Vandaag is het Wereldoceanendag, ooit in het leven geroepen om de schoonheid van de oceanen en hun bewoners te vieren. Maar wetenschappers waarschuwen dat als er niet snel drastische actie wordt ondernomen, er straks niets meer te vieren zal zijn.
Oceanen en zeeën zijn de bron van alle leven. Ze herbergen fantastische levensvormen en vervullen een belangrijke rol in het reguleren van het klimaat en het schoonhouden van onze planeet door afvalstoffen af te breken. Tweederde van de wereldbevolking woont aan de kust. De oceanen voorzien miljoenen mensen van werk en voedsel. Kortom: oceanen zijn cruciaal voor al het leven op aarde.
Maar de mensheid heeft de relatie met haar leefomgeving onder enorme druk gezet. Dat geldt in ernstige mate voor onze oceanen. Vervuiling, klimaatverandering en overbevissing hebben hele ecosystemen op de rand van instorten gebracht. Wetenschappers waarschuwen dat als er geen drastische actie wordt ondernomen, er in 2050 geen vissen meer in de oceanen zullen leven.
Het tij kan nog gekeerd worden: de visserij moet mondiaal aan banden worden gelegd, te beginnen met de industriële vistrawlers uit Japan, Europa en de VS. En er moeten grote zeereservaten worden aangeleged zodat de biodiversiteit in rust hersteld kan worden. Een dergelijk omkeer zal onmogelijk zijn zonder bewustwording en maatschappelijke druk.
Vandaag zijn er twee campagnes gestart die hier een bijdrage aan leveren: Zeereservaten Nu! van Greenpeace en de nieuwe documentaire The End of the Line. Hieronder de trailer als voorproefje.
maandag 8 juni 2009
'Oceanen in 2050 leeggevist'
zaterdag 2 mei 2009
Achter virus schuilt monsterlijke industrie
De Mexicaanse varkensgriep lijkt langzaam onder controle te komen, maar nog altijd zaait het virus wereldwijde paniek. In The Guardian schreef Mike Davis, Amerikaanse socialist en auteur van een boek over de vogelgriep, een artikel waarvan dit een verkorte versie is.
De Mexicaanse varkensgriep, een genetische mengsel dat waarschijnlijk werd geboren in een berg uitwerpselen in een industriële varkensstal, geeft de hele wereld verhoging. Ze vormt een bedreiging waarvan we de proporties nog niet kennen. Het virus lijkt minder dodelijk dan Sars in 2003, maar zou wel eens duurzamer kunnen zijn. Een van de eerste slachtoffers was het geruststellende vertrouwen dat pandemieën onder controle kunnen worden gehouden door de snelle reacties van medische bureaucraten, onafhankelijk van de kwaliteit van de lokale gezondheidszorg.
Sinds de eerste slachtoffers van de vogelgriep in Hong Kong in 1997 heeft de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) met steun van de meeste nationale gezondheidsinstanties een strategie gepropageerd die erop gericht is om een pandemisch virus binnen een kleine straal rond het gebied van uitbraak te identificeren, en vervolgens de bevolking te beschermen met medicijnen en (waar mogelijk) vaccinatie.
Een leger sceptici heeft deze benadering bekritiseerd. Bacteriën vliegen vandaag de dag sneller de wereld over dan WHO-ambtenaren kunnen reageren op de oorspronkelijke besmetting. Ze wezen ook op de onderontwikkelde, vaak niet bestaande controle op de interactie tussen menselijke en dierlijke ziektes. Maar de mythologie van de snelle, preventieve (en goedkope) interventie tegen de vogelgriep is van onschatbare waarde geweest voor de rijke landen. Zij werpen liever hun eigen biologische Maginotlinie op dan dat ze de hulp aan overzeese epidemische frontlinies drastisch zouden verhogen. En ze was net zo gunstig voor de farmaceutische industrie, die zich met hand en tand verzet tegen de wereldwijde roep om de productie van generieke medicijnen door publieke instanties.
De varkensgriep laat zien dat de WHO-versie van pandemische waakzaamheid – zonder grote investeringen in toezicht, wetenschappelijke infrastructuur, basale publieke gezondheidszorg, en wereldwijde toegang tot levensreddende medicijnen – net zo’n veilige vorm van risicobeheersing is als de securities van Madoff.
De paradox van de paniek over de varkensgriep is dat hoewel de uitbraak zelf volledig onverwacht kwam, ze wel degelijk accuraat voorspeld werd. Zes jaar geleden plaatste Science een groot artikel met bewijs dat ‘de Noord-Amerikaanse varkensgriep na jaren van stabiliteit een sprong heeft gemaakt op een evolutionaire sneltrein’.Sinds de identificatie ten tijde van de Grote Depressie is varkensgriep H1N1 nauwelijks veranderd. Maar in 1998 stierf een groot aantal varkens op een boerderij in North Carolina aan een hoogst besmettelijke variant, en sindsdien verscheen vrijwel jaarlijks een nieuwe, sterkere versie. Onderzoekers van Science waarschuwden dat een van deze hybriden zich zou kunnen ontwikkelen tot een menselijke griep, en riepen op tot de instelling van een officieel toezichtstelsel voor varkensgriep.
Maar waardoor werd deze versnelling in de evolutie van varkensgriep veroorzaakt? Virologen hebben lange tijd geloofd dat de intensieve veehouderij van Zuid-China de belangrijkste motor was voor griepmutatie. Maar de industrialisatie van de veeproductie heeft China’s natuurlijke monopolie op griepevolutie gebroken.In 1965 waren er 53 miljoen Amerikaanse beren (mannetjesvarkens) op meer dan een miljoen boerderijen. Vandaag zijn 65 miljoen beren verdeeld over 65 duizend locaties. Traditionele varkensstallen zijn veranderd in een hel van uitwerpselen, waarin tienduizenden dieren met verzwakte immuunsystemen stikken in de hitte en mest terwijl ze op topsnelheid virussen uitwisselen met hun medegevangenen.
Vorig jaar gaf een commissie in opdracht van het Pew Research Center een rapport uit over ‘industriële veeproductie’. Dat rapport benadrukte het acute gevaar dat ‘de continue rotatie van virussen ... in grote kuddes de mogelijkheden [zal] vergroten voor de generatie van een nieuw virus via mutatie of recombinante gebeurtenissen die kunnen resulteren in efficiëntere overdracht van mens tot mens.’ De commissie waarschuwde ook dat het overvloedig gebruik van antibiotica in zwijnenfabrieken de groei van resistente virussen ondersteunde.
Om deze nieuwe pathogene ecologie te genezen is een confrontatie nodig met de monsterlijke macht van veeconglomeraten zoals Smithfield Farms (varkens- en rundvlees) en Tyson (kip). De commissie vermeldde systematische obstructie van haar onderzoek door bedrijven, onder andere door openlijke dreigementen om de financiering van andere gezamenlijke onderzoeken stop te zetten.
Dit is een geglobaliseerde industrie met geglobaliseerde politieke steun. Zoals de kippengigant Charoen Pokphand uit Bangkok in staat was om onderzoek naar zijn rol in de verspreiding van vogelgriep te blokkeren, zo zal het forensisch onderzoek naar de varkensgriep zijn hoofd stoten tegen de stenen muur van de varkensindustrie. Maar dat wil niet zeggen dat het rokende geweer niet zal worden gevonden. Nu al gaan er geruchten rond in de Mexicaanse pers over een epicentrum van de groep rond een grote onderaannemer van Smithfield in Veracruz.
Maar er zijn grotere problemen in het spel: het falen van de WHO-strategie voor pandemieën, de verdere afbraak van de publieke gezondheidszorg, de wurggreep van de farmaceutische industrie over levensreddende medicijnen, en de wereldwijde catastrofe van geïndustrialiseerde en ecologisch ongeremde veeproductie.
Posted by
IS webredactie
om
09:54
|
Labels:
Milieu,
neoliberalisme
maandag 15 september 2008
PVV-kamerlid: Noordpoolijs smelt niet
Wilders wil zijn partij serieuzer profileren, meldt 1 Vandaag. Daarom houden PVV-kamerleden zich nu ook bezig met een onderwerp dat zelfs zij niet aan de islam kunnen koppelen: klimaatverandering. Tweede Kamerlid Martin Bosma heeft namelijk ontdekt dat het noordpoolijs niet smelt.
Terwijl rapport na rapport aangeeft dat het Noordpoolijs nog sneller aan het smelten is dan al was aangenomen, trekt de PVV ten strijde tegen deze ‘indoctrinatie’. De partij heeft maandag laten weten ‘geschokt’ te zijn dat 70.000 scholieren ‘is wijsgemaakt dat de Noordpool aan het smelten is’ en ‘dat er een verontrustende klimaatverandering aan de gang is’.
‘Onze kinderen moeten leren spellen en rekenen en niet dat er zielige ijsbeertjes op schotsen ronddrijven, omdat wij met het vliegtuig op vakantie gaan’, stelt Bosma in Kamervragen aan staatssecretaris Marja van Bijsterveldt van Onderwijs. Volgens hem is klimaatverandering een verzinsel, net als de zure regen.
Eind augustus meldde de Britse krant The Independent on Sunday dat de Noordpool voor het eerst in de geschiedenis volledig omvaarbaar is. Misschien moet Bosma even heen en weer vliegen om de redactie uit te leggen dat ze is misleid door de milieulobby. En als hij vervolgens zijn ski’s onderbindt en demonstratief een rondje langlauft door het gebied dat volgens de indoctrinerende, gesubsidieerde en door de linkse kerk ingekapselde klimaatwetenschappers inmiddels in open zee is veranderd, zijn we helemaal onder de indruk.
woensdag 12 maart 2008
Stijgende voedselprijzen tonen waanzin markt
Twee weken terug werd gemeld dat de gemiddelde voedselprijs in 2007 met maar liefst 43 procent gestegen was. Het jaar daarvoor was dat maar 9 procent. De directeur van het Wereldvoedselprogramma (WFP) voorziet een ‘nieuw tijdperk van honger’.
Door Maina van der Zwan
In Nederland hebben we recentelijk kennis mogen maken met het fenomeen voedselbanken en zullen we allemaal wel gemerkt hebben dat een boodschappenmandje met melk, brood en kaas het afgelopen jaar een stuk duurder is geworden. Het CBS publiceerde eergisteren dat de prijsstijging van voedselproducten in februari twee keer zo hoog was als de gemiddelde inflatie in Nederland. Maar zoals altijd zijn het de armsten van de wereld die het hardst getroffen worden. De prijzen van maïs, tarwe, sojabonen en rijst, de hoofdbestanddelen van het mondiale dieet, zijn in de afgelopen jaren verdubbeld. Ongeveer 25.000 mensen sterven dagelijks aan de gevolgen van honger.
Vorige maand meldde het Internationaal Fonds voor Landbouwontwikkeling dat ‘voor elk procentpunt dat reële voedselprijzen stijgen, het aantal mensen met honger in de wereld met 16 miljoen zal stijgen, wat betekent dat 1,2 miljard mensen tegen 2025 chronische honger zullen lijden.’ In dezelfde weken van deze berichtgeving kondigde het WFP aan te moeten korten op voedselhulp, omdat donoren niet met meer geld over de brug wilden komen om de stijgende kosten de dekken. Het gaat om tekorten van tientallen miljoenen dollars, een fractie van de ruime biljoen (!) dollar die jaarlijks aan defensiebudgetten wordt uitgegeven.
De toenemende honger stuit over de hele wereld op verzet. In Mexico heeft de dure maïs tot massale ‘tortilla-rellen’ geleid. Ook in Indonesië, Guinea, Mauritanië, Mexico, Senegal, Uzbekistan, Yemen, Pakistan en Burkina Faso braken recentelijk voedselrellen uit. In Italië waren er vorig jaar ‘pasta-stakingen’, waarbij consumenten uit protest symbolisch de aanschaf van pasta boycotten. Wat zijn de drijvende krachten achter het dreigende ‘tijdperk van honger’? Het meest obscene feit over verhongering spreekt boekdelen, namelijk dat het niet wordt veroorzaakt door een tekort aan voedsel. Zoals de Financial Times twee weken terug stelde: ‘De wereld heeft genoeg voedsel om iedereen te voeden – als er de bereidheid is om dat te doen’. En precies daar zit het probleem. We leven in een systeem waarin mensen geen enkele controle hebben over productie, prijzen en distributie van waren.
Het is de krankzinnige ‘logica’ van het kapitalisme die deze waanzin creëert en de prijzen opstuwt. Op de korte termijn komt dit door fluctuaties en paniek waar alle waren op de wereldmarkt onder lijden. Stijgende prijzen hebben een eigen dynamiek van paniekaankopen - zo steeg de prijs van tarwe met maar liefst een kwart op één dag. De lange termijn oorzaken voor de stijgende voedselprijzen liggen in drie factoren: 1) Klimatologische verschuivingen en toenemende monocultuur putten landbouwgrond uit en maken de oogst kwetsbaar voor mislukking. 2) De stijgende brandstofprijzen en daarbij hogere transportkosten worden doorberekend aan de consument. 3) Door verschuiving naar biobrandstoffen wordt meer landbouwgrond gebruikt voor ‘brandstofgewassen’ zoals palmolie en worden graan- en maisvooraden opgekocht voor de productie van brandstof.
Geoormerkt als ‘klimaatvriendelijk’ zijn biobrandstoffen een paar jaar terug door zowel industrie als regeringen omarmd als ‘duurzaam’ alternatief. Het is een van de grootste zwendels uit deze eeuw, en in allerlei opzichten schadelijk voor mens en milieu: de explosieve kap van regenwouden voor extra landbouwgrond, de uitstoot van distikstofoxide (een broeikasgas dat 300 keer krachtiger is dan CO2), de druk op de prijzen van gewassen en het feit dat voor de productie van ethanol (voornaamste biobrandstof) zoveel fossiele brandstoffen worden verbrand dat elk mogelijk voordeel teniet wordt gedaan. Om het maar niet over de miljarden subsidiering door overheden te hebben.
Hoe kan het dat de zwendel genaamd biobrandstoffen in no time een multi-miljarden industrie werd en er minimaal wordt geïnvesteerd in echte oplossingen zoals nieuwe openbaar vervoersystemen, absolute beperking van CO2-uitstoot en een spectaculaire omschakeling naar echte duurzame energiebronnen zoals wind- en zonne-energie? Omdat er met biobrandstoffen op de korte termijn enorme winsten te maken zijn en die verschuiving geen radicale veranderingen van het economische systeem vereist.
De heersers van deze wereld willen klimaatverandering niet stoppen, zij willen er rijk van worden en zich er voor de rest zo goed mogelijk aan aanpassen. Zie het rapport dat EU-buitenlandcoordinator Javier Solana gisteren presenteerde. De twee grootste bedreigingen voor Europa zijn volgens Solana ‘de strijd om natuurlijke hulpbronnen’ en ‘de verwachte stroom van miljoenen milieumigranten’. De maatregel hiervoor? ‘Omvangrijke investeringen in defensie.’ Het zoveelste teken aan de wand dat de waanzin zal toenemen zolang de motor erachter niet gestopt wordt.
Posted by
IS webredactie
om
22:08
|
Labels:
Klimaat,
Milieu,
neoliberalisme
maandag 3 maart 2008
Recensie: Ecologie vs het kapitalisme
Milieu en kapitalisme zijn niet met elkaar verenigbaar. Dat is het centrale argument in Ecology against capitalism van John Bellamy Foster. Deze essaybundel uit 2005 is nieuw in de collectie van LeesLinks, de boekhandel van de IS. Gezien de huidige aandacht voor klimaatverandering en andere milieuproblemen is het boek hoogst actueel.
Door Daniel Hake
Fosters stelling dat de kapitalistische wereldorde de grootste bedreiging voor het milieu is gaat in tegen veelgehoorde argumenten uit de milieubeweging dat milieuproblemen het gevolg zijn van overconsumptie, overbevolking, moderne technologie, of economische ontwikkeling. Hij biedt daarmee het hoopvolle vooruitzicht dat de ernstigste milieuproblemen kunnen worden opgelost zonder de wens tot menselijke vooruitgang te laten varen. Maar alleen als we de maatschappij fundamenteel veranderen, op een zodanige manier dat een duurzame verhouding met onze natuurlijke omgeving mogelijk wordt.
Fosters andere bekende werk, Marx’s Ecology, biedt een theoretisch kader voor een marxistische benadering van milieuvraagstukken. Ecology against capitalism is juist een poging tot interventie in hedendaagse debatten over economie en milieu. Fosters belangrijkste argumenten zijn als volgt:
Grenzen aan de groei – Een kapitalistische economie moet blijven groeien, anders stort hij in. Maar natuurlijke hulpbronnen zijn niet eindeloos. Het houdt dus een keer op. Deze ongemakkelijke waarheid is in de wetenschap al lang bekend, maar kapitalistische economen ontkennen al twee eeuwen dat de economie een materiele basis heeft. Hun oplossingen voor milieuproblemen zijn lapmiddelen die de accumulatie van kapitaal ongemoeid laten.
Onze wereld is niet te koop – Kapitalistische economen zeggen dat er beter voor het milieu gezorgd wordt als er een prijskaartje aan hangt, omdat het dan waarde heeft. Een voorbeeld hiervan is de handel in emissierechten voor CO2. Volgens Foster is het veranderen van alles in handelswaar juist het probleem. Op deze manier wordt de wereld in stukjes gehakt en apart verkocht, terwijl in een ecosysteem juist alles met elkaar samenhangt. Bovendien zullen ondernemers niet willen betalen voor dingen die ze nu gratis krijgen. Dat is immers slecht voor de concurrentiepositie.
Technologie is niet de oplossing – Vanuit kapitalistische hoek wordt efficiëntere, milieuvriendelijke technologie naar voren geschoven als oplossing voor milieuproblemen. Door zuinig om te gaan met grondstoffen en afval te recyclen zou de economie kunnen doorgroeien zonder het milieu te schaden. Volgens Foster is dit onzin. Hij gaat vooral in op het energiegebruik. Zuiniger machines zorgen dat de productiekosten dalen. Binnen het kapitalisme betekent dit dat de winstmogelijkheden stijgen, waardoor ondernemers meer gaan produceren. Deze uitbreiding van de productie doet de het verminderd verbruik door efficiëntie teniet.
Controle over productie – Een veelgehoord argument is dat individuen maar duurzamer en minder moeten consumeren. Binnen het kapitalisme wordt echter niet steeds meer geproduceerd omdat mensen daar behoefte aan hebben, maar omdat er steeds meer winst moet worden gemaakt. Door marketing wordt vraag gecreëerd naar nutteloze producten, die grondstoffen verslinden en als afval eindigen. Ondertussen consumeren miljoenen mensen te weinig, omdat aan hen niets te verdienen valt. Aandeelhouders en managers hebben er geen belang bij dat dit verandert. Daarom kan echte verandering alleen komen uit de lagere klassen in de maatschappij. Een economie die voorziet in hún behoeften in plaats van in winst is een duurzame economie.
Milieu en klasse – De milieubeweging heeft vaak geen oog voor klassenstrijd. Vaak zien milieuclubs alle mensen als vijand van het milieu, ongeacht hun plaats in de maatschappij. Aan de hand van het voorbeeld van de strijd rond de oerwouden in de VS laat Foster zien wat er mis gaat als groen en rood – milieuactivisten en houthakkers in dit geval – niet samenwerken. Doordat milieuactivisten een totaal kapverbod eisten zonder aan de banen van de houthakkers te denken konden de bazen hen tegen de houthakkers uitspelen. Uiteindelijk verloren beiden. Het doel van een milieubeweging moet dus niet zijn het beschermen van ‘de natuur’ tegen ‘de mens’, maar een duurzame productiewijze die in de behoefte van mensen voorziet.
Het boek levert een aantal overtuigende argumenten waarom de milieucrisis binnen een kapitalistische maatschappij niet kan worden opgelost. Zoals Trotski zei: ‘Zolang de mens zijn productiesysteem niet meester is, hangt het als een noodlot boven hem.’ Er valt dus nog een wereld te winnen. Ecology against capitalism is een belangrijk wapen voor iedereen die deze strijd wil voeren.
maandag 18 februari 2008
‘Palmolie is ramp voor milieu en mensenrechten’
De productie van palmolie voor biobrandstof is een ramp voor het milieu en voor de mensenrechten in Indonesië. Dit is de conclusie uit een rapport van milieuorganisatie Friends of the Earth Europe (waartoe ook Milieudefensie behoort).
Door Daniel Hake
Het rapport is gebaseerd op een onderzoek in Indonesië dat in 2005 is begonnen. De productie van palmolie leidt volgens het rapport tot 423 keer meer broeikasgas CO2 dan de biobrandstof jaarlijks bespaart bij verbranding. Uit het onderzoek blijkt dat de nieuwe palmolieplantages ten koste gaan van het regenwoud en van de lokale bevolking. Er worden bijvoorbeeld veel bestrijdingsmiddelen gebruikt waardoor er een gebrek aan schoon drinkwater ontstaat. Ook stelt het rapport dat de lokale bevolking vaak door geweld hun land moet afstaan aan de nieuwe palmoliebedrijven.
Friends of the Earth Europe vraagt het Europees Parlement een plan van de Europese Commissie te verwerpen waarin staat dat 10 procent van de brandstof in 2020 uit biobrandstoffen moet bestaan. De milieuorganisatie raadt de Europese Unie aan om meer te investeren in openbaar vervoer en zuiniger auto's.
Als we de klimaatcrisis snel willen aanpakken zullen we een heel pakket aan maatregelen moeten nemen om het verbruik van fossiele brandstoffen terug te dringen. Biobrandstof is daar één van. De extra bussen en treinen die Friends of the Earth wil moeten immers ook tanken. En dan kun je beter bio-olie dan aardolie gebruiken. Alleen, binnen een kapitalistische economie worden producten daar geproduceerd waar dat het goedkoopste is. En palmolie uit Indonesië, waar het regenwoud gratis is en de arbeidskracht goedkoop en rechteloos, is goedkoper dan koolzaadolie uit Europa. Onderdrukking en milieuvervuiling tellen op de wereldmarkt niet mee.
Niet genoemd door het rapport maar wel zo belangrijk: biobrandstoffen concurreren met de voedselproductie. De prijzen in de supermarkt stijgen momenteel snel, onder andere omdat steeds meer graan wordt gebruikt voor bio-brandstof. Daarom stijgt de vraag naar graan en dus stijgt ook de prijs. De armen zijn de eersten die het niet meer kunnen betalen – een schending van het recht op voedsel, over mensenrechten gesproken.
De conclusie: niet palmolie als zodanig is een ramp voor milieu en mensenrechten, maar het kapitalisme. Tijd om er wat aan te doen.
Lees hier het rapport ‘Losing ground’ van Friends of the Earth
zondag 9 december 2007
Wereldwijde actiedag tegen klimaatverandering
Een Internationale Actiedag tegen Klimaatverandering bracht zaterdag 8 december tienduizenden demonstranten in minstens 50 steden op straat. De actiedag viel samen met de Klimaatconferentie die deze dagen op Bali plaatsvindt en die weinig meer biedt dan mooie woorden.
In Londen waren zeker 10.000 mensen op de been, in Glasgow betoogden honderden mensen, in de Ierse hoofdstad Dublin vond een betoging ven enkele honderden mensen plaats terwijl kerken symbolisch de noodklok luidden (zie filmpje). In Brussel waren 3000 betogers, op een demonstratie waaraan vakbondsmensen, leden van milieugroeperingen en linkse organisaties deelnamen.
In Manilla op de Filippijnen voerden enkele honderden mensen actie, in Auckland, Nieuw Zeeland 350, in de Taiwanese hoofdstad Taipei 1500. In Duitsland demonstreerden zeker 10.000 mensen: 5000 in Berlijn, kleinere aantallen in München, Neurenberg, Saarbrucken en Freiburg. In Bali zelf waren 500 mensen de straat op gegaan. In Helsinki waren 50 skieërs het asfalt opgegaan, met een oproep aan de machthebbers om hen de sneeuwrijke winters terug te geven. In Moskou probeerde een tiental actievoerders met skies te demonstreren, maar de politie belette dat. In Athene betoogden 1000 mensen, evenals in Istanbul.
Het zijn nog geen grote aantallen. Maar een hoopvolle aanzet tot een wereldwijde beweging tegen kunstmatige klimaatsverandering werd zaterdag 8 december zichtbaar.
vrijdag 7 december 2007
Klimaattop Bali vooral over voornemens
Deze week vindt een grote klimaattop plaats in Bali, Indonesië. Met de toekomst van de planeet op het spel zou je hopen op daadkracht. Verwacht echter geen harde afspraken, dit zijn onderhandelingen over hoe er in de komende drie jaar onderhandeld gaat worden.
Door Maina van der Zwan
De bewijzen voor klimaatverandering zijn onontkoombaar. De wetenschappelijke discussie gaat niet meer over óf dit proces plaatsvindt, maar over hoe de talloze factoren op elkaar inwerken, wat we aan gevolgen kunnen verwachten en wat we er aan kunnen doen. De onderzoeken naar de waarschijnlijke impact stapelen zich op en beginnen steeds verontrustender te worden.
Het laatste rapport van het International Panel on Climate Change (IPCC) doet voorspellingen die het voorstellingsniveau te boven gaan. Het spreekt van een grootschalige sterfte van koraalriffen, dreigende voedseltekorten, zoetwatertekorten en de verdroging van grote delen van de wereld, waaronder het Amazonegebied. Dit komt bovenop eerdere rapporten waarin wordt voorspeld dat rond 2100 de helft van het aardoppervlakte woestijn zal zijn en dat de zeespiegel in deze eeuw met 25 meter zal stijgen. We hebben het over niets minder dan een dreigende mondiale holocaust. Dat maakt het onvermogen van markt en overheid om hier serieuze actie tegen te ondernemen des te schrijnender.
Zoals bij de vorige klimaatconferenties gaat het ook in Bali voornamelijk over voornemens en gebakken lucht. Na jarenlang ontkennen, kwamen de kansloze plannen over vrijwillige emissie-handel en nu de laatste trend: het rijke Westen wijst de opkomende kapitalistische grootmachten als China, Indonesië, Brazilië en India aan als grootste boosdoener. Zo willen de VS niets toezeggen zolang maatregelen niet universeel voor alle ontwikkelingslanden gelden. Deze houding staat a) gelijk aan het blokkeren van het hele proces en b) hoog op het ranglijstje van meest hypocriete overheidsstandpunten ooit. De CO2-uitstoot per hoofd van de bevolking lag in 2004 in China op 5,4 ton per persoon, in India op 0,9 ton en in de VS op 20,6 ton (de Nederlandse CO2-emissie in 2002 was 11 ton per persoon). Het geïndustrialiseerde Westen is hoofdschuldige van de explosieve uitstoot van broeikasgassen en zal dus ook vooraan moeten staan in de inperking ervan.
De dreigende klimaatchaos is af te wenden. In het laatste IPCC rapport wordt gesteld dat een mondiale temperatuurstijging onder de kritieke 2 ˚C gehouden kan worden als de totale emissie van broeikasgassen in 2050 is teruggebracht tot 15 procent van het volume van 2000. Dat is niet onmogelijk, maar zoals je meteen zult begrijpen vereist dit een radicale verandering van de economie. En hier zit de kern van de problematiek. Het hele mondiale systeem wordt voortgestuwd door kapitaalaccumulatie. Effectieve klimaatoplossingen conflicteren daarmee. Bedenk simpelweg wat het op korte termijn ontkolen van de economie zou betekenen voor de winsten van de auto- en de olie-industrie.
Er staat ons twee dingen te doen. Ten eerste hebben we een informatie-oorlog te voeren tegen alle leugens en bullshitoplossingen die de ronde doen. Van biobrandstoffen en emissiehandel tot ‘klimaatvriendelijke’ creditcards, de simplistische focus op spaarlampen en de verwijten naar ontwikkelingslanden. Bedrijven zijn succesvol geweest in het kapen van het thema en proberen er nu grof geld aan te verdienen.
Ten tweede moet een kritische analyse van klimaatpolitiek wortelen in de sociale bewegingen. Morgen wordt over de hele wereld gedemonstreerd. Deze belangrijke demonstraties verhogen het bewustzijn, maar zijn nog geen georganiseerde kracht waarmee verandering daadwerkelijk afgedwongen kan worden. Daarom zullen we klimaatverandering als thema weg moeten trekken uit de lobbykamers en wetenschappelijke conferenties en integreren in linkse organisaties en de vakbeweging, sociale krachten die wel de noodzakelijke veranderingen af kunnen dwingen.
woensdag 14 november 2007
Bezuinigingen op openbaar vervoer
Het nieuwe kabinet beloofde bij zijn aantreden vorig jaar een groene koers, gericht op het aanpakken van de klimaatverandering. Maar na de aangekondigde bouw van nieuwe kolencentrales, komt het nu ook met bezuinigingen op het openbaar vervoer.
Door Daniel Hake
Het kabinet wil in de periode 2008-2012 300 miljoen euro bezuinigen op het budget voor het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeenten en provincies. 60 tot 70 procent van dat budget (de zogeheten BDU) gaat naar het openbaar vervoer. De voorgenomen kortingen op de BDU voor de komende jaren (300 miljoen tussen 2008 en 2012) betekenen een forse bezuiniging op het stads- en streekvervoer. Het betekent ook dat er minder bussen, trams en metro’s zullen rijden, en dat er ontslagen te verwachten zijn bij de vervoerbedrijven.
Het kabinet investeert weliswaar 25 miljoen voor betere overstapmogelijkheden tussen auto, fiets en openbaar vervoer, en voor een betere informatievoorziening en meer comfort voor de reizigers. Maar wat heb je aan een mooie bushalte als er geen bus meer rijdt?
De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft in een commissievergadering kritiek geuit op de kabinetsmaatregelen. Deze kritiek gaat echter alleen over het niet nakomen van afspraken. Over gevolgen voor reizigers, personeel en het milieu heeft de VNG het (nog) niet.