maliki om de controle over te nemen in de olierijke stad Basra, en het Mahdi-leger te ontwapenen. Het Mahdi-leger is de populaire nationalistische beweging van de oppositionele sji’itische geestelijke Muqtada al-Sadr. Hassan Juma, de leider van de grootste vakbond van oliearbeiders in Irak, vertelt dat de regeringstroepen die probeerden de volksbuurten in te trekken stuitten op hevig verzet. ‘De aanval van het Irakese leger begon met hevige bombardementen en vuur van allerlei soorten wapens. Maar de heldhaftige wijk Hayania voorkwam dat het marionettenleger de stad binnen kon trekken.’

Massaprotesten braken uit in de zuidelijke steden Nassiriya, Qut, Hilla, Diwaniya, Ammara, Kerbala en de sji’itische wijken van Bagdad. Soennitische verzetsorganisaties spraken ook hun steun uit voor de opstand, en doorbraken daarmee de verwoestende spiraal van sektarisme die het land de laatste twee jaar in zijn greep houdt. De Associatie van Moslim Geleerden, de spreekbuis van veel soennitische verzetsorganisaties, riep alle Irakezen op ‘om hun eenheid en solidariteit te tonen en de dreiging af te weren die gericht is tegen tegenstanders van de bezetting.’

Vorige week zaterdag moest de aanval op Basra eindelijk worden gestaakt. Een groot deel van de stad was nog in handen van het verzet. De bezetters namen wraak met bruut geweld. Bommenwerpers van de coalitietroepen zaaiden dood en verderf in Hit en Basra, en Amerikaanse soldaten namen arme wijken van Bagdad onder artillerievuur. Uiteindelijk moest de regering het mislukken van haar plannen erkennen. Met behulp van Iraanse onderhandelaars sloot ze een wapenstilstand. Gevangenen werden vrijgelaten, en de eis dat het Mahdi-leger ontwapend zou worden ging van tafel. Daarop beval al-Sadr zijn milities om van straat te gaan.

Het mislukken van het offensief heeft de kracht en populariteit van het verzet tegen de bezetters getoond. Izzat al-Shahbander, een lid van het Irakeze parlement en voorstander van de bezetting, verklaarde aan Reuters: ‘De gebeurtenissen hebben de regering verzwakt en tonen de zwakte van de staat. Het vermogen van de staat om Irak onder controle te houden wordt nu in twijfel getrokken.’

maandag 24 maart 2008

Brief uit Irak

Salam IsmaelIn 2005 was de Irakese arts Salam Ismael in Nederland om te vertellen over de onmogelijke situatie waaronder hij en anderen werkten in het bezette Irak. Afgelopen week werd deze brief van zijn hand voorgelezen tijdens verschillende anti-oorlogsprotesten, vijf jaar na de inval.

Na vijf jaar staan wij weer op de straten waar wij eerder samenkwamen. om de wereld te vertellen dat elk van jullie die, waar ook ter wereld, tegen deze illegale oorlog heeft gedemonsteerd GELIJK heeft. Ik weet dat de prijs hoog was. De prijs voor ons Irakezen was heel hoog. De prijs die wij betaalden in bloed en tranen was hoog, maar het was voor een hoger doel. Het doel dat ons land vrij en waardig kan zijn. Na vijf jaar hebben wij bewezen dat iedereen die hier stond gelijk had en iedereen die niet naar ons luisterde ongelijk had.

De Irakezen hebben jullie gezien en waren trots dat jullie uitdrukking gaven aan het levendige bewustzijn van de mensheid, demonstrerend met één doel, om NEE te zeggen tegen Kwaad, NEE tegen Oorlog, Niet in Onze Naam. Vorig jaar verloor ik mijn oom, toen mijn neef en toen verloor ik mijn vader. Zij zijn vermoord door milities. Het was een poging om ons de mond te snoeren, maar de daders begrijpen niet dat dit mij vastberadener maakt om te waardheid naar buiten te brengen.

Vijf jaar later heeft de in 2003 door de VS geleide invasie van Irak het land en de bevolking verwoest. Dictaturen brengen altijd hun eigen problemen met zich mee, en Irak was daarop geen uitzondering. Maar tot 2003 had de meerderheid van de Irakeze bevolking toegang tot basisvoorzieningen, zoals onderwijs, gezondheidszorg, eten en infrastructuur. Vandaag hebben Irakezen amper één uur elektriciteit per dag, als ze geluk hebben. De prijs van brandstof is omhoog geschoten, ondanks het feit dat Irak de op één na grootste olieproducent ter wereld is. Er is een gebrek aan schoon drinkwater wat een scala aan ziektes tot gevolg heeft door het gebruik van vervuild water. De werkloosheid is 40-60 procent. Er is een nijpend tekort aan basismedicijnen en gezondheidszorg in het algemeen. Het onderwijs van kinderen is ernstig verstoord. Er is een sterke stijging in het aantal weduwen, wezen en straatkinderen. Duizenden en duizenden Irakezen zijn op de vlucht, zowel binnen Irak als naar het buitenland. Dit is zeker de grootste tragedie van de 21ste eeuw.

De nieuwe regering - als het al een “echte” regering is - heeft haar onvermogen om haar burgers te beschermen bewezen. Het geweld en het bloedvergieten gaan onverminderd door, alle beweringen van het tegendeel ten spijt. Sektarische spanningen en wantrouwen, op gang gebracht door milities, waren niet aanwezig voor 2003 maar hebben het leven van de Irakeze maatschappij getroffen. Vrijelijk bewegen is vandaag onmogelijk. Bendes militieleden struinen door de straten, veiligheid en bescherming zijn voor Irakezen niet meer dan vage herinneringen

De verantwoordelijken voor een misdaad van zo’n immense omvang, die geleid heeft tot onschuldige doden en de verwoesting van de broodwinning van een gehele soevereine staat, moeten ter verantwoording worden geroepen en recht moet zegevieren. In tegenstellling tot het wijd verbreide idee dat Irak verder uiteen zou vallen als de bezetting zou worden beeindigd, zoals de voorstanders van deze agressieoorlog vaak stellen, moet de bezetting van Irak eindigen voordat echte wederopbouw en verzoening kunnen plaatsvinden. Irakezen moeten hun eigen lot mogen bepalen en hun rechtmatige plaats opeisen naast de andere naties van deze wereld.

Vertaling: Catherine Black

woensdag 19 maart 2008

De War on Terror - vijf jaar na de invasie

De verovering van een olie-kolonie
Bij het begin van de invasie van Irak, vandaag precies vijf jaar geleden, spraken Bush en Blair van een historische strijd voor vrijheid en democratie die het Midden-Oosten zou transformeren. Maar de triomftocht die het moest worden, is veranderd in een bloedig slagveld. Het einde aan de oorlog tegen terreur is zoek.

Door Bart Griffioen

Als je Condoleezza Rice of het NOS-journaal moet geloven is het afgelopen maanden in Irak weer relatief rustig en is de ‘stabiliteit’ in het land toegenomen – op een incidentele autobom na. Maar niets is wat het lijkt in de War on Terror. Volgens cijfers van het Amerikaanse leger zelf vonden in Irak 229 bombardementsmissies plaats in 2006. Vorig jaar steeg dit cijfer tot 1447 – een toename van meer dan 500 procent. De meest gebruikte munitie is de GBU12, een lasergeleide bom met een gewicht van 500 pond, die een huis volledig in puin kan leggen. In 2006 werd meer dan 111 duizend pond aan bommen op Irak gegooid. Naar schatting is in 2007 dus ongeveer 500 duizend pond aan bommen boven Irak gedropt.

Aan het begin van 2008 vonden grootschalige luchtaanvallen plaats in het zuiden van Bagdad, waarbij 38 Amerikaanse vliegtuigen 40 duizend pond aan bommen gooiden. In deze cijfers is de vernietigende impact van raketten en wapensystemen vanuit helikopters niet meegenomen. Hoewel het precieze aantal omgekomen Irakese burgers controversieel is, schatte een betrouwbaar onderzoek van het medisch tijdschrift The Lancet dat van de 601 duizend Irakezen die tussen maart 2003 en juni 2006 een gewelddadige dood stierven, meer dan 13 procent omkwam door bombardementen. Hetzelfde rapport noemt deze luchtaanvallen de oorzaak voor de helft van het aantal omgekomen Irakese kinderen onder de 15 jaar.

De euforie over de sprong vooruit waarmee het Amerikaanse leger zijn offensief ter ‘stabilisatie’ van Bagdad vorig jaar startte, is vooral een camouflage voor de diepe crisis waarin de VS zich bevinden. Ruim 30 duizend extra militairen waren nodig om enige controle over de hoofdstad terug te winnen – maar dat resultaat heeft een prijs en heeft gewone Irakezen geen verbetering gebracht. De surge heeft Bagdad helpen opdelen in gesegregeerde wijken voor soennieten en sjiieten, omringd door betonnen muren en prikkeldraad.

Daarmee is het Irakese verzet echter verre van uitgespeeld. Dit blijkt onder andere uit het feit dat de VS nu maar liefst 80 duizend aanhangers van soennitische milities 10 dollar per dag – totaal 800 duizend dollar per dag – betalen om Amerikaanse troepen niet aan te vallen. Dit zijn dezelfde groepen die kort geleden door het Witte Huis nog als ‘terroristische opstandelingen’ werden bestempeld.

Deze manoeuvres mogen ertoe bijdragen dat het aantal slachtoffers aan beide zijden relatief is afgenomen – in januari nog altijd 39 Amerikaanse militairen en 599 Irakese burgers – maar de Amerikaanse strategie van verdeel-en-heers voorspelt weinig goeds. De bomaanslag waarbij eind februari in een sjiitische wijk 99 mensen om het leven kwamen – de zwaarste aanslag in een jaar – is een voorbode van een nieuwe geweldsspiraal. Voor de meerderheid van de Irakezen is dit de realiteit van vijf jaar ‘bevrijding’ van hun land – welke zogenaamde vooruitgang Bush en Rice ook beweren te boeken.

Vijf jaar na de invasie van Irak is het einde van de ‘oorlog tegen terreur’ zoek en worden de problemen voor de imperialistische machten er slechts groter op. De oorlog in Afghanistan – zes jaar geleden zogenaamd ook een mission accomplished – verandert met de dag in een bodemloos moeras waarin de VS en hun bondgenoten langzaam maar zeker diep wegzakken. Ook in Afghanistan worden luchtaanvallen opgevoerd met dezelfde bommen als in Irak. Terwijl het aantal burgerslachtoffers groeiende is, wint het Afghaanse verzet aan zelfvertrouwen – en steun onder de bevolking. De hele regio staat onder druk. De politieke en sociale crisis in Pakistan is na de verkiezingen verre van verdwenen. Elke steun aan Amerikaanse machtspolitiek, zoals in het grensgebied met Afghanistan, wordt door een meerderheid van de Pakistanen beschouwd als verraad.

Ondanks een vernietigend rapport waaruit blijkt dat Iran geen nucleaire wapens heeft ontwikkeld, blijven de neoconservatieve plannen voor een aanval op Teheran op tafel liggen. In Irak polariseert het noordelijke grensconflict door de nieuwe bombardementen van Turkije. Ondertussen staat Washington toe dat Gaza door Israël wordt uitgehongerd en bestookt met raketten. Op dezelfde dag in februari dat tientallen Palestijnen door een aanval om het leven kwamen, stuurde het Pentagon een marineschip naar de Libanese kust ter ondersteuning van de pro-Amerikaanse regering in Beiroet.

Om al die redenen gaat de vijfde verjaardag van de Irak-oorlog niet zo zeer over het verleden, maar over het heden en de toekomst. Daarom wordt deze maand opnieuw wereldwijd gedemonstreerd voor een eind aan de War on Terror in het algemeen, en de terugtocht uit Irak en Afghanistan in het bijzonder. In Nederland hebben we de uitdaging om datzelfde geluid naar huis te halen en het protest op te voeren voor een einde aan de missie in Uruzgan – niet pas eind 2010, liefst nog vandaag.

Dit is een verkorte versie van een artikel uit de Socialist. Kijk hier voor een (proef) abonnement.

dinsdag 18 maart 2008

World against War

Vele duizenden mensen (volgens de organisatoren zelfs veertigduizend) namen afgelopen zaterdag in Londen deel aan de demonstratie 'World against War', vijf jaar na het begin van de Amerikaanse invasie in Irak.



Lindsey German (ook geïnterviewd in het nieuwste nummer van de Socialist) spreekt tijdens de slotmanifestatie op Trafalgar Square. Bekijk het uitgebreide verslag, foto's en meer video's van speeches op de website van Socialist Worker.

dinsdag 11 maart 2008

Cijfers over Irak onder de bezetting

BezettingGisteren vond in Bagdad een grote bomaanslag plaats, waarbij vijf Amerikaanse soldaten om het leven kwamen. Volgens de meeste berichten was de aanslag een breuk met de maanden van rust die heersen sinds de Amerikaanse surge. Maar voor de Irakezen was die rust wel heel relatief.

Het jaar 2007 was een nieuw dieptepunt voor de Irakese vluchtelingen. In een onderzoek onder 1,5 miljoen vluchtelingen in Syrië bleek 78 procent Bagdad te zijn ontvlucht tijdens de surge. Eén op de vijf zei te zijn gemarteld. Meer dan de helft had één of meerdere familieleden verloren of kende iemand die was vermoord. De meerderheid had te maken gehad met bombardementen, granaten of raketaanvallen. De VS en hun bondgenoten hebben in Irak het grootste vluchtelingenprobleem gecreëerd sinds de kolonisatie van Palestina in 1948.

De International Organisation for Migration (IOM) wijst de bezetting aan als reden voor de vluchtelingencrisis. De IOM concludeert dat ‘tussen 2003 en 2005 vierhonderdduizend mensen op de vlucht werden gejaagd. Sinds februari 2006 zijn daar nog een miljoen mensen bij gekomen. En in 2007 vluchtten 60 duizend mensen per maand.’ Meer dan 1,9 miljoen mensen zijn op de vlucht maar wonen nog wel in Irak, en nog eens twee miljoen mensen leven in armoedige omstandigheden in Jordanië en Syrië.

Een land dat vroeger prat kon gaan op het beste onderwijs en gezondheidsstelsel in de regio, wordt nu geteisterd door armoede, honger en massamigratie. Maar één op de tien Irakese kinderen in Jordanië gaat naar school, terwijl tweederde van de kinderen in Irak zelf geen school meer heeft.

Bagdad is in stukken gedeeld door sektarisch geweld en verder opgedeeld door ‘veiligheidsmuren’ met wachttorens. De bezettingstroepen trekken door de wijken en ontwapenen burgers, die vervolgens het slachtoffer worden van sektarische bendes. Maar de aanstichters van het sektarisch geweld gaan vaak vrijuit, omdat ze banden hebben met de heersende fracties van het pro-Amerikaanse regime.

Volgens Amnesty International worden tienduizenden gevangen gehouden zonder enige vorm van proces. De VS houden meer dan 26 duizend mensen vast, en nog eens 24 duizend zijn opgesloten in kampen die door het Irakese bewind worden bestuurd. In april 2007 werden 827 gevangenen aangetroffen in een gevangenis die voor driehonderd mensen was gebouwd, en op een militair vliegveld werden 272 gevangenen vastgehouden in een ruimte voor 75 mensen.

Van wederopbouw komt onder deze omstandigheden weinig terecht. Veel van de Amerikaanse projecten zijn volledig stil komen te liggen. De werkloosheid ligt al sinds 2003 rond de veertig procent, en de inflatie staat op 50 procent per jaar. De helft van de Irakezen leeft van minder dan een dollar per dag, en 15 procent leeft in ‘extreme armoede’. Naar schatting lijden dertigduizend mensen aan cholera. Een ziekenhuis in Bagdad meldde afgelopen zomer zeventig nieuwe gevallen per maand. Ondertussen is de gezondheidszorg ingestort. twaalfduizend van de 34 duizend Irakese dokters zijn naar het buitenland gevlucht.

De Irakezen hebben het recht hun eigen samenleving te besturen en hun eigen toekomst te bepalen. Elke mogelijke indicator laat zien dat de bezetting hun leven erger maakt.

zondag 2 maart 2008

Koerden demonstreren in Den Haag

Kopspandoek demonstratieAfgelopen zaterdag zijn meer dan tweeduizend Koerden en linkse sympathisanten in Den Haag de straat op gegaan. De aanleiding voor de demonstratie was de Turkse inval in Noord-Irak (Zuid-Koerdistan), maar vanwege de terugtrekking van het Turkse leger een dag eerder was het belangrijkste thema een duurzame oplossing voor het conflict in Koerdistan.

Door Max van Lingen

Door de demonstratie door te laten gaan gaven de dertien organisaties die tot de demonstratie hadden opgeroepen aan dat met de terugtrekking uit Noord-Irak slechts een einde gekomen is aan een deel van het geweld.

De strijd tegen en onderdrukking van het Koerdische volk in Oost-Turkije (Noord-Koerdistan) gaat nog steeds door. De demonstranten wezen op deze onderdrukking met leuzen die het geweld van het Turkse leger als het ware terrorisme bestempelden. Dit als reactie op de beschuldigingen van Turkije dat Koerdische vrijheidsstrijders terroristen zouden zijn. Koerdische verzetsorganisaties hebben inderdaad recent de wapens weer opgepakt, maar dit kwam na een lange periode waarin er een eenzijdig staakt-het-vuren was afgekondigd door deze organisaties. Nadat het Turkse leger bleef doorgaan met haar acties tegen deze organisaties en er geen verandering kwam in de positie van de Koerden werd het staakt-het-vuren beëindigd.

Het conflict tussen de Koerden en de Turkse staat speelt al decennialang. De Koerden worden door de Turkse staat systematisch achtergesteld en onderdrukt. Daarnaast is het Turkse parlementaire stelsel dusdanig ingericht dat de Koerden niet als georganiseerde groep zitting kunnen nemen in het parlement. Aangezien de parlementaire weg geen oplossing biedt om een einde te maken aan deze achterstelling en onderdrukking strijden de Koerden voor zelfbeschikking.

In Noord-Irak beschikken de Koerden over een belangrijke mate van autonomie die door de Turkse staat als bedreigend wordt gezien. Tegelijkertijd is dit het enige gebied in Irak waar een grote mate van stabiliteit heerst. Voor de Verenigde Staten was dit belangrijk genoeg om druk uit te oefenen op haar bondgenoot Turkije om zich terug te trekken. De VS steunt Turkije echter nog steeds in de oorlog die tegen het Koerdische volk wordt gevoerd onder het mom van de ‘strijd tegen terrorisme’.