Vandaag is het Wereldoceanendag, ooit in het leven geroepen om de schoonheid van de oceanen en hun bewoners te vieren. Maar wetenschappers waarschuwen dat als er niet snel drastische actie wordt ondernomen, er straks niets meer te vieren zal zijn.
Oceanen en zeeën zijn de bron van alle leven. Ze herbergen fantastische levensvormen en vervullen een belangrijke rol in het reguleren van het klimaat en het schoonhouden van onze planeet door afvalstoffen af te breken. Tweederde van de wereldbevolking woont aan de kust. De oceanen voorzien miljoenen mensen van werk en voedsel. Kortom: oceanen zijn cruciaal voor al het leven op aarde.
Maar de mensheid heeft de relatie met haar leefomgeving onder enorme druk gezet. Dat geldt in ernstige mate voor onze oceanen. Vervuiling, klimaatverandering en overbevissing hebben hele ecosystemen op de rand van instorten gebracht. Wetenschappers waarschuwen dat als er geen drastische actie wordt ondernomen, er in 2050 geen vissen meer in de oceanen zullen leven.
Het tij kan nog gekeerd worden: de visserij moet mondiaal aan banden worden gelegd, te beginnen met de industriële vistrawlers uit Japan, Europa en de VS. En er moeten grote zeereservaten worden aangeleged zodat de biodiversiteit in rust hersteld kan worden. Een dergelijk omkeer zal onmogelijk zijn zonder bewustwording en maatschappelijke druk.
Vandaag zijn er twee campagnes gestart die hier een bijdrage aan leveren: Zeereservaten Nu! van Greenpeace en de nieuwe documentaire The End of the Line. Hieronder de trailer als voorproefje.
maandag 8 juni 2009
'Oceanen in 2050 leeggevist'
zaterdag 7 maart 2009
Creëer banen en red onze planeet
Terwijl regeringen wereldwijd praten over subsidies aan bedrijven en aanvallen op lonen en banen om de crisis in te perken, verdwijnt het debat over klimaatverandering naar de achtergrond. Jonathan Neale zet in de Socialist Worker een radicale oplossing uiteen om de werkloosheid aan te pakken, door tegelijk miljoenen banen te creëren en de klimaatcrisis aan te pakken.
We worden geconfronteerd met twee mondiale crises. Onze economie ligt in duigen en het klimaat raast richting de afgrond. Er is een antwoord op beide crises. En dat zijn 'klimaatbanen'. Om verdere vernietiging van het milieu tegen te gaan, moeten we de CO2-uitstoot met minstens 60 procent verminderen. Maar de arme landen proberen zich te ontwikkelen en de wereldbevolking groeit nog steeds gestaag. Dit betekent dat we in de rijke landen de uitstoot met minstens 80 percent zouden moeten verminderen. En daar is haast bij geboden ook. Wij zullen dit nooit bereiken door over te stappen op spaarlampen of te onderzoeken hoeveel energie we op individuele basis zouden kunnen besparen. Als we deze 'bezuinigingen' wel realiseren op de manier zoals we nu doen, dan zou dat een catastrofale daling van onze levensstandaard betekenen.
Het zal niet automatisch gebeuren, maar als we de manier waarop wij onze energie produceren veranderen, dan kunnen we de CO2-uitstoot drastisch terugbrengen zonder grote offers. Maar dit betekent dat we moeten stoppen met het gebruiken van olie, gas en kolen. Daarvoor in de plaats moeten we de wereld vol bouwen met windmolens, zonnepanelen en andere geavanceerde technieken die reeds voorhanden zijn.
We hebben de technologie die noodzakelijk is en we kunnen dit realiseren in vijf jaar. Het isoleren van alle huizen en het ontwikkelen van een efficiënt en betaalbaar openbaar vervoer zou ons ook helpen de klimaatcrisis te tackelen. Ook dit kunnen we binnen vijf jaar realiseren. Deze 'klimaatbanen' zouden werk betekenen voor gewone mensen. Ze zouden een werkelijk duurzame investering betekenen en niet de zakken vullen van de bankiers zoals nu gebeurt.
Er heerst een mythe die stelt dat tijdens de Grote Depressie gedurende de jaren 30 van de vorige eeuw opgelost werd door Franklin D. Roosevelt's 'New Deal'. Dit is niet waar. De Depressie ging door en door. Waardoor het wel eindigde was de Tweede Wereldoorlog. Deze oorlog creëerde miljoenen banen in de VS, Engeland, Duitsland en de rest van de wereld. Iedere grootmacht hervormde zijn economie om zoveel mogelijk soldaten te rekruteren en zoveel mogelijk wapens te produceren om vervolgens zoveel mogelijk mensen de dood in te jagen. Wij zouden hetzelfde moeten doen, maar niet door mensen te vernietigen, maar door ze juist te redden
De overheid en de Engelse Bank verwachten dat er dit jaar een miljoen banen verloren gaan in Engeland alleen. Laten we zeggen dat de overheid een miljoen mensen inhuurt om te gaan werken aan het redden van de aarde. Betaal hen 30.000 euro per jaar. Dat is 30 miljard euro per jaar en een schijntje vergeleken met wat op dit moment naar de banken gaat. Als we nog eens net zoveel uitgeven aan het importeren van materialen, dan is dat nog slechts 60 miljard euro per jaar.
Hiermee garanderen we de inkomsten voor een hele toekomstige generatie. Belastingen en sociale voorzieningen kunnen hierdoor worden betaald en een hoop menselijke waardigheid zal gespaard blijven.
De Britse en Amerikaanse regeringen zeggen dat dit niet kan worden gerealiseerd, omdat de publieke werken hier niet op toegespitst zijn. Deze frase betekent niets meer dan het wel bouwen van meer wegen en luchthavens om de wereld te vernietigen, maar niet de radicale stappen willen nemen om haar te redden. Toen de VS besloot mee te doen aan WOII, sloot de regering per decreet onmiddellijk alle autofabrieken. Binnen drie maanden werden de fabrieken weer geopend, meer arbeiders werden aangetrokken, maar nu rolden er, in plaats van auto's, vliegtuigen en wapens van de lopende band.
Hetzelfde kan gedaan worden om windmolens, zonnecentrales, spoorwegen, treinen en bussen te bouwen. Als de Britse regering dit zou doen, dan zou het een lichtend voorbeeld kunnen zijn voor de rest van de wereld, die vervolgens hetzelfde zouden eisen van hún regeringen. Maar het zal niet eenvoudig zijn om onze regeringen hiertoe te dwingen. We hebben een mondiale campagne nodig voor miljoenen van deze 'klimaatbanen', ondersteunt door vakbonden, NGO's en politieke partijen. Maar die moet wel gelinkt zijn aan lokale strijd, zodat op elke werkplek waar ontslagen dreigen te vallen, mensen zullen roepen: 'Geef ons banen die de wereld kunnen redden.'
Jonathan Neale is de auteur van Stop Global Warming – Change The World
maandag 15 september 2008
PVV-kamerlid: Noordpoolijs smelt niet
Wilders wil zijn partij serieuzer profileren, meldt 1 Vandaag. Daarom houden PVV-kamerleden zich nu ook bezig met een onderwerp dat zelfs zij niet aan de islam kunnen koppelen: klimaatverandering. Tweede Kamerlid Martin Bosma heeft namelijk ontdekt dat het noordpoolijs niet smelt.
Terwijl rapport na rapport aangeeft dat het Noordpoolijs nog sneller aan het smelten is dan al was aangenomen, trekt de PVV ten strijde tegen deze ‘indoctrinatie’. De partij heeft maandag laten weten ‘geschokt’ te zijn dat 70.000 scholieren ‘is wijsgemaakt dat de Noordpool aan het smelten is’ en ‘dat er een verontrustende klimaatverandering aan de gang is’.
‘Onze kinderen moeten leren spellen en rekenen en niet dat er zielige ijsbeertjes op schotsen ronddrijven, omdat wij met het vliegtuig op vakantie gaan’, stelt Bosma in Kamervragen aan staatssecretaris Marja van Bijsterveldt van Onderwijs. Volgens hem is klimaatverandering een verzinsel, net als de zure regen.
Eind augustus meldde de Britse krant The Independent on Sunday dat de Noordpool voor het eerst in de geschiedenis volledig omvaarbaar is. Misschien moet Bosma even heen en weer vliegen om de redactie uit te leggen dat ze is misleid door de milieulobby. En als hij vervolgens zijn ski’s onderbindt en demonstratief een rondje langlauft door het gebied dat volgens de indoctrinerende, gesubsidieerde en door de linkse kerk ingekapselde klimaatwetenschappers inmiddels in open zee is veranderd, zijn we helemaal onder de indruk.
vrijdag 12 september 2008
Verwoestende storm treft de armen in Haïti
De Caribische eilanden zijn gedurende de afgelopen drie weken door drie tropische stormen getroffen, Gustav, Hanna en Ike. Volgens de Verenigde Naties zijn hierbij rond de 600 mensen omgekomen op Haïti, het eiland dat wordt bezet door VN troepen, en nog eens 650.000 zijn dakloos geworden.
Door Ken Olende
Op het nabijgelegen Cuba hebben tropische stormen daarentegen bijna nooit doden tot gevolg. Toen de stormen het eiland naderden werden zo een 800.000 Cubanen uit de kustgebieden geëvacueerd. De regering van de eveneens in de buurt gelegen Turks en Caicos eilanden opende opvangplekken en stuurde noodhulp.
Haïti heeft voornamelijk meer geleden dan de buureilanden vanwege de extreme armoede en de hieraan gekoppelde grote mate van ontbossing. Ongeveer 70 procent van de bevolking moet rondkomen met minder dan 2 dollar per dag. Er wordt voornamelijk gekookt op houtskool en de hiervoor noodzakelijke houtkap is gedeeltelijk verantwoordelijk voor de ontbossing van het land. Haïti wordt slechts voor 2 procent met planten bedekt. In de naburige Dominicaanse Republiek ligt dit getal op 30 procent.
Dit gebrek aan beplanting en de bodemerosie die hiervan het gevolg is, zorgen ervoor dat de impact van overstromingen nog verder wordt vergroot. De Haïtiaanse Minister van Milieu, Jean-Marie Claude Germain, heeft toegegeven dat Haïti geen milieubeleid kent. Gedurende de jaren '80 heeft de VS een strategie gevolgd die het land dwong om de economie te openen voor de wereldmarkt.
Sinds de val van het dictatoriale bewind van Jean-Claude Duvalier in 1986 heeft een reeks van door de VS gesponsorde junta's een neoliberaal beleid gevoerd, waarbij importheffingen werden afgeschaft en de Haïtiaanse markt werd overspoeld met goedkope importgoederen. Structurele aanpassingsprogramma's van het IMF en de Wereldbank betekenden een verlaging van de uitgaven in Haïti en een toename van de armoede. Handelsliberalisatie betekende dat geïmporteerd voedsel de lokale boeren wegconcurreerde, die niet langer recht hadden op subsidies en van hun land werden gedreven.
Tussen 1986 en 1989 verdubbelde de waarde van de Amerikaanse agrarische export naar Haïti van 44 miljoen dollar naar 95 miljoen dollar. Een land dat eerst zelfvoorzienend was op het gebied van voedsel is nu afhankelijk van hulp en geldzendingen vanuit de grote overzeese Haïtiaanse gemeenschap om hongersnood te voorkomen. Dit beleid heeft het land gemaakt tot, in de woorden van de Haïtiaanse commentator Robert Fatton, 'de meest open economie van de wereld'.
Deze cyclus van schuld en vernietiging is niets nieuws voor Haïtianen. Als eerste onafhankelijke zwarte republiek werd de nieuwe staat aanvankelijk jarenlang genegeerd. Om vervolgens gedwongen te worden herstelbetalingen te doen aan de voormalig koloniaal heerser, Frankrijk. Het land werd armer gemaakt doordat de afstammelingen van de slaven werden gedwongen te betalen voor de verliezen die werden gemaakt toen zij zichzelf bevrijden.
Ondanks alle handdrukken van het Westen is het Westerse interventie geweest die op consistente wijze ervoor heeft gezorgd dat de situatie in Haïti verslechterde. Hier staat tegenover dat gewone Haïtianen niet stil hebben gezeten terwijl de vrije markt hun land verwoeste. Voedselrellen dwongen afgelopen april de minister-president om op te stappen, maar het duurde vervolgens tot vorige week voordat een nieuwe regering werd aangesteld.
Onlangs nog richtten demonstranten op 25 augustus brandende barricades op in de zuidelijke stad Les Cayes als protest tegen de stijgende voedselprijzen.
maandag 8 september 2008
Geen taboe op kernenergie?
In het kielzog van de hetze op links en de mileubeweging ziet het CDA een opening om de bouw van nieuwe kerncentrales weer op de agenda te zetten. Volgens Agnes Kant is dit voor de SP ‘bespreekbaar’. Maar haar argumenten snijden geen hout.
Door Maina van der Zwan
Na het voorstel voor een kraakverbod en dreigementen om de subsidies aan milieuorganisaties te stoppen, volgde een vurig pleidooi voor kernenergie. Wat kunnen we deze week verwachten, inperking van het abortusrecht of wordt het toch een campagne voor het herinvoeren van de doodstraf? Rechts voelt aan dat het ijzer heet is en wil maximaal politiek gewin uit de Duyvendak affaire slepen. Dat het CDA dus voor de zoveelste keer over kernenergie begint mag ons niet verbazen. Dat dit voor de SP ‘bespreekbaar’ is echter wel.
Kant suggereert dat de bezwaren van twintig jaar geleden, rond veiligheid en het afvalprobleem, dankzij wetenschappelijke ontwikkelingen aan kracht hebben ingeboet. Maar dat klopt simpelweg niet. Er is geen oplossing voor het hoogactieve afval. Dat moet voor minstens 200.000 jaar van alles en iedereen geïsoleerd opgeborgen worden. Nu gebeurt dit in tijdelijke opslagplaatsen. De bouw van een lange termijn ondergrondse opslagplaats in de VS loopt op een fiasco uit, met een escalerend kostenplaatje van ondertussen 96 miljard dollar.
Er vanuit gaan dat dankzij wetenschappelijke ontwikkeling het met de veiligheid ook wel goed zou zitten is ronduit naïef. Allereerst omdat de praktijk uitwijst dat ongelukken regelmatig voorkomen, vrijwel altijd door menselijk handelen. Sinds Tsjernobyl in 1986 hebben zich 22 serieuze ongelukken voorgedaan in nucleaire installaties. In Forsmark (Zweden) deed zich in 2006 een ongeluk voor dat, volgens een voormalig directeur, bijna was uitgelopen op een meltdown. Daarnaast zeggen kritische experts dat de nieuwste generatie kerncentrales juist minder veilig zijn. Kostenbesparingen en wensen voor kleinschalige reactoren hebben geleid tot ontwerpen die meer risico’s met zich meebrengen dan bestaande centrales. De bezwaren tegen kernenergie zijn nog even relevant als twintig jaar geleden. En de nieuwe argumenten er voor zijn niet steekhoudend.
Het is niet alleen de nasleep van de Duyvendak affaire die een nieuwe impuls aan het kernenergiedebat heeft gegeven, ook de ontvouwende klimaatcrisis wordt aangegrepen als argument voor nieuwe centrales (vaak door degenen die de dreigende klimaatverandering decennialang ontkenden). Dat kernenergie duurzaam of ‘CO2-neutraal’ zou zijn is echter een hardnekkige mythe. Kernenergie beperkt zich namelijk niet tot alleen het omzetten van de warmte die vrijkomt bij kernsplitsing in electriciteit, maar omvat een uitgebreid complex aan industriële processen, van uraniumwinning tot opwerking en opslag van radioactief afval. De totale uitstoot van deze productieketen resulteert in een ruwweg evenhoge CO2-uitstoot per geproduceerde megawatt electriciteit als bij conventionele kolen- of gascentrales. Het bouwen van nieuwe kerncentrales zou dus op geen enkele manier bijdragen aan een oplossing tot het klimaatprobleem.
Daar toch de deur naar openzetten is een valkuil waar je alleen in kunt trappen als je opgeeft te knokken voor alternatieven. Dat is helaas wat de SP steeds vaker doet. Om zich als kandidaat-regeringspartij acceptabel te maken zijn er ‘geen taboes’ meer. Maar waar zijn de principes? Er zijn echte oplossingen om een klimaatcrisis af te wenden: nieuwe openbaar vervoersystemen, absolute beperking van CO2-uitstoot, isolatie van oude gebouwen en een spectaculaire omschakeling naar werkelijk duurzame energiebronnen zoals wind- en zonne-energie. Deze noodzakelijke ontkoling van de economie gaat echter in tegen de logica van 'winst boven alles'. De SP moet die logica bestrijden in plaats van zich steeds meer daaraan aan te passen.
vrijdag 9 mei 2008
Birma, het regime en de rampenkapitalisten
De vernietigende impact van de cycloon Nargis op Birma zal menigeen doen denken aan de tsunami van december 2004. En net zoals toen liggen er meerdere noodscenario’s klaar: die van de hulporganisaties en die van de rampenkapitalisten.
Door Maina van der Zwan
Afgelopen weekend hield een cycloon een dodelijke trektocht boven de rivierendelta van Birma. Honderden dorpjes zijn overspoeld door een vloedgolf. In de miljoenenstad Rangoon, al dagen verstoken van electriciteit, heerst totale chaos. Voedselvoorraden en vooral drinkwater zijn schaars. Woekerprijzen hebben al tot de eerste relletjes geleid. Schattingen van het aantal doden lopen uiteen van tienduizenden tot meer dan honderdduizend. Meer dan een miljoen mensen zijn ontheemd. De rijstoogst is grotendeels verwoest. ‘Waarschijnlijk zullen er in de komende anderhalf à twee jaar ongelooflijke tekorten ontstaan’, voorspelde de in Birma gespecialiseerde Australische econoom Sean Turnell tegenover persbureau AP. Dit terwijl er al enorme druk op de internationale rijstmarkt staat.
De ramp in Birma is geen natuurramp, net zo min de tsunami van 2004 en de orkaan Katrina dat waren. De impact van natuurlijke fenomenen wordt bepaald door de sociale tegenstellingen van een klassenmaatschappij. De arme meerderheid vangt de klappen op en de rijken vinden een veilig heenkomen. Dat is zo Birma, en dat was zo in New Orleans. In beide plekken waren de risico’s van extreme stormen bekend, maar had de elite andere prioriteiten. Bezuinigingen op dijkonderhoud in de VS en geen waarschuwingssysteem voor de Birmese kustgebieden. In beide plekken werden het leger en de politie in de eerste plaats ingezet om de gevestigde orde te beschermen. De National Guard schoot niet te hulp, maar schoot met scherp op wanhopige ‘plunderaars’. Afgelopen september reageerde het Birmese leger snel om met harde hand protesten in bloed te smoren. Nu bewaken ze strategische gebouwen terwijl de bevolking crepeert.
Maar klassentegenstellingen bepalen niet alleen de impact, maar ook het verloop van crises. Naomi Klein benadrukt in haar boek De shockdoctrine dat heersers rampen moedwillig proberen uit te buiten. Ze citeert de vrije-markt guru Milton Friedman: ‘Alleen een crises leidt tot werkelijke verandering. Wanneer die crisis zich voordoet, hangen de acties die worden ondernoemen af van de ideeën die voorhanden zijn.’ Terwijl de noodhulp voor de tsunami-slachtoffers in 2004 nog werd ingezameld traden regeringen, multinationals en internationale financiële instellingen daadkrachtig op... om hun agenda van landonteigeningen, toerisme-ontwikkeling en privatiseringen door te voeren. Al jaren conflicteerden de belangen van vissers met die van het hotelwezen. Toen de tsunami hele vissergemeenschappen had weggevaagd grepen projectonwikkelaars hun kans, om met noodhulp hotels te ontwikkelen en de lokale bevolking onder te brengen in krottenwijken landinwaarts. Elke ramp zet de bestaande machts- en klassentegenstellingen op scherp.
Dat is nu ook zo met Birma. Niet zozeer omdat de toeristenindustrie op de loer ligt. Het straatarme land lijdt onder het bewind van een militaire dictatuur, een erg onaantrekkelijke feature voor reisbrochures. Maar het Witte Huis ligt wel op de loer. Het feit dat westerse regeringen en media afgelopen september de door monnikken geleide opstand tegen het regime fanatiek steunde (en nu stil blijven tijdens de opstanden in Egypte) had niets met mensenrechten te maken. Net zoals de huidige kritiek op de gebrekkige hulp gaan er achter deze retoriek geopolitieke doelen schuil. De VS en de EU willen regime change in Birma. Dat staat al jaren op hun verlanglijst. Of er een dictatuur of een ‘democratische’ marionettenregering zit doet er niet toe, als de nieuwe machthebbers maar Washington in plaats van Beijng vriendelijk gezind zijn.
Daarom reageerde Bush vele malen alerter op de ramp in Birma dan op die in New Orleans. Daarom werd het snelle aanbod voor hulp gekoppeld aan ‘assessment-teams’ op de grond en marineschepen voor de kust. Eergisteren ging de Franse minister van Buitenlandse Zaken Kouchner zelfs zo ver om voor te stellen dat de VN actie moet ondernemen op basis van de ‘verantwoordelijkheid om burgers te beschermen’ als hun regering dat niet doet. Deze resolutie, opgesteld onder het mom van het voorkomen genocide en etnische zuiveringen, is meerdere malen gebruikt als dekmantel voor oorlog.
Dit soort cynische dreigementen maken daadwerkelijke hulp moeilijker in plaats van makkelijker. Er bestaat geen twijfel over het feit dat de Birmese junta de grootste verantwoordelijkheid draagt voor de vreselijke situatie waar Birmezen zich op dit moment in bevinden. Een wijdverbreid nood- en reconstructieplan moet op touw gezet worden. Maar in de strijd voor een menswaardig bestaan, voor de bouw van degelijke huizen, voor een waarschuwingssysteem en betaalbare voedselvoorziening hebben gewone Birmezen niet alleen de oproerpolitie, maar ook het rampenkapitalisme tegenover zich. Crises kunnen tot werkelijke verandering leiden, maar in wiens belang die verandering plaatsvindt ligt open en wordt bepaald door klassenstrijd. Elke dictatuur moet sneuvelen, maar of de Birmeze junta door het eigen volk of door een buitenlandse invasie omver wordt geworpen maakt een wereld van verschil.
Posted by
IS webredactie
om
13:32
|
Labels:
Birma,
Klimaat,
neoliberalisme
woensdag 12 maart 2008
Stijgende voedselprijzen tonen waanzin markt
Twee weken terug werd gemeld dat de gemiddelde voedselprijs in 2007 met maar liefst 43 procent gestegen was. Het jaar daarvoor was dat maar 9 procent. De directeur van het Wereldvoedselprogramma (WFP) voorziet een ‘nieuw tijdperk van honger’.
Door Maina van der Zwan
In Nederland hebben we recentelijk kennis mogen maken met het fenomeen voedselbanken en zullen we allemaal wel gemerkt hebben dat een boodschappenmandje met melk, brood en kaas het afgelopen jaar een stuk duurder is geworden. Het CBS publiceerde eergisteren dat de prijsstijging van voedselproducten in februari twee keer zo hoog was als de gemiddelde inflatie in Nederland. Maar zoals altijd zijn het de armsten van de wereld die het hardst getroffen worden. De prijzen van maïs, tarwe, sojabonen en rijst, de hoofdbestanddelen van het mondiale dieet, zijn in de afgelopen jaren verdubbeld. Ongeveer 25.000 mensen sterven dagelijks aan de gevolgen van honger.
Vorige maand meldde het Internationaal Fonds voor Landbouwontwikkeling dat ‘voor elk procentpunt dat reële voedselprijzen stijgen, het aantal mensen met honger in de wereld met 16 miljoen zal stijgen, wat betekent dat 1,2 miljard mensen tegen 2025 chronische honger zullen lijden.’ In dezelfde weken van deze berichtgeving kondigde het WFP aan te moeten korten op voedselhulp, omdat donoren niet met meer geld over de brug wilden komen om de stijgende kosten de dekken. Het gaat om tekorten van tientallen miljoenen dollars, een fractie van de ruime biljoen (!) dollar die jaarlijks aan defensiebudgetten wordt uitgegeven.
De toenemende honger stuit over de hele wereld op verzet. In Mexico heeft de dure maïs tot massale ‘tortilla-rellen’ geleid. Ook in Indonesië, Guinea, Mauritanië, Mexico, Senegal, Uzbekistan, Yemen, Pakistan en Burkina Faso braken recentelijk voedselrellen uit. In Italië waren er vorig jaar ‘pasta-stakingen’, waarbij consumenten uit protest symbolisch de aanschaf van pasta boycotten. Wat zijn de drijvende krachten achter het dreigende ‘tijdperk van honger’? Het meest obscene feit over verhongering spreekt boekdelen, namelijk dat het niet wordt veroorzaakt door een tekort aan voedsel. Zoals de Financial Times twee weken terug stelde: ‘De wereld heeft genoeg voedsel om iedereen te voeden – als er de bereidheid is om dat te doen’. En precies daar zit het probleem. We leven in een systeem waarin mensen geen enkele controle hebben over productie, prijzen en distributie van waren.
Het is de krankzinnige ‘logica’ van het kapitalisme die deze waanzin creëert en de prijzen opstuwt. Op de korte termijn komt dit door fluctuaties en paniek waar alle waren op de wereldmarkt onder lijden. Stijgende prijzen hebben een eigen dynamiek van paniekaankopen - zo steeg de prijs van tarwe met maar liefst een kwart op één dag. De lange termijn oorzaken voor de stijgende voedselprijzen liggen in drie factoren: 1) Klimatologische verschuivingen en toenemende monocultuur putten landbouwgrond uit en maken de oogst kwetsbaar voor mislukking. 2) De stijgende brandstofprijzen en daarbij hogere transportkosten worden doorberekend aan de consument. 3) Door verschuiving naar biobrandstoffen wordt meer landbouwgrond gebruikt voor ‘brandstofgewassen’ zoals palmolie en worden graan- en maisvooraden opgekocht voor de productie van brandstof.
Geoormerkt als ‘klimaatvriendelijk’ zijn biobrandstoffen een paar jaar terug door zowel industrie als regeringen omarmd als ‘duurzaam’ alternatief. Het is een van de grootste zwendels uit deze eeuw, en in allerlei opzichten schadelijk voor mens en milieu: de explosieve kap van regenwouden voor extra landbouwgrond, de uitstoot van distikstofoxide (een broeikasgas dat 300 keer krachtiger is dan CO2), de druk op de prijzen van gewassen en het feit dat voor de productie van ethanol (voornaamste biobrandstof) zoveel fossiele brandstoffen worden verbrand dat elk mogelijk voordeel teniet wordt gedaan. Om het maar niet over de miljarden subsidiering door overheden te hebben.
Hoe kan het dat de zwendel genaamd biobrandstoffen in no time een multi-miljarden industrie werd en er minimaal wordt geïnvesteerd in echte oplossingen zoals nieuwe openbaar vervoersystemen, absolute beperking van CO2-uitstoot en een spectaculaire omschakeling naar echte duurzame energiebronnen zoals wind- en zonne-energie? Omdat er met biobrandstoffen op de korte termijn enorme winsten te maken zijn en die verschuiving geen radicale veranderingen van het economische systeem vereist.
De heersers van deze wereld willen klimaatverandering niet stoppen, zij willen er rijk van worden en zich er voor de rest zo goed mogelijk aan aanpassen. Zie het rapport dat EU-buitenlandcoordinator Javier Solana gisteren presenteerde. De twee grootste bedreigingen voor Europa zijn volgens Solana ‘de strijd om natuurlijke hulpbronnen’ en ‘de verwachte stroom van miljoenen milieumigranten’. De maatregel hiervoor? ‘Omvangrijke investeringen in defensie.’ Het zoveelste teken aan de wand dat de waanzin zal toenemen zolang de motor erachter niet gestopt wordt.
Posted by
IS webredactie
om
22:08
|
Labels:
Klimaat,
Milieu,
neoliberalisme
maandag 3 maart 2008
Recensie: Ecologie vs het kapitalisme
Milieu en kapitalisme zijn niet met elkaar verenigbaar. Dat is het centrale argument in Ecology against capitalism van John Bellamy Foster. Deze essaybundel uit 2005 is nieuw in de collectie van LeesLinks, de boekhandel van de IS. Gezien de huidige aandacht voor klimaatverandering en andere milieuproblemen is het boek hoogst actueel.
Door Daniel Hake
Fosters stelling dat de kapitalistische wereldorde de grootste bedreiging voor het milieu is gaat in tegen veelgehoorde argumenten uit de milieubeweging dat milieuproblemen het gevolg zijn van overconsumptie, overbevolking, moderne technologie, of economische ontwikkeling. Hij biedt daarmee het hoopvolle vooruitzicht dat de ernstigste milieuproblemen kunnen worden opgelost zonder de wens tot menselijke vooruitgang te laten varen. Maar alleen als we de maatschappij fundamenteel veranderen, op een zodanige manier dat een duurzame verhouding met onze natuurlijke omgeving mogelijk wordt.
Fosters andere bekende werk, Marx’s Ecology, biedt een theoretisch kader voor een marxistische benadering van milieuvraagstukken. Ecology against capitalism is juist een poging tot interventie in hedendaagse debatten over economie en milieu. Fosters belangrijkste argumenten zijn als volgt:
Grenzen aan de groei – Een kapitalistische economie moet blijven groeien, anders stort hij in. Maar natuurlijke hulpbronnen zijn niet eindeloos. Het houdt dus een keer op. Deze ongemakkelijke waarheid is in de wetenschap al lang bekend, maar kapitalistische economen ontkennen al twee eeuwen dat de economie een materiele basis heeft. Hun oplossingen voor milieuproblemen zijn lapmiddelen die de accumulatie van kapitaal ongemoeid laten.
Onze wereld is niet te koop – Kapitalistische economen zeggen dat er beter voor het milieu gezorgd wordt als er een prijskaartje aan hangt, omdat het dan waarde heeft. Een voorbeeld hiervan is de handel in emissierechten voor CO2. Volgens Foster is het veranderen van alles in handelswaar juist het probleem. Op deze manier wordt de wereld in stukjes gehakt en apart verkocht, terwijl in een ecosysteem juist alles met elkaar samenhangt. Bovendien zullen ondernemers niet willen betalen voor dingen die ze nu gratis krijgen. Dat is immers slecht voor de concurrentiepositie.
Technologie is niet de oplossing – Vanuit kapitalistische hoek wordt efficiëntere, milieuvriendelijke technologie naar voren geschoven als oplossing voor milieuproblemen. Door zuinig om te gaan met grondstoffen en afval te recyclen zou de economie kunnen doorgroeien zonder het milieu te schaden. Volgens Foster is dit onzin. Hij gaat vooral in op het energiegebruik. Zuiniger machines zorgen dat de productiekosten dalen. Binnen het kapitalisme betekent dit dat de winstmogelijkheden stijgen, waardoor ondernemers meer gaan produceren. Deze uitbreiding van de productie doet de het verminderd verbruik door efficiëntie teniet.
Controle over productie – Een veelgehoord argument is dat individuen maar duurzamer en minder moeten consumeren. Binnen het kapitalisme wordt echter niet steeds meer geproduceerd omdat mensen daar behoefte aan hebben, maar omdat er steeds meer winst moet worden gemaakt. Door marketing wordt vraag gecreëerd naar nutteloze producten, die grondstoffen verslinden en als afval eindigen. Ondertussen consumeren miljoenen mensen te weinig, omdat aan hen niets te verdienen valt. Aandeelhouders en managers hebben er geen belang bij dat dit verandert. Daarom kan echte verandering alleen komen uit de lagere klassen in de maatschappij. Een economie die voorziet in hún behoeften in plaats van in winst is een duurzame economie.
Milieu en klasse – De milieubeweging heeft vaak geen oog voor klassenstrijd. Vaak zien milieuclubs alle mensen als vijand van het milieu, ongeacht hun plaats in de maatschappij. Aan de hand van het voorbeeld van de strijd rond de oerwouden in de VS laat Foster zien wat er mis gaat als groen en rood – milieuactivisten en houthakkers in dit geval – niet samenwerken. Doordat milieuactivisten een totaal kapverbod eisten zonder aan de banen van de houthakkers te denken konden de bazen hen tegen de houthakkers uitspelen. Uiteindelijk verloren beiden. Het doel van een milieubeweging moet dus niet zijn het beschermen van ‘de natuur’ tegen ‘de mens’, maar een duurzame productiewijze die in de behoefte van mensen voorziet.
Het boek levert een aantal overtuigende argumenten waarom de milieucrisis binnen een kapitalistische maatschappij niet kan worden opgelost. Zoals Trotski zei: ‘Zolang de mens zijn productiesysteem niet meester is, hangt het als een noodlot boven hem.’ Er valt dus nog een wereld te winnen. Ecology against capitalism is een belangrijk wapen voor iedereen die deze strijd wil voeren.
maandag 18 februari 2008
‘Palmolie is ramp voor milieu en mensenrechten’
De productie van palmolie voor biobrandstof is een ramp voor het milieu en voor de mensenrechten in Indonesië. Dit is de conclusie uit een rapport van milieuorganisatie Friends of the Earth Europe (waartoe ook Milieudefensie behoort).
Door Daniel Hake
Het rapport is gebaseerd op een onderzoek in Indonesië dat in 2005 is begonnen. De productie van palmolie leidt volgens het rapport tot 423 keer meer broeikasgas CO2 dan de biobrandstof jaarlijks bespaart bij verbranding. Uit het onderzoek blijkt dat de nieuwe palmolieplantages ten koste gaan van het regenwoud en van de lokale bevolking. Er worden bijvoorbeeld veel bestrijdingsmiddelen gebruikt waardoor er een gebrek aan schoon drinkwater ontstaat. Ook stelt het rapport dat de lokale bevolking vaak door geweld hun land moet afstaan aan de nieuwe palmoliebedrijven.
Friends of the Earth Europe vraagt het Europees Parlement een plan van de Europese Commissie te verwerpen waarin staat dat 10 procent van de brandstof in 2020 uit biobrandstoffen moet bestaan. De milieuorganisatie raadt de Europese Unie aan om meer te investeren in openbaar vervoer en zuiniger auto's.
Als we de klimaatcrisis snel willen aanpakken zullen we een heel pakket aan maatregelen moeten nemen om het verbruik van fossiele brandstoffen terug te dringen. Biobrandstof is daar één van. De extra bussen en treinen die Friends of the Earth wil moeten immers ook tanken. En dan kun je beter bio-olie dan aardolie gebruiken. Alleen, binnen een kapitalistische economie worden producten daar geproduceerd waar dat het goedkoopste is. En palmolie uit Indonesië, waar het regenwoud gratis is en de arbeidskracht goedkoop en rechteloos, is goedkoper dan koolzaadolie uit Europa. Onderdrukking en milieuvervuiling tellen op de wereldmarkt niet mee.
Niet genoemd door het rapport maar wel zo belangrijk: biobrandstoffen concurreren met de voedselproductie. De prijzen in de supermarkt stijgen momenteel snel, onder andere omdat steeds meer graan wordt gebruikt voor bio-brandstof. Daarom stijgt de vraag naar graan en dus stijgt ook de prijs. De armen zijn de eersten die het niet meer kunnen betalen – een schending van het recht op voedsel, over mensenrechten gesproken.
De conclusie: niet palmolie als zodanig is een ramp voor milieu en mensenrechten, maar het kapitalisme. Tijd om er wat aan te doen.
Lees hier het rapport ‘Losing ground’ van Friends of the Earth
zondag 16 december 2007
Gebakken lucht op Bali
De Klimaatconferentie in Bali heeft – passend genoeg voor het onderwerp – weinig meer opgeleverd dan gebakken lucht. Niets wijst erop dat van het wensenlijstje eruit meer terecht zal komen dan van andere lijstje met goede voornemens waar dit jaargetijde zo goed in is.
Door Peter Storm
Dat het gelukt is om een akkoord te sluiten is al verbazend. Nog enkele uren voor het slot zei de VS-woordvoerder dat haar land het moeizaam gevonden compromis niet zouden tekenen. Boegeroep was haar deel. De afgevaardigde van Papua Nieuw Guinea zette de supermacht op zijn nummer: 'als je niet bereid bent om de leiding te nemen, loopt u dan alstublieft niet voor de voeten'. Telefonisch contact met het hoofdkwartier in Washington gaf het verlossende woord: de VS tekende alsnog. Applaus, opluchting, tranen van ontroering, het vierkante ei was gelegd.
Veel stelt het niet voor. Er is geen nieuw verdrag, alleen de afspraak om te gaan onderhandelen over een nieuw verdrag, en de lijnen waarlangs die afspraken moeten lopen. Het praten moet in april 2008 beginnen, in 2009 moet er dan een verdrag zijn dat het Kyoto-verdrag kan opvolgen. Van rijke landen worden 'meetbare uitstootbeperkingen' gevraagd, van arme landen 'verminderingsacties'. Vrij vertaald: kinderen, zullen jullie je best doen? Ja juf, we zullen ons best doen.
De afgesproken cijfers waarmee de uitstoot moet verminderen zijn, onder zware Amerikaanse druk, naar een voetnoot verplaatst. Het kwalijke systeem van emissierechten wordt verder ontwikkeld en uitgebreid naar ontwikkelingslanden. Dit maakt het recht op vervuilen tot handelswaar, het komt neer op het verkopen van het recht om broeikasgassen uit te stoten, van landen die onder een afgesproken norm zitten aan landen die erboven zitten. Dit stelt als het ware een premie om te vervuilen precies tot aan de afgesproken plafonds. Iedere druk om te proberen daar onder te gaan zitten – wat gezien de urgentie van het probleem niet verkeerd zou zijn – valt zodoende weg. Het hele systeem is bovendien buitengewoon fraudegevoelig, zoals een rapport van het World Wildlife Fund onlangs liet zien: een vijfde van de emissierechten bleek gebruikt te zijn voor projecten die de uitstoot van broeikasgas juist bevorderen.
Beperking van uitstoot kan zo niet effectief bereikt worden. Daarvoor zijn bindende plafonds nodig, zonder doorverkooprechten. Daarvoor is bovendien het stopzetten van winning van fossiele grondstoffen nodig, in plaats van het systematisch najagen en exploiteren van elke kolen-, olie- en gasvoorraad die ondernemers maar kunnen vinden. Immers, zoals George Monbiot aangeeft: wat uit de grond wordt gegraven of gepompt, wordt vroeg of laat verstookt ook, met alle schade van dien. Niet zozeer de vraag naar, maar het aanbod van fossiele brandstoffen moet worden teruggedrongen. Planmatige en snelle omschakeling van fossiele energiebrandstoffen naar duurzame energiewinning is onmisbaar. In de afspraken van Bali is hiervan weinig te bespeuren, alles wordt overgelaten aan de goede wil van regeringen en bedrijven.
Intussen stapelen aanwijzingen zich op dat, zelfs al wordt alles van de Bali-afspraken stipt en snel uitgevoerd, de ontregeling van het klimaat daardoor volstrekt onvoldoende wordt afgeremd. Het Noordpoolijs smelt bijvoorbeeld nog sneller dan verwacht. Monbiot rekent voor dat de – volgens veel geleerden vereiste – 85 procent reductie in broeikasgassen wereldwijd, neer zou komen in een reductie in rijke landen die veel hoger moet liggen, tussen de 95 en 100 procent. Zij stoten immers veel meer uit dan het gemiddelde. Lukt dit niet, dan is het vrijwel zeker dat de temperatuurstijging boven de nog net draaglijke 2 graden sinds pre-industriële tijd komt. Daarmee komt klimaatverandering uit de sfeer van nog net beheersbaar, en slaat de zaak catastrofaal op hol.
Wie dát wil helpen voorkomen, doet er goed aan niet af te wachten wat er van 'Bali' terechtkomt, zeer zeker niet te wachten tot de VS een nieuwe, op dit punt misschien minder halsstarrige president heeft. Een zeer krachtige beweging in zo alle landen die drastische druk op 'eigen' regering en bedrijven zet om tot snelle reductie van uitstoot te komen – zo’n beweging begint niet in conferentieoorden of regeringsgebouwen of directiekamers, maar bij onszelf.
vrijdag 7 december 2007
Klimaattop Bali vooral over voornemens
Deze week vindt een grote klimaattop plaats in Bali, Indonesië. Met de toekomst van de planeet op het spel zou je hopen op daadkracht. Verwacht echter geen harde afspraken, dit zijn onderhandelingen over hoe er in de komende drie jaar onderhandeld gaat worden.
Door Maina van der Zwan
De bewijzen voor klimaatverandering zijn onontkoombaar. De wetenschappelijke discussie gaat niet meer over óf dit proces plaatsvindt, maar over hoe de talloze factoren op elkaar inwerken, wat we aan gevolgen kunnen verwachten en wat we er aan kunnen doen. De onderzoeken naar de waarschijnlijke impact stapelen zich op en beginnen steeds verontrustender te worden.
Het laatste rapport van het International Panel on Climate Change (IPCC) doet voorspellingen die het voorstellingsniveau te boven gaan. Het spreekt van een grootschalige sterfte van koraalriffen, dreigende voedseltekorten, zoetwatertekorten en de verdroging van grote delen van de wereld, waaronder het Amazonegebied. Dit komt bovenop eerdere rapporten waarin wordt voorspeld dat rond 2100 de helft van het aardoppervlakte woestijn zal zijn en dat de zeespiegel in deze eeuw met 25 meter zal stijgen. We hebben het over niets minder dan een dreigende mondiale holocaust. Dat maakt het onvermogen van markt en overheid om hier serieuze actie tegen te ondernemen des te schrijnender.
Zoals bij de vorige klimaatconferenties gaat het ook in Bali voornamelijk over voornemens en gebakken lucht. Na jarenlang ontkennen, kwamen de kansloze plannen over vrijwillige emissie-handel en nu de laatste trend: het rijke Westen wijst de opkomende kapitalistische grootmachten als China, Indonesië, Brazilië en India aan als grootste boosdoener. Zo willen de VS niets toezeggen zolang maatregelen niet universeel voor alle ontwikkelingslanden gelden. Deze houding staat a) gelijk aan het blokkeren van het hele proces en b) hoog op het ranglijstje van meest hypocriete overheidsstandpunten ooit. De CO2-uitstoot per hoofd van de bevolking lag in 2004 in China op 5,4 ton per persoon, in India op 0,9 ton en in de VS op 20,6 ton (de Nederlandse CO2-emissie in 2002 was 11 ton per persoon). Het geïndustrialiseerde Westen is hoofdschuldige van de explosieve uitstoot van broeikasgassen en zal dus ook vooraan moeten staan in de inperking ervan.
De dreigende klimaatchaos is af te wenden. In het laatste IPCC rapport wordt gesteld dat een mondiale temperatuurstijging onder de kritieke 2 ˚C gehouden kan worden als de totale emissie van broeikasgassen in 2050 is teruggebracht tot 15 procent van het volume van 2000. Dat is niet onmogelijk, maar zoals je meteen zult begrijpen vereist dit een radicale verandering van de economie. En hier zit de kern van de problematiek. Het hele mondiale systeem wordt voortgestuwd door kapitaalaccumulatie. Effectieve klimaatoplossingen conflicteren daarmee. Bedenk simpelweg wat het op korte termijn ontkolen van de economie zou betekenen voor de winsten van de auto- en de olie-industrie.
Er staat ons twee dingen te doen. Ten eerste hebben we een informatie-oorlog te voeren tegen alle leugens en bullshitoplossingen die de ronde doen. Van biobrandstoffen en emissiehandel tot ‘klimaatvriendelijke’ creditcards, de simplistische focus op spaarlampen en de verwijten naar ontwikkelingslanden. Bedrijven zijn succesvol geweest in het kapen van het thema en proberen er nu grof geld aan te verdienen.
Ten tweede moet een kritische analyse van klimaatpolitiek wortelen in de sociale bewegingen. Morgen wordt over de hele wereld gedemonstreerd. Deze belangrijke demonstraties verhogen het bewustzijn, maar zijn nog geen georganiseerde kracht waarmee verandering daadwerkelijk afgedwongen kan worden. Daarom zullen we klimaatverandering als thema weg moeten trekken uit de lobbykamers en wetenschappelijke conferenties en integreren in linkse organisaties en de vakbeweging, sociale krachten die wel de noodzakelijke veranderingen af kunnen dwingen.
maandag 26 november 2007
Rechtse premier weggestemd in Australië
Goed nieuws uit Australië afgelopen weekend: 53 procent van de kiezers hebben de rechtse regering van premier John Howard een stevige nederlaag bezorgd. Het ziet er zelfs naar uit dat Howard zelf zijn parlementszetel verliest aan iemand van de Labourpartij. Na 11 jaar rechts bewind van de Liberalen gaat nu Labour-leider Kevin Rudd de regering vormen.
Het is goed nieuws voor tegenstanders van oorlog, milieuverwoesting en racisme . John Howard trok Australië mee in Bush’ ‘Oorlog tegen Terrorisme’: Australische troepen zitten in zowel Irak als Afghanistan. Onder John Howard weigerde Australië zelfs slappe klimaatmaatregelen: het was één van de zeer weinige landen die het Kyoto-protocol weigerde te tekenen. Terwijl de VS het land is dat het meeste CO2 uitstoot, is Australië de grootste vervuiler per hoofd van de bevolking. Tevens was de regering van Howard berucht wegens het opsluiten van vluchtelingen in onmenselijke interneringskampen, wegens onderdrukking van de oorspronkelijke Aboriginal-bevolking, en vooral wegens systematische aantasting van vakbondsrechten.
Dat na de oorlogsleiders Aznar (Spanje), Berlusconi (Italië) en Blair (Groot-Brittannië) nu ook Bush’ steunpilaar Howard het veld moet ruimen is reden voor vreugde. Maar voor grootse verwachtingen dat er grote veranderingen komen is weinig aanleiding. Kevin Rudd heeft aangekondigd dat Australië troepen uit Irak gaat terugtrekken.. Maar dezelfde Rudd steunt de oorlog in Afghanistan van harte. En hij wil een ministerie van veiligheid, gemodelleerd naar Homeland Security in de VS, ook niet echt een stap in de goede richting.
Rudd heeft aangekondigd het Kyoto-verdrag wel te gaan tekenen. Meer dan symboliek is dat echter niet. Hoe hij zijn belofte dat Australië in 2050 60 procent minder CO2 gaat uitstoten is onduidelijk. Wat op het gebied van vakbondsrechten gaat veranderen staat te bezien. Opiniepeilingen geven aan dat juist dát onderwerp kiezers bewoog om op Labour te stemmen. Maar die partij heeft beloofd de aantastingen van die rechten maar zeer gedeeltelijk terug te draaien.
Het was meer angst voor nog erger dan hoop voor veel beter die mensen naar Labour dreef. Links is terecht blij met de nederlaag van Howard. Maar illusies in zijn opvolger zijn misplaatst, waakzaamheid blijft geboden.
Zie ook Aussie Election Shock, op Lenin’s Tomb.
Posted by
Peter Storm
om
16:47
|
Labels:
Klimaat,
Verkiezingen,
War on terror
woensdag 14 november 2007
Bezuinigingen op openbaar vervoer
Het nieuwe kabinet beloofde bij zijn aantreden vorig jaar een groene koers, gericht op het aanpakken van de klimaatverandering. Maar na de aangekondigde bouw van nieuwe kolencentrales, komt het nu ook met bezuinigingen op het openbaar vervoer.
Door Daniel Hake
Het kabinet wil in de periode 2008-2012 300 miljoen euro bezuinigen op het budget voor het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeenten en provincies. 60 tot 70 procent van dat budget (de zogeheten BDU) gaat naar het openbaar vervoer. De voorgenomen kortingen op de BDU voor de komende jaren (300 miljoen tussen 2008 en 2012) betekenen een forse bezuiniging op het stads- en streekvervoer. Het betekent ook dat er minder bussen, trams en metro’s zullen rijden, en dat er ontslagen te verwachten zijn bij de vervoerbedrijven.
Het kabinet investeert weliswaar 25 miljoen voor betere overstapmogelijkheden tussen auto, fiets en openbaar vervoer, en voor een betere informatievoorziening en meer comfort voor de reizigers. Maar wat heb je aan een mooie bushalte als er geen bus meer rijdt?
De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft in een commissievergadering kritiek geuit op de kabinetsmaatregelen. Deze kritiek gaat echter alleen over het niet nakomen van afspraken. Over gevolgen voor reizigers, personeel en het milieu heeft de VNG het (nog) niet.