Een militaire coup tegen de president van Honduras Manuel Zelaya heeft geleid tot protesten in het hele land. Het leger antwoordde met het instellen van een avondklok en geweld tegen de demonstranten.
Door Mike Gonzalez
Zelaya komt uit de rechtse Liberale Partij. In eerste instantie steunde hij het Centraal Amerikaanse Vrijhandelsverdrag, dat Honduras zou helpen integreren in het wereldwijde economische systeem.
Maar recentelijk speelt hij een steeds belangrijkere rol in Alba, het Latijns-amerikaanse bondgenootschap dat is opgezet door de radicale president van Venezuela Hugo Chávez. Alba vormt een alternatief voor de Amerikaanse neoliberale plannen voor het continent.
Zelaya verhoogde het minimumloon en werkte nauwer samen met Chávez en de Boliviaanse president Evo Morales, om gezamenlijk alternatieve economische structuren en allianties op te zetten. Precies dat bondgenootschap was de aanleiding voor de heersende klasse van Honduras om tegen Zelaya in beweging te komen.
De directe aanleiding was de beslissing van de president om een officieus referendum te organiseren over de mogelijkheid om een nieuwe democratische grondwet in te voeren naar Venezolaans voorbeeld. De hoogste rechtbank verklaarde het referendum onwettig en het leger nam de stembussen in beslag. Zelaya ontsloeg het hoofd van het leger en leidde een mars naar een luchtmachtbasis om de stembussen terug te eisen. Daarop werd hij gearresteerd en het land uitgezet.
De grondwet die Zelaya wilde aanpassen werd aangenomen in 1982, toen Honduras de uitvalsbasis was voor aanvallen op de Sandinistenrevolutie in Nicaragua. De regering was een loyale verdediger van Amerikaanse belangen in de regio.
De sociale bewegingen van Honduras hebben de bevolking opgeroepen om zich te verzetten tegen de coup. Degenen die Zelaya hebben uitgezet willen dat Honduras een land blijft waarin de helft van de bevolking leeft onder de armoedegrens. De nieuwe machthebber heeft gezegd dat Zelaya mag terugkeren ‘als hij zijn banden met Hugo Chávez verbreekt’. Het kon niet duidelijker.
De Bolivariaanse Kring Nederland roept vrijdag a.s. om 16:00 uur op tot een protest bij de ambassade van Honduras, Burgemeester Patijnlaan 1932, Den Haag
dinsdag 30 juni 2009
Militaire coup in Honduras
maandag 25 mei 2009
Bijeenkomst over Hugo Chavez
Hugo Chavez: held of struikrover? De linkse beweging in Latijns-Amerika
In verschillende landen in Latijns-Amerika, zoals Venezuela, Bolivia, Chili en Brazilië ontwikkelen zich de laatste jaren verschillende vormen van een sociaal-democratie die een einde lijken te willen maken aan de sociale en economische ongelijkheid op het continent.
Het afgelopen decennium is president Hugo Chavez van Venezuela zelfs het symbool geworden van deze nieuwe linkse beweging. Tegelijkertijd zien velen hem als een typisch voorbeeld van het populisme en het machismo dat kenmerkend zou zijn voor de Latijns-Amerikaanse politiek van de afgelopen eeuw. Sommigen zien in hem zelfs een dictator of sterker; een boef.
Welke rol speelt beeldvorming hierin? Wat speelt er achter de beperkte informatie en beelden die ons bereiken? Gaat het slechts om een handjevol charismatische leiders zoals Chavez, of is er sprake van werkelijke fundamentele veranderingen in de Latijns-Amerikaanse politiek?
Op deze avond gaat Onbegane Grond in gesprek met Max van Lingen (Internationale Socialisten) en Edwin Koopman (journalist en Latijns-Amerika deskundige) over deze en andere vragen.
Datum: dinsdag 26 mei
Lokatie: Meneer de Wit - Centrale Hal - Witte de Withstraat 10 - Amsterdam (andere ruimte en ingang dan normaal)
Programma:
20:00 Aanvang
22:00 Borrel
Entree: 5 euro
Deur open vanaf 19:30
Stuur een mailtje naar onbeganegrond@gmail.com om een plekje te reserveren.
Posted by
IS webredactie
om
14:00
|
Labels:
Andersglobalisering,
Venezuela
dinsdag 19 mei 2009
Olie voor de revolutie
Bekijk op Youtube ook deel 2, deel 3 en deel 4 van de documentaire
Stel je voor dat je naar je werk gaat en door een megafoon wordt opgeroepen nee te zeggen tegen het imperialisme en de revolutie te verdedigen. In de film Red Oil gebeurt dit. De nieuwe documentaire van regisseur Lucinda Broadbent gaat over het Venezolaanse staatsoliebedrijf PDVSA sinds de verkiezing van president Hugo Chávez.
Door Angela Ettema
Hoofdpersoon van de film is Marienella Yanes, een voormalig soap-auteur en actrice, die manager van PDVSA wordt. Het verhaal wordt verteld in de stijl van de Latijn-Amerikaanse telenovela, aan de hand van de analogie van een familievete tussen ‘oom Hugo’ en de voormalige oliebaronnen. Yanes beschrijft de situatie als een ‘totale soap’: ‘Het is een confrontatie tussen twee krachten. De ene kant is revolutionair, de andere conservatief. Het is een uit het leven gegrepen drama.’
Yanes was zelf betrokken bij de strijd tegen een bazenstaking in Venezuela in 2002, die erop gericht was te voorkomen dat olie-inkomsten gebruikt werden voor sociale programma’s. In april 2002 ontsloeg Chávez zeven oliebazen. Rechts pleegde met steun van de VS een staatsgreep. Massaal verzet maakte een einde aan de staatsgreep en bracht Chávez opnieuw aan de macht. Nadat de oliebazen waren verslagen, ontsloeg Chávez 18 duizend leidinggevenden en liet hij PDVSA sociale projecten (misiones) organiseren die de armen onderwijs, banen, elektriciteit en gezondheidszorg moesten bieden.
Producer Aimara Reques zegt: ‘Het enthousiasme voor coöperatieve principes in Venezuela is inspirerend. Iedereen wil een coöperatie opzetten en het is nu mode om dat te doen. Het is echt een beweging, in de zin dat mensen al doende leren.’
De film schetst een treffend beeld van de tegenstellingen in Venezuela. Land dat vroeger braak lag wordt nu bewerkt door coöperaties, dankzij het oliegeld. ‘Dit is de tractor van de revolutie’, zeggen landbouwarbeiders trots. Het is duidelijk waarom Chávez zo populair is onder de bevolking. Maar Venezuela kent nog steeds een enorme kloof tussen rijk en arm. Coöperatie-organisator Antonia Rada zet zich in om te zorgen dat elke Venezolaan ‘zijn of haar druppel olie’ krijgt, maar sommige activisten zeggen dat de ‘nieuwe bazen’ zich verrijken ten koste van de armen.
Regisseur Broadbent stelt dat Chávez’ aanpak veel tegenstellingen bevat. ‘In de film proberen we die zo waarheidsgetrouw mogelijk weer te geven. We proberen de kijker niet te dwingen partij te kiezen voor of tegen Chávez. Dat is een uitdaging, maar als je niet open bent over de tegenstellingen, ben je ook niet eerlijk over wat maatschappelijke verandering is.’ De film laat duidelijk zien wat de keuze is voor de Bolivariaanse revolutie in Venezuela: de mensen aan de top beschermen, of zorgen dat de mensen aan de basis daadwerkelijk aan de macht komen.
vrijdag 13 februari 2009
Nieuw referendum in Venezuela
In Caracas is een intense campagne gaande rond het referendum over de vraag of president Chávez in 2012 mag meedoen aan de race voor het presidentschap.
Door Mike Gonzalez, Caracas
Afgelopen zaterdag startten in de enorme barrio Petare in de Venezolaanse hoofdstad Caracas twee demonstraties. ’s Ochtends was er een massale demonstratie onder leiding van studentenorganisaties tegen de aanvulling op de grondwet waarover aanstaande zondag gestemd wordt. ’s Middags leidde president Chávez een stroom van juichende mensen in rode T-shirts die ‘Uh, Ah, Chávez no se va’ (Chávez gaat niet weg) riepen.
Al bijna twee maanden draait het hele politieke leven van Venezuela om deze vraag. Alleen al in januari zat Chávez in 48 programma’s op de landelijke televisie en radio. De meeste ministeries liggen stil, omdat de ambtenaren gemobiliseerd zijn om campagne te voeren.
De rechtse oppositie, aangemoedigd door succes in de regionale verkiezingen in november 2008, steekt alle energie en veel mediatijd in het afschilderen van Chávez als dictator. Voor rechts gaat het referendum over democratie – een nogal holle slogan als je bedenkt naar welk politiek systeem het wil terugkeren. Voor de overwinning van Chávez in 1998 diende de Venezolaanse olie nog om een handjevol multinationals en hun lokale agenten te verrijken – ondanks dat die olie formeel staatseigendom was. De grote massa leefde in armoede. Het zijn die armen die Chávez aan een overwinning hielpen.
Toen delen van dezelfde rechtse oppositie Chávez in 2002 met een coup probeerden af te zetten, waren het diezelfde armen die de coup-poging binnen 48 uur door protest ongedaan maakten. En datzelfde deden ze rond de ‘oliestaking’ van de bazen, bedoeld om de economie plat te leggen.
Dit was de Bolivariaanse revolutie waarover Chávez sprak. Niet alleen de olierijkdom gebruiken voor het welzijn van de armen, maar ook een visie over een maatschappij waarin de macht in handen zou komen van de arbeiders en armen. Hij noemde dit ‘volksmacht’, en sinds 2005 spreekt hij over ‘socialisme voor de 21ste eeuw’.
Maar in het Venezuela van 2009 zal er een hoop moeten gebeuren om de retoriek over volksmacht werkelijkheid te laten worden. Een nieuwe laag van machtige bureaucraten is ontstaan. Corruptie is aan de orde van de dag, en is meer dan een serie criminele incidenten. Democratische beslissingen worden genegeerd, en publieke gelden verdwijnen in de zakken van privépersonen. De echte macht wordt geconcentreerd in steeds minder handen.
Ondanks al deze problemen is het heel waarschijnlijk dat Chávez het referendum zal winnen en kan meedoen als presidentskandidaat in 2012. Rechts begrijpt niet dat hij iets veel groters representeert dan het charisma van een leider. Voor de grote massa vertegenwoordigt hij de stem van een beweging die met succes strijd heeft geleverd. Deze mensen weten wat de Venezolaanse rijken willen. Ze hebben eerder onder hen geleefd, en ze kunnen de tekenen nu al zien.
De oppositie wordt geleid door nette, goed geschoren en gekapte jonge mensen. Maar achter dit nette gezicht schuilt hun doel om het proces te vernietigen dat bedoeld is om de meerderheid van de bevolking een beter leven te geven. De rijken profiteren nu al van de scherpe prijsstijgingen van de afgelopen maanden, terwijl de armen - ondanks de ontkenning dat Venezuela geraakt wordt door de crisis van de kant van de regering - steeds sterker de effecten van de recessie voelen.
Een ja-stem zal een bewijs zijn dat de hoop waarvan de Bolivariaanse revolutie de uitdrukking is nog leeft. Maar ze zal de problemen waarmee gewone Venezolanen kampen niet opheffen. Er zijn nu al tekenen dat na het referendum de massabeweging nieuwe stappen zal zetten, in de eerste plaats tegenover directe problemen zoals onveiligheid, corruptie en ongecontroleerde inflatie. Het succes in deze campagnes zal beslissend zijn voor het lot van de Bolivariaanse revolutie, lang voor de verkiezingen van 2012.
Dit is een verkorte versie van een artikel in het Engels, dat hier te vinden is.
zondag 20 april 2008
Bolivariaanse revolutie op kruispunt
De Bolivariaanse revolutie bevindt zich op een kruispunt. Ik sprak hierover met Mike Gonzalez, docent Latijns-Amerika studies aan de universiteit van Glasgow, en net terug van één van zijn vele bezoeken aan Venezuela.
Door Suzanne Veldhuis
Mike, kun je ons iets vertellen over het referendum eind 2007?
Het referendum ging over 138 verschillende aanpassingen aan de grondwet. De oppositie voerde maandenlang een uitgebreide mediacampagne, er was geen show op televisie die niet over het referendum ging. Chávez presenteerde het referendum echter alsof het zou gaan over een stem voor of tegen hem. De conclusie die de oppositie en de westerse media vervolgens na de uitslag trokken was dat Chávez, en met hem de Bolivariaanse revolutie, de steun van het volk verloren heeft.
Als je naar de aantallen kiezers kijkt dan wordt echter duidelijk dat het aantal stemmen voor het ‘NEE’-kamp gelijk is aan het aantal stemmen tegen Chávez in de laatste verkiezingen. De oppositie heeft dus in aantallen nog steeds evenveel aanhangers. Het aantal stemmen voor het ‘JA’-kamp is daarentegen afgenomen. Dat laat zien dat een groot aantal mensen heeft afgezien van stemmen, maar niet overgegaan is naar de kant van de oppositie.’
Waarom zijn er zoveel mensen thuisgebleven bij dit referendum?
‘Het is een combinatie van factoren. Er is een groot wantrouwen onder het volk jegens de regering en de politici die Chávez om zich heen heeft. Er is corruptie en er zijn veel politici aan de top die duidelijk vijandig staan tegenover de revolutie, en alleen in de regering zitten uit eigenbelang. Daarbij komt dat er echte problemen spelen in het land. Er is een groot voedseltekort, deels omdat rechts dat moedwillig heeft gecreëerd, en deels omdat beleid van de regering heeft gefaald; door inefficiëntie, te lage prijzen voor de boeren etc.
Bovendien maken veel mensen zich zorgen over de concentratie van macht in de handen van Chávez. Een deel van de aanpassingen aan de grondwet waar het referendum over ging zou dat tot gevolg hebben. Dat terwijl het andere deel van de aanpassingen zou moeten leiden tot de ontwikkeling van meer macht in de handen van het volk! Deze tegenstelling heeft ertoe geleid dat veel mensen niet voor of tegen het referendum wilden stemmen, en zijn thuisgebleven.’
Kun je ons ook iets vertellen over de PSUV, de nieuwe socialistische partij die op initiatief van Chávez is opgericht?
‘Het was een absolute noodzaak om een partij op te richten waarmee de relatie tussen het volk en Chávez evenwichtiger zou kunnen worden. Een partij kan zorgen voor uitwisseling van ideeen en kan leiding geven aan het revolutionaire proces. Het probleem met de PSUV is echter dat ze niet op natuurlijke wijze van onderaf uit de grassroots bewegingen is ontstaan. Het is een partij die per decreet is opgericht; de leiding was er eerder dan de leden! Bovendien bestaat het grootste deel van de leiding uit politici die rechts van Chávez staan, mensen die geen enkel belang hebben bij het ontwikkelen van arbeidersdemocratie, maar wel bij het vormen van een controleapparaat.
De partij claimde socialistisch te zijn, maar het was onduidelijk wat het programma was of hoe de partij georganiseerd zou worden. Na de oprichting was er veel debat onder linkse activisten of ze zich wel of niet moesten aansluiten. Niemand wist of het mogelijk zou zijn binnen de nieuwe partij iets te bereiken. Uiteindelijk zijn er binnen 1 jaar bijna 6 miljoen mensen lid geworden van de PSUV, waaronder bijna alle grassroot-activisten, en was het duidelijk dat ook revolutionair links niet achter kon blijven.
In december 2007 werden de afgevaardigden voor het eerste congres van de PSUV gekozen. De meesten werden van bovenaf benoemd, en afgevaardigden uit de projecten werden geblokkeerd. Het is problematisch dat met een uistraling van ‘poder popular’ (volksmacht) een politiek systeem van regeren van bovenaf wordt gemaskeerd. De activisten in de partij zijn zich hiervan bewust, en de strijd is dan ook nog lang niet gestreden.’
Hoe nu verder dan?
‘Daarover is ongelooflijk veel discussie in de grassroot-organisaties, de PSUV en de vakbonden. Het is niet makkelijk, maar overal vindt een strijd plaats waarvan het essentieel is dat hij gewonnen wordt. In november zijn er gouverneur- en burgemeesterverkiezingen, en de rechtse bureaucraten zijn al begonnen met campagne voeren voor hun kandidaten. De activisten die ik gesproken heb zijn vooral erg bezorgd over hoe het verder zal gaan.
De laatste paar dagen zijn een aantal dingen gebeurd die zowel politiek als symbolisch van groot belang zijn. Ten eerste is de melkindustrie, een van de grootste van het land, genationaliseerd. Ten tweede is na een strijd van een jaar en twee weken van protest de SIDOR ijzer- en staalindustrie genationaliseerd. Ten derde is het Conferry-veerbotenbedrijf, een van de vele transportfirma’s, ook genationaliseerd.
Dit geeft hoop voor de toekomst, en laat zien waar de activisten in Venezuela voor vechten: een einde aan corruptie, transparantere structuren, meer macht in de handen van de grassroot-organisaties, en een voortzetting van de sociale programma’s.’
Posted by
IS webredactie
om
11:12
|
Labels:
Socialisme,
Venezuela
woensdag 19 maart 2008
Exxon moet toontje lager zingen
Zoals we eerder op dit blog berichtten, werd een paar weken geleden 12,3 miljard dollar aan tegoeden van de Venezolaanse oliemaatschappij PDVSA bevroren na een aanklacht van ExxonMobil, een van de grootste oliebedrijven van de Verenigde Staten.
Door Suzanne Veldhuis
De Venezolaanse regering is al tijden bezig ervoor te zorgen dat de opbrengsten van de olie-industrie in ieder geval gedeeltelijk ten goede komen aan de eigen bevolking. In maart 2007 besloot de regering de enorme oliereserves in de Orinocodelta te nationaliseren. Er werden nieuwe contracten voorgesteld waardoor de PDVSA minimaal 60 procent van de aandelen in handen zou krijgen. Exxon was het enige bedrijf dat hier niet mee akkoord ging en wist via verschillende rechtbanken in de VS, Groot-Brittannië en Nederland 12 miljard dollar aan tegoeden van de PDVSA te laten bevriezen. Exxon is namelijk van mening dat de nieuwe contracten gelijk staan aan contractbreuk, en eist compensatie voor de schade die hun winsten gaan lijden door het opgeven van het meerderheidsbelang.
De rechter in Londen heeft gisteren echter deze aanklacht ongegrond verklaard en de PDVSA gelijk gegeven. De Venezolaanse minister van Energie, Rafael Ramirez, verklaarde in een reactie hierop; ‘Hiermee hebben we weer een slag gewonnen, en dat nog wel in Londen. Het laat zien dat de PDVSA en Venezuela gelijk hadden. De leugens waarmee het volk gemanipuleerd werd, over dat de PDVSA frauduleus zou zijn, zijn hiermee weerlegd.’ Het vonnis is een voorlopige streep door de rekening van multinationals die willen voorkomen dat regeringen zelf kunnen beslissen over nationale industrieën.
woensdag 5 maart 2008
Actie leger Colombia was provocatie
Afgelopen weekend viel het Colombiaanse leger buurland Ecuador binnen. De kranten kopten wereldwijd ‘leger Colombia doodt FARC-leider in succesvolle actie’. De reactie van Ecuador en Venezuela, die de aanval veroordeelden, was het terugtrekken van hun diplomaten uit Colombia en het sturen van troepen naar de grensstreek.
Door Suzanne Veldhuis
Het optreden van Ecuador en Venezuela werd afgeschilderd als buitenproportioneel en beide landen werden beschuldigd van het steunen van de FARC rebellen. Er zou namelijk ‘bewijs’ gevonden zijn op een van de laptops die op miraculeuze wijze de bombardementen op de kampen heeft overleefd. Bovendien zou er ook bewijs gevonden zijn dat de FARC uranium wilde aanschaffen om massavernietigingswapens te maken. De Colombiaanse president Uribe wil daarom nu Chávez aanklagen bij het Internationaal Strafhof in Den Haag voor het ‘sponsoren van genocide’. President Bush heeft laten weten dat hij elke daad van agressie die de regio ontwricht veroordeelt en volledig achter de Colombiaanse regering staat in de strijd tegen terreur.
Wat is hier nu gaande? Als we de feiten op een rij zetten, dan zien we dat Colombia buurland Ecuardor binnenviel waarbij minstens 22 mensen in hun slaap werden gedood (en niet tijdens een gevecht zoals de Colombiaanse regering beweert). Bovendien stuurt het troepen naar de grens met Venezuela. Je zou verwachten dat deze daad van agressie door de internationale gemeenschap veroordeeld zou worden, en dat de twee landen het recht zich te verdedigen wordt toegekend.
In plaats daarvan worden de twee landen niet alleen respectievelijk binnengevallen en bedreigd, maar worden ze vervolgens geacht genoegen te nemen met ‘excuses’, en worden ze beschuldigd van het steunen van internationaal terrorisme en genocide! Hiermee weet Colombia de boel zo te verdraaien dat het lijkt alsof het slachtoffer is in plaats van de agressor, en maakt het de weg vrij voor een eventuele aanval op Venezuela.
Dit is niet zomaar een regionaal conflict. Colombia is een van de belangrijkste bondgenoten van de Verenigde Staten in Latijns-Amerika, vooral nu steeds meer omringende landen een linkse koers zijn gaan varen, met presidenten die zich sterk uitspreken tegen imperialisme en neo-liberalisme.
Het is niet toevallig dat de inval plaatsvindt vlak na de successen die Chávez boekte met de vrijlating van gijzelaars, iets wat de Colombiaanse regering nooit is gelukt. Ook is het niet toevallig dat de ‘FARC-leider’ die vermoord is de belangrijkste onderhandelaar en het gezicht naar buiten van de rebellen is. Met de aanval lijken de onderhandelingen over het vrijlaten van gijzelaars en het beginnen van vredesbesprekingen zoals voorgesteld door Chávez van de baan. Door de beschuldigingen van de Colombiaanse regering, stellen zij Chávez wederom in een slecht daglicht. De aanval van Colombia moet meer gezien worden als een provocatie, met als doel de grote politieke en sociale veranderingen die de regio doormaakt te ontwrichten.
maandag 11 februari 2008
Texaans olieconcern voert druk op Venezuela op
Het Texaanse olieconcern Exxon Mobil, het grootste oliebedrijf ter wereld, heeft via rechters in onder andere Nederland, de VS en de Nederlandse Antillen het bevriezen van 12,3 miljard dollar aan tegoeden van de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PdVSA afgedwongen.
Door Dirk Wanrooy
Venezuela is sinds enige tijd verwikkeld in een strijd om een soort van semi-nationalisatie van de olieindustrie door te voeren. De meeste grote concerns gingen schoorvoetend akkoord met de eisen die gesteld werden door Chávez en zijn regering. Exxon Mobil weigert nu als eerste mee te werken.
Exxon heeft al eerder een rechtszaak aangespannen bij het IMF tegen de Venezolaanse regering. Het bedrijf vindt dat Venezuela zich schuldig maakt aan contractbreuk. In afwachting van de uitspraak heeft het bedrijf toestemming gevraagd om de tegoeden te bevriezen.
De bazen van Exxon zijn van mening dat ze compensatie verdienen voor het opgeven van het meerderheidsbelang in hun bedrijf - een tegemoetkoming voor de toekomstige schade die hun nettowinsten hiervan zullen ondervinden. De regering-Chávez redeneert anders. Al decennia hebben buitenlandse oliemaatschappijen en machtige multinationals kunnen profiteren van de Venezolaanse rijkdommen. Het is niet meer dan normaal dat de overheid deze inkomsten zou moeten kunnen gebruiken ten behoeve van de arme bevolking volk in plaats van de kleine elite die tot voor kort met grote delen van de opbrengsten ervandoor ging.
Exxon weet zich gesteund door neoconservatief Amerika, Europa en Zuid-Amerika. Naast het feit dat het bedrijf zich als hoofdrolspeler in Venezuela wil handhaven, kan op deze manier de politieke druk op Chávez opgevoerd worden. Al jaren kijkt het mondiale establishment uit naar manieren om Chávez uit het zadel te wippen of te marginaliseren. Chávez heeft lange tijd de wind in de rug gehad. De hoge olieprijs gaf hem de bewegingsvrijheid die hij nodig had om bepaalde sociale projecten te realiseren. Tevens was zijn grootste tegenstander druk het Midden-Oosten te ‘democratiseren’. Nu wordt via de machtige rijke arm van het democratische westen, de multinationals, geprobeerd invloed uit oefenen op de ontwikkelingen in Venezuela.
Chávez vatte het initiatief van Exxon ook zo op. Hij reageerde door Amerika op te roepen deze economische oorlog te staken. Hij zou wel eens de oliekraan naar de VS dicht kunnen draaien, aldus Chávez.
donderdag 17 januari 2008
Socialisme in Latijns Amerika
Rond de zeventig mensen namen gisterenavond deel aan een bijeenkomst over socialisme in Latijns Amerika in de Kargadoor in Utrecht. Sprekers waren Barbara Hogenboom (CEDLA), Pepijn Brandon (IS), journalist Edwin Koopman en TNI-deskundige Daniel Chávez (geen familie van).
De bijeenkomst was georganiseerd door kritische studentenvereniging Basta!, waarvan ook afdeling Utrecht van de IS deel uitmaakt. Op de inleidingen van de sprekers volgde een levendig debat over de Bolivariaanse revolutie, Chávez' nederlaag in het referendum, de kansen voor verdere doorbraken van links op het continent en de mogelijkheden voor de bewegingen van onderaf. Een goed getimed debat, dat smaakt naar meer!
Posted by
IS webredactie
om
14:27
|
Labels:
Socialisme,
Venezuela
woensdag 16 januari 2008
Venezuela: straat tegen elite
Alex Callinicos kijkt naar de tegenstelling in de regering van Hugo Chávez tussen het besturen van een bureaucratische kapitalistische staat en de poging om voor socialisme te strijden.
Door Alex Callinicos, vertaald uit Socialist Worker
‘Het vaderland, socialisme of de dood’. Met deze woorden legde Hugo Chávez een jaar geleden de eed als president van Venezuela af na een zegevierende herverkiezingscampagne. Vanuit de logica van die eed is de aankondiging van Chávez dat hij het tempo van zijn ‘Bolivariaanse revolutie’ omlaag gaat brengen, reden tot zorg. ‘Ik word gedwongen het marstempo te verlagen’, zei hij. Deze stap volgt op de nederlaag die de regering leed in het referendum van 2 december over haar voorstel tot een nieuwe grondwet.
Chávez spreekt tot de verbeelding van al diegenen in de wereld die tegen neoliberalisme en imperialisme zijn. Vanwege zijn uitdaging van de regering van George Bush, en omdat hij opkomt voor alternatieven tegenover het kapitalisme. Zijn oproep voor een “socialisme van de 21ste eeuw leek het einde aan te geven van de periode sinds de ineenstorting van de Sovjetunie, waarin er geen anders systeem dan het kapitalisme denkbaar leek.
Maar de positie van Chávez was altijd gebouwd op een tegenstelling. Het waren de armen van Caracas die hem redding boden toen hij door rechts omvergeworpen werd in april 2002. Zij omringden het presidentiële paleis en dwongen de samenzweerders om hem vrij te laten. Chávez blijft echter het hoofd van een bureaucratische staat, doordrenkt van corruptie, die een economie bestuurt waarin kapitalistische sociale verhoudingen nog steeds overheersen. Daarom wordt zijn politiek twee tegengestelde kanten uitgetrokken.
Hij heeft geprobeerd zijn basis onder de bevolking overeind te houden door de snel gegroeide olie-inkomsten van Venezuela te gebruiken om sociale hervormingen aan te jagen. Instellingen zoals de Bolivariaanse cirkels en de sociale missies zijn bedoeld om de activisten aan de basis te bundelen en te mobiliseren voor initiatieven van de president.
Maar geconfronteerd met de vijandigheid van Washington en de oligarchie van Venezuela, zijn Chávez en zijn bondgenoten ook in de verleiding gekomen om hun greep op het staatsapparaat te versterken. Zo was de schepping van de proregeringspartij, de Verenigde Socialistische Partij van Venezuela (PSUV), een initiatief van bovenaf om de steun vanuit de bevolking te kanaliseren. De voorgestelde grondwet bevatte waardevolle hervormingen, maar stond ook toe dat Chávez zich onbeperkt verkiesbaar kon stellen.
De uitslag van het referendum was niet echt een overwinning voor rechts. De Nee-stem was slechts 200.000 hoger dan het aantal stemmen voor de rechtse kandidaat tijdens de laatste presidentsverkiezingen. Het echte probleem was dat de Ja-stem drie miljoen stemmen kleiner was dan het aantal stemmen dat Chávez in die verkiezingen won.
Stephanie Blankenberg, een adviseur van de Venezuelaanse regering, schrijft in de New Statesman: "Het resultaat van 2 december was in wezen een proteststem van de ‘Chavista straat’ tegen de ‘Chavista elite'.’’ Onvrede over over voedseltekorten, inflatie en corruptie bracht een flink deel van de basis van Chávez ertoe om uit de stemhokjes weg te blijven.
Zijn ommezwaai is bedoeld als erkenning van deze onvrede. Chavez beloofde aandacht voor misdaad en voedseltekorten. Het probleem is dat een echte aanpak van deze problemen geen vertraging van het revolutionaire proces vereist, maar een versnelling ervan. Het vergt het breken van de greep van het privékapitaal op de economie. De corruptie kan alleen met wortel en tak worden uitgebannen door het bestaande staatsapparaat te ontmantelen en te vervangen door instellingen van volksmacht. Maar Chávez beweegt juist de andere kant op. Hij heeft de plegers van de staatsgreep van 2002 amnestie verleend en heeft Ramon Carrizales, een officier met bindingen met de grote bedrijven, tot vicepresident benoemd.
Dit doet gevaarlijk denken aan de gang van zaken onder de linkse Volkseenheids-coalitie in Chili in1972-1973. Toen de rechterzijde, met steun van de Amerikaanse president Nixon, steeds openlijker tot de aanval overging, reageerden arbeiders met het opzetten van hun eigen verdedigingsorganen, de cordones. Maar president Salvador Allende perkte deze initiatieven in en probeerde een overeenkomst met rechts te sluiten. Het ondermijnen van de arbeidersmobilisaties die hiervan het gevolg was gaf rechts het zelfvertrouwen om de militaire staatsgreep van 11 september te plegen waardoor Allende en duizenden linkse militanten omkwamen.
Dit punt is nog niet bereikt in Venezuela. Maar Chávez’ terugtocht markeert het gevaarlijkste moment voor het revolutionaire proces tot nu toe.
Posted by
Peter Storm
om
14:39
|
Labels:
Marxisme,
Venezuela,
Verkiezingen
woensdag 5 december 2007
Venezuela: is het 'nee' het einde van Chávez?
Op zondag leed Hugo Chávez voor het eerst sinds 1998 een nipte electorale nederlaag. Mike Gonzalez doet verslag vanuit Caracas.
Het was merkwaardig stil in Caracas op zaterdag. Chavez’ campagne voor de hervorming van de grondwet was officieel de dag ervoor afgesloten met een massale demonstratie van voorstanders. De demonstratie was groter dan die de dag ervoor van de oppositie. Onder chavistas werd gespeculeerd over een overwinning met een kleine marge voor Chávez.
Op de zondag van de verkiezingen was het opnieuw stil. Dat was verrassend, gezien het hoge niveau van activiteit in de weken ervoor. Studentendemonstraties hadden geleid tot de sluiting van de universiteiten in verschillende steden. Tekorten aan goederen als suiker, meel, eieren en melk zorgden voor een gevoel van instabiliteit en crisis.
Zondagavond was het duidelijk dat Chávez de verkiezing had verloren. De Nationale Kiescommissie verklaarde dat de Nee-stem had gewonnen met 50,7 procent tegen 49,3 procent. Chávez gaf zijn nederlaag snel toe in een korte en waardige televisietoespraak.
Het belangrijkste cijfer van de verkiezingen is het aantal wegblijvers. Ongeveer 45 procent van de kiezers heeft niet gestemd, vergeleken met 30 procent toen Chávez in 2006 werd herverkozen. Een intensieve campagne van rechts zorgde voor een hogere opkomst van de tegenstanders, en de enige mogelijke conclusie is dat Chávez’ eigen aanhang is afgenomen. De grondwettelijke hervormingen zelf geven een aantal aanwijzingen hoe dit kan.
De 130 clausules waarmee de Bolivariaanse grondwet van 1999 zou worden herzien bestrijken een groot aantal gebieden. Maar vanaf het begin stelde Chávez dat de stemming over het totaalpakket zou gaan. Veel van die clausules waren duidelijk progressief – de uitbreiding van sociale zekerheid voor kleine zelfstandigen, de verkorting van de arbeidsdag tot zes uur en nieuwe regels tegen discriminatie op grond van religie of seksualiteit.
De hervormingen waren ook bedoeld om meer macht te geven aan de wijkraden die in 2006 werden opgericht en de missiones, de programma’s voor onderwijs, gezondheidszorg en andere publieke diensten. De term ‘volksmacht’ zou worden vastgelegd in de grondwet als de garantie voor het ‘socialisme van de 21ste eeuw’.
Maar een aantal andere clausules vergrootten sterk de macht van de staat en de president. Dit ging in tegen de belofte om de macht over de maatschappij te verschuiven naar de organisaties aan de basis. Het geschreeuw over een ‘dictatuur’ van rechts is onterecht, maar ook veel linkse mensen zijn bezorgd over de concentratie van macht in Chávez’ handen.
Rechts heeft zijn wapens goed gebruikt. Zijn dominantie over de media, zijn mogelijkheden om kunstmatige schaarste in basisgoederen te bewerkstelligen, om studenten van de private universiteiten te mobiliseren rond de slogans over dictatuur. En het won een aantal belangrijke bondgenoten, onder wie generaal Baduel. Zijn uitspraken tegen Chávez legden een verdeeldheid binnen het leger bloot, waarvan het bestaan lange tijd is ontkend.
Maar deze stap terug betekent niet dat het Bolivariaanse project is verworpen door de bevolking. De nederlaag wekt wel de indruk dat er sprake is van groeiende scepsis over de vraag in hoeverre beloftes zijn vervuld en ook in de toekomst vervuld zullen blijven worden. Veel van de sociale programma’s halen niet hun doelen. Dat is niet alleen het resultaat van inefficiëntie. Het is vooral het gevolg van de massale corruptie die altijd karakteristiek is geweest voor het politieke leven van Venezuela. Het is de Bolivariaanse revolutie niet gelukt daarmee af te rekenen. En hoewel voedseltekorten zijn toegenomen tijdens de campagne, waren ze al lang een probleem voor de armen in Venezuela.
Tegen deze achtergrond konden Chávez’ steeds radicalere stellingnames op het internationale toneel niet compenseren voor de frustraties en teleurstelling van veel gewone mensen. Voor hen moet democratie, een echt 21ste eeuws socialisme, bestaan uit het opbouwen van echte volksmacht, die tot nu toe nog niet gevestigd is. De Venezolanen die Chávez zo enthousiast gevolgd hebben, hebben geen illusies over de oude heersende klasse. Ze weten dat die, als ze weer aan de macht zou komen, verschrikkelijke wraak zal nemen, net zoals de Chileense heersende klasse dat deed in 1973.
De uitslag van het referendum is een signaal vanuit de basis, en een kreet over het soort van maatschappij dat de bevolking wil zien. Een maatschappij die niet berust op de macht van een individu, maar op het recht voor de massa van werkende mensen om hun eigen levens gezamenlijk te besturen. In andere woorden, een socialistische maatschappij.
Dit artikel is een vertaling uit de Socialist Worker. Een uitgebreidere versie is hier te lezen. Ook de Volkskrant had, bij hoge uitzondering, een hoop zinnigs te melden.
Posted by
Pepijn Brandon
om
00:34
|
Labels:
Andersglobalisering,
Socialisme,
Venezuela