Sinds de presidentsverkiezingen op 12 juni is het onrustig in Iran. Na de bekendmaking van de overwinning van Ahmadinejad gingen in Teheran en andere grote steden duizenden mensen de straat op tegen de fraudeleuze uitkomst. Ze verdienen onze steun.
Door Peyman Jafari
Maar liefst 85 procent van het Iraanse electoraat ging op 12 juni naar de stembus. In de weken daarvoor hadden de vier kandidaten een felle campagne gevoerd. Mahmoed Ahamdinejad presenteerde de ontwikkeling van nucleaire energie als zijn grootste wapenfeit. Aangezien de consensus in Iran over het recht op kernenergie (niet noodzakelijk de wenselijkheid!) kwam de nadruk al snel op de economie te liggen.
Met zijn populistische politiek had Ahmadinejad zich in de afgelopen vier jaar onder een deel van de arme bevolking in de steden en het platteland populair gemaakt. Deze politiek was echter beperkt gebleven tot het uitdelen van geld aan individuen en ad-hoc projecten, in plaats van structurele vooruitgang. Bovendien zorgden de oplopende inflatie (25%) en werkloosheid (20-30%) voor veel sociale onvrede. Die onvrede probeerde Ahmadinejad op de corrupte, rijke machthebbers zoals ex-president Rafsanjani te richten door te zeggen dat zij hem in de weg stonden.
Moussavi, zijn belangrijkste tegenstander, beloofde economische vooruitgang, meer sociale en politieke vrijheden en meer rechten voor vrouwen. Zijn grootste aanhang was onder de stedelijke bevolking, waaronder studenten, vrouwen en de middenklasse. Maar ook hij sprak over sociale rechtvaardigheid en de strijd tegen armoede. Hij werd door veel mensen uit de arbeidersklasse gezien als iemand die voor hen opkomt. Vooral in de laatste weken voor de verkiezingen kreeg zijn ‘groene beweging’ momentum door massabijeenkomsten.
Veel mensen reageerden dan ook geschrokken toen Ahmadinejad door het ministerie van binnenlandse zaken met tweederde van de stemmen tot overwinnaar werd uitgeroepen en meenden dat er met de stemmen gesjoemeld was. Er zijn daarvoor een aantal aanwijzingen, ook al kan er nog niets met zekerheid gezegd worden:
- Het resultaat werd slechts een paar uur na het sluiten van de stembureau’s bekendgemaakt en de definitieve uitslag volgde iets later, terwijl daarvoor gewoonlijk drie dagen nodig zijn.
- Alle tegenkandidaten verloren ook in hun geboortestad, wat hoogst ongebruikelijk is. Karrubi haalde iets meer dan 300.000 stemmen, terwijl hij tijdens de verkiezingen in 2005 alleen al in de provincie Lorestan waar hij zijn basis heeft, meer stemmen haalde; ook Moussavi verloor in de regio Azerbeidzjan waar hij veel aanhang heeft.
- De regering van Ahmadinejad sloot meteen na het bekend worden van de uitslagen het partijgebouw van Moussavi en de omringende straten en stationeerde militairen overal in Teheran, legde het telefoon- en sms-verkeer stil en liet in de daaropvolgende uren tientallen kopstukken van Moussavi’s campagneteam arresteren.
Hoe dan ook, het is duidelijk dat een aanzienlijk deel van de Iraanse bevolking de regering niet vertrouwt en democratische veranderingen eist. Tijdens de demonstratie van maandag 15 juni in Teheran, waaraan bijna één miljoen mensen deelnamen, werden leuzen geroepen als ‘weg met de dictator’, ‘vrijheid en gelijkheid’, ‘waar zijn onze stemmen gebleven?’, ‘Moussavi, we steunen je’. In de avond gaven velen gehoor aan de oproep om vanaf de daken ‘allaho akbar’ (Allah is Groot) te schreeuwen, zoals in de dagen van de revolutie van 1979.
De protesten beteken overigens niet dat het conflict zich tussen de hele bevolking aan de ene kant en de regering aan de andere kant afspeelt. Ahmadinejad heeft nog steeds een aanzienlijke aanhang omdat hij zich opwerpt voor Irans nationale onafhankelijkheid van buitenlandse machten en voor de armen. De protesten voor democratie kunnen op lange termijn dan ook alleen groter worden en slagen als ze de eisen voor sociale rechtvaardigheid en onafhankelijkheid koppelen aan politieke vrijheid en de arme bevolking van de grote steden en het platteland aan hun kant krijgen.
Het is ook belangrijk te benadrukken dat deze protesten geen oproep zijn voor buitenlandse interventie of sancties. In de afgelopen jaren hebben activisten in Iran juist keer op keer benadrukt dat de oorlogsdreigingen de conservatieven rond Ahamdinejad in de kaart hebben gespeeld. De protesten zijn juist een vertoon van de interne krachten die het lot van Iran zelf kunnen en moeten bepalen. Wat zij vragen is onze solidariteit, die we op twee concrete manieren kunnen tonen.
Allereerst door ervoor te waken dat de situatie in Iran misbruikt wordt als een excuus voor het opvoeren van economische sancties en het voorbereiden van militaire interventies. De Israëlische regering heeft al opnieuw bevestigd dat ze een militaire aanval op Iran niet uitsluit en dat ook de verkiezing van Moussavi daaraan niets zou veranderen. Ten tweede moeten we ervoor zorgen dat de stem van de protesten zo breed mogelijk verspreid wordt, dat vakbonden en andere organisaties zich uitspreken voor de rechten van hun collega’s in Iran, en dat we met onze protesten hier de actievoerders in Iran laten zien dat ze er niet alleen voor staan. De eerste kans is donderdag 18 juni (16.30 uur) op het Plein in Den Haag.
Peyman Jafari spreekt woensdag 24 juni in Leiden over de situatie in Iran. Locatie: Café Het Keizertje, Kaiserstraat 2 / Aanvang: 20:00 / Meer informatie: 06-46798041 (Sanne)
Zijn net uitgekomen boek Het Andere Iran is voor €17,95 te bestellen bij LeesLinks, nu tijdelijk zonder verzendkosten!
dinsdag 16 juni 2009
Strijd voor democratie in Iran
Posted by
IS webredactie
om
18:51
|
Labels:
Iran,
Protest,
Verkiezingen
zaterdag 20 september 2008
Republikeinense hypocrisie
Komiek Jon Stewart laat in de Daily Show zien hoe Republikeinse woordvoerders en TV-presentatoren veranderen in ... voorvechters van vrouwenrechten.
Posted by
IS webredactie
om
23:02
|
Labels:
Verkiezingen,
VS
vrijdag 5 september 2008
Obama speelt volgens de regels
Na een week die gedomineerd werd door Barack Obama’s inzegening tijdens de Democratische conventie in Denver is zijn Republikeinse rivaal er op briljante wijze in geslaagd de aandacht terug te stelen.
Door Alex Callinicos
Er lijken twee redenen te zijn voor John McCains keuze voor Sarah Palin als kandidaat voor het vice-presidentschap. De eerste is een openlijke poging om ontevreden vrouwelijke aanhangers van Hillary Clintons mislukte nominatie aan te trekken. De tweede is het tevredenstellen van machtig christelijk rechts, door de keuze voor wat de Republikeinse strateeg Karl Rove omschreef als een ‘gun-packing, hockey-playing woman’ die lid is van de anti-abortusorganisatie Feminists for Life.
Maar de echte problemen voor Obama liggen op een ander vlak. Ondanks de extreme impopulariteit van George Bush ligt Obama nauwelijks voor op McCain in de peilingen. De twee thema’s die de regering-Bush verlamden zijn de oorlog en de economie. McCain heeft geprobeerd de crisis in de Caucasus uit te buiten om het thema van de oorlog in zijn voordeel om te draaien.
Columnist van de Financial Times Martin Wolf herhaalde de speculaties van Vladimir Putin dat ‘koudeoorlogsveteranen en neoconservatieven’ de Georgische president Saakasjvili zouden hebben aangemoedigd om Zuid-Ossetië aan te vallen, als provocatie richting Rusland. ‘Ik kan me zelfs voorstellen dat dit gezien werd als een manier om McCain in het Witte Huis te krijgen’, voegde hij eraan toe.
Of dit soort speculaties een kern van waarheid hebben of niet, Georgië heeft Obama zeker op achterstand gezet. Gideon Rachman, een andere columnist van de Financial Times, schreef vorige week vanuit Denver: ‘Ik krijg de indruk dat er werkelijk verdeeldheid bestaat in het Obama-kamp. Sommigen pleiten tegen NAVO-lidmaatschap van Georgië en Oekraïne, omdat het onverantwoord zou zijn deze landen een veiligheidsgarantie te geven. Anderen zeggen dat een terugtrekkende beweging van de NAVO het verkeerde signaal zou geven aan de Russen. Mijn indruk is dat de “harde lijn” de overhand heeft.’
Obama loopt op een dun lijntje. Een van de redenen waarom hij de Democratische nominatie won was zijn oppositie tegen de inval in Irak. Maar als hij laat doorschemeren dat hij het Amerikaanse imperium niet met alle middelen zal verdedigen, zullen de Republikeinse bloedhonden hem aan stukken scheuren.
Obama heeft hetzelfde dilemma op het punt van de economie. In zijn speech in Denver nam hij geen enkel risico, door een extra belastingverlaging te beloven en Bush’ belofte te herhalen om de Amerikaanse afhankelijkheid van olie te beëindigen. Het eerste stelt niets voor, het tweede is fantasie aan deze zijde van een socialistische revolutie.
Blijkbaar is ook Obama’s economische team verdeeld. Een paar maanden geleden wees Naomi Klein op de invloed van vrije-markteconomen. Jason Furman, hoofd van de denktank voor economisch beleid, is een vriend van Wal-Mart. Austen Goulsbee, de belangrijkste economische adviseur, is een econoom uit de Chigaco school die in februari in de problemen kwam toen hij tegen Canadese diplomaten zei dat ze Obama’s publiekelijke aanvallen op de North American Free Trade Agreement konden negeren.
Er zijn ook iets linksere figuren in de omgeving van Obama. James Galbraith is de zoon van de beroemde Keynesiaanse econoom J.K. Galbraith. Net als zijn vader is hij voor staatsinterventie om de markt te reguleren en een menselijk gezicht te geven.
Obama won zijn kandidaatschap vanwege de diepe onvrede onder gewone Amerikanen over een economisch en politiek systeem dat hen overduidelijk in de steek laat. Deze onvrede dwingt zelfs insiders als McCain om zich als populistische ‘anti-Washingtonkandidaat’ op te stellen. Maar Obama is ook een product van het systeem, en wil winnen volgens de regels van het spel. Daarom kan hij een beetje aan de tralies van de kooi rukken, maar niet proberen eraan te ontsnappen. Misschien is dit genoeg om hem in het Witte Huis te krijgen, maar iedereen die verwacht dat daar echte verandering op volgt houdt zichzelf voor de gek.
Alex Callinicos is auteur van een groot aantal boeken, waaronder The New Mandarins of American Power
Posted by
IS webredactie
om
21:14
Labels:
Verkiezingen,
VS
zaterdag 5 april 2008
verkiezingen in Zimbabwe
Hoewel de officiële uitslag van de verkiezingen in Zimbabwe nog altijd op zich laat wachten, is het voor alle partijen duidelijk dat de huidige president en dictator Mugabe een grote nederlaag heeft geleden. De grote vraag is of hij deze zal aanvaarden.
Door Suzanne Velduis
Volgens de belangrijkste oppositiepartij van Zimbabwe, de Beweging Voor Democratische Verandering (MDC) van Morgan Tsvangirai, en verschillende onafhankelijke verkiezingsmonitoren heeft Mugabe zowel de parlements- als de presidentsverkiezingen verloren. Het lijkt er echter op dat oppositieleider Tsvangirai in de eerste ronde niet de benodigde 51% heeft behaald om aan een tweede ronde voor het presidentsschap te ontkomen. De kiescommissie was verplicht de officiële verkiezingsresultaten binnen 6 dagen te publiceren, maar omdat deze termijn op de nacht van vrijdag op zaterdag is verlopen heeft de oppositie aangekondigd naar de rechter te stappen om bekendmaking van de uitslag te eisen. De advocaten van de MDC die zaterdag naar de rechtbank gingen werden daar echter de toegang tot de rechtbank geweigerd door de politie, wat een voorbode is van wat het land nog te wachten zou kunnen staan.
De voorlopige verkiezingsuitslag is een enorme doorbraak in een land dat al 28 jaar geregeerd wordt door een dictator die geen enkel tegengeluid toelaat. De vorige verkiezingen won hij telkens door te frauderen en met steun van kiezers uit zijn oorspronkelijke machtsbasis op het platteland. Deze keer is de steun voor de oppositie echter zo overweldigend dat zelfs met fraude de uitslag niet om te draaien is. Belangrijk is vooral dat de bevolking, zowel in de steden als op het platteland, deze keer ondanks alle repressie heeft laten zien dat het genoeg geweest is en dat zij van Mugabe afwillen. En dit zonder buitenlandse (militaire óf ‘humanitaire’) interventies. Zelfs de Financial Times moet toegeven dat ‘niemand buiten Zimbabwe de credit kan claimen’ voor Mugabe’s nederlaag. Alleen strijd van onderaf heeft de bevolking de moed gegeven een alternatief te steunen.
Ondertussen heeft Zanu-PF, de partij van president Mugabe, aangekondigd dat ze de verkiezingsresultaten niet accepteren, en dat zij Mugabe zullen steunen in een tweede ronde in de presidentverkiezingen. Ook beschuldigen zij de oppositie van fraude en eisen een hertelling betreffende 16 zetels in het parlement; waarmee zij, mochten ze gelijk krijgen, de meerderheid in het parlement zouden terugwinnen. Tegelijkertijd is er begonnen met grootschalige intimidatie. Kantoren van de oppositie worden geplunderd, buitenlanders gevangen genomen, en een grimmige parade van oorlogsveteranen uit Mugabe’s guerrillaleger door de hoofdstad Harare liet zien dat het oplaaien van geweld en intimidatie door de regering niet uitgesloten is.
Het is nu van belang dat de bevolking eist dat Mugabe aftreedt, en dat niet alleen overlaat aan de MDC. Alleen door de straat op te gaan, actie te voeren en stakingen uit te roepen kan de bevolking voorkomen dat Mugabe met geweld aan de macht blijft.
Posted by
Suzanne
om
18:34
|
Labels:
Afrika,
Verkiezingen,
Zimbabwe
maandag 28 januari 2008
Links alternatief breekt door in Duitsland
Afgelopen weekend waren er verkiezingen in de Duitse deelstaten Hessen en Nedersaksen. Het CDU van Merkel verloor stevig en de nieuwe linkse partij Die Linke brak definitief door in West-Duitsland.
De gang naar de stembus in de twee deelstaten werd gezien als belangrijke test voor de landelijke verkiezingen van volgend jaar, zowel voor de ‘Grote Coalitie’ van SPD en CDU, als voor het linkse electorale alternatief Die Linke. Er stond dus veel op het spel. ‘De zenuwen liggen bloot', verklaarde Christian Wulff, de christen-democratische minister-president van Nedersaksen, in de aanloop naar de verkiezingen. ‘Gaan ze echt scoren, of blijft hun parlementaire aanwezigheid beperkt tot Bremen, Berlijn en de Oost-Duitse deelstaten? Wordt, met andere woorden, die Linke ook een partij van het Westen? Die vraag houdt me al weken bezig’, aldus Wulff.
De zorgen van de gevestigde politieke partijen zijn begrijpelijk. De stormachtige opkomst van Die Linke, opgericht in juni 2007, heeft voor een ware aardverschuiving in de Duitse politiek gezorgd. Nu al is zij de op twee na grootste partij van Duitsland en scoort zij 10 tot 14 procent in de landelijke peilingen. De sociaal-democratische SPD, traditioneel de stem van de vakbeweging, wordt voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog bedreigd vanaf haar linkervleugel. De kracht van Die Linke is dat zij een anti-neoliberaal en anti-oorlogssentiment vertolkt. Kernpunten van haar beleid zijn het afschaffen van de hoge pensioensleeftijd van 67, een einde aan de harde werkloosheidwetgeving (genaamd Hartz IV) en het terugtrekken van de troepen uit Afghanistan. Deze standpunten worden door driekwart van de Duitse bevolking ondersteund, maar door geen enkele gevestigde partij uitgedragen. ‘Het lijkt wel alsof de Duitse overheid tegen haar eigen bevolking regeert!’, aldus een activist van Die Linke.
Een half jaar lang hielden haar tegenstanders vol dat Die Linke een nostalgisch overblijfsel van de DDR was en niet de kracht had om ook in het Westen voet aan de grond te krijgen. Met een doorbraak in zowel het regionale parlement van Hessen als van Nedersaksen heeft Die Linke bewezen dat ze door het hele land een serieus electoraal alternatief voor de sociaal-liberale SPD kan bieden. ‘Met deze uitslag hebben we het sociale klimaat in de Republiek definitief veranderd’, aldus partijvoorzitter Oskar Lafontaine.
Posted by
IS webredactie
om
17:46
|
Labels:
Duitsland,
Verkiezingen
woensdag 16 januari 2008
Venezuela: straat tegen elite
Alex Callinicos kijkt naar de tegenstelling in de regering van Hugo Chávez tussen het besturen van een bureaucratische kapitalistische staat en de poging om voor socialisme te strijden.
Door Alex Callinicos, vertaald uit Socialist Worker
‘Het vaderland, socialisme of de dood’. Met deze woorden legde Hugo Chávez een jaar geleden de eed als president van Venezuela af na een zegevierende herverkiezingscampagne. Vanuit de logica van die eed is de aankondiging van Chávez dat hij het tempo van zijn ‘Bolivariaanse revolutie’ omlaag gaat brengen, reden tot zorg. ‘Ik word gedwongen het marstempo te verlagen’, zei hij. Deze stap volgt op de nederlaag die de regering leed in het referendum van 2 december over haar voorstel tot een nieuwe grondwet.
Chávez spreekt tot de verbeelding van al diegenen in de wereld die tegen neoliberalisme en imperialisme zijn. Vanwege zijn uitdaging van de regering van George Bush, en omdat hij opkomt voor alternatieven tegenover het kapitalisme. Zijn oproep voor een “socialisme van de 21ste eeuw leek het einde aan te geven van de periode sinds de ineenstorting van de Sovjetunie, waarin er geen anders systeem dan het kapitalisme denkbaar leek.
Maar de positie van Chávez was altijd gebouwd op een tegenstelling. Het waren de armen van Caracas die hem redding boden toen hij door rechts omvergeworpen werd in april 2002. Zij omringden het presidentiële paleis en dwongen de samenzweerders om hem vrij te laten. Chávez blijft echter het hoofd van een bureaucratische staat, doordrenkt van corruptie, die een economie bestuurt waarin kapitalistische sociale verhoudingen nog steeds overheersen. Daarom wordt zijn politiek twee tegengestelde kanten uitgetrokken.
Hij heeft geprobeerd zijn basis onder de bevolking overeind te houden door de snel gegroeide olie-inkomsten van Venezuela te gebruiken om sociale hervormingen aan te jagen. Instellingen zoals de Bolivariaanse cirkels en de sociale missies zijn bedoeld om de activisten aan de basis te bundelen en te mobiliseren voor initiatieven van de president.
Maar geconfronteerd met de vijandigheid van Washington en de oligarchie van Venezuela, zijn Chávez en zijn bondgenoten ook in de verleiding gekomen om hun greep op het staatsapparaat te versterken. Zo was de schepping van de proregeringspartij, de Verenigde Socialistische Partij van Venezuela (PSUV), een initiatief van bovenaf om de steun vanuit de bevolking te kanaliseren. De voorgestelde grondwet bevatte waardevolle hervormingen, maar stond ook toe dat Chávez zich onbeperkt verkiesbaar kon stellen.
De uitslag van het referendum was niet echt een overwinning voor rechts. De Nee-stem was slechts 200.000 hoger dan het aantal stemmen voor de rechtse kandidaat tijdens de laatste presidentsverkiezingen. Het echte probleem was dat de Ja-stem drie miljoen stemmen kleiner was dan het aantal stemmen dat Chávez in die verkiezingen won.
Stephanie Blankenberg, een adviseur van de Venezuelaanse regering, schrijft in de New Statesman: "Het resultaat van 2 december was in wezen een proteststem van de ‘Chavista straat’ tegen de ‘Chavista elite'.’’ Onvrede over over voedseltekorten, inflatie en corruptie bracht een flink deel van de basis van Chávez ertoe om uit de stemhokjes weg te blijven.
Zijn ommezwaai is bedoeld als erkenning van deze onvrede. Chavez beloofde aandacht voor misdaad en voedseltekorten. Het probleem is dat een echte aanpak van deze problemen geen vertraging van het revolutionaire proces vereist, maar een versnelling ervan. Het vergt het breken van de greep van het privékapitaal op de economie. De corruptie kan alleen met wortel en tak worden uitgebannen door het bestaande staatsapparaat te ontmantelen en te vervangen door instellingen van volksmacht. Maar Chávez beweegt juist de andere kant op. Hij heeft de plegers van de staatsgreep van 2002 amnestie verleend en heeft Ramon Carrizales, een officier met bindingen met de grote bedrijven, tot vicepresident benoemd.
Dit doet gevaarlijk denken aan de gang van zaken onder de linkse Volkseenheids-coalitie in Chili in1972-1973. Toen de rechterzijde, met steun van de Amerikaanse president Nixon, steeds openlijker tot de aanval overging, reageerden arbeiders met het opzetten van hun eigen verdedigingsorganen, de cordones. Maar president Salvador Allende perkte deze initiatieven in en probeerde een overeenkomst met rechts te sluiten. Het ondermijnen van de arbeidersmobilisaties die hiervan het gevolg was gaf rechts het zelfvertrouwen om de militaire staatsgreep van 11 september te plegen waardoor Allende en duizenden linkse militanten omkwamen.
Dit punt is nog niet bereikt in Venezuela. Maar Chávez’ terugtocht markeert het gevaarlijkste moment voor het revolutionaire proces tot nu toe.
Posted by
Peter Storm
om
14:39
|
Labels:
Marxisme,
Venezuela,
Verkiezingen
woensdag 19 december 2007
ANC wisselt - van leiding, maar ook van koers?
Het Afrikaans Nationaal Congres (ANC), vroeger bevrijdingsbeweging en nu regeringspartij van Zuid-Afrika, heeft Jacob Zuma tot nieuwe leider gekozen. Daarmee treedt onvrede over het neoliberale beleid van huidig ANC-leider en president van Zuid-Afrika, Thabo Mbeki aan het licht.
Zuid-Afrika is na de val van de apartheid en het aan de regering komen van het ANC steeds duidelijker een neoliberale koers gaan volgen. Thabo Mbeki is hiervan een gangmaker geweest. Deze koers betekende ruim baan voor mulitinationale bedrijven, het stimuleren van economische groei door maximale marktwerking en dergelijke. Een kleine elite – witte en nu ook steeds meer zwarte kapitalisten – profiteerde. De grote meerderheid bleef arm.
Daartegen groeide protest. In juni van dit jaar vond er een wekenlange felle staking van de openbare diensten plaats. Kort geleden waren mijnwerkers in staking. En in de townships waar de straatarme zwarte bevolking veelal woont, vinden heftige demonstraties plaats: de mensen eisen dat de beloofde verbeteringen op het gebied van onder andere huisvesting en drinkwater ingelost worden.
De regering weigert serieus tegemoet te komen aan stakers en demonstranten , en stuurt de oproerpolitie af op demonstranten en stakers. Dat leidt tot bloedige taferelen die soms doen denken aan de repressie van het apartheidsbewind. Maar nu zijn niet alleen de demonstranten zwart – degenen die de oproerpolitie op hen af stuurt, zijn dat eveneens. Sterker: veel van de stakers en demonstranten behoren traditioneel tot de meest enthousiaste aanhang van het ANC. De regering zegt dus nee tegen haar eigen achterban en laat haar eigen kiezers afranselen.
Daarom zoeken delen van die achterban andere kanalen voor hun onvrede. Binnen de vakcentrale COSATU en de Communistische Partij SACP, traditioneel verbonden aan het ANC, groeit de kritiek op de regering en op Mbeki. Het is deze kritische en rebelse sfeer die Zuma het voorzitterschap van het ANC , en straks waarschijnlijk het presidentschap, bezorgt. Mensen willen eenvoudig van Mbeki af.
Zuma biedt intussen niet echt een inspirerend alternatief. Hij moest in 2005 aftreden wegens beschuldigingen van corruptie. Pas daarna ontpopte hij zich als ‘man van het volk’, hetgeen een nogal opportunistische indruk maakt. Ook is hij beschuldigd van verkrachting van een seropositieve vrouw. Hij ontkent, met de opmerking dat de vrouw vanwege haar uitdagende kleding zelf aangaf dat ze wel wilde. Die HIV-besmetting vond hij geen probleem, hij had naderhand een douche genomen. Geen progressief persoon op het vlak van seksualiteit en gelijke rechten, deze mijnheer Zuma.
Zijn houding is ook op andere terreinen helemaal niet wezenlijk links. Hij heeft zich omringd met adviseurs uit het zakenleven, en nam in zijn campagne voor het ANC-leiderschap ruim de tijd om naar Londen te vliegen en daar ondernemers gerust te stellen dat ze onder hem niets te vrezen hadden. Toch is zijn overwinning, als uitdrukking van een verschuiving naar links onder grote groepen arbeiders en armen.
De vraag wordt: laat deze beweging naar links zich inkapselen door Zuma? Of krijgen we een diepere breuk met het neoliberale beleid waarvan Mbeki maar ook Zuma uiteindelijk loyale uitvoerders proberen te zijn? Duidelijk is in ieder geval dat ook in Zuid-Afrika de tijd van de onbetwiste dominantie van dat neoliberalisme voorbij is.
Posted by
Peter Storm
om
16:42
|
Labels:
Afrika,
neoliberalisme,
Verkiezingen
maandag 3 december 2007
Onvrije verkiezingen in Rusland
Pakweg 107 miljoen mensen mochten zondag deelnemen aan parlementsverkiezingen in Rusland. De uitslag stond van tevoren vrijwel vast: Verenigd Rusland, de partij van president Poetin, werd overwinnaar. Zeker 60 procent stemde erop. De weg ligt nu open voor een verdere verbouwing van de Russische staat in autoritaire richting.
Door Peter Storm
Met democratische verkiezingen had het weinig te maken. Op verkiezingsdag zelf werden talloze onregelmatigheden gemeld: berichten dat soldaten, ambtenaren en zelfs patiënten in ziekenhuizen onder dwang moesten gaan stemmen. In de verkiezingscampagne kreeg alleen Poetins partij de ruimte. De politie pakte keer op keer mensen van oppositiegroepen op bij demonstraties. De staat weigerde Ander Rusland, de oppositiebeweging van onder meer Garri Kasparov, zelfs in te schrijven als deelnemer aan de verkiezingen. Intussen zat Poetins Verenigd Rusland, met 1,2 miljoen leden, overal: talloze gouverneurs en burgemeesters zijn er lid van en stonden kandidaat. Verenigd Rusland is de partij van de macht, in een rol die steeds meer doet denken aan de Communistische Partij van de Sovjetunie, toen dat nog een éénpartijstaat was.
Het gaat hier niet om een gril van een machtsbeluste president. De ontwikkeling van Rusland richting dictatuur de laatste jaren is de uitkomst van een proces waarin de elite van de vroegere Sovjetunie reageerde op crises in het land. Rond 1985 was de bureaucratische staatseconomie vastgelopen, waardoor de Sovjetunie de wapenwedloop en de race op de wereldmarkt verloor. Een poging van partijleider Gorbatsjov om met markthervormingen de kar in beweging te krijgen opende de deur voor verdergaande veranderingen. De heersers raakten verdeeld over het tempo en de vorm van de hervormingen. De leiding verloor de totale greep op de maatschappij, democratische groeperingen en bewegingen voor nationale onafhankelijkheid in deelrepublieken kwamen op. Er kwamen verkiezingen met meerdere kandidaten en groeperingen. Ondertussen gingen de mijnwerkers in staking.
Uiteindelijk viel de Sovjetunie uiteen en kregen voorstanders van snelle markthervormingen de overhand, onder leiding van Boris Jeltsin die president van Rusland werd. Vanaf 1992 legden de heersers een draconisch programma van marktwerking en privatisering op aan Rusland. Een handvol ondernemers, uit de bureaucratie afkomstig of ermee verbonden, kocht staatsbedrijven voor een habbekrats op in een orgie van corruptie. De bevolking zag haar levensstandaard kelderen. De staat verbrokkelde en verzwakte.
Een economische en financiële crisis in 1998, gecombineerd met opgeklopte angst voor ‘terrorisme’ wegens de Tsjetsjeense onafhankelijkheidsstrijd, leidde tot een meer autoritaire koers van de juist ‘democratisch’ geworden heersers. Jeltsin benoemde Poetin, carrièremaker in de geheime dienst KGB, tot zijn opvolger. Hij liet dat tweemaal in steeds minder open verkiezingen bevestigen. Hij zocht het herstel van de kracht van de Russische staat, binnenlands en internationaal. Het recht op demonstreren werd uitgekleed. Oppositiepartijen en media die niet als spreekbuis van het Kremlin wensten te dienen, kregen steeds meer tegenwerking. Corrupte zakenlieden kregen de keus: de regie van Poetins staat aanvaarden – of ballingschap of gevangenisstraf riskeren. Poetins huidige ‘populariteit’ weerspiegelt repressie en staatspropaganda.
Eén factor speelde Poetin in de kaart: de economie. Die moet het hebben van export van gas en olie. De crisis van de jaren negentig werd in de hand gewerkt door lage grondstoffenprijzen op de wereldmarkt. Maar de laatste jaren zijn die prijzen sterk gestegen. Hierdoor beschikt Poetin over een gevulde staatskas. De bevolking merkt dat haar leven iets minder beroerd is dan voorheen. Inkomens stijgen een beetje. Met de greep die Poetin op de media en politiek heeft, is het niet vreemd dat Poetin hiervoor de eer krijgt. Mensen pikken zijn politiestaat omdat ze, in tegenstelling tot de tijd van Jeltsin, enige verbetering bespeuren. Dat Poetin zich assertiever opstelt tegen het Amerika van Bush helpt zijn populariteit vermoedelijk ook.
Daarbij komt de zwakte van de oppositiepartijen. De Communistische Partij scoort nu 12 procent van de stemmen, en is de enige oppositiepartij die de kiesdrempel haalde. Ze combineert verbleekte nostalgie voor de oude Sovjetunie met nationalisme, en trekt oudere kiezers aan. De Unie voor Rechtse Krachten van Boris Nemtsov combineert democratische verlangens met blijmoedig geloof in juist die markteconomie die de levens van de Russische meerderheid ten gronde heeft helpen richten. Zo wordt je niet populair. Ander Rusland bundelt soortgelijke liberalen met neostalinisten met fascistische inslag, zoals Edward Limonov. Het feit dat deze club bij haar demonstraties nooit meer dan enkele duizenden mensen op de been kreeg is niet louter een gevolg van onderdrukking. De grovere repressie in het naburige Wit-Rusland kon in 2006 niet voorkomen dat in dat kleinere land toch ettelijke tienduizenden de straat op gingen.
Om werkelijk verschil te maken is een dieper soort oppositie nodig, één die de latente sociale onvrede die in Rusland wel degelijk bestaat, verbindt aan de eis tot meer democratie. Zulke onvrede bleek begin 2005, toen in vele steden grote aantallen ouderen protesteerden tegen verslechtering van hun pensioenen. Opeens vloog Poetin omlaag in peilingen. Onvrede blijkt ook uit stakingen die af en toe uitbreken, tegen ernstige intimidatie in. Zo staken momenteel arbeiders in de Ford-vestiging in Sint-Petersburg. Dit type van protest heeft juist in Rusland al eerder eens de aftrap gegeven tot de val van een onverwoestbaar lijkend autoritair regime.
Een nuttige analyse van achtergronden vind je in 'The uncertain return of Russian Power', Mike Haynes, International Socialism Journal.
Posted by
Peter Storm
om
00:09
|
Labels:
neoliberalisme,
Protest,
Stakingen,
Verkiezingen
maandag 26 november 2007
Rechtse premier weggestemd in Australië
Goed nieuws uit Australië afgelopen weekend: 53 procent van de kiezers hebben de rechtse regering van premier John Howard een stevige nederlaag bezorgd. Het ziet er zelfs naar uit dat Howard zelf zijn parlementszetel verliest aan iemand van de Labourpartij. Na 11 jaar rechts bewind van de Liberalen gaat nu Labour-leider Kevin Rudd de regering vormen.
Het is goed nieuws voor tegenstanders van oorlog, milieuverwoesting en racisme . John Howard trok Australië mee in Bush’ ‘Oorlog tegen Terrorisme’: Australische troepen zitten in zowel Irak als Afghanistan. Onder John Howard weigerde Australië zelfs slappe klimaatmaatregelen: het was één van de zeer weinige landen die het Kyoto-protocol weigerde te tekenen. Terwijl de VS het land is dat het meeste CO2 uitstoot, is Australië de grootste vervuiler per hoofd van de bevolking. Tevens was de regering van Howard berucht wegens het opsluiten van vluchtelingen in onmenselijke interneringskampen, wegens onderdrukking van de oorspronkelijke Aboriginal-bevolking, en vooral wegens systematische aantasting van vakbondsrechten.
Dat na de oorlogsleiders Aznar (Spanje), Berlusconi (Italië) en Blair (Groot-Brittannië) nu ook Bush’ steunpilaar Howard het veld moet ruimen is reden voor vreugde. Maar voor grootse verwachtingen dat er grote veranderingen komen is weinig aanleiding. Kevin Rudd heeft aangekondigd dat Australië troepen uit Irak gaat terugtrekken.. Maar dezelfde Rudd steunt de oorlog in Afghanistan van harte. En hij wil een ministerie van veiligheid, gemodelleerd naar Homeland Security in de VS, ook niet echt een stap in de goede richting.
Rudd heeft aangekondigd het Kyoto-verdrag wel te gaan tekenen. Meer dan symboliek is dat echter niet. Hoe hij zijn belofte dat Australië in 2050 60 procent minder CO2 gaat uitstoten is onduidelijk. Wat op het gebied van vakbondsrechten gaat veranderen staat te bezien. Opiniepeilingen geven aan dat juist dát onderwerp kiezers bewoog om op Labour te stemmen. Maar die partij heeft beloofd de aantastingen van die rechten maar zeer gedeeltelijk terug te draaien.
Het was meer angst voor nog erger dan hoop voor veel beter die mensen naar Labour dreef. Links is terecht blij met de nederlaag van Howard. Maar illusies in zijn opvolger zijn misplaatst, waakzaamheid blijft geboden.
Zie ook Aussie Election Shock, op Lenin’s Tomb.
Posted by
Peter Storm
om
16:47
|
Labels:
Klimaat,
Verkiezingen,
War on terror
SP en democratie in perspectief
Afgelopen zaterdag werd in Rotterdam het 15e partijcongres van de SP gehouden. Een heel eensgezind congres, zoals te verwachten was bij een partij die jaar na jaar het ene succes na het andere boekt. Maar volgens de rechtse media, de Volkskrant voorop, bewees het vooral de ‘kadaverdiscipline’ in de SP.
Door Pepijn Brandon
Even voor de helderheid: ondergetekende werd samen met de rest van de leden van de IS na een korte periode van lidmaatschap begin 2006 de SP uitgezet. Ons beeld van een pluriforme SP bleek door het partijbestuur niet te worden gedeeld. Ik heb over dat besluit nooit formeel geklaagd. De mededeling vanuit het partijbestuur had wat minder horkerig gekund, maar de kern van het verhaal blijft toch: de partijraad had erover gestemd, jammer voor ons.
Voor de redactie van de Volkskrant zal dat wel een uiting zijn geweest van typisch socialistische volgzaamheid. Maar laten we de discussie over de SP en democratie eens in perspectief zien. De ‘bewegingen’ aan de uiterst rechterkant van het politieke spectrum hebben alvast met de interne democratie gedaan wat ze het liefst ook met de democratie buiten de partij zouden doen: hem afschaffen. Wilders’ PVV en Verdonks TON hebben geen leden, want die zijn lastig en willen zeggenschap. Nu zou ik het gemiddelde lid van de PVV ook geen zeggenschap willen geven, maar het is toch vreemd dat de redactie van de Volkskrant niet wekelijks deze misstand aan de kaak stelt.
Dan ‘gewoon’ rechts. Mark Rutte donderde zijn belangrijkste rivaal voor het congres de fractie uit, maar werd nooit beschuldigd van maoïstische methodes. Jan Peter Balkenende en zijn compaan Donner begonnen hun opmars in het CDA na een nacht van de lange messen, waarin ze een ‘te links’ partijbestuur om zeep hielpen. Wouter Bos’ PvdA heeft er een sport van gemaakt om op zoveel mogelijk punten tegen de wil van de eigen achterban in te gaan. En D66 heeft misschien wel interne democratie, maar dat is voor de leden van die partij ongeveer net zo zinvol als het recht om te stemmen over de koers van de zinkende Titanic.
De uitspraak van Marijnissen dat de SP de meest democratische partij van Nederland is, verdient dus niet het hoongelach waarmee die is ontvangen. Toegegeven, in het land der blinden... En de tweewekelijkse ophef over de interne democratie (SCHANDE, SP-Kamerleden staan hun topsalaris af – SCHANDE, SP-Eerstekamerleden worden gekozen door de partij en niet volgens de volledig ondoorzichtige achterkamertjesconstructie uit de kieswet – TIENTALLEN leden opgestapt uit onvrede) heeft wel iets weg van een georchestreerde campagne.
Hebben kritische socialisten zonder last van kadaverdiscipline dan helemaal niets te bediscussiëren over de koers van de SP? Natuurlijk wel, maar die discussie gaat over de inhoud. Als Marijnissen zegt: ‘Vanaf nu maken we ons op voor een nieuwe doorbraak, de doorbraak naar de ivoren torens van de macht’, dan zou dat aanleiding moeten geven voor enorm veel debat. Ons doel was toch het afbreken van die ivoren torens? Maar die discussie staat niet centraal voor de redactie van de Volkskrant. Het redactioneel van vandaag roept de SP vooral op om meer gevestigde partij te worden, in plaats van minder. En een echte inhoudelijke discussie over de koers, die onder leden van de partij wel degelijk leeft, wordt eerder de kop ingedrukt dan bevorderd door het feit dat de partijleiding kan hameren op de noodzaak ‘de rijen te sluiten’ tegenover de rechtse anti-SP hype.
Ik zou graag een SP zien die de hele discussie over regeringsdeelname eens in de ijskast zette, om zich te concentreren op de punten waar het echt om gaat: verzet opbouwen tegen dit kabinet, de oorlog van Bush, kapitalistische globalisering, het racisme van Wilders. Die meer van onderaf en van de straat uit redeneerde, in plaats van alles door een electorale bril te bekijken. En die zich openstelde voor activisten vanuit andere stromingen, om een brede linkse bewegingspartij op te bouwen. Maar de bottom line is tamelijk eenvoudig: de keuze om dat te doen is aan de leden van de SP, en aan niemand anders. Niet aan mij, en zeker niet aan de redactie van de Volkskrant.
Overigens: of het nu een uiting van volgzaamheid is of niet, maar ik vind de rap-versie van de Internationale cool (zie het filmpje op tweederde van de pagina).
Posted by
Pepijn Brandon
om
16:28
|
Labels:
Socialisme,
SP,
Verkiezingen
donderdag 22 november 2007
Waar gaat de SP heen?
Komende zaterdag houdt de SP haar 15 e congres. Sinds de doorbraak bij de landelijke verkiezingen is er behalve terechte blijdschap ook veel debat in en rond de SP, over thema’s als de dubbele nationaliteit en interne democratie.
Dit wijst erop dat de SP voor een belangrijke keuze staat. Neemt de SP de plaats in van de PvdA als sociaal-democratische partij, of bouwt ze aan een sociale macht tegenover het neoliberalisme?
Twee belangrijke factoren hebben de SP groot gemaakt. De eerste is de groeiende afkeer van het neoliberalisme en de markt. De tweede factor is de medeplichtigheid van de PvdA aan de sociale afbraak. Het neoliberalisme begon vanaf de jaren tachtig als een project om de winsten te laten stijgen. De PvdA schoof ondertussen naar rechts en schudde onder Wim Kok haar 'ideologische veren' af. Als commissaris bij onder andere ING en Shell symboliseert hij het levenspad van de PvdA. De ruimte die de PvdA aan de linkerkant open liet, is langzaam opgevuld door de SP.
Uit deze ontwikkeling hebben veel SP-bestuurders een begrijpelijke maar gevaarlijke conclusie getrokken. Zij beredeneren dat de SP alleen verder kan groeien als ze de slag met de PvdA wint en in de regering komt. Een voorproefje van wat deze oriëntatie in de praktijk betekent zagen we tijdens de vorige verkiezingen. Marijnissen wekte even de suggestie dat de SP ook met het CDA zou willen regeren. En standpunten rond de NAVO, het koningshuis en de topinkomens werden verwaterd. Ook de dubbele houding rond het thema racisme en de huiverigheid om hard de strijd aan te binden tegen politici als Wilders, heeft veel te maken met de angst voor stemmenverlies. 
Wat deze logica begrijpelijk maakt is de druk die het winnen van stemmen op elke partij uitoefent. Maar door die logica door te trekken zou de SP in de voetsporen van de PvdA treden. Het probleem is dat eenmaal in de regering, de druk om naar rechts te schuiven alleen maar toeneemt. Een voorbeeld. Op 10 november berichtte het Financieel Dagblad dat de topmannen van vier Nederlandse multinationals een brandbrief naar Wouter Bos (minister van financiën) hebben gestuurd waarin ze hun 'zorgen' uitspreken over de fiscale aanpak van topinkomens. Wat er precies in stond werd niet bekend gemaakt, maar ING-topman Tilman gaf een hint. Hij zei dat ING mogelijk het hoofdkantoor naar het buitenland verhuist als ‘het vestigingsklimaat’ niet verbetert. Deze druk is een klein voorbeeld van wat de SP te wachten staat in de regering.
Maar is er dan een alternatief? Het doel van socialisten is niet het winnen van verkiezingen, maar het veranderen van de wereld. Daarbij zijn verkiezingen belangrijk, maar alleen als ze gebruikt worden om een macht van onderaf op te bouwen, tegenover die van de ING's van deze wereld en hun staten. Het opbouwen van zo’n tegenmacht is een kwestie van lange adem, via acties, campagnes, stakingen en bewegingen die zoveel mogelijk mensen bij elkaar brengen en hun zelfvertrouwen vergroten. Zonder sterke sociale bewegingen die fundamentele veranderingen afdwingen, zal de electorale winst van de SP op lange termijn geen stand kunnen houden.
De potentie voor het opbouwen van sociale bewegingen is aanwezig. Nog maar vier jaar geleden demonstreerden honderdduizend mensen tegen de oorlog tegen Irak. Op 2 oktober 2004 demonstreerden 300.000 vakbondsleden tegen de sociale afbraak. Op kleinere schaal komen ook nu nog mensen in beweging, tegen de sluiting van hun bedrijf, tegen marktwerking in de zorg, voor het terugtrekken van de troepen uit Afghanistan, voor een betere toekomst voor schoonmakers, tegen kapitalistische globalisering en het toenemende racisme.
In tegenstelling tot andere partijen is de SP bij deze acties vaak aanwezig, maar socialisten hebben een grotere uitdaging als ze het opbouwen van een tegenmacht serieus nemen. De SP ziet zich vooral als de parlementaire bondgenoot van sociale bewegingen. Lange tijd is de SP trots geweest op de combinatie van haar 'parlementaire en buitenparlementaire werk. Het laatste wordt echter steeds meer ondergeschikt aan het eerste.
Deze kritiek betekent niet dat we het als onze taak zien om vanaf de zijlijn de SP met adviezen te bestoken. Ons argument is juist dat socialisten een actieve rol moeten spelen in het opbouwen en versterken van sociale bewegingen en het ontwikkelen van een kritische analyse die onze strijd versterkt en richting alternatieven wijst. Als Internationale Socialisten hopen we dat te kunnen doen met meer activisten, van zowel de SP als daarbuiten.
Posted by
IS webredactie
om
22:38
|
Labels:
Socialisme,
Verkiezingen
dinsdag 20 november 2007
RESPECT-conferentie gericht op de toekomst
Dit weekend hield de Britse linkse coalitie RESPECT, onder moeilijke omstandigheden, haar partijcongres.
Ondanks de scheuring, waarbij het enige parlementslid George Galloway opriep voor een alternatieve conferentie op dezelfde dag, was de officiële conferentie drukbezocht en representatief. 270 afgevaardigden uit de afdelingen en meer dan 80 waarnemers discussieerden over de achtergronden van het conflict en de toekomst van RESPECT. Hieronder twee van de belangrijke speeches van de dag.
Landelijk secretaris John Rees over het conflict in de partij en de uitdagingen voor de toekomst.
Mark Serwotka, voorzitter van de vakbond voor personeel in de publieke sector, over de noodzaak van een eensgezind links alternatief voor New Labour.
Meer beelden van beide conferenties zijn te vinden via bovenstaande links. Op de website van de Socialist Worker zijn ook geschreven verslagen te vinden.
Posted by
IS webredactie
om
11:24
Labels:
Socialisme,
Verkiezingen
zaterdag 10 november 2007
VS: kiezen tussen creeps
Nog een jaar voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2008. Nog een jaar voordat veel Amerikanen hun afkeer van acht jaar Bush, oorlog, repressie en verarming zullen laten blijken. Een Democratische overwinning is aannemelijk. Of toch niet?
Door Peter Storm
Vorig jaar nog, rond deze tijd, heerste in Democratische kringen euforie. Democraten hadden de Congresverkiezingen gewonnen, nu kon aan de excessen van de Bush-regering paal en perk worden gesteld. Bush stuurde meteen zijn oorlogsminister Rumsfeld weg. Een commissie van wijze lieden uit hoge kringen, de Iraq Study Group, pleitte voor het op een lager pitje zetten van de oorlog in Irak, het betrekken van buurlanden in het zoeken naar een politieke oplossing, en terugtrekking van flink wat Amerikaanse troepen. Het leek een begin: Democraten zouden hun meerderheid benutten om Bush de duimschroeven aan te draaien en zijn oorlog stap voor stap af te bouwen.
Niets van dat alles gebeurde. Bush sprak zalvende woorden richting Democraten, en ging door met zijn oorlogspolitiek alsof er niets was gebeurd. Hij koos voor escalatie op drie fronten. Hij steunde het Ethiopische leger – diplomatiek, maar ook met luchtaanvallen en CIA-hulp - bij een inval in Somalië, om daar een verse Islamistische regering omver te werpen. Sindsdien is het daar weer oorlog.
Bush voerde de druk op Iran op, met sancties, beschuldigingen, het oppakken van Iraanse functionarissen in Irak en het samentrekken van een enorme oorlogsvloot voor de Iraanse kust. Hij escaleerde de Irak-oorlog met zijn surge - een offensief waarvoor hij 30.000 extra soldaten naar Irak stuurde. 2007 is het jaar met de meeste Amerikaanse slachtoffers daar.
Niets deden de Democratische leiders hiertegen. Integendeel: ze rolden zelf de bloedrode loper uit waarover Bush zijn oorlogsmachine verder kon laten opmarcheren. Binnen weken na hun overwinning maakten kopstukken van de Democratische Partij duidelijk dat impeachment – een afzettingsprocedure, waar in 2006 sprake van leek – van tafel was. Een Congresmeerderheid accepteerde de surge, de extra troepen in Irak en weigerde de geldkraan voor de oorlog dicht te draaien. Een meerderheid steunt de intimidatie van Iran.
Die meerderheid omvat Democratische kopstukken; zonder hen is in het Congres geen meerderheid te vinden. De Democratische leiding doet precies het tegenovergestelde van datgene waarop veel kiezers hoopten. Het is niet waarschijnlijk dat de Republikeinen de komende verkiezingen winnen. Maar er is alle kans dat de Democraten de komende verkiezingen met overtuiging verliezen.
Met overtuiging, inderdaad. De Democratische opstelling wortelt niet in gebrek aan ruggengraat, angst voor Republikeinse treitercampagnes of misplaatste meegaandheid. Democratische leiders willen wat Republikeinen willen: het Amerikaanse wereldrijk moet overeind blijven, iedere weerstand daartegen moet gebroken worden, oorlogen als in Irak moeten worden gevoerd en gewonnen. Het conflict tussen de twee partijen gaat over de manier waarop, maar vooral over: wie mag aan het hoofd staan van deze bloedige maar zeer lucratieve onderneming?
Dáárom weigeren Hillary Clinton en Barack Obama te beloven dat als zij president worden, alle troepen uit Irak vertrekken. Dat ze met zo’n belofte naar alle waarschijnlijkheid de verkiezingen glansrijk zouden winnen is voor hen van ondergeschikt belang. Ze zijn loyaal, niet aan de kiezers, maar aan het grote geld dat hen kan maken en breken. Amerika’s twee partijen zijn, zoals schrijver Gore Vidal ooit zei, twee vleugels van die éne partij, de Big Business Party.
Tegen die achtergrond komen de verkiezingscampagnes op gang. Sterke man aan Republikeinse kant is ex-burgemeester van New York, Giuliani. Hij staat bekend als gematigd omdat hij, in tegenstelling tot veel partijgenoten, niet schijnt te vinden dat wie abortus laat plegen of homoseksueel is, dient te branden in de hel. Maar zijn keus van adviseurs spreekt geen taal van redelijkheid. Norman Podhoretz, peetvader van de neoconservatieven, iemand die niet snapt waarom Iran niet allang is gebombardeerd, is één van hen. En Pat Robertson, hoofd van de Christelijke versie van de Taliban, steunt Giulinani.
Aan Democratische kant stelen Hillary Clinton en Barack Obama de show. Voor het eerst geen witte man in het Witte Huis zou wel een opluchting zijn. Maar daar houdt de eventuele feestvreugde wel op. Clinton slaagt erin om het meeste geld binnen te slepen van de twee. Obama tracht dat te compenseren met dynamische optredens. Daarin zoekt hij dubieuze bondgenoten. Zo ging hij afgelopen weken op tournee met vier gospel-artiesten die een reputatie hadden opgebouwd met grove homofobe uitspraken.
Geen van beiden verzetten ze zich tegen de benoeming van de nieuwe minister van justitie, Michael Mukakey – een man die ontkent dat ‘waterboarding’ een vorm van marteling is. Ze deden dat op laffe manier: ze brachten hun stem niet uit. Met zulke Democraten heb je geen Republikeinen meer nodig. Cindy Sheehan, Ralph Nader, waar zijn jullie?
Posted by
Peter Storm
om
23:42
Labels:
Verkiezingen,
War on terror
woensdag 10 oktober 2007
Referendum Utrecht: "Schijnstem voor schijnvertoning!"
De inwoners van Utrecht konden vandaag in een referendum kiezen voor een nieuwe burgemeester. De keuze bestond uit twee vrijwel onbekende PvdA'ers: Aleid Wolfsen en Ralph Pans. "Lood om oud ijzer", moeten de meeste Utrechters gedacht hebben. Ze lieten de schijnvertoning, die zo'n 800.000 euro kostte, massaal links liggen.
Gabriel woont in de Utrechtse wijk Ondiep en vertelt: "Zojuist bezocht ik het tellen van de stemmen in mijn kieslokaal. Dat was snel gepiept: slechts 116 van de krap 1300 kiesgerechtigden waren komen opdagen, omgerekend zo'n 9 procent. Die lage opkomst verraste me niet: toen ik vanmiddag om twaalf uur ging stemmen, hadden in mijn kieslokaal nog maar zes personen hun stem uitgebracht! Ik heb zelf mijn stembiljet blanco in de stembus gedeponeerd. Bij het tellen van de stemmen bleek dat in totaal 35% van de stemmers dat ook had gedaan. Eén kiezer had met grote letters 'Schijnstem voor schijnvertoning!!' op het stembiljet geschreven."
Utrechters hebben slechte ervaringen met referenda. In 2002 was er al een referendum over de grootscheepse renovatie van het stationsgebied. Ook toen kon er worden gekozen uit twee alternatieven die bewoners niet zagen zitten. Vervolgens heeft het gemeentebestuur zich in een peperdure houdgreep laten nemen door projectontwikkelaar Corus (van winkelcentrum Hoog Catharijne), en werd grotendeels voorbij gegaan aan de uitkomst van het referendum.
Bij het referendum van vandaag blijft de opkomst ruim onder de vereiste 30%. De gemeenteraad beslist nu komende week wie de nieuwe burgemeester van Utrecht wordt. Het zal de PvdA, veruit de grootste fractie in de gemeenteraad, waarschijnlijk weinig moeite kosten om uit de twee PvdA'ers de meest geschikte PvdA'er kiezen.
Posted by
IS webredactie
om
20:18
Labels:
Verkiezingen
SP Leiden: goed zo!
Voor een linkse partij zijn er hogere waarden, belangrijker zaken, dan bestuurlijke macht tot elke prijs. De PvdA vergeet dat keer op keer. De SP heeft dat vaak nog goed in de gaten.
In Leiden bleek dat deze week. Daar is de SP in het college van B&W gaan zitten, samen met PvdA, GroenLinks en Christenunie. De partij had in de verkiezingscampagne beloofd dat ze zich hard zou maken tegen de aanleg van een sneltram door Leiden, de Rijn Gouwe Lijn (RGL). Op die basis won ze veel stemmen in de gemeenteraadsverkiezingen. Om met voorstanders van de RGL, PvdA en GL, te kunnen besturen was een compromis gesloten: de zaak zou per referendum aan de bevolking worden voorgelegd. Dat referendum kwam: 69 procent van de stemmers sprak zich tegen een RGL door de binnenstad uit.
Daarmee had de zaak bekeken, en de RGL begraven, moeten zijn. Maar de gemeente Zuid-Holland wil het traject doordrukken. PvdA, GroenLinks en CU willen daaraan toegeven, en daarmee de kiezersuitspraak in de prullenbak gooien. De SP houdt voet bij stuk. “Wij zijn volksvertegenwoordigers, wij zijn gekozen om de belangen van de inwoners van leiden te verdedigen. En die willen duidelijk geen RijnGouweLijn door Leiden”, zo verklaart SP-fractievoorzitter Antoine Theeuwen op de SP-website. “Als je een referendum organiseert en je wil je aan de uitslag houden, dan moet je je later niet laten overbluffen door de provincie. En dan moet je zeker niet alsnog de RGL aanleggen.”
De stap van de SP krijgt in reacties in het Leidsch Dagblad dan ook terecht complimenten als “Ik ben geen SP-stemmer, maar vind het wel tonen van respect voor de burger van Leiden (…). Dus mijn hulde voor de SP” en “Het beste nieuws in jaren. Misschien dat de PvdA nu eindelijk inziet dat er meer is dan alleen pluche.”
SP-Leiden verdient lof dat ze haar belofte aan de kiezers serieus neemt en er haar bestuursmacht zelfs voor prijs geeft. Maar het is diep treurig dat zo’n opstelling zo opvalt en dat dit, met name voor andere linkse partijen, niet de gewoonste zaak van de wereld is.
Posted by
IS webredactie
om
12:48
Labels:
neoliberalisme,
Verkiezingen