Naast commerciële hiphop, die veel mensen associëren met gouden kettingen, dure auto’s en schaars geklede vrouwen, bestaat er ook een belangrijke traditie van verzet in het genre. Deze bouwt voort op de ontstaansgeschiedenis van de hiphop in de Amerikaanse getto’s. Een van de meest vooraanstaande stemmen is Immortal Technique uit Harlem, New York.
Door Bram Wanrooij
Technique noemt zichzelf een ‘socialistische guerrilla’. Als Peruaanse migrant heeft hij zelf ondervonden wat Amerikaanse interventies in Midden- en Zuid-Amerika hebben aangericht. Eenmaal in New York moest hij in armoede zien te overleven. Luchtig is Techniques hiphop dan ook allerminst: woedende teksten op duistere beats over oorlog, racisme en geweld, zonder te vervallen in de bekende gangsterpretenties. Als artiest baarde hij opzien door te weigeren een contract te tekenen bij een grote platenmaatschappij en alles in eigen beheer uit te geven. Van zijn derde album The Third World zijn inmiddels meer dan 50 duizend exemplaren verkocht.
Vandaag staat de rapper in de Melkweg samen met hiphoplegende House of Pain. Een wereld in crisis? Immortal Technique is er klaar voor. Of, zoals hij een vorig concert luidkeels eindigde: ‘Viva la revolucion!’
woensdag 8 juli 2009
Guerrilla on the mike
zondag 5 juli 2009
Ontsnapping naar een beter bestaan
Casanegra (het zwarte huis), een verbastering van de naam Casablanca (het witte huis), vertelt het verhaal van twee vrienden in de bekende ruige miljoenenstad in Marokko.
Door Hakima Aouragh
De twee hoofdrolspelers, Karim en Adil, beiden jonge twintigers en werkloos, dromen van een beter leven. Zonder werk, en dus geld, is het leven uitzichtloos.
Adil kan niet wachten om te vertrekken naar Malmö in Zweden. Hij werpt dagelijks een blik op een ansichtkaart die zijn oom stuurde en droomt weg. Adil kan niet langer aanzien hoe zijn moeder mishandeld wordt door zijn alcoholverslaafde stiefvader. Hij droomt ervan om, eenmaal zelf in Malmö, zijn moeder uit de ellende te redden door haar te laten overkomen. Om zijn droom te verwezenlijken heeft Adil 5000 euro nodig. Hij heeft er alles voor over het geld bij elkaar te krijgen.
Karim probeert geld te verdienen door de straatverkoop van sigaretten. Het gaat de twee kinderen die hij daarvoor inzet niet al te gemakkelijk af omdat de politie op hen loert. Adil probeert Karim over te halen samen met hem Casablanca te verlaten. Voor Karim is dat geen optie omdat hij zich verantwoordelijk voelt voor de rest van het gezin.
Wanneer de gestoorde Zrirek de twee vrienden een klus aanbiedt waarmee ze in één klap veel geld kunnen verdienen, komt Malmö wat dichterbij. Maar Karim wil eigenlijk niks met Zrirek te maken hebben. Hij gaat naar de visfabriek waar zijn vader zich jarenlang letterlijk kapot heeft gewerkt. Karim draait een dag mee in de fabriek en ziet hoe de oude arbeiders verkrampen van de pijn. Als hij aan het einde van de dag zijn loon van 50 dirham (4,50 euro) in ontvangst komt nemen, denkt hij dat er sprake is van een vergissing.
Eén van de meest krachtige scènes is die waarin Karim de baas uitmaakt voor slavendrijver, de 50 dirham terugstopt in het zakje van zijn colbert en toevoegt: ‘Voor de hammam (badhuis), om je gorigheid mee af te spoelen.’ Karim realiseert zich hoe zijn vader dertig jaar lang uitgebuit is. In een aangrijpende scène zit Karim naast zijn trillende vader en vraagt hem hoe hij het zo lang heeft kunnen volhouden bij die bloedzuiger van een baas.
Het was bijzonder deze film juist in Marokko te zien, waar het een grote hit is. Er lijken steeds vaker gewaagde films langs het ‘goedkeuringsstempel’ van de overheid te glippen. Zoals eerder in Ali Zaoua (Nabil Ayouch, 2000) passeren controversiële onderwerpen de revue of worden taboes doorbroken. Regisseur en scenarioschrijver Nour-Edinne Lakhmari verfilmt in Casanegra wat voor velen in Marokko dagelijkse realiteit is. De werkloosheidscijfers zijn hoog, met name onder jongeren.
De droom van Adil representeert de hoop van perspectiefloze jongeren die er alles voor over hebben om de oceaan in gammele bootjes over te steken op zoek naar een beter bestaan. En velen hebben deze droom met hun leven moeten betalen, voor altijd door de zee opgeslokt of aangespoeld op de stranden van vakantie vierende Europeanen.
vrijdag 15 mei 2009
Overleven in de draaikolk
Sao Paulo, Brazilië. Een immense stad met twintig miljoen inwoners, waarin elk individu probeert te overleven. Ieder een droom, ieder een realiteit. Voor de meeste mensen tikt het leven hier langzaam weg en rijgen de dagen zich aaneen met nauwelijks perspectieven. Familiebanden, vrienden, geloof, sport en dromen brengen dan menselijkheid, dat beetje warmte, dat beetje hoop.
Door Bram Wanrooij
Linha de Passe vertelt het verhaal van vier zoons van een alleenstaande moeder. Allemaal hebben zij een verschillende vader, die inmiddels uit beeld is verdwenen. Allemaal proberen zij zo goed en zo kwaad als het gaat hun hoofd boven water te houden in de draaikolk van Sao Paulo.
We volgen vier verhaallijnen die elkaar continu kruisen. Moeder Cleuza werkt als schoonmaakster bij een rijk gezin. Zij is in verwachting van haar vijfde kind en vindt ontspanning in het voetbalstadion. Haar lieveling is Reginaldo, de jongste zoon, die in de film op zoek gaat naar zijn vader. Verder volgen we Dinho, de braafste van het stel die als enige een vaste baan heeft gevonden bij een tankstation. De rest van zijn leven heeft hij gegeven aan het katholieke geloof. We zien hoe zowel zijn vaste werk als zijn geloof constant op de proef wordt gesteld door de realiteit van alledag. Denis is de wildste van de familie en hij valt op door de vele vriendinnetjes en zijn jonge dochtertje voor wie hij niet zorgt. Hij flirt met de misdaad en leeft op het randje. Tenslotte volgen we Dario, een ingetogen jongen die niets liever wil dan profvoetballer worden. Zijn enthousiasme voor het spelletje krijgt steeds nieuwe slagen te verwerken, zeker als hij merkt dat ook hier de armoede van zijn gezin een belangrijke rol speelt.
Regisseur Walter Salles, bekend van onder meer Motorcycle Diaries, laat zijn karakters voortdurend balanceren tussen hoop en vrees. Hiermee schept hij een sfeer die authentiek is, zonder dramatisch of melancholiek te worden. De breekbare realiteit waarin alle gezinsleden zich bevinden is zowel een bron van zorg als van inspiratie, waarin liefde en doorzettingsvermogen de bindende elementen zijn. De tegenstelling wordt prachtig geschetst door een scène tussen Cleuza en Reginaldo. Op een dag valt de jongen achter in de bus in slaap waardoor hij de nacht moet doorbrengen op het rangeerterrein. We zien Cleuza zachtjes huilen van bezorgdheid, ze kan niet slapen en is de wanhoop nabij. Als Reginaldo ’s ochtends rustig aan komt wandelen, ontploft ze. In plaats van het jong te omhelzen, slaat ze hem bont en blauw. Het is haar even te veel geworden.
Salles heeft zijn decor passend gekozen. Voetbal, rooms-katholicisme en criminaliteit zijn belangrijke krachten in Brazilië. Ondanks de zogenaamde economische groei van de laatste jaren is de kloof tussen arm en rijk enorm. Salles velt hier geen oordeel over. De kracht van Linha de Passe is vooral hoe gewone Brazilianen zich in die realiteit proberen staande te houden.
donderdag 16 april 2009
Uitgesproken hiphop van Manu
Hoewel genegeerd door de bekendere hiphopmedia bracht Manu in 2008 zijn videoclip 'Minister-president' en zijn album De vloek op de overvloed uit. Hiermee bewees de rapper dat hij een van de meest uitgesproken artiesten binnen de Nederlandstalige hiphopscene is. In de aanloop naar zijn optreden op het Marxisme Festival 2009 spraken Wael en Mahmoud Al-Zubaidi met hem.
Hoe ben je ooit begonnen met rappen?
In eerste instantie ging ik rappen omdat het de meest toegankelijke manier was om mijn gevoel kwijt te kunnen. Vervolgens ging ik steeds meer inzien dat rap een van de meest uitgesproken muziekgenres is van de afgelopen eeuw. Het is het instrument om een verhaal te vertellen.
Waarom heet je album De vloek op de overvloed?
Ik was op zoek naar een omschrijving om de tijd waarin we vandaag de dag leven in vijf woorden te vangen. 'De vloek op de overvloed' is die zin. Ik denk dat er geen fundamentelere zin is te bedenken om de huidige tijd te omschrijven. De vloek op de overvloed is de omschrijving van een civilisatie die haar eigen graf graaft. Alles zit in die zin, er zit zelfdestructie in, er zit een eind in, maar er zit ook een nieuw begin in.
In een van je teksten zeg je: 'Om herboren te worden moet je wel eerst dood, begrijp je? Om opnieuw te bouwen moeten de fundamenten wel eerst worden gesloopt, begrijp je?' Wat bedoel je daarmee?
Je moet het zo zien: de nieuwe toren van Babel heeft 56 verdiepingen. Die flat is helemaal rot van binnen, het stinkt er, het zit vol met ratten die alle buizen en pilaren wegvreten waarop de toren rust. Veel mensen zeggen: we moeten de 35ste verdieping helemaal opnieuw inrichten. Nieuw meubilair, we maken het helemaal mooi en misschien pakken we de 34ste verdieping ook, dan is het gebouw weer mooi en dan zijn we van het probleem af. Misschien een likje verf aan de buitenkant en klaar ben je. Vergeet het maar, dat gebouw moet hoe dan ook met de grond gelijk gemaakt worden. Dat kan niet anders, en als wij het niet doen dan doet ze dat zelf wel.
Hoe kijk je naar de toekomst?
Kijk, ik heb een vrouw en ik wil wel graag vader worden. En ik wil ook nog wel mijn studie afmaken, een boek schrijven, een nieuwe plaat maken en nog optredens doen. Dat is meer de toekomst microscopisch. Macroscopisch denk ik dat de vloek op de overvloed de teloorgang gaat betekenen van deze civilisatie. Maar ik kijk eigenlijk heel positief tegen de toekomst aan, omdat het een nieuw begin betekent. Wanneer dat zal zijn? Tja, ik heb geen glazen bol. Maar dat er dingen aan het veranderen zijn moge duidelijk zijn.
Manu treedt op tijdens het Marxisme Festival 2009 op zaterdagavond 9 mei 22.00 uur. De foto's zijn gemaakt door Tim Keen.
vrijdag 10 april 2009
De verschillende gezichten van Bob Dylan
Dit weekend geeft folk/rock legende Bob Dylan drie concerten in Nederland. Hij is zonder twijfel een van de invloedrijkste - en politiekste - popmuzikanten van de vorige eeuw.
Door Johannes Adahl
Wie ‘Bob Dylan 2009’ intikt op youtube krijgt als eerste een Pepsi-Superbowlreclame te zien. De reclame toont ironisch genoeg beelden van Dylans meest compromisloze periode uit 1964 tot 1966, op de klanken van ‘forever young’. Allerlei beelden vliegen ons vervolgens om de oren, gevolgd door een blikje Pepsi en de voice-over ‘Every generation refreshes the world’.
Het internet staat natuurlijk bomvol kritiek op dit laatste stuntje van Dylan, net zoals elke beweging van de man sinds 1965 wereldwijd besproken wordt. Om afstand te kunnen nemen van de publieke belangstelling heeft Dylan door de jaren heen meerdere identiteiten op zich genomen, in een tevergeefse poging zijn critici door verbijstering te laten zwijgen. Hij was verlegen singer-songwriter én arrogante rockster, linkse rakker én christen-fundamentalist.
Toch zal hij altijd gezien worden als de koning van het protestlied, met nummers als ‘Blowin’in the wind’, ‘A hard rain’s a-gonna fall’ en ‘Masters of war’:
Come you masters of war
You that build the big guns
You that build the death planes
You that build all the bombs
You that hide behind walls
You that hide behind desks
I just want you to know
I can see through your masks
Deze woorden hebben weinig aan actualiteit verloren, een van de redenen waarom Dylan, ondanks zijn eigen tegenwerken, nog steeds symbool staat voor de geëngageerde kunstenaar.
Hij schokte zijn aanhang door in ’65 rock muziek te gaan spelen. Voor zijn oude aanhang was de nieuwe Dylan een ‘Judas’die zijn principes had verpacht aan de commercie. In werkelijkheid was het commercieel gezien veiliger geweest om op de oude tour door te gaan, de helft van zijn publiek kwam namelijk alleen naar zijn concerten om hem uit te joelen, de helft van zijn critici lustten hem wel rauw.
Wat mij betreft is dit zijn beste periode. Zijn teksten worden steeds poëtischer, zijn muziek soms hysterisch. Toch kent deze periode ook ballads van ongelooflijke schoonheid en veel betekenende stilte. Uit ‘Visions of Johanna’:
Inside the museums, Infinity goes up on trial
Voices echo ‘this is what salvation must be like after a while
Hierin lees je de pioniersgeest van Dylan terug, van iemand die weigert stil te staan in het ‘museum’ van het verleden. Zoals hij eerder had opgemerkt, ‘he not busy being born, is busy dying’.
Na een vermeend motorongeluk trok Dylan zich terug uit het publieke oog. Dit redde waarschijnlijk zijn leven, zo vermoeid was hij van de drugs, de roem, en de controverse rond zijn muziek. In dit zelfopgelegde isolement maakte hij nog twee indringende albums, ‘John Wesley Harding’ en ‘The basement tapes’.
Hierna veranderde Dylan zijn stemgeluid, zette een cowboyhoed op en ging countryliedjes schrijven. Het perverse aan deze periode was dat Dylan met opzet halfgare songs ging uitgeven om zijn eigen fans te vervreemden, zo moe was hij van zijn rol als ‘stem van een generatie’. Maar veel fans bleven ondanks alles trouw aan hun held, tot dat hij lid werd van een christen-fundamentalistische sekte. Zelfs zijn trouwste fans konden alleen maar hun hoofd schudden van ongeloof. Maar lang kon Dylan zijn priesterstoga niet dragen. Dit was immers maar één gezicht van de kunstenaar.
Inmiddels is Dylan terug onder de levenden en geniet hij terecht van een comeback, die ingezet is door het in de jaren negentig verschenen ‘Time out of mind’. Met een reeks goede albums en een hervonden zelfkennis schrijft hij nog steeds af en toe verbijsterend goede songs, zoals Things have Changed:
A worried man with a worried mind
No one in front of me and nothing behind
There's a woman on my lap and she's drinking champagne
Got white skin, got assassin's eyes
I'm looking up into the sapphire tinted skies
I'm well dressed, waiting on the last train
De onverschilligheid waarmee deze tekst gebracht wordt maakt het lied alleen maar sterker. Onder het bevroren oppervlak heeft het lied een haast apocalyptische ondertoon. Dylan heeft nog één keer zijn tijd perfect weten te vangen. Een tijd van individualisme, isolement, en verloren toekomstdromen. Veel van zijn leeftijdsgenoten zullen zichzelf in dit lied genadeloos weerspiegeld zien.
Leeftijd, desillusie en een vleugje zelfspot spelen de hoofdrol in zijn nieuwste muziek, een combinatie die in zijn handen heel af en toe nog jong, geïnspireerd en bloedserieus kan klinken. En dat is wat anders dan een mythische herverpakking van zijn jeugd in de kleuren van PepsiCo.
zondag 8 februari 2009
Mensen achter het migratiebeleid
In acht bioscopen in Nederland wordt The Visitor vertoond. Een ontroerende film van de hand van Thomas McCarthy, bekend als acteur uit volgens velen de beste serie ooit gemaakt: ‘The Wire’.
Door Jelle Klaas
In The Visitor komt een oudere hoogleraar met tegenzin voor een conferentie naar New York. Als hij in zijn appartement in New York aankomt treft hij daar onverwachts een jong stel aan. De Senegalese Zaineb en de Syrische Tarek. Tarek en Zaineb verblijven illegaal in de Verenigde Staten.
Op een rustige, zeer overtuigende manier komt de hoogleraar via hen in aanraking met hun wereld, met de djembé muziek van Tarek, het sieradenhandeltje van Zaineb en met de onmenselijke realiteit van het migrantenbeleid in de Verenigde Staten. The Visitor is bekroond met veel prijzen, een 7.9 op IMDB en een Oscarnominatie.
Een aanrader voor iedereen, maar vooral voor diegenen die de mensen en de menselijkheid achter migratievraagstukken uit het oog dreigen te verliezen.
zaterdag 31 januari 2009
Ongeromantiseerde onderwereld
Roberto Saviano is een jonge Italiaanse onderzoeksjournalist die heeft gedaan wat weinigen durfden: de omvang en interne dynamiek van de Napolitaanse maffia in detail beschrijven. Zijn bestseller Gomorra is nu verfilmd – en hoe. Een heel genre wordt naar een nieuw niveau getild.
Door Maina van der Zwan
In film en op tv wordt de maffia meestal geromantiseerd. De gangsters worden geportretteerd als gewiekste ondernemers, gewelddadig, maar met een eigen morele code en liefdevolle toewijding aan hun familie. De gapende wonden die zij in hele samenlevingen slaan blijven buiten beeld. In werkelijkheid is er niets romantisch aan de maffia. Of het nou over de klassieke Siciliaanse maffia of de moderne varianten in de Balkan, Napels of Zuid-Afrika gaat: de maffia draait om hebzucht, zelfverrijking en het vermorzelen van alles wat dat in de weg staat.
In Gomorra beschrijft Saviano hoe diep de Camorra, zoals de Napolitaanse maffia officieel heet, in een van de armste gebieden van Europa geworteld is. Ze controleert de cement- en kledingindustrie, de bouw, de handel en de notoire afvalindustrie. Kortom, ze vormt de dominante factor in de economie van de regio. Napolitanen spreken dan ook niet over ‘de Camorra’, maar over ‘het systeem’. De maffia is als een niets-ontziend organisme van kapitaalaccumulatie, met rivaliserende clans in de rol van de staat.
Saviano werkte als dagloner binnen de verschillende takken van de Camorra en beschrijft het reilen en zeilen van binnenuit. Zijn directe, vlotte schrijfstijl en innige kennis van de straatcultuur maken het boek tot een literair genot. Hij onderbouwt zijn journalistieke exposé met economische theorie, geografie en geschiedenis. Hij analyseert, klaagt aan en noemt namen. Daarmee heeft hij ook zijn leven op het spel gezet, zoals bleek uit het doodvonnis dat de maffia vorig jaar over de schrijver uitsprak.
De verfilming van regisseur Matteo Garrone neemt een andere benadering tot het thema en verzet de bakens voor het genre van de maffiafilm. De kijker krijgt geen verhaal met begin of einde. De film Gomorra is een fragmentarische dwarsdoorsnede van de Camorra als systeem.
We zien een oude geldkoerier die rondloopt als opgejaagd wild. Straatschoffies die Scarface naspelen en elke realiteitszin uit het oog verliezen. Een ambitieuze jongen die eindelijk een baan krijgt als technisch assistent in de afvalfraude, maar eruit stapt als hij zich de omvang van de onherstelbare vergiftigingen van de landbouwgrond realiseert.
In tegenstelling tot het boek biedt de film geen analyse of oordeel, alleen een sociaal-realistisch document van alledaagse ervaringen. Waar in het boek de verteller de lezer begeleidt in het doorgronden van de maffia, is de kijker in de film een noodgedwongen voyeur, die vaak achteloos meekijkt, soms voorzichtig op afstand. Met de fragmentarische stijl bezorgt dat de kijker een ongemakkelijk gevoel van onheilspellendheid.
Het is een moedige aanpak die werkt. Er is noch glorie, noch sensatie, enkel rauwe shots van opgefokte gangsters en murw geslagen mensen die hun leven slijten als mieren in flats van troosteloos beton. Hun gezichten vertellen het echte verhaal van de maffia.
donderdag 29 januari 2009
Uit de kast voor gelijke rechten
De nieuwe speelfilm Milk door Gus Van Sant komt uit terwijl homorechten in de VS onder vuur liggen. Alleen al daarom is deze film meer dan welkom. Door een precies en oprecht portret van Harvey Milk zetten Van Sant en zijn crew homorechten weer centraal op de agenda. Milk wordt daarbij prachtig gespeeld door Sean Penn.
Door Mark Kilian
De film speelt in de jaren zeventig in San Francisco. Bijna 40 jaar oud verhuist Harvey Milk van New York naar de wijk The Castro. Op dat moment maakt rechts daar de dienst uit. Homoseksualiteit is ‘underground’.
Het is dan ook zeer symbolisch dat Harvey, net in de stad, zijn nieuwe partner tegen het lijf loopt op een metrostation. Later openen ze een fotozaak in The Castro. Doordat een grote groep homoseksuele mannen en vrouwen samenkomen in deze wijk, worden ze een economische factor van betekenis. Mokkend accepteren conservatieve winkeliers de openlijke homo’s in hun straten.
Vervolgens zet rechts de tegenaanval in. Conservatieve politici benoemen homoseksualiteit als ‘tegennatuurlijk’, en er zijn politie-invallen bij homobars. Dat de homo’s besluiten om terug te vechten, is een tumultueus keerpunt. Er gaat een alarm door de buurt, de politie wordt weggeslagen, en vanaf dat moment is iedereen ‘uit de kast’.
Milk is een charismatische leider van deze beweging, die een tijdlang de straat domineert. Vanaf het podium spreekt hij: ‘My name is Harvey Milk – and I’m here to recruit you!’ Steevast volgt luid applaus. Jarenlang voert hij theatraal campagne voor homorechten. Die verbindt hij steeds meer met andere issues, zoals gezondheidszorg, antiracisme en arbeidersbelangen.
In 1977 wordt Harvey gekozen als gemeenteraadslid van een deel van San Francisco, als eerste openlijke homo in de lokale politiek. Hij voert succesvol campagne tegen ‘Proposition 6’, een wetsvoorstel dat het mogelijk zou maken om homoseksuele leerkrachten op openbare scholen te ontslaan. Als Milks activiteit verschuift naar raadspolitiek worstelen hij en zijn team met de kwestie van bondgenootschappen, en de spanning tussen activisme en de gemeenteraad.
Harvey Milk combineerde met succes een gewoon en eerlijk leven met een andere seksualiteit én politiek resultaat. Dat succes kon rechts niet verdragen, en uiteindelijk werd Milk daarom vermoord.
De moordenaar werd veroordeeld tot zeven jaar cel, wat de aanleiding was tot grote rellen. Belangrijker is dat Harvey Milk tot de dag van vandaag homo’s én hetero’s blijft inspireren tot verzet. Zijn leven en strijd werden al eerder vastgelegd. In The Times of Harvey Milk (1984), ook zeer de moeite waard, laat regisseur Rob Epstein zijn medestrijders van toen aan het woord.
Milk is een waardige aanvulling op deze documentaire. Penn spéélt Harvey niet, hij ís Harvey. Milk is geen superman – hij en zijn medestrijders worden geportretteerd als echte mensen. Naast dit accurate realisme, heeft de film één ding voor op andere films over het thema, zoals Brokeback Mountain. Hij laat homo’s zien als ‘subject’ in de geschiedenis, mensen die zelf in actie komen en de wereld veranderen. Iedereen moet deze film gaan zien.
Posted by
IS webredactie
om
17:05
|
Labels:
Cultuur,
Emancipatie
zaterdag 22 november 2008
Battle for Haditha op het IDFA
Op 19 november 2005 werd Haditha, een klein plaatsje in Irak, het toneel van een massamoord. Een jonge Amerikaanse soldaat kwam om het leven door een bermbom. Als wraakactie doodden Amerikaanse troepen 24 burgers, waaronder 11 vrouwen en kinderen. Battle for Haditha van filmmaker Nick Broomfield is een reconstructie van de gebeurtenissen en wordt deze week vertoond op het IDFA, het International Documentary Film Festival Amsterdam.
Door Catherine Black
Broomfield heeft voor het maken van de film uitgebreide interviews afgenomen met mariniers, overlevenden en verzetsleden. Het resultaat is een speelfilm in documentairestijl vanuit drie perspectieven: de mannen die de bermbom plaatsen, de mariniers die geraakt worden en de Irakese gezinnen die uiteindelijk slachtoffers worden.
Alle daders zijn ook slachtoffers. Broomfield gaat in tegen de gebruikelijke ‘dehumanisering’ van het Irakese verzet, door ze juist neer te zetten als patriotten die hun land verdedigen. De mannen die de bermbom plaatsen hebben – behalve een afkeer van de bezettingsmacht – weinig gemeen met de Al-Qaeda strijders van wie zij hem geleverd krijgen.
Evenmin zijn de Amerikaanse mariniers monsters of een paar ‘rotte appels’ in de gelederen, zoals de gebruikelijke verklaring van hogerhand luidt voor verschrikkingen als in Haditha of Abu Ghraib. Het zijn jonge jongens die getekend en verknipt zijn geraakt door een bruut legerregime waarin willekeurig geweld uitoefenen de regel is. Broomfield: ‘Ik denk dat er vele Haditha’s zijn geweest... Zodra je oorlog hebt verklaard gebeuren dingen zoals dit. De architecten van de oorlog zijn degenen die de schuld moeten krijgen. Zij zijn de oorlogsmisdadigers.’
Er is bewust voor gekozen zonder uitgewerkt script te werken, maar de acteurs – bestaande uit Irakeze vluchtelingen en Amerikaanse ex-soldaten – te laten improviseren langs een ruwe verhaallijn. Hierdoor doet de film soms wat amateuristisch aan en verlopen delen van de dialoog wat stroef. Meerdere karakters doen uitspraken die teveel willen ‘uitleggen’.
Daarentegen levert het ook aangrijpende scenes op. Elliot Ruiz, een 22-jarige ex-marinier die op 17-jarige leeftijd de jongste in Irak gelegerde Amerikaanse soldaat was, vertelt: ‘We deden een scene in de badkamer waarin ik instort... en alles wat zich jarenlang had opgestapeld kwam eruit. Het was een echte instorting. Alle emoties kwamen boven en ik kon ze niet tegenhouden.’
Shukrieh Hameed, wiens eigen zonen zijn gedood in Irak, speelt in de film een moeder die ook haar zonen verliest. Maar zij vindt het waard de pijn te herbeleven: ‘Ik moet mensen de waarheid vertellen over wat er in Irak gebeurt.’
Battle for Haditha levert een belangrijke bijdrage aan het weer tot leven wekken van het eerste slachtoffer van elke oorlog: de waarheid. Alleen al om die reden zou deze film gezien moeten worden.
Kijk hier voor het programma van het IDFA 2008 (20-30 november)
zondag 12 oktober 2008
Do-it-yourself entertainment op VHS
Na de komst van de film Be Kind Rewind van Michel Gondry is er een nieuwe rage ontstaan: de sweded film.
Dave Dear
In Be Kind Rewind zorgt een van de karakters ervoor dat alle VHS-banden in de videotheek waar hij werkt per ongeluk worden gewist. Samen met een collega maakt hij zelf remakes van de films, die vervolgens zeer populair worden. Aangezien het tijd kost om de films te maken en het dus langer duurt voordat de film er is, vertellen ze de klanten dat de films uit Zweden komen. Vandaar de term sweded.
Op YouTube en allerlei andere sites kun je deze sweded filmpjes bekijken. Op creatieve wijze proberen mensen de Hollywood-blockbusters in gemiddeld vijf minuten te vertellen. Het is juist die creativiteit die de sweded filmpjes hun aantrekkingskracht geeft. Op allerlei vernuftige manieren worden special effects weergegeven.
Het was de bedoeling van Michel Gondry om met Be Kind Rewind te laten zien dat we ons eigen entertainment kunnen maken en dat we daarvoor de grote filmindustrie niet nodig hebben. Voor een deel is hij hierin geslaagd, maar het zijn juist vooral die films uit de grote filmindustrie die ‘gesweded’ worden.
Meer ontdekken? Tik ‘sweded’ in op YouTube en zoek je favoriete film!
zaterdag 11 oktober 2008
Misdaadfictie met een sociale kant
De serie The Wire van de Amerikaanse zender HBO wordt door velen gezien als de beste tv-serie aller tijden. Deze maand verschijnt het vijfde seizoen op dvd. Gaverne Bennett sprak met George Pelecanos, een van de schrijvers en producers van de serie.
The Wire laat een wereld zien van drugsdealers, politie, politici en junkies, waarin simpele tegenstellingen tussen goed en kwaad, misdaad en straf, voortdurend aan de kaak gesteld worden. In The Wire bestaan geen helden, maar alleen schurken en slachtoffers, en velen zijn beide. De grootste schurken zijn de politici in het stadhuis, die achterover leunen terwijl delen van de stad verloederen. De serie speelt zich af in Baltimore, maar de schijnwerpers zijn gericht op het hart van de macht in de VS.
Pelecanos is geboren en getogen in Washington. Hij schreef vijftien misdaadromans en vele afleveringen van The Wire. Van meet af aan waren Pelecanos’ boeken geen conventionele misdaadromans. Hij laat je plekken zien op een steenworp afstand van het Witte Huis, waar mensen op en onder de armoedegrens zweven, buurten aan hun lot overgelaten worden en moord en de illegale drugseconomie welig tieren.
Pelecanos’ werk is een vlammende aanklacht tegen de impact van het neoliberalisme op het leven van de Amerikaanse arbeidersklasse. Maar hij laat daarnaast ook zien hoe mensen proberen hun situatie te begrijpen om terug te vechten, of zelfs maar te overleven.
Kun je iets over jezelf vertellen?
Ik ben een Griekse Amerikaan, ik ben getrouwd en heb drie kinderen. Ik heb vijftien romans geschreven en beschouw mezelf in de eerste plaats als romanschrijver. Wat je in The Wire ziet, lijkt erg op hoe ik mijn fictie benader. Het is misdaadfictie met een sociale kant. Ook produceer ik films en schrijf ik scenario’s en artikelen voor dag- en weekbladen. Ik heb graag veel wapens in mijn arsenaal.
Waarover gaat The Wire?
Oppervlakkig gezien lijkt The Wire een politieserie over politie tegen drugsdealers in Baltimore. Maar volgens mij is de beste omschrijving dat het gaat over hoe dingen werken. Elk seizoen hebben we meer elementen en personages toegevoegd: politiek en politici, onderwijzers, jongeren, advocaten en rechtbanken, journalisten en redactielokalen. Zo krijg je een panoramisch beeld van een Amerikaanse stad. Dat geeft een aardig idee van hoe het komt dat we zo veel mensen in de steek gelaten hebben die in de maatschappij buiten de boot vallen.
We besteden veel tijd aan de personages. Die moeten complex zijn en een unieke stem hebben. We hebben veel discussies, en ook meningsverschillen. We proberen echt te zorgen dat het klopt.
Je hebt over Washington gezegd dat de tweedeling tussen de centrale regering en de arbeiders van de stad uniek is.
Er is een scheiding. De overheid geeft in wezen niet om de onderklasse omdat mensen uit de onderklasse weinig macht hebben en in meerderheid niet stemmen. Politici laten hun oren hangen naar kiezers en belangengroepen. De drugsoorlog is het belangrijkste voorbeeld. Onze volksvertegenwoordigers gebruiken wetgeving om de minder bedeelden in onze maatschappij rechteloos te maken en op te sluiten. Ze maken gezinnen en buurten kapot voor hun eigen politieke gewin. Het gevolg is dat mensen uit de binnensteden geen band voelen met hun regering en de politie beschouwen als hun vijand. In Washington is dat het duidelijkst omdat die armoede en dat geweld voorkomt in de schaduw van de monumenten en de gerechtsgebouwen.
Denk je dat mensen The Wire na Katrina beter snapten, omdat het leven van veel Afro-Amerikanen de afgelopen twintig jaar niet is verbeterd?
Voor sommigen is het verbeterd en voor anderen niet. De geringe aandacht voor de slachtoffers van Katrina heeft meer te maken met het feit dat ze arm zijn dan met het feit dat ze zwart zijn. De regering is bij de ramp even incompetent te werk gegaan als bij de oorlog.
The Wire werd in de VS uitgezonden tussen 2002 en 2007. In Nederland is de serie tot op heden helaas niet uitgezonden. De serie is wel op dvd verkrijgbaar. Het vijfde en laatste seizoen verschijnt deze maand in de winkel. Dit interview is een verkorte versie. Het complete interview is te lezen in de Socialist van deze maand
woensdag 10 september 2008
Publieke omroep in staat van ontkenning
Nog vóór dat de documentaire De staat van ontkenning in première kon gaan heeft ze haar gelijk gehaald. Opdrachtgever de Joodse Omroep weigert haar namelijk uit te zenden, omdat het een 'duidelijke politieke stellingname tegen dit kabinet' is.
De documentaire gaat over vier pijnlijke episodes uit de Nederlandse geschiedenis die de staat niet onder ogen wil zien: de Jodenvervolging, de politionele acties in Indië, het drama-Srebrenica en de kwestie-Irak. Cineaste Hedda van Gennep werkte twee jaar aan het project.
Nu wordt deze niet uitgezonden omdat de Joodse Omroep geen 'politieke stellingname in wil nemen'. De omroep zou co-producent Kleine Beer Films hebben laten weten geen medewerking te willen verlenen aan 'programma’s die het voortbestaan van het huidige kabinet in gevaar zouden kunnen brengen’. Wat op zich natuurlijk geen politieke stellingname is...
Saillant detail is dat premier Balkenende naar aanleiding van de affaire Duyvendak alle politici, bestuurders, ambtenaren en journalisten opriep ‘na te gaan of ze verantwoording willen afleggen over zaken uit het verleden die een last zouden kunnen gaan vormen’. Nu wordt een documentaire die precies hierover gaat niet op de publieke omroep uitgezonden om Balkenende te beschermen.
Waar is de rel in de media? Is een advertentie in een jaren tachtig actieblaadje daadwerkelijk belangrijker dan illegale deelname aan een oorlog of dubieuze besluiten van een zogenaamd politiek onafhankelijke publieke omroep? Als het om moslimbashen gaat kent de vrijheid van meningsuiting geen grenzen, maar als het maatschappijkritiek betreft houden de media en de rechtse moraalridders heimelijk hun mond.
Posted by
IS webredactie
om
12:12
Labels:
Cultuur,
geschiedenis,
Protest
donderdag 14 augustus 2008
Mahmoud Darwish – stem van de Palestijnen
Deze week herdenken we nog een legende. Afgelopen zaterdag is de Palestijnse dichter Mahmoud Darwish op 67 jarige leeftijd overleden. Zijn poë
- Record!
- I am an Arab
- And my identity card is number fifty thousand
- I have eight children
- And the nineth is coming after a summer
- Will you be angry?
-
- Record!
- I am an Arab
- Employed with fellow workers at a quarry
- I have eight children
- I get them bread
- Garments and books
- from the rocks..
- I do not supplicate charity at your doors
- Nor do I belittle myself at the footsteps of your chamber
- So will you be angry?
-
- Record!
- I am an Arab
- I have a name without a title
- Patient in a country
- Where people are enraged
- My roots
- Were entrenched before the birth of time
- And before the opening of the eras
- Before the pines, and the olive trees
- And before the grass grew
-
- My father.. descends from the family of the plow
- Not from a privileged class
- And my grandfather..was a farmer
- Neither well-bred, nor well-born!
- Teaches me the pride of the sun
- Before teaching me how to read
- And my house is like a watchman's hut
- Made of branches and cane
- Are you satisfied with my status?
- I have a name without a title!
-
- Record!
- I am an Arab
- You have stolen the orchards of my ancestors
- And the land which I cultivated
- Along with my children
- And you left nothing for us
- Except for these rocks..
- So will the State take them
- As it has been said?!
-
- Therefore!
- Record on the top of the first page:
- I do not hate poeple
- Nor do I encroach
- But if I become hungry
- The usurper's flesh will be my food
- Beware..
- Beware..
- Of my hunger
- And my anger!
woensdag 13 augustus 2008
Isaac Hayes - bij de dood van een soullegende
Op 11 augustus stierf Isaac Hayes. Hiermee verliest de soul een van z'n laatste grote ikonen. Zijn betekenis voor de zwarte muziek en cultuur in de jaren 70 en ver daarna was enorm.
Door Michiel Bakker
Isaac Hayes verloor op jonge leeftijd zijn ouders en groeide op in Memphis Tennessee, onder de hoede van zijn grootmoeder. Aan geld was altijd een gebrek. Toch lukte het de jonge Hayes om zich te bekwamen in het spelen van diverse instrumenten zoals de piano, gitaar en saxofoon. Na enkele pogingen om als zanger aan de bak te komen kon hij tijdelijk als organist aan de slag bij de Mar-Keys, de huisband van Stax Records, het label van o.a. Otis Redding, Sam & Dave, Eddie Floyd en Carla en Rufus Thomas.
Van organist promoveerde de getalenteerde Hayes tot componist. Alleen en samen met David Porter schreef hij vanaf 1964 talloze hits voor diverse artiesten op het label zoals 'Soul Man', 'Hold On I'm Coming' en 'Soul Sister Brown Sugar'. Hayes vond dat het tijd werd om zelf op de voorgrond te treden. Hij deed dit en zwarte muziek werd nooit meer hetzelfde. In '69 en '70 nam hij twee platen op, waarvan de tweede een enorm succes werd.
Beide albums tellen vier nummers met voor soul- of popnummers een ongekende lengte van 7 tot 9 minuten. Soul was tot die tijd een single-markt. Soulalbums waren veelal niet meer dan een verzameling eerder uitgebrachte A- en B-kanten van singles. Hayes' singles waren korte versies en teasers van 'the real thing', zijn albums. Hayes wilde succes op zijn eigen voorwaarden, als artiest en niet als lopende-band muzikant. Zo opende hij de weg voor Curtis Mayfield, Marvin Gaye, Stevie Wonder en Donny Hathaway die met luisteralbums als 'What's Goin' On', 'Where I'm Coming From', 'Talking Book' de betekenis en het geluid van soulmuziek veranderden.
Miste bij Hayes de sociale en politieke diepgang die andere tijdgenoten zo duidelijk naar voren brachten in teksten over Vietnam, armoede en kapitalisme? Geenszins. Hayes is terecht bekend als geile crooner, maar zijn soft soul had een keihard randje. Art Blakey, de legendarische jazz-drummer bracht in 1958 een album uit 'Moanin', geheel instrumentaal maar met een politieke impact door de cover. Daarop stond Blakey's hoofd, krachtig, trots, kwaad zelfs, geaccentueerd door harde schaduwen. Hetzelfde deed Hayes. De titel van Hayes eerste album 'Hot buttered soul' staat in schril contrast met de cover met daarop zijn trotse kaal geschoren zwarte hoofd, zonnebril en enorme ketting. Hier is niets softs in te herkennen. Dit beeld was een reflectie van wat Hayes van binnen voelde na de dood van Martin Luther King in 1968: 'I was so bitter and so angry. I thought, what can I do? Well, I can't do a thing about it so let me become successful and powerful enough where I can have a voice to make a difference. So I went back to work and started writing again.'
Hayes werd niet alleen gevormd door de omstandigheden en gebeurtenissen waarin hij als artiest groeide. Hij hielp mee die omstandigheden te veranderen: Als we het nu zien dan fronsen we wellicht onze wenkbrouwen maar de impact van de intocht van Hayes als slotact van Wattstax, het soulfestival in 1972 in herinnering aan de Wattsriots in LA van 1965, was enorm. Hayes, grotesk uitgedost in gouden kettingen, een bontmantel, arriverend in een enorme slee liet aan het publiek zien wat hij was: een trotse zwarte man, someone you don't fuck with, someone you can't touch. Ergens tussen dat en zelfverheerlijking als popidool, maar de ultieme fuck you tegen de racistische politie van LA. Stax en Hayes lieten zien aan Amerika dat zwarten hun eigen show konden runnen en dat de terugweg was gesloten. De radicale dominee Jesse Jackson leverde de slogan voor het festival: ‘I might be black, but I am somebody!’. Hayes was hiervan de ultieme personificatie. Zijn verschijning was zijn boodschap en daarmee inspireerde hij velen. Zijn legendarische musicscore voor 'Shaft' de meest succesvolle blaxploitation film leverde hem in 1972 als eerste zwarte artiest een Oscar op voor beste filmmuziek, naast vele andere prijzen won hij datzelfde jaar een Grammy voor z'n follow-up album Black Moses.
Hayes artistieke hoogtepunt eindigde niet lang daarna. Barry White, gearresteerd tijdens de Watts Riots voor plunderen en diefstal van drie televisies, profiteerde in commercieel opzicht enorm van de soft soul revolutie van Hayes. Stevie Wonder en Curtis Mayfield waren z'n artistieke erfgenamen. De hip-hop generatie plunderde zijn muziek naar hartelust op zoek naar groovy samples en Hayes werd als inspirator erkend door rapper Guru van Gangstarr die hem meenam op tour met Jazzmatazz. Voor het grote publiek zal hij echter vooral bekend blijven als de stem van Chef in Southpark.
zaterdag 5 juli 2008
Mooie zomerdocu's
De zomer is natuurlijk de ideale tijd om met een boek op het strand te liggen. Maar voor het geval dat het regent en de boeken op zijn, is er gelukkig het internet, waar tientallen fantastische kritische documentaires te vinden zijn.
Door Dave Dear
This is what democracy looks like
Dit is DE protest film. Deze documentaire weet theorie met de praktijk te verbinden. Met beelden gefilmd door meer dan 100 media activisten vertelt This is what democracy looks like het verhaal van de protesten tegen de WTO in 1999 te Seattle. Na het zien van deze film wil je zeker de straat op!
The corporation
Deze documentaire maakt een analyse van de rechtspersoon de corporatie. Hiervoor leggen de makers de corporatie als het ware in de stoel van de psychiater. De uitkomst is duidelijk: deze “patiënt” heeft verdere behandeling nodig.
The merchants of cool
De documentaire laat zien hoe MTV de huidige jeugd onder een microscoop legt om haar te bestuderen om vervolgens alle idealen in aangepaste vorm weer terug te verkopen aan diezelfde jeugd. Ligt het overigens aan mij of klinkt MTV als je het snel uitspreekt als EMPTY?
The world according to Monsanto
Weinig Nederlanders kennen dit bedrijf dat momenteel al bijna de hele controle heeft over genetisch gemodificeerde gewassen. Gedreven door winst gaat dit bedrijf letterlijk over lijken zonder hiervoor aansprakelijk gesteld te kunnen worden.
Taking liberties since 1997
Deze film laat aan de hand van vele voorbeelden zien dat het steeds moeilijker is voor Engelse burgers om hun eigen kritische mening te uiten. De eens zo belangrijke grondwet stelt steeds minder voor en verzet wordt steeds harder tegengewerkt.
We feed the world
Hoezo voedselcrisis? Er wordt genoeg voedsel geproduceerd om elke wereld burger genoeg te voeden. Jean Ziegler, VN rapporteur voor de naleving van het recht op voedsel, noemt het ongeveer elke vijf minuten sterven van een kind door voedseltekort, niets minder dan moord!
Reel bad Arabs (alleen de trailer online)
Aan de hand van vele voorbeelden laat Dr. Jack Shaheen zien hoe Hollywood ons al jaren lang indoctrineert met het idee dat Moslims slecht zouden zijn. De vele fragmenten die de revue passeren laten geen twijfel mogelijk en dienen om een bewustwording te genereren.
Checkpoint
Zonder zelf een mening te geven laten de filmmakers zien hoe het er aan de grensposten tussen Israël en Palestina toegaat. De vernedering die de Palestijnen dagelijks moeten doorstaan gaan door merg en been.
Iraq for sale: the war profiteers
De oorlog in Irak is de meest geprivatiseerde oorlog ooit. Bedrijven als Haliburton, Caci en Black water verdienen letterlijk miljoenen Amerikaanse belasting dollars aan deze illegitieme oorlog. Deze film laat zien dat ook deze bedrijven over lijken gaan.
Capitalism & other kids stuff
Deze film van de Socialistische Partij van Groot Brittannië laat zien hoe ons huidige sociaal economische systeem nu eigenlijk in elkaar steekt. Door het gebruik van eenvoudige metaforen weten ze een enorm complex systeem te reduceren tot een kleuterklas.
woensdag 25 juni 2008
Komiek George Carlin overleden
De linkse komiek George Carlin is dit weekend overleden aan een hartaanval. In de jaren zeventig groeide Carlin uit tot een belangrijke figuur in de Amerikaanse tegencultuur.
Een van de aanleidingen was zijn arrestatie vanwege de sketch 'seven words you can't say on TV'. Carlin nam het tot zijn dood regelmatig op tegen oorlog, het blanke establishment, hypocrisie in het algemeen en religieuze hypocrisie in het bijzonder.
'Seven words you can't say on TV'
Over abortus en 'de heiligheid van het leven'
Over de 'echte machthebbers' in Amerika
woensdag 21 mei 2008
Wachten op Rita
Kritisch theater is terug. Vorige week opende het toneelstuk Rita Komt!, een scherpe kritiek op de populistische golf. Miriyam Aouragh sprak met regisseur Mart Jan Zegers.
… en eindelijk komt ook het geëngageerde toneel als kunstvorm weer terug. “Politiek theater zonder engagement, Nederland zonder trots, beredeneringen zonder logica, vreemdelingen zonder haat, inburgering zonder burgers, vernieuwend theater zonder subsidie…” vormen een aantal punchlines waarmee deze productie zich voorstelt. Rita Komt! is een samenwerkingsverband van regisseur Mart Jan Zegers met de Acteerstudio en Utrechtse studenten. De stijl doet denken aan toneel van Samuel Becket ‘wachten op Godot’, maar de relevante vergelijking zit hem ook in de kritische noot over het wachten: wachten op de Messias, hier de populist Verdonk.
Wat is er gebeurd met geëngageerd theater?
‘Politiek engagement in Nederland is per definitie links. Veel theatermakers zijn hier bang voor, want kunst moet vrij zijn. Deze tegenstelling zorgt voor een dilemma. Sinds Fortuyn is er roep naar meer engagement. Ik was al voor Fortuyn met maatschappelijke onderwerpen in theater bezig. Toen Fortuyn vermoord werd, werden ook theatermakers aangesproken op hun eigen positie. Met een groot gezelschap theatermakers hebben we toen gediscussieerd. Shockerend was dat het niet zozeer om politiek ging of wat men zelf van de moord vond, maar om de invloed op subsidievoorwaarden.
Engagement gaat juist om stellingname: achter je ideeën staan en de consequenties ervan accepteren. Ik ben het gezeik en gezeur van en over de aanhang van Verdonk moe. Het fenomeen TON is zo transparant, je prikt er zo doorheen, maar het blijft toch bestaan. Ja, je moet TON beoordelen op de inhoud. Ik heb er naar gezocht, maar die is er niet. Eigenlijk kan je dit fenomeen het beste begrijpen met oude begrippen als nationalisme. Daar moeten we niet vies voor zijn en we moeten het ook zo durven benoemen. Sterker nog, Verdonk heeft het er zelf over. Het nationalisme blijkt duidelijk uit de weerstand tegen de multiculturele samenleving. De aanhang komt zowel uit de nieuwbouwwijk-middenklasse als de onderklasse; van vastgoedhandelaar tot automonteur. Er hangt een soort breed minderwaardigheidscomplex over Nederland.’
Ben je dan niet bang om uitgemaakt te worden voor de linkse “lelieblanke grachtengordelelite” waar columnisten, die gek genoeg zelf die blanke elite het best vertegenwoordigen, tegen ageren?
‘Nee hoor. bij mij in de buurt in Amsterdam West staan Marokkaanse jongeren op de hoek. En dan? Ik heb er geen last van. Waarom moet ik denken dat ze potentiële terroristen zijn zoals we steeds lijken te moeten geloven?’
Wie is je doelgroep?
‘Mensen die leuk vinden om naar theater te gaan natuurlijk. Maar ik hoop ook dat er mensen die niet zo vaak naar theater gaan door dit thema wel geïnteresseerd raken. Misschien zitten daar ook wel mensen tussen die in Verdonk geloven en een spiegel krijgen voorgehouden. Ik vind het zorgelijk dat er mensen in mijn eigen omgeving zijn die zeggen: “Ik heb niets met haar ideeën maar vind wel heel knap dat ze zo sterk is, dat ze dat allemaal maar kan.” Daar zit ook een soort verwondering in.’
Misschien hebben we wel een linkse variant van de uitgesprokenheid van Fortuyn, Wilders of Verdonk nodig...
‘Ik hoop ook dat er een nieuwe politiek komt in progressieve zin, maar ik zie op dit moment geen aanwijzingen. Een partij moet op zijn minst staan voor hoe ze heten. Je ziet dat ook linkse partijen populistische trekjes vertonen vanuit een electorale strategie. Maar daarmee zullen ze de mensen niet behouden, liever een paar zetels minder maar duidelijker standpunt. Durven polariseren, als je ergens voor staat, roep dat dan in godsnaam.
Er zit een scène in de voorstelling met 5 mensen op een bankje die vertellen hoe rijk ze zijn. Ze zijn zo rijk, het is over the top, tot het hilarische, alsof rijk zijn een vanzelfsprekende keuze is. Als je maar rijk bent dan wordt je gelukkig. De scène wordt gelijdelijk grimmiger en verandert in een aanklacht tegen het publiek. Maar al die tijd zit er nog een figuur bij ze op de bank die niet rijk is. Het valt uiteindelijk op dat deze figuur helemaal niets zegt. Dan keren de anderen zich tegen hem en roepen: “Wat doe je hier, je hoort niet in deze scène”, en schoppen hem letterlijk van het toneel af. De scène is een weerspiegeling hoe de dominante groepen in de maatschappij functioneren. Theater kan een manier zijn om dat bloot te leggen.
Rita Komt! speelt nog tot 1 juni. Kijk hier voor meer informatie
maandag 12 mei 2008
Twee tentoonstellingen over het Midden-Oosten
Twee tentoonstellingen die op dit moment te bezichtigen zijn tonen een andere kant van de conflicten in het Midden-Oosten.
In het Tropenmuseum is het hele jaar de tentoonstelling Palestina 1948: herinneringen aan een verdwenen vaderland te zien. Steeds meer mensen erkennen dat de staat Israël werd gevestigd op de gewelddadige verdrijving van grote delen van de oorspronkelijke Palestijnse bevolking. Deze tentoonstelling geeft de verjaagden een gezicht. Met foto's en videoportretten toont het Tropenmuseum de verhalen van de vluchtelingen in de Palestijnse diaspora.
Ook in Baghdad Calling, tot 15 juni te zien in het fotomuseum in Rotterdam, staan vluchtelingen centraal. Fotojournalist Geert van Kesteren laat zien hoe Iraakse vluchtelingen leven in Jordanië, Syrië en Turkije. Naast die professioneel gemaakte beelden toont de tentoonstelling het dagelijks leven in het Irak van 2006 en 2007 door de ogen van de Irakezen zelf: een team rond Van Kesteren verzamelde honderden foto’s uit mobiele telefoons en digitale camera’s van Iraakse burgers die plekken laten zien waar journalisten zich omwille van veiligheid niet begeven. Ontploffende granaten, familiefeesten, etnische zuivering, dansen in het park, een stukgeslagen infrastructuur en hoop op betere tijden wisselen elkaar af.
Meer informatie over Palestina 1948 vind je hier. Kijk hier voor informatie over Baghdad Calling.
donderdag 1 mei 2008
Modena City Ramblers
Zaterdagavond treedt de geëngageerde punk/skaband Modena City Ramblers op in Paradiso. Sommige lezers van dit blog kennen de band misschien nog van hun optreden aan het slot van de fantastische demonstratie in Florence in 2002, aan het eind van het eerste Europees Sociaal Forum. Voor alle anderen een voorproefje. In dit filmpje steekt de band een socialistische klassieker in een nieuw jasje.
Posted by
IS webredactie
om
13:18
|
Labels:
Cultuur,
Socialisme
dinsdag 29 april 2008
Diego en Frida op de planken
Helmert Woudenberg en Maruja Bobo Remijn spelen het toneelstuk De olifant en de duif over het markante echtpaar Diego Rivera en Frida Kahlo. Miriyam Aouragh en Bart Griffioen spraken met hen.
Waar begon de fascinatie voor Frida en Diego bij jullie?
Maruja: ‘Naast interesse door haar schilderijen en de politieke context, ook vooral bij hoe het kan dat zo’n mooie vrouw een relatie had met die kikker, hij leek echt op een pad. Ik vond het als pubermeisje niet te geloven: een prinses met een kikker. Ik heb me altijd afgevraagd: hoe heeft die relatie eruit gezien? Om te begrijpen waar hun kunst vandaan komt, is een bredere politieke context belangrijk. In 1910 brak de Mexicaanse revolutie uit en werd de dictatuur omvergeworpen door een opstand van boeren en arbeiders. Frida was in 1907 geboren, maar ze zei altijd 1910, want ze wilde graag bij het jaar van de revolutie horen. In die postrevolutionaire periode zei de minister van Cultuur: kunst moet niet meer in een museum komen te hangen, maar op de muren, zodat het toegankelijk is voor iedereen. Daar zijn drie grote muralisten mee begonnen. Een van hen was Diego Rivera.’
Helmert: ‘Hij wilde echt een sociale revolutie, maar ging in zijn samenwerking met Rockefeller en Ford ook voor het kapitaal. Tegelijkertijd speelde de ruzie over zijn muurschildering met Lenin. Rockefeller wilde dat Lenin weggehaald werd, maar Diego weigerde dit. Die tegenstrijdigheden zag je ook bij zijn bewondering voor de moderne technologie. Hij zei: “Marx was er voor de theorie, Lenin met de daadkracht, en Ford met de auto”.’
Denken Frida Kahlo-fans niet: ik heb de film al gezien?
Maruja: ‘Er is veel meer informatie en inzicht te verkrijgen dan in die goedgemaakte, maar toch oppervlakkige film. Wij laten ook zien wat die internationale revolutie is en de rol van de kunst in hun revolutionaire denken, vooral ook hun denken over seksualiteit. Frida was namelijk openlijk biseksueel. Ze zijn zo tegendraads, hun liefdesleven is eigenlijk nog steeds revolutionair. Ik wil die onderlaag overbrengen, van iemand met een gebroken lichaam die toch altijd is blijven vechten. Ze wilde graag kinderen, maar door haar ongeluk en handicap had ze een heftige miskraam en enkele abortussen. Dat zie je terug in haar schilderijen, waarin ze omringd wordt door planten, dieren en bloemen, heel veel vruchtbaarheid. In de Hollywoodfilm wordt dit onderbelicht.’
Helmert: ‘De film laat vooral zien hoezeer Salma Hayek Frida Kahlo een geweldige vrouw vindt. Wij kiezen niet voor Diego of Frida, maar voor de relatie. Het is verschrikkelijk wat ze elkaar aandeden, maar toch overwint hun verbondenheid – in alle pijn. We pakken die discrepantie in de laatste scène, als zij al ver heen is door drugs en de drank. Ze zegt dat ze zo ontzettend veel van hem houdt, en dan zegt hij: “Ik kan ook niet zonder jou, ik zou het graag anders willen. In de wetenschap dat het me nooit zal lukken, zal ik me blijven ontworstelen aan mijn gebondenheid aan jou, dwars tegen de gelukzaligheid in die diezelfde gebondenheid mij ook altijd zal blijven verschaffen”.’
Hoe kijken jullie tegen hun politieke engagement aan?
Helmert: ‘Het doet me erg denken aan de jaren zeventig en de experimenten met Het Werkteater. Rivera was heel overtuigd in zijn revolutionaire denken, ik denk echt dat hij er in geloofde en ervoor ging. Maar het toneel is nu eigenlijk alleen nog vermaak voor de gegoede burgerij. Wat hebben de gewone mensen er nou aan? Bij het Werkteater gingen we vaak de maatschappij in. Als je een stuk maakte over de gezondheidszorg waren de doktoren en verplegers eigenlijk de regisseurs. Het rare is dat de verworvenheden van de jaren zeventig zijn teruggedraaid. Nu is het klimaat eigenlijk zoals in die tijd, we zouden weer allemaal tomaten moeten gooien. Maar er is niemand die tomaten gooit, men legt zich er bij neer.’
Maruja: ‘In de jaren zeventig was het not done om rechts te zijn, maar nu is het not done om links te zijn. Er wordt enorm neergekeken op geëngageerd theater. Dan merk je dat het theater best elitair is.’
De voorstelling vindt plaats in Amsterdam op 1, 2, 3 en 4 mei in Theater De Engelenbak, en op 22, 23 en 24 mei in het Fijnhouttheater. Kijk hier voor meer informatie. Een uitgebreidere versie van dit interview is te vinden in het nieuwe nummer van de Socialist
Posted by
IS webredactie
om
22:22
|
Labels:
Cultuur,
Socialisme