Posts tonen met het label VS. Alle posts tonen
Posts tonen met het label VS. Alle posts tonen

zondag 9 augustus 2009

Van stadsbewoner tot boer door crisis

Sloop in FlintHet kapitalisme zorgt voor economische groei, zeggen voorstanders. Wat ze vergeten te vertellen is dat krimp net zo goed bij het kapitalisme hoort. Wanneer een bedrijfstak niet genoeg winst oplevert wordt deze radicaal teruggesnoeid. Dit heeft niet alleen enorme gevolgen voor individuele arbeiders, maar ook voor de steden en regio’s waar de bedrijven gevestigd zijn. Sommige steden in de VS zijn nu gedwongen om complete stadsdelen te slopen om levensvatbaar te blijven.

Door Daniel Hake

Flint, geboortestad van de Amerikaanse filmmaker Michael Moore, is ook de geboortestad van General Motors. De multinational bood in Flint ooit werk aan 80 duizend inwoners, naast nog honderdduizenden in het nabijgelegen Detroit. Door de neergang van de auto-industrie in de VS lopen beide steden nu langzaam leeg. Werkloze arbeiders die elders werk konden vinden trokken weg, veelal naar het zuiden en westen van de VS. De kansarmen bleven over: de werkloosheid is 20 procent en de bevolking is gehalveerd tot 110 duizend mensen. Eenderde leeft in armoede. Detroit, met ooit 2 miljoen inwoners, heeft er nu minder dan 1 miljoen. Dit betekent dat in bepaalde wijken hele straten verlaten zijn. Wat er van de huizen over is raakt steeds meer overwoekerd.

De overgebleven inwoners moeten wel de totale kosten betalen voor scholen, riolering, vuilnisdienst, politie etc. Omdat Amerikaanse steden geheel afhankelijk zijn van lokale belastingen moeten zij flink bezuinigen op dienstverlening en onderhoud. Sommige dreigen zelfs failliet te gaan. In Flint hebben ze een oplossing bedacht: krimp. De gemeente heeft al 1100 leegstaande woningen in buitenwijken laten slopen. Mogelijk komen daar nog duizenden panden bij. Zo wil de gemeente de overgebleven bevolking concentreren in een kleiner gebied zodat er een levensvatbare stad ontstaat. Volgens een bestuurder in Flint is de vraag niet of de steden krimpen, maar of dit op een verantwoorde manier gebeurt.

Detroit heeft plannen om de stad terug te brengen tot een aantal kleinere kernen, gescheiden door open land. De Amerikaanse federale overheid bekijkt nu of ze subsidie zullen geven om andere steden te ‘downsizen’. In de VS lijden tientallen steden aan dezelfde problemen als Flint en Detroit. Ooit zorgden hun bewoners voor megawinsten, nu zijn ze niet meer nodig en worden ze aan hun lot overgelaten.

De bewoners vinden hun eigen oplossing voor de crisis. Op de leeggekomen kavels waar ooit hun buren woonden verbouwen mensen nu hun eigen groenten. ‘Food Justice’ en ‘urban agriculture’ nemen overal in de VS een hoge vlucht, vooral in arme steden met veel braakliggende grond. Actiegroepen helpen bewoners die hun eigen voedsel willen kweken om aan de armoede te ontsnappen en gezond, milieuvriendelijk voedsel te eten. Vaak kweken mensen meer dan ze zelf nodig hebben, de rest wordt verkocht of weggegeven aan de voedselbank.

Ontstedelijking door crisis is geen typisch Amerikaans verschijnsel. In Oost-Duitsland bijvoorbeeld is de situatie dramatisch. In 2006 was er een leegstand van zo’n 1,3 miljoen woningen. 20 procent van de bewoners is werkloos, meer dan een miljoen mensen (vooral jonge hoogopgeleiden) zijn vertrokken. Er zijn prognoses die ervan uitgaan dat er in 2050 nog maar de helft van de bevolking over is. In Leipzig bijvoorbeeld worden delen van de woningvoorraad gerenoveerd en andere delen worden gesloopt en vervangen door parkjes en pleinen. Momenteel staan nog zo’n 55 duizend appartementen van de in totaal 320 duizend appartementen leeg.

In Nederland is het nog niet zo dramatisch, maat ook hier treedt krimp op. Het platteland verliest al jaren inwoners, vooral jongeren. Maar ook steden ontkomen niet aan de gevolgen van economische herstructurering. Heerlen en omstreken zijn het bekendste voorbeeld; sinds de sluiting van de mijnen in de jaren zeventig is de werkloosheid torenhoog. Jongeren zoeken hun heil elders: de bevolking in de regio daalt tot 2035 met 18 procent.

Minister van der Laan was na een werkbezoek aan Heerlen in februari ‘geschrokken’ van de 'krimp'-problematiek. De Amsterdammer besefte niet dat er in Nederland hele straten leegstonden. De gemeenten in de regio bedenken nu hoe ze de krimp in goede banen kunnen leiden. Ook hier worden meer huizen gesloopt dan er teruggebouwd worden. Door de sociale voorzieningen zijn de Heerlenaren nog niet genoodzaakt moestuintjes te beginnen om te overleven. Maar met de bezuinigingen die Donner van plan is kan dat best nog komen.

dinsdag 16 december 2008

Fabrieksbezetting VS antwoord op ontslagen

Fabrieksbezetting VSArbeiders in Chicago hebben gevochten voor een goede ontslagvergoeding en hebben gewonnen. Een broodnodige eerste stap, gezien de snelheid waarmee de werkloosheid stijgt.

De bezetting van de fabriek van Republic Windows and Doors begon nadat het management had geprobeerd het bedrijf te sluiten zonder het personeel vooraf te waarschuwen, lonen uit te betalen of afspraken te maken over een ontslagvergoeding. Na een zes dagen durende bedrijfsbezetting die het landelijk nieuws haalde, accepteerden de arbeiders in een stemming een bod van 1,75 miljoen dollar. Elk personeelslid krijgt acht weken salaris, betaling voor de uitstaande vakantiedagen en twee maanden ziektekosten. Per arbeider betekent dit ongeveer 7000 dollar.

De bazen, vakbondsleiders en de Bank of America sloten vorige week woensdag de overeenkomst. De reden voor de sluiting was dat de Bank of America de kredietvoorziening voor het bedrijf had stilgezet. Dezelfde bank incasseerde eerder 25 miljard dollar aan publiek geld uit het noodbudget van Bush. De actie dwong de bank met geld over de brug te komen, ondanks het feit dat de wet dit niet voorschrijft.

De actie werd gedragen door Latinos, een minderheid waarvanuit in 2006 massaal gedemonstreerd werd voor migrantenrechten. De bezetting had twee belangrijke resultaten. Ten eerste heeft ze het idee helpen verspreiden dat de financiële noodpaketten er niet alleen moeten zijn voor de bankiers, maar ook voor gewone mensen die geconfronteerd worden met banenverlies of uit hun huis worden gezet. Ten tweede heeft het een machtige traditie van bedrijfsbezettingen voor arbeidersrechten nieuw leven ingeblazen. In de jaren dertig brachten dit soort bezettingen een serie belangrijke overwinningen voor de werkende klasse.

De Chicago Tribune had deze maand een artikel over ‘hoe een succesvolle sit-in te organiseren’. Het artikel benadrukt de noodzaak van brede solidariteit zodat een bezetting kan uitgroeien tot landelijke focus voor verzet. Dat de Chicago Tribune zelf met sluiting bedreigd wordt was misschien wel een extra motivatie voor het artikel.

woensdag 12 november 2008

Achter Obama’s overwinning

Obama ChangeDe overwinning van Obama laat de grote hoop op veranderingen in de VS zien. Maar er liggen belangrijke gevechten in het verschiet.

Door Anindya Bhattacharyya

Miljoenen mensen hebben vorige week feest gevierd toen Barack Obama de Amerikaanse verkiezingen won en het gehate regime van Bush daarmee tot een einde kwam. Zelfs al werd de overwinning alom voorspeld, de verrassing en blijdschap over het verkiezen van een zwarte president door het Amerikaanse volk bleef een bijzonder schouwspel. Een jonge, multiraciale menigte van feestgangers trok door de Amerikaanse straten. Veel van de geïnterviewden spraken met trots over ‘hun’ overwinning, en zagen de verkiezing van Obama als resultaat van eigen collectieve actie.

Dit beeld wordt ondersteund door de uitgebreide resultaten van peilingen bij de uitgang van de stemlokalen. Deze resultaten geven een fascinerend beeld van de steun voor Obama’s roep om verandering. Obama kreeg enorme steun onder het Afro-Amerikaanse deel van de bevolking, 95 procent van de zwarte stemmers koos hem. Hij won ook tweederde van de Latijns-Amerikaanse stemmen. Dit is van grote betekenis. Een meerderheid van de Latino’s stemde George Bush in 2004, en tijdens de voorverkiezingen steunden de meesten Hillary Clinton.

Er is een cruciaal moment waarin de steun onder Latino’s voor de Republikeinen begon af te brokkelen: de grote demonstraties voor immigrantenrechten in mei 2006. Meer dan twee miljoen Latijns-Amerikanen en hun bondgenoten gingen de straat op om te demonstreren tegen de strenge anti-immigrantenwetgeving die door de Republikeinen was voorgesteld.

Onder blanke Amerikanen stemde 43 procent voor Obama en 55 procent voor John McCain. Maar de verhoudingen voor blanke stemmers onder de dertig jaar waren precies omgekeerd. Bovendien wonnen de Democraten een aantal van hun belangrijkste ‘swing-votes’ in overwegend blanke, traditioneel Republikeinse plattelandsstaten zoals North Dakota, Utah en Montana.

Het is dus zeker dat Obama een raciale kloof wist te dichten. Maar de klassesamenstelling van zijn kiezers vertelt een complexer verhaal. De armste huishoudens stemden het meest voor Obama. 73 procent van de kiezers met een gezinsinkomen van minder dan $15.000 dollar steunde hem. Hoe hoger het inkomen, hoe minder kiezers voor Obama. En op het hoogste niveau lag de stemverhouding omgekeerd. Maar toch stemde een meerderheid van 52 procent van de mensen met een inkomen van boven de $200.000 per jaar Democratisch.

Dat laatste cijfer vertelt iets over het dubbele karakter van de steun voor Obama. Aan de ene kant was er de mobilisatie van onderaf – onder de armen, zwarten en de Amerikaanse arbeidersklasse, gevoed door de woede over de ineenstorting van de economie en de desastreuze oorlogen. Aan de andere kant was er een mobilisatie voor Obama van bovenaf, gedreven door het bedrijfsleven. Er wordt veel geschreven over zijn grote budget aan het begin van zijn campagne, dat voor een belangrijk deel voortkwam uit duizenden kleine donaties van gewone mensen. Maar zodra Obama zijn voorsprong won in de voorverkiezingen begon het geld van de grote multinationals zijn kant uit te stromen.

Half oktober had hij een campagneschatkist van $640 miljoen opgebouwd, en had hij al $250 miljoen uitgegeven aan verkiezingsspotjes. McCains budget op dat moment was een magere $47 miljoen. Obama’s overwinning was het resultaat van de twee tegenstrijdige krachten achter hem. De Amerikaanse arbeidersklasse eist ‘verandering’ rond de dramatische stand van de economie en de ‘oorlog zonder eind’ in Irak. Maar dezelfde factoren brachten delen van de heersende klasse ertoe hun steun voor George Bush en de neoconservatieven te laten vallen.

De grote vraag voor de VS is welke kracht in de komende jaren de overhand zal krijgen. De entree van Obama in het Witte Huis mag een wapenstilstand hebben opgeleverd – maar die wapenstilstand zal niet permanent zijn.

Lees meer achtergronden bij Obama’s verkiezing in de special van Socialist Worker van deze week.

woensdag 5 november 2008

Winst Obama drukt hoop op verandering uit

Miljoenen mensen over de hele wereld vierden vandaag feest nadat Barack Obama verkozen werd tot de eerste zwarte president van de Verenigde Staten – een grote prestatie in een land met zo een lange geschiedenis van diepgeworteld, virulent racisme.

De verwachtingen in een Amerikaanse president zijn sinds de jaren dertig niet meer zo hoog geweest. De opwinding rond Obama’s campagne liet zien hoe groot de hoop is op politieke verandering na acht jaar George Bush en de neoconservatieven. De campagne raakte een snaar bij miljoenen Amerikanen. Dat bleek ook uit het grote aantal mensen die voor Obama langs de deuren gingen of zich op andere manieren met politiek gingen bezig houden – vaak voor het eerst.

De doorslaggevende factor in de overwinning was de wereldwijde economische crisis. Nu Obama gewonnen heeft, verwachten zijn kiezers dat hij de verandering zal brengen die hij hen heeft beloofd. Meer dan een miljoen gezinnen in de VS dreigen uit hun huis gezet te worden en dit aantal stijgt nog steeds. Mensen verwachten dat deze trend wordt gekeerd en er een eind gemaakt wordt aan de huisuitzettingen.

Ze willen ook dat de nieuwe president ingrijpt om ontslagen te voorkomen bij Ford en General Motors, waar duizenden banen op het spel staan. Velen van hen hopen dat er verandering komt in de ‘War on Terror’, de desastreuze bezettingen in Irak en Afghanistan die Bush ongekend lage populariteitscijfers hebben bezorgd. En de feestvierders gisterenavond verwachten zeker maatregelen tegen het racisme dat in de VS nog altijd welig tiert.

Maar op al deze punten zullen de verwachtingen van gewone mensen botsen met de eisen die Obama’s rijke aanhangers in het bedrijfsleven aan hem stellen. De Democratische Partij is nog altijd vooral een partij van de elite. Obama haalde meer steun van de multinationals binnen dan Bush. Ook met Obama aan kop zijn de Democraten niet opeens veranderd in een linkse partij. Het is waar dat 93 procent van de politieke bijdrages van de Amerikaanse vakbonden naar de Democraten gaat, maar dit levert niet meer dan 14 procent op van de fondsen van de partij. 67 procent daarvan komt van de grote bedrijven.

Het is niet moeilijk te begrijpen waarom gewone Amerikanen zo hopen op verandering. In de VS is het aantal zwarte mannen dat in de gevangenis zit groter dan het aantal in hoger onderwijs. Bijna een kwart van de zwarte Amerikanen leeft onder de armoedegrens. Toch omschrijft Obama de VS als het land van ‘democratie, vrijheid, mogelijkheden en vasthoudende hoop’.

Obama heeft beloofd de troepen terug te trekken uit Irak – maar hij wil ze naar Afghanistan sturen. Hij ondertekende zonder commentaar het steunplan van 700 miljard dollar voor de banken in Wall Street. Hij omringt zich met prominenten uit de regering van Clinton, de vorige Democratische president die ook gekozen werd op een golf van hoop. Maar onder Clinton groeide de kloof tussen arm en rijk. Het aantal mensen in de gevangenis verdubbelde. Hij maakte een einde aan het Amerikaanse stelsel van sociale zekerheid en voerde net zo veel oorlogen als de vier presidenten voor hem. Onder de steunpilaren van de regering-Clinton die nu getipt worden voor een ministerschap zijn Richard Holbrooke, een van de architecten van de oorlog op de Balkan, en Zbigniew Brezinsky, een prominente havik.

Er zullen nog veel momenten komen waarop de verwachtingen in Obama zullen botsen op de beperkingen van het Amerikaanse politieke systeem. De centrale vraag voor Amerikaans links is of het in staat zal zijn om aansluiting te vinden bij de enorme hoop die Obama’s overwinning heeft losgemaakt onder gewone mensen. Die hoop moet gebruikt worden voor het opbouwen van grassroots-campagnes om de nieuwe president te dwingen zijn beloftes waar te maken, maar ook om verzet te bouwen tegen de pro-kapitalistische politiek van beide grote partijen.

Obama’s verkiezing heeft een venster geopend voor links, de arbeidersklasse, de anti-oorlogsbeweging en zwarte Amerikanen om hun eigen agenda naar voren te brengen. Die kans moet gegrepen worden om te zorgen dat er ook daadwerkelijk verandering komt.

dinsdag 4 november 2008

Stop the War Coalition over de Amerikaanse verkiezingen

De Britse Stop the War Coalition organiseerde in Londen een bijeenkomst in de aanloop naar de Amerikaanse verkiezingen. Sprekers onder meer landelijk coördinator van de anti-oorlogsbeweging Lindsey German, een voormalige gevangene op Guantanamo Bay en de linkse icoon Tony Benn.






donderdag 16 oktober 2008

Wat kun je allemaal doen voor 700 miljard?

Deze collage van Eric Ruder van de Amerikaanse website socialistworker.org laat zien wat er allemaal mogelijk zou zijn als de 700 miljard aan hulpgelden voor de Amerikaanse banken zouden worden besteed aan de behoeftes van gewone mensen.

Wat te doen met 700 miljard?

Klik op de afbeelding voor een grotere versie

maandag 13 oktober 2008

Voorbij het Palin-effect

Palins beer was ook pro-lifeIk was nogal verbaasd toen iemand kort geleden tegen me zei: ‘Je moet wel bewondering hebben voor Sarah Palin’.

Door Lindsey German

Mijn verbazing kwam vooral door het feit dat deze halve bewondering voor de Republikeinse vice-presidentskandidaat kwam van een socialist en oudgediende in de anti-oorlogsbeweging. Hij is zeker geen vriend van Palins creationistische religieuze ideeën, of haar recente uitroep ‘Drill, baby, drill’ als aanmoediging voor meer olieboringen in Alaska om de brandstofprijs te drukken. Haar pro-life standpunt geldt niet voor dieren, gezien het aantal foto’s van haar met een geweer en een dode eland. Kortom, ze staat voor alle gebruikelijke Republikeinse punten met betrekking tot geweren, gas en god. Waarom dan de belangstelling?

Eén hint was te vinden op borden die ik zag bij een recente rally voor Palin. Daarop was haar gezicht geplakt op het lichaam van Rosie the Riveter, het bekende icoon uit de Tweede Wereldoorlog van een vrouwelijke arbeider op een scheepswerf. Palin komt down to earth over, als een sterke en hardwerkende vrouw, die begrip heeft voor de problemen van gewone Amerikaanse burgers, vooral vrouwen.

Palin identificeert zichzelf als ‘hockey-mom’, en heeft een groot gezin. Een van haar kinderen dient in Irak, een andere is 17, zwanger en trouwt met de vader van haar kind, en een derde heeft het syndroom van Down. Ze begrijpt dus de problemen waarmee Amerikaanse gezinnen worstelen. Altans, dat is het verhaal. Maar Palin is ook een machtige politica, de gouverneur van een Amerikaanse staat, en heeft daardoor belangen, zorgen en een inkomen die anders zijn dan die van de meeste werkende moeders in Amerika.

Palin werd gekozen als John McCains running mate om maximale winst te slepen uit Hillary Clintons mislukte gooi naar het Democratische kandidaatschap. Clinton is populair onder vrouwen uit de blanke middenklasse, maar ook zij is geprivilegieerd, een miljonair en zelfs voormalige presidentsvrouw.

De ophef ronnd Palin laat vooral zien hoe schaars vrouwen nog altijd zijn in de politieke mainstream. Volgens schattingen zal het in Groot Brittannië nog veertig verkiezingen duren voordat vrouwen en mannen in het parlement gelijk vertegenwoordigd zijn. Vrouwen in de VS en Groot-Brittannië hebben het grootste deel van de vorige eeuw stemrecht gehad, maar de ondervertegenwoordiging blijft.

Maar ik denk dat dit niet de belangrijkste reden is voor het Palin-fenomeen. Die ligt veel meer in de enorme vervreemding die kiezers voelen van het politieke proces. Politiek wordt in de eerste plaats gezien als de bezigheid van mannen in pakken, dus als er toevallig een keer een vrouw in pak voorbij komt lijkt dat al verfrissend en vernieuwend. Vooral als ze ook nog eens de taal spreken van werkende moeders die een balans zoeken tussen het gezin en werk. Daarnaast wordt politiek, terecht, gezien als de bezigheid van elites die mijlenverweg staan van de zorgen van gewone mensen. Dit strekt zich uit van politici tot lobbyisten, de media en de hele santenkraam rond de regering.

Op zijn minst een deel van Palins aantrekkingskracht is dat ze bekritiseerd wordt door de gevestigde orde, en zelf op haar beurt kritisch is over deze orde, zelfs al hoort ze er effectief bij. Ze is dus een anti-politieke politica, en sluit op die manier aan bij mensen die gedesillusioneerd zijn over de gevestigde politiek.

Toen de vrouwenbeweging veertig jaar geleden opkwam, ging de strijd om gelijkheid op elk niveau. Ik kan me niet herinneren dat veel mensen riepen om vrouwelijke presidenten en vice-presidenten, misschien wel omdat er toen veel belangrijkere sociale thema’s op de agenda stonden. Het is een teken van (langzame) vooruitgang dat er nu vrouwelijke kandidaten zijn, maar we zijn niet dichterbij vrouwenbevrijding. De vrouwen en mannen die denken dat Palin de levens van vrouwen zal verbeteren omdat ze een vrouw is zijn op zoek naar iets dat de meeste politici hen niet geven. Helaas zullen ze dat niet vinden.

De VS is geen makkelijke plek om te wonen. Huisuitzettingen, de effecten van de financiële crisis, en militarisme komen bovenop de lage lonen, armoede en het gebrek aan een goede gezondheidszorg die tijdens een boom zijn gecreëerd. In die situatie kunnen mensen vertrouwen krijgen in iedereen die antwoorden lijkt te bieden op de problemen, hoe slecht die antwoorden ook mogen zijn.

De VS staat op een keerpunt – elektoraal maar ook politiek. Amerikaanse arbeiders kunnen een antwoord op de crisis kiezen dat hen zelf voor de crisis zal laten opdraaien, of ze kunnen teruggrijpen op de traditie van de bewegingen die in het verleden hebben gevochten tegen de effecten van depressie. Laten we hopen dat ze het valse feminisme dat hen wordt geboden verwerpen.

Lindsey German is landelijk coordinator van de Britse Stop the War Coalition. Ze is auteur van verschillende boeken over socialisme en vrouwenbevrijding. Kijk hier voor haar maandelijkse column in de Socialist Review.

zaterdag 20 september 2008

Republikeinense hypocrisie

Komiek Jon Stewart laat in de Daily Show zien hoe Republikeinse woordvoerders en TV-presentatoren veranderen in ... voorvechters van vrouwenrechten.

zondag 14 september 2008

Woodward: The War Within

The War Within is het nieuwe boek van Bob Woodward, een van de journalisten die in de jaren zeventig het Watergate-schandaal aan het licht bracht. Op basis van vele interviews met insiders, onder wie George Bush zelf, laat Woodward zien hoe verdeeld de Amerikaanse staat is over de falende strategie in Irak. Ook onthult hij het bestaan van een geheim moordprogramma achter de 'surge'.



En voor wie denkt dat het onder de Democraten allemaal veel beter zou gaan, is dit interview een must.

zaterdag 13 september 2008

In bed met oliebedrijven

Dat de Amerikaanse staat in bed ligt met de grote oliebedrijven wisten we al langer. Dat ze ook samen skieën is nieuw.

Een onderzoek dat in 2005 gestart werd naar de relaties tussen de olie-industrie en de dienst die haar controleert, heeft blootgelegd wat een gemiddelde kritische waarnemer wel kon vermoeden. Leden van een Amerikaanse overheidsinstantie die toezicht houdt over de investering van royalties vanuit de olie-industrie onderhielden 'on-ethische' contacten met de industrie. Maar de schaal waarop dit gebeurde zal zelfs de lezers van dit blog achter hun oren doen krabben.

Onderzoeker Devaney spreekt in zijn rapport over een 'cultuur van misbruik en promiscuïteit' rond de overheidsdienst. Ambtenaren werden uitgenodigd voor drank- en drugsfeesten, meegenomen op golfuitjes en ski-trips, en hadden seks met werknemers van de bedrijven die ze moesten controleren. Waarmee ook die theorie bevestigd is...

Lees hier meer

vrijdag 5 september 2008

Obama speelt volgens de regels

McCain krijgt een warme knuffel van BushNa een week die gedomineerd werd door Barack Obama’s inzegening tijdens de Democratische conventie in Denver is zijn Republikeinse rivaal er op briljante wijze in geslaagd de aandacht terug te stelen.

Door Alex Callinicos

Er lijken twee redenen te zijn voor John McCains keuze voor Sarah Palin als kandidaat voor het vice-presidentschap. De eerste is een openlijke poging om ontevreden vrouwelijke aanhangers van Hillary Clintons mislukte nominatie aan te trekken. De tweede is het tevredenstellen van machtig christelijk rechts, door de keuze voor wat de Republikeinse strateeg Karl Rove omschreef als een ‘gun-packing, hockey-playing woman’ die lid is van de anti-abortusorganisatie Feminists for Life.

Maar de echte problemen voor Obama liggen op een ander vlak. Ondanks de extreme impopulariteit van George Bush ligt Obama nauwelijks voor op McCain in de peilingen. De twee thema’s die de regering-Bush verlamden zijn de oorlog en de economie. McCain heeft geprobeerd de crisis in de Caucasus uit te buiten om het thema van de oorlog in zijn voordeel om te draaien.

Columnist van de Financial Times Martin Wolf herhaalde de speculaties van Vladimir Putin dat ‘koudeoorlogsveteranen en neoconservatieven’ de Georgische president Saakasjvili zouden hebben aangemoedigd om Zuid-Ossetië aan te vallen, als provocatie richting Rusland. ‘Ik kan me zelfs voorstellen dat dit gezien werd als een manier om McCain in het Witte Huis te krijgen’, voegde hij eraan toe.

Of dit soort speculaties een kern van waarheid hebben of niet, Georgië heeft Obama zeker op achterstand gezet. Gideon Rachman, een andere columnist van de Financial Times, schreef vorige week vanuit Denver: ‘Ik krijg de indruk dat er werkelijk verdeeldheid bestaat in het Obama-kamp. Sommigen pleiten tegen NAVO-lidmaatschap van Georgië en Oekraïne, omdat het onverantwoord zou zijn deze landen een veiligheidsgarantie te geven. Anderen zeggen dat een terugtrekkende beweging van de NAVO het verkeerde signaal zou geven aan de Russen. Mijn indruk is dat de “harde lijn” de overhand heeft.’

Obama loopt op een dun lijntje. Een van de redenen waarom hij de Democratische nominatie won was zijn oppositie tegen de inval in Irak. Maar als hij laat doorschemeren dat hij het Amerikaanse imperium niet met alle middelen zal verdedigen, zullen de Republikeinse bloedhonden hem aan stukken scheuren.

Obama heeft hetzelfde dilemma op het punt van de economie. In zijn speech in Denver nam hij geen enkel risico, door een extra belastingverlaging te beloven en Bush’ belofte te herhalen om de Amerikaanse afhankelijkheid van olie te beëindigen. Het eerste stelt niets voor, het tweede is fantasie aan deze zijde van een socialistische revolutie.

Blijkbaar is ook Obama’s economische team verdeeld. Een paar maanden geleden wees Naomi Klein op de invloed van vrije-markteconomen. Jason Furman, hoofd van de denktank voor economisch beleid, is een vriend van Wal-Mart. Austen Goulsbee, de belangrijkste economische adviseur, is een econoom uit de Chigaco school die in februari in de problemen kwam toen hij tegen Canadese diplomaten zei dat ze Obama’s publiekelijke aanvallen op de North American Free Trade Agreement konden negeren.

Er zijn ook iets linksere figuren in de omgeving van Obama. James Galbraith is de zoon van de beroemde Keynesiaanse econoom J.K. Galbraith. Net als zijn vader is hij voor staatsinterventie om de markt te reguleren en een menselijk gezicht te geven.

Obama won zijn kandidaatschap vanwege de diepe onvrede onder gewone Amerikanen over een economisch en politiek systeem dat hen overduidelijk in de steek laat. Deze onvrede dwingt zelfs insiders als McCain om zich als populistische ‘anti-Washingtonkandidaat’ op te stellen. Maar Obama is ook een product van het systeem, en wil winnen volgens de regels van het spel. Daarom kan hij een beetje aan de tralies van de kooi rukken, maar niet proberen eraan te ontsnappen. Misschien is dit genoeg om hem in het Witte Huis te krijgen, maar iedereen die verwacht dat daar echte verandering op volgt houdt zichzelf voor de gek.

Alex Callinicos is auteur van een groot aantal boeken, waaronder The New Mandarins of American Power

donderdag 4 september 2008

Pools protest tegen raketschild

Poolse politici aan de leiband van Bush
Amerikaanse en Poolse leiders hebben de militarisering van Europa aagejaagd en de spanningen tussen Rusland en het Westen verder opgevoerd. Zij hebben eind augustus een voorlopig akkoord ondertekend over het Poolse deel van het zogenaamde 'raketschild'.

Door Andy Zebrowski, Arbeidersdemocratie (Internationale Socialisten in Polen)

Anderen hebben er al op gewezen dat dit schild in feite een zeer agressief wapensysteem is. Het is ontworpen met het oog op meer Amerikaanse militaire interventies, want 'wij kunnen jou aanvallen, maar jij kunt je niet verdedigen, want je raketten zullen worden neergeschoten.'

Polen grenst aan een klein stukje Rusland - de enclave Kaliningrad. De raketten zullen in de buurt van de Baltische kust geplaatst worden, slechts 100 kilometer hier vandaan. Onlangs leek het erop dat de Poolse centrum-rechtse regering onder leiding van Donald Tusk eerst de Amerikaanse verkiezingen wilde afwachten voor het tot daadwerkelijke plaatsing van de raketten zou overgaan. Maar de Poolse president Lech Kaczynski, van een andere centrum-rechtse partij, wilde het raketschild zonder enige vertraging.

De regering wilde dat er ook Patriot-raketten aan het 'schild' worden toegevoegd, naast de tien onderscheppingsraketten die er deel van uitmaken, omdat het volgens hen zou zorgen voor een betere verdediging van Polen. De VS vond dat in eerste instantie niet nodig, maar door de oorlog tussen Rusland en Georgië sloten de VS en Polen snel een deal met concessies aan beide kanten. Dus nu wordt er een batterij Patriot-raketten bij geplaatst.

Omdat Rusland door de Georgische oorlog duidelijk in kracht groeide, werd het voor de VS belangrijk om zelf ook een paar punten te scoren. Hoewel de nieuwe raketten duidelijk op Rusland staan gericht, hebben de VS en Polen dit altijd officieel ontkend. Tot de oorlog in Georgië uitbrak. Ontkennen is nog steeds de officiële beleidslijn, maar er is iets veranderd. Op de tweede dag van de gevechten zei president Kaczynski dat de oorlog ons liet zien dat Polen het raketschild nodig heeft. Maar hoezo zou de oorlog dat betekenen, als het schild toch niet op Rusland gericht zou staan?

Menigeen stelt dat de nieuwe raketten geen enkele weerstand bieden tegen het Russische wapenarsenaal. Maar de betekenis van de raketten is veel groter is dan hun fysieke vuurkracht. Voor het eerst sinds 1992 zullen er weer militaire bases en strijdkrachten van een supermacht permanent in Polen aanwezig zijn. Dit betekent dat de deur nu is opengezet; in de komende jaren wordt het gemakkelijker om de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Polen uit te breiden. De Amerikaanse bases zullen voortaan eigen terrein zijn net als ambassades, waardoor echte beslissingen over het gebruik van de rakketten door de VS genomen zullen worden.

Sinds 1990 hebben alle Poolse regeringen en presidenten gestreefd naar nauwere banden met de VS. Maar nu wordt Polen nog dieper verankerd in de geopolitieke strategie van de VS. Twee dagen voor de deal was Kaczynski in de Georgische hoofdstad Tbilisi. Net als de leiders van de Baltische staten en Oekraïne drong hij bij het Westen aan op een agressievere houding ten opzichte van Rusland: 'Wij staan klaar voor de strijd.'

De autoriteiten proberen het publiek aan toenemende militarisering te laten wennen. Op de Poolse Dag van het Leger vorig jaar augustus, was er een militaire parade door de straten van Warschau - iets dat we sinds 1974 niet meer hebben gezien toen Polen nog lid was van het Oostblok. Dit jaar was de optocht zelfs nog groter. Kaczynski zei: 'Op het leger kan niet bezuinigd worden.' Maar we hebben gemerkt dat er wel bezuinigd wordt op zaken als gezondheidszorg en onderwijs.

Voor de oorlog in Georgië waren de meeste mensen tegen het raketschild. Maar als gevolg van continu spervuur van de media over 'de Russische dreiging', toonde een recente opiniepeiling dat er inmiddels wel een meerderheid vóór is. Wij moeten ervoor zorgen dat dit maar tijdelijk is.

De algemene stemming is zeker niet fanatiek nationalistisch. Een tweede enquête tijdens de Georgische oorlog vond dat geinterviewden de voorkeur gaven aan het 'zachtere' beleid van de minister-president ten aanzien van Rusland, met 46 tegen de 30 voor 'harder' beleid. Uit een andere enquête bleek dat 57 procent ja zei op de vraag: 'Moet Polen Georgië steunen in het conflict met Rusland?' Maar het meest interessant was dat 35 procent vond dat Polen Georgië niet moest steunen - een aanzienlijk aantal, gezien de stortvloed aan pro-Georgische propaganda en het feit dat Polen in het verleden door Rusland werd bezet.

Het initiatief Stop de Oorlog waarin verschillende politieke organisaties zich verenigd hebben, heeft samen met vakbondsleden en niet-gebonden activisten binnen 24 uur een protest georganiseerd tegen de voorlopige ondertekening van het akkoord. Een van de meest populaire slogans was: 'We hebben Moskou gehad, en Washington hoeven we niet'. De komende maanden is er voor de Poolse anti-oorlogsbeweging veel werk te doen.

woensdag 3 september 2008

A History of the American Empire

In tijden van toenemende spanningen tussen kernmachten, een hernieuwde wapenwedloop en ‘humanitaire oorlogvoering’, is een geschiedenisles over het Amerikaans imperialisme geen overbodige luxe. ‘Empire or Humanity?’ is een filmpje van Howard Zinn, een van de invloedrijkste Amerikaanse historici van de laatste decennia en auteur van o.a. Een Geschiedenis van het Amerikaanse Volk.

zondag 17 augustus 2008

Georgia, Nato and spreading war

Afgelopen donderdag hield de Britse Stop the War Coalition een grote bijeenkomst over de oorlog in Georgië. John Rees, auteur van het boek Imperialism and Resistance, was een van de sprekers.

woensdag 13 augustus 2008

Isaac Hayes - bij de dood van een soullegende

Op 11 augustus stierf Isaac Hayes. Hiermee verliest de soul een van z'n laatste grote ikonen. Zijn betekenis voor de zwarte muziek en cultuur in de jaren 70 en ver daarna was enorm.

Door Michiel Bakker


Isaac Hayes verloor op jonge leeftijd zijn ouders en groeide op in Memphis Tennessee, onder de hoede van zijn grootmoeder. Aan geld was altijd een gebrek. Toch lukte het de jonge Hayes om zich te bekwamen in het spelen van diverse instrumenten zoals de piano, gitaar en saxofoon. Na enkele pogingen om als zanger aan de bak te komen kon hij tijdelijk als organist aan de slag bij de Mar-Keys, de huisband van Stax Records, het label van o.a. Otis Redding, Sam & Dave, Eddie Floyd en Carla en Rufus Thomas.

Van organist promoveerde de getalenteerde Hayes tot componist. Alleen en samen met David Porter schreef hij vanaf 1964 talloze hits voor diverse artiesten op het label zoals 'Soul Man', 'Hold On I'm Coming' en 'Soul Sister Brown Sugar'. Hayes vond dat het tijd werd om zelf op de voorgrond te treden. Hij deed dit en zwarte muziek werd nooit meer hetzelfde. In '69 en '70 nam hij twee platen op, waarvan de tweede een enorm succes werd.

Beide albums tellen vier nummers met voor soul- of popnummers een ongekende lengte van 7 tot 9 minuten. Soul was tot die tijd een single-markt. Soulalbums waren veelal niet meer dan een verzameling eerder uitgebrachte A- en B-kanten van singles. Hayes' singles waren korte versies en teasers van 'the real thing', zijn albums. Hayes wilde succes op zijn eigen voorwaarden, als artiest en niet als lopende-band muzikant. Zo opende hij de weg voor Curtis Mayfield, Marvin Gaye, Stevie Wonder en Donny Hathaway die met luisteralbums als 'What's Goin' On', 'Where I'm Coming From', 'Talking Book' de betekenis en het geluid van soulmuziek veranderden.

Miste bij Hayes de sociale en politieke diepgang die andere tijdgenoten zo duidelijk naar voren brachten in teksten over Vietnam, armoede en kapitalisme? Geenszins. Hayes is terecht bekend als geile crooner, maar zijn soft soul had een keihard randje. Art Blakey, de legendarische jazz-drummer bracht in 1958 een album uit 'Moanin', geheel instrumentaal maar met een politieke impact door de cover. Daarop stond Blakey's hoofd, krachtig, trots, kwaad zelfs, geaccentueerd door harde schaduwen. Hetzelfde deed Hayes. De titel van Hayes eerste album 'Hot buttered soul' staat in schril contrast met de cover met daarop zijn trotse kaal geschoren zwarte hoofd, zonnebril en enorme ketting. Hier is niets softs in te herkennen. Dit beeld was een reflectie van wat Hayes van binnen voelde na de dood van Martin Luther King in 1968: 'I was so bitter and so angry. I thought, what can I do? Well, I can't do a thing about it so let me become successful and powerful enough where I can have a voice to make a difference. So I went back to work and started writing again.'

Hayes werd niet alleen gevormd door de omstandigheden en gebeurtenissen waarin hij als artiest groeide. Hij hielp mee die omstandigheden te veranderen: Als we het nu zien dan fronsen we wellicht onze wenkbrouwen maar de impact van de intocht van Hayes als slotact van Wattstax, het soulfestival in 1972 in herinnering aan de Wattsriots in LA van 1965, was enorm. Hayes, grotesk uitgedost in gouden kettingen, een bontmantel, arriverend in een enorme slee liet aan het publiek zien wat hij was: een trotse zwarte man, someone you don't fuck with, someone you can't touch. Ergens tussen dat en zelfverheerlijking als popidool, maar de ultieme fuck you tegen de racistische politie van LA. Stax en Hayes lieten zien aan Amerika dat zwarten hun eigen show konden runnen en dat de terugweg was gesloten. De radicale dominee Jesse Jackson leverde de slogan voor het festival: ‘I might be black, but I am somebody!’. Hayes was hiervan de ultieme personificatie. Zijn verschijning was zijn boodschap en daarmee inspireerde hij velen. Zijn legendarische musicscore voor 'Shaft' de meest succesvolle blaxploitation film leverde hem in 1972 als eerste zwarte artiest een Oscar op voor beste filmmuziek, naast vele andere prijzen won hij datzelfde jaar een Grammy voor z'n follow-up album Black Moses.

Hayes artistieke hoogtepunt eindigde niet lang daarna. Barry White, gearresteerd tijdens de Watts Riots voor plunderen en diefstal van drie televisies, profiteerde in commercieel opzicht enorm van de soft soul revolutie van Hayes. Stevie Wonder en Curtis Mayfield waren z'n artistieke erfgenamen. De hip-hop generatie plunderde zijn muziek naar hartelust op zoek naar groovy samples en Hayes werd als inspirator erkend door rapper Guru van Gangstarr die hem meenam op tour met Jazzmatazz. Voor het grote publiek zal hij echter vooral bekend blijven als de stem van Chef in Southpark.

zaterdag 9 augustus 2008

Spanningen VS-Rusland achter oorlog Zuid-Ossetië

Georgische troepen vallen Zuid-Ossetië binnenDe Georgische inval in Zuid-Ossetië, waarbij mogelijk 1400 doden vielen, lijkt uit te lopen op een openlijke oorlog tussen Rusland en Georgië. Achter de botsing schuilt de strijd tussen Washington en Moskou over de voormalige sovjet-invloedsfeer.

Door Pepijn Brandon

Berichten over bloedige bombardementen op Zuid-Ossetische steden, die nu nog vooral via de Russische media naar buiten zijn gebracht, tonen in ieder geval dat het Georgische leger de burgerbevolking niet spaart in zijn poging het streven naar zelfstandigheid in de afvallige provincie te onderdrukken. Lyudmila Ostayeva, een 50-jarige vluchteling, vertelde Associated Press: ‘Ik zag lichamen op straat liggen rond verwoeste gebouwen en in auto’s. Het is onmogelijk om ze te tellen. Er is nauwelijks nog een gebouw onbeschadigd.’ Het offensief toont ook hoe hol de westerse lofzangen zijn op de Georgische president Saakasjvili, die via een door de VS gesteunde ‘democratische revolutie’ zijn pro-Russische voorganger verving – en de glamourverhalen hier over zijn Nederlandse vrouw.

Ruslands tegenreactie, waarbij soldaten, tanks en ander materieel Zuid-Ossetië in is gestuurd en Georgische bases gebombardeerd, wordt natuurlijk niet gedreven door een warme liefde voor de Zuid-Ossetische onafhankelijkheidsstrijd. Rusland zelf heeft een lange geschiedenis van nationale onderdrukking, waaronder de wrede overheersing van Georgië onder de tsaar en later onder het stalinisme. In Tsjetsjenië voert Rusland nog altijd een bloedige oorlog tegen de onafhankelijkheidsbeweging. Achter de Russische interventie schuilt angst voor het verlies van zijn invloedssfeer, die vooral in de olierijke Kaspische-zeeregio sterk onder druk staat.

In veel opzichten lijkt de botsing tussen Georgië en Rusland op de oorlog die de NAVO bijna tien jaar geleden lanceerden tegen Servië. Toen grepen de VS de onderdrukking van de Kosovaarse minderheid door Russische bondgenoot Servië aan voor een wekenlange bombardementscampagne. Beelden van wanhopige Kosovaarse vluchtelingen moesten het publiek in het Westen overtuigen van de rechtvaardigheid van militair ingrijpen. In beide gevallen – toen en nu – was de onafhankelijkheidsbeweging een speelbal in een veel groter conflict, dat in feite ging tussen de VS en Rusland.

Maar er zijn ook verschillen. Terwijl de westerse media indertijd de onderdrukking van Kosovo breed uitmaten en militair ingrijpen als enige antwoord naar voren schoven, behandelen ze de Georgische agressie in Zuid-Ossetië slechts als een excuus voor Russische expansiedrift. Ook het feit dat de VS in de afgelopen jaren hun invloed in Georgië sterk hebben uitgebreid, inclusief de plaatsing van militaire bases, wordt eerder gezien als een dam tegen Ruslands machtsstreven dan als een deel van de imperialistische agenda van de VS.

In werkelijkheid worden beide grootmachten natuurlijk gedreven door de wil hun invloedssferen te vergroten of te behouden. Maar hoewel politici en journalisten het ‘Russische gevaar’ afschilderen in termen die soms aan de Koude Oorlog doen denken, zijn het de VS die hun grenspalen inmiddels ver in de voormalige Russische invloedssfeer hebben verzet. Het NAVO-lidmaatschap van een groot aantal landen in het vroegere Oostblok, de bouw van een rakettenschild met lanceerbases in Tsjechië, en de grote militaire steun aan Georgië, zijn allemaal deel van de opbouw naar het huidige conflict. Vorige maand nog bracht Condoleezza Rice een provocatief bezoek aan Georgië, waarbij ze de Amerikaanse steun uitsprak voor een Georgisch lidmaatschap van de NAVO.

Een botsing tussen Georgië en Rusland was op termijn vrijwel onvermijdelijk. Als de bloedige schermutselingen verder uitgroeien tot een daadwerkelijke oorlog, is dit een volgende grote stap in de verscherping van de internationale verhoudingen tussen de grootmachten. En hoewel dit in de komende periode niet zal leiden tot directe militaire confrontaties tussen Rusland en de VS, stemt het feit dat hier een militaire schaakpartij gaande is tussen de twee grootste kernmachten in de wereld niet tot gerustheid.

woensdag 23 juli 2008

'Wall Street is dronken'

Het NOS-journaal maakte vandaag melding van de bijzondere speech die Bush tijdens een fundraise-evenement hield over de kredietcrisis. Wij willen onze lezers de subtiele analyse van deze grote denker niet onthouden. Let vooral ook op de smaakvolle conference aan het eind, waarin Bush spreekt over zijn eigen problemen rond de huizencrisis, die honderdduizenden Amerikaanse gezinnen heeft getroffen.

woensdag 25 juni 2008

Komiek George Carlin overleden

De linkse komiek George Carlin is dit weekend overleden aan een hartaanval. In de jaren zeventig groeide Carlin uit tot een belangrijke figuur in de Amerikaanse tegencultuur.

Een van de aanleidingen was zijn arrestatie vanwege de sketch 'seven words you can't say on TV'. Carlin nam het tot zijn dood regelmatig op tegen oorlog, het blanke establishment, hypocrisie in het algemeen en religieuze hypocrisie in het bijzonder.



'Seven words you can't say on TV'



Over abortus en 'de heiligheid van het leven'



Over de 'echte machthebbers' in Amerika

vrijdag 13 juni 2008

Een nieuw gezicht voor het imperium?

Obama en de vlagDe overwinning van Barack Obama in de Democratische voorverkiezingen is met veel enthousiasme begroet. Alex Callinicos kijkt wat zijn verkiezing zou betekenen voor het Amerikaanse imperium.

Stel je eens voor: in een ver, ver sterrestelsel is een imperium in verval. Een desastreus militair avontuur en de opkomst van nieuwe machten heeft de zwaktes verder blootgelegd. En om het compleet te maken wordt de heerser zelf alom gezien als een provinciaalse idioot. Maar nu is de opvolger opgestaan. Wat is er nu beter voor het opveizelen van het geschonden imago, dan een heerser kiezen die welbespraakt, dynamisch en relatief jong is? Een man die volledig veilig en betrouwbaar is, maar ook hoort bij de groep onderdanen die het grootste onrecht hebben geleden onder het rijk?

Misschien lijkt dit een te cynische kijk op de poging van Barack Obama om Amerikaans president te worden. Het succes van zijn zijn campagne voor de Democratische nominatie werd gedreven door enorme afkeer van Bush’ regering en door de wil om eindelijk af te rekenen met de wonden die slavernij en racisme hebben gecreëerd in de Amerikaanse maatschappij. Maar de echte macht van de Amerikaanse president ligt in het buitenland. John F. Kennedy vroeg in 1961 aan Richard Nixon: ‘Het is echt waar dat buitenlandse politiek het enige belangrijke thema is voor een president, toch? Ik bedoel, wie kan het nu schelen of het minimumloon $1,15 of $1,25 is, tegenover zoiets groots als de confrontatie tussen de VS en Cuba.’

Juist op het vlak van buitenlandse politiek lijkt er een grote kloof te bestaan tussen de twee presidentskandidaten. John McCain is voorstander om de Amerikaanse troepen ‘misschien nog honderd jaar’ in Irak te houden. Obama daarentegen veroverde zijn voorsprong op Hillary Clinton grotendeels op basis van zijn oppositie tegen de Irakoorlog in 2003. Hij belooft alle Amerikaanse grondtroepen binnen zestien maanden na zijn verkiezing terug te halen. Maar om te weten wat Obama daadwerkelijk zou doen in het Witte Huis is het belangrijk te herinneren waar presidentsverkiezingen werkelijk om draaien. Ze worden gedomineerd door geld – Obama’s overwinning op Clinton werd gebouwd op zijn succesvolle fundraise-campagne. En ze gaan over de vraag welke leider de komende vier jaar het best de wereldwijde belangen van het Amerikaanse kapitalisme kan behartigen.

Lang voordat Jimmy Carter het officieel vastlegde in januari 1980, was militaire en politieke dominantie over het Midden Oosten al een centrale doelstelling in het Amerikaanse buitenlandse beleid. De huidige explosie van de olieprijzen heeft dit extra belangrijk gemaakt. In dat licht is het opvallend dat de Washington Post kon schrijven: ‘Mr. Obama opende de verkiezingscampagne deze week met een grote speech over het Midden-Oosten. De strategie die hij schetste was in veel opzichten niet heel anders dan die van de regering-Bush, of die van John McCain.’

Obama hield zijn speech voor de American Israel Political Affairs Committee, een van de belangrijkste pro-Israëlische lobbygroepen. Zijn eerste doel was om de angst bij het publiek wegnemen dat zijn oppositie tegen de oorlog in Irak ook ten koste zou gaan van de steun aan Israël. ‘Laat me duidelijk zijn’, zei Obama. ‘De veiligheid van Israël is heilig. Jerusalem zal de ongedeelde hoofdstad van Israël blijven.’ Hij zei ook dat hij er in 2006 tegen was om Hamas mee te laten doen aan de verkiezingen, en beloofde 30 miljard dollar Amerikaanse steun aan Israël in de komende tien jaar.

Obama probeerde zich ook te presenteren als hardliner tegenover Iran. ‘Ik zal alles doen dat in mijn macht ligt om Iran ervan te weerhouden een nucleair wapen te ontwikkelen,’ verklaarde hij. ‘Ik zal de dreiging met militaire actie altijd op tafel houden om onze veiligheid en die van Israël te verdedigen.’ De verandering van toon gaat niet alleen over het aftroeven van McCain in de verkiezingen. De ‘surge’ in Irak heeft geen vrede of stabiliteit gebracht voor Irak, maar het heeft de VS wel de tijd gegeven om de lange-termijnplannen met dit land bij te stellen.

Het geheime verdrag tussen de VS en Irak dat vorige week uitlekte laat zien wat die lange-termijnplannen zijn: permanente Amerikaanse militaire bases in Irak en het recht voor het Pentagon om operaties vanuit dat land uit te voeren. Democratische senatoren hebben het plan afgewezen. Ondanks dat is het zeker dat Obama, zoals de Washington Post het omschrijft, ‘het gat in zijn Midden-Oostenpolitiek zal dichten’ door zijn positie over troepenterugtrekking uit Irak af te zwakken.

Maar als Obama geen wezenlijk andere politiek in het Midden-Oosten voorstelt, wat voor verschil zou zijn verkiezing dan maken voor het Amerikaanse imperium? In plaats van de overweldigende arrogantie van de macht die Bush symboliseert, zou Obama de heersende klassen in de wereld een ander gezicht van de VS tonen. Hij zou bereid zijn om te onderhandelen en samen te werken, en om verdragen te sluiten over bijvoorbeeld klimaatverandering in plaats van te doen alsof het probleem niet bestaat. Maar deze meer open opstelling zou nog altijd berusten op Amerikaanse militaire macht. Obama zou zeker een aantrekkelijke zwarte heerser zijn, maar zijn stormtroepen zouden nog altijd in slagorde achter hem staan.

Bekijk hier de speech van Obama voor AIPAC

zondag 9 maart 2008

1 procent bevolking VS achter tralies

Achter traliesVoor het eerst in de geschiedenis zit meer dan één op de honderd Amerikanen in de gevangenis. Volgens een rapport dat het Pew Center on the States afgelopen week uitbracht, zaten begin dit jaar meer dan 2,3 miljoen mensen in een Amerikaanse cel.

Daarmee voeren de VS in absolute én relatieve aantallen de wereldranglijst aan voor het opsluiten van de eigen burgers. Met amper vier procent van de wereldbevolking, bezitten de VS maar liefst een kwart van de wereldgevangenenpopulatie. China komt op de tweede plaats met ‘slechts’ 1,5 miljoen gevangenen, op een bevolking van ver over een miljard inwoners. Rusland komt met 890.000 gevangenen op de derde plaats. De VS overstijgen ook de gemiddelde brute dictatuur. In 1941, op een dieptepunt van Stalins repressie, bedroeg het aantal gevangenen nog geen 0,8 procent van de bevolking van de USSR.

Het gevangenissysteem weerspiegelt het institutionele racisme in de Amerikaanse maatschappij. Zwarte Amerikanen maken 13 procent van de bevolking uit, maar 30 procent van het aantal gearresteerden, 41 procent van de mensen in de cel en 49 procent van de mensen in de gevangenis. Ook andere minderheden komen sneller dan blanke Amerikanen in de gevangenis terecht.

Volgens het rapport is de explosie van de gevangenenpopulatie geen resultaat van gestegen criminaliteit, maar van ‘een golf aan beleidskeuzes waardoor mensen die de wet hebben gebroken vaker naar de gevangenis worden gestuurd, en maatregelen zoals het “three-strikes” principe waardoor ze langer vastzitten’. Het three-strikes principe betekent dat mensen die drie keer zijn veroordeeld door de rechter automatisch een hoge gevangenisstraf krijgen, ongeacht de reden van de veroordeling. Hier in Nederland is Wilders een groot voorstander van dit systeem.

De toename van het aantal gevangenen heeft ook geleid tot een explosieve stijging van de kosten van het gevangenissysteem, van ruim 10 miljard dollar in 1987 tot 44 miljard dollar nu. Volgens het rapport zijn de kosten voor het gevangeniswezen zes keer zo snel gestegen als de uitgaven aan onderwijs. Maar er is ook een andere kant. De privatisering van de gevangenisarbeid heeft het gevangeniswezen voor een aantal grote bedrijven tot booming business gemaakt. Het is een wat omslachtige manier van subsidiëren, maar wat dat betreft is in Bush’ Amerika niets te gek…