Posts tonen met het label Afrika. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Afrika. Alle posts tonen

zaterdag 23 mei 2009

Nigeriaans arbeidersprotest

Brandstofprijzen stijgen snel in NigeriaRond de tienduizend vakbondsleden demonstreerden vorige week door Lagos, Nigeria’s financiële hoofdstad. Het protest was gericht tegen regeringsplannen om de brandstofprijzen te liberaliseren. Daarnaast eisten de demonstranten een verhoging van het minimumloon en garanties voor vrije en eerlijke verkiezingen.

Door Abiodun Olamosu, Lagos

De hele ochtend lang duurde de mars door het centrum van de stad, van het nationale stadion naar het kantoor van de gouverneur van Lagos. Onderweg sloten veel mensen zich aan. Ondanks de weigering van de gouverneur eerder dit jaar om een afgesproken loonsverhoging voor leraren door te voeren, werd hij beleefd aangehoord.

Kort nadat de huidige landelijke regering aan de macht kwam in 2007 organiseerde de Nigeriaanse Vakfederatie een succesvolle algemene staking tegen de stijging van voedselprijzen en privatisering. Het resultaat was dat de prijzen de afgelopen 18 maanden niet gestegen zijn, maar sinds kort zijn er brandstoftekorten door de onzekerheid ovver de voorgestelde deregulering.

Het minimumloon voor arbeiders in de publieke sector ligt rond de 70 eurocent per dag en is de afgelopen zes jaar niet meer verhoogd. De salarissen van hooggeplaatste politici en hun adviseurs daarentegen zijn het afgelopen jaar met 800 procent gestegen.

Naast economische eisen stelden de arbeiders ook eisen over vrije verkiezingen. Een recent onderzoek naar de organisatie van de verkiezingen deed een serie aanbevelingen. Maar de belangrijkste aanbeveling, over het hoofd van de verkiezingscommissie, is genegeerd. Verkiezingscommissies hebben in het verleden vaak uitslagen geaccepteerd die duidelijk vervalst waren in het voordeel van de regeringspartij. Dit maakt opnieuw de noodzaak van verkiezingshervormingen duidelijk.

De campagne zal voortgezet worden met demonstraties in alle grote Nigeriaanse steden. Als de regering weigert toe te geven aan de eisen van de beweging, zal naar verwachting worden overgegaan tot militantere actie, waaronder een nieuwe algemene staking.

woensdag 22 april 2009

Verkiezingen in Zuid-Afrika

ANC verkiezingsbordVandaag ging Zuid-Afrika naar de stembus. Ken Olende sprak erover met Claire Ceruti, redacteur van het Zuidafrikaanse tijdschrift Socialisme van Onderaf.

Waarom hebben de verkiezingen geleid tot zoveel opwinding?

‘De golf van woede over het neoliberale beleid van de ANC-regering komt nu samen met het geloof dat het ANC kan veranderen. Vorig jaar werd president Thabo Mbeki gedwongen op te stappen. De opstand in het ANC tegen zijn arrogantie kwam samen met groeiende onvrede op straat over de dalende levensstandaard, lage lonen en slechte banen.’

Hoe ontstond het verzet tegen het neoliberalisme?

‘Tussen 2004 en 2008 waren er gemiddeld twee gevallen van “onrust” per dag. Het aantal stakingsdagen bereikte een hoogtepunt in 2007 nadat Mbeki en de bazen een nieuwe economische koers hadden aangekondigd. Sinds het einde van de apartheid in 1994 hebben de vakfederatie Cosatu en de Zuid-Afrikaanse Communistische Partij (SACP) steun gegeven aan de ANC-regering. Meningsverschillen werden bediscussieerd achter gesloten deuren. Maar Mbeki luisterde steeds minder naar zijn bondgenoten.

In 2005 begonnen de spanningen op te lopen, vooral over de snel oplopende werkloosheid. Cosatu organiseerde een aantal acties van een dag tegen het banenverlies. Op een massaprotest in Johannesburg leverde secretaris-generaal Zwedi Vavi openlijke kritiek op de regering. Hij wees erop dat de kloof tussen arm en rijk groeit, en zei dat er een klassenoorlog aan het ontstaan is.

Vavi gaf deze speech een paar dagen nadat Mbeki vice-president Jacob Zuma uit het kabinet had gezet. Vavi verdedigde Zuma, en veel activisten gingen Zuma zien als een slachtoffer van Mbeki’s politiek. Rond dezelfde tijd waren er uitbarstingen van strijd in de townships. De protesten richtten zich tegen ANC-raadsleden en velen van hen begonnen zich te realiseren dat Mbeki een blok aan hun been werd. De nieuwe leiding van het ANC presenteert zichzelf als de aanvoerder van de opstandigheid tegen de status-quo – niet alleen de rebellie in de eigen rangen, maar ook van de protesten en stakingen.’

Wat is de politieke achtergrond van Jacob Zuma?

‘Zuma was als vice-president zeker niet radicaal. Hij hield zijn mond terwijl Mbeki’s neoliberale plannen werden doorgevoerd. In 2005 werd hij beschuldigd voor het aannemen van smeergeld bij een wapendeal. Cosatu en de SACP begonnen Zuma te steunen in de hoop op die manier hun invloed in het ANC terug te winnen.

Zuma kwam terug op de golf van strijd tegen het neoliberalisme. Dit gaf hem een radicale glans. Hij won het voorzitterschap van het ANC in 2007, en wordt nu bijna zeker de president van Zuid-Afrika.’

Waarom is het ANC gescheurd?

‘Mbeki’s ontslag was een keerpunt voor sommigen binnen het ANC. Eind vorig jaar vormden zij het rechtsere Congress of the People (Cope). Oppervlakkig gezien is dit geen splitsing tussen rechts en links. In beide partijen zitten personen uit het bedrijfsleven en vakbondsleden. Beide partijen claimen dat ze in de traditie staan van de strijd tegen de apartheid.

Maar de nieuwe partij is vooral een gevestigde partij. Cope benadrukt respect voor de wet, vooral ook omdat het ANC heeft geprobeerd om aanklachten tegen Zuma wegens corruptie te ontwijken. Maar de meeste mensen hebben het gevoel dat we stappen vooruit kunnen zetten met de nieuwe versie van het ANC. Veel mensen zien dit als een terugkeer naar de oude principes, waarvan Mbeki afstand had genomen.

Na de verkiezingen staat de leiding van het ANC voor enorme uitdagingen, vooral nu de financiële crisis begint door te zetten. Een van de vakfederaties schatte dat in de laatste zes maanden van 2008 24 duizend banen verloren zijn gegaan. Op dit moment dreigen nog meer ontslagen. De ongelijkheid in Zuid-Afrika blijft groot, zowel in termen van ras als in termen van klasse.'

Lees hier een uitgebreide versie van dit interview (in het Engels)

zaterdag 28 maart 2009

G20 heeft Afrika niets te bieden

Anti-privatiseringsprotestWereldleiders komen volgende week in Londen bijeen voor de G20. Volgens de Ghanese socialist Mani Tanoh hebben ze Afrika weinig goeds te bieden.

De G20 bestaat uit de politieke leiders van de belangrijkste landen in de wereld – de mensen achter de grote financiële instituten zoals het IMF, de Wereldbank en de WTO. Het is verbazingwekkend hoe weinig ze begrijpen van wat er momenteel in de economie gebeurt. De G20-leiders pleiten nog altijd voor liberalisering – het tegenovergestelde van wat de Afrikaanse landen nodig hebben.

Het IMF staat erop dat Afrikaanse regeringen de gestegen kosten voor voedsel en brandstof afwentelen op de bevolking, als voorwaarde voor nieuwe leningen. Volgens velen zou Afrika door zijn marginale positie in de wereldeconomie aan de crisis kunnen ontnappen door zich ‘los te koppelen’ van de rest van de wereld. Nu moeten ze hun woorden inslikken.

Door de herstructurering van de wereldeconomie is Afrika nog verder achter geraakt, op een paar kleine enclaves na. De landbouw stort in. Dat komt grotendeels door de manier waarop Afrika gedwongen is om landbouwproducten te exporteren om geld te verdienen. Maar nog krijgen we te horen dat regeringen de buitenlandse handel en rente-aflossing veilig moeten stellen, de inflatie laag houden en moeten snijden in de lonen in de publieke sector.

De rijke westerse regeringen meten met twee maten. Sommigen mogen op grote schaal geld bijdrukken om de crisis te bestrijden, terwijl anderen worden leeggeknepen. En in Afrika zijn het de armen die leeggeknepen worden. Kijk naar Ghana. Tussen augustus 2007 en augustus 2008 daalde het aantal gezinnen dat zich één volledige maaltijd per dag kon veroorloven van 65 procent tot 41 procent van de totale bevolking.

De Afrikaanse economieën worden getroffen omdat de meeste afhankelijk zijn van de export van één of twee producten. Zambia bijvoorbeeld heeft het zwaar te verduren door de dalende koperprijzen op de wereldmarkt. Dezelfde regel geldt voor het continent als geheel.

De sleutel ligt erin hoe gewone mensen op de crisis reageren. De recessie leidt nu al tot politieke onrust. In Ghana zijn de lonen in de publieke sector verhoogd, maar probeert de regering nu terug te komen op het akkoord. Dat is wat de leiders van de G20 willen. De instabiliteit neemt toe, zoals ook duidelijk wordt uit de machtsstrijd in Guinea en Madagascar. Maar de woede kan zich ook op andere manieren vertalen. Daarom hebben we socialistische visie en organisatie nodig.

Mani Tanoh zal op het Marxisme Festival via Skype spreken in het debat "De voedselcrisis: waarom lijdt de helft van de mensheid honger?"

vrijdag 20 maart 2009

Machtswisseling op Madagaskar

MadagascarAfgelopen dinsdag kwam er een einde aan zes weken van onrust op het Afrikaanse eiland Madagaskar. Voortgestuwd door straatprotesten verving het leger de corrupte president met de oppositieleider. Hoewel de bevolking hoopt op radicale verandering lijken eerder oude patronen zich te herhalen.

Madagaskar heeft zoals vele Afrikaanse landen een onstuimige geschiedenis van machtswisselingen waarbij het leger een prominente rol speelt. De meest recente had dan ook een hoog déją vu gehalte. De nu verjaagde president Ravalomanana was namelijk in 2002 aan de macht gekomen op een wekenlange golf van stakingen en straatprotesten. Afgelopen week moest hij zelf het veld ruimen en plaatsmaken voor Andry Rajoelina, een 34-jarige ex-dj die sinds zijn ontslag als burgemeester van de hoofdstad Antananarivo de oppositiebeweging tegen de regering heeft aangevoerd.

Sinds dat ontslag begin februari is Madagaskar het toneel geweest van hevige rellen, aangewakkerd door armoede, hoge voedselprijzen en bloedige staatsrepressie. Meer dan honderd mensen zijn gedood door de oproerpolitie. Desondanks hielden de protesten stand en begonnen legereenheden over te lopen naar de oppositie. Toen jonge officieren vorige week de legerleiding afzette was het einde voor Ravalomanana in zicht. Afgelopen dinsdag capituleerde hij en droeg hij de macht over aan de nieuwe legerleiding, die op haar beurt bang was voor het brandmerk van de zoveelste militaire staatsgreep en daarom Rajoelina naar voren heeft geschoven.

Bij zijn aantreden beloofde Rajoelina het bestrijden van de armoede tot topprioriteit van zijn beleid te maken. ‘Ik zal geen rijst of olie verkopen’ zei hij refererend aan zijn voorganger die eigenaar was van het grootste landbouw-imperium op het eiland. ‘Ik zal de Airforce One verkopen en met dat geld een ziekenhuis voor de armen bouwen.’ Rajoelina realiseert zich in ieder geval donders goed met welk mandaat hij aan de macht is geholpen.

Maar zelfs al zou hij het beste voor hebben met de bevolking, leert het verleden ons dat het systeem machtiger is dan de wil van verlichte leiders. Grootmachten en de wereldmarkt zullen druk uitoefenen zodat Madagaskar doorgaat met het afbetalen van leningen en haar landbouwgrond gebruikt voor cashcrops in plaats van goedkoop voedsel.

Tijdens de onlusten heeft Rajoelina zich verschuild op de ambassade van de voormalige koloniale macht Frankrijk. Die heeft na de machtswisseling al verheugd gereageerd de banden met Madagaskar aan te willen halen. Het gevaar is groot dat de geschiedenis zich gaat herhalen. De enige garantie voor lagere voedselprijzen en het verhogen van de levensstandaard is een beweging die niet alleen presidenten kan vervangen, maar in staat is haar leiders te controleren en zo zelf het beleid te bepalen.

zondag 7 december 2008

Piraten en andere kapers

Piraten kapen een schipSinds enkele weken is Somalië regelmatig in het nieuws. De Verenigde Naties en de Europese Unie zullen marineschepen sturen ter bestrijding van de piraterij in de Golf van Aden.

Door Mona Dohle

‘Eindelijk’ zou je kunnen denken. Het werd tijd dat de internationale gemeenschap aandacht ging besteden aan de misdadigers die sinds tientallen jaren de zee voor Somalië plunderen en daarmee de hongersnood in het land verergeren.

Sinds het in 1960 de onafhankelijkheid won heeft Somalië nauwelijks vrede gekend. Van een pseudo-socialistische dictator tot coup d´etats tot een eindeloze burgeroorlog en interventies door de VS en de VN, heeft het land het klassieke patroon van ontwikkelingslanden doorlopen. Volgens UNICEF heeft op dit moment ongeveer 70 procent van de bevolking geen toegang tot schoon drinkwater en bestaat er een acute humanitaire crisis. NGO´s en VN-medewerkers verzoeken de westerse landen al jaren wanhopig om meer ontwikkelingshulp.

Deze situatie is des te schrijnender omdat Somalië wel over natuurlijke hulpbronnen beschikt om de bevolking te voeden. Dankzij zijn 3000 kilometer lange kustlijn heeft het land de rijkste visgronden van Oost-Afrika. De Somalische bevolking heeft dus in theoretie geen reden om honger te lijden.

Sinds Somalië in 1991 zijn laatste restje statelijke autoriteit kwijtraakte begonnen westerse visserijbedrijven de zee rond Somalië te plunderen. Volgens de FAO (Food and Agricultural Organization) vissen jaarlijks zo’n 700 schepen aan de Somalische kust. De waarde die hun vangst heeft is betrekkelijk hoger dan de bedragen die het Westen aan ontwikkelingshulp verleent.

Een ander probleem kwam in 2004 plotseling aan de oppervlakte. Door de Tsunami in de Indische Oceaan spoelden radioactief afval en andere giftige stoffen aan op de Somalische kust. Volgens de VN-milleuorganisatie UNEP werden deze stoffen al sinds de jaren tachtig door westerse bedrijfen in de zee voor Somalië gedumpt. Als gevolg is het grondwater sterk vervuild en hebben talloze Somaliërs onder gezondheidsproblemen te lijden.

Het zou dus tijd zijn dat de internationale gemeenschap ingrijpt om een einde aan deze misdaden te maken. Tot nu toe toonde deze echter weinig belangstelling voor de situatie in Somalië. Nu wijzigen de grootmachten ineens hun koers. Rusland en de NAVO besluiten eensgezind marines te sturen om de veiligheid te herstellen. Om deze verandering van mening goed te kunnen begrijpen is het belangrijk om twee belangrijke vragen te stellen: wie willen ze met hun interventies beschermen en wie zijn die piraten waarover tegenwoordig zo vaak gesproken wordt?

Ten eerste: de plotselinge wil om de veiligheidssituatie te verbeteren heeft niets met de Somalische bevolking te maken. De bescherming is bedoeld voor de luxevaart, olieschepen en juist die westerse vissersboten die de Somalische zee leegplunderen. De ‘piraten’ waartegen men strijdt, zijn maar al te vaak gewone Somalische burgers. Weliswaar handelen zij in strijd met het internationale recht. Ze nemen onschuldige gijzelaars en eisen losgelden van miljoenen euro’s. Bovendien mag niet vergeten worden, dat als gevolg van de overvallen het transport van ontwikkelinghulp verhinderd wordt. Daardoor worden de problemen voor de Somalische bevolking nog groter.

Volgens het Douglass Burgess, redacteur van de New York Times, is de situatie daarmee duidelijk. Sinds eeuwen worden piraten als ‘vijanden van de mensheid’ beschouwd. Deze definitie is deel van het internationaal gewoonterecht. Om het verband met de moderne politiek te maken pleit Burgess ervoor om piraterij als een soort terrorisme te beschouwen. Wellicht een handige interpretatie. In deze context zou de strijd tegen piraterij plotseling een onderdeel van de ‘oorlog tegen het terrorisme’ kunnen worden.

Maar vraagt men het de piraten zelf, dan blijken hun motieven simpeler. ‘We beschouwen onszelf niet als bandieten. Wij zien diegenen als bandieten, die illegaal in onze zee vissen, hun afval in het water dumpen en wapens dragen op onze zee’, oordeelt Sugule Ali, een van de piraten in een interview met de New York Times.

De laat-Romeinse kerkvader en filosoof Augustinus omschreef de problematiek van de piraterij treffend in zijn boek De Stad van God. Alexander de Grote veroordeelt daarin een piraat: ‘Hoe durf je de zee te plunderen?’ De piraat antwoordt: ‘Hoe durf je de hele wereld te plunderen? Omdat ik het doe met een schip word ik een dief genoemd; jij, die het doet met een grote vloot, heet daarom heerser.’

dinsdag 22 juli 2008

Interview met socialist uit Zimbabwe

Mike SamboDe Zimbabwaanse oppositiepartij MDC en dictator Mugabe zijn het in de afgelopen dagen eens geworden om te onderhandelen over de vorming van een regering van nationale eenheid. Ken Olende sprak vlak voor het begin van de onderhandelingen met Mike Sambo van de Zimbabwaanse International Socialist Organisation (ISO) over de crisis in zijn land.

De afgelopen week waren er berichten in het nieuws over de hyperinflatie in Zimbabwe. Wat merken gewone mensen hiervan?

‘De inflatie staat nu op vijf miljoen procent. Het minimumloon is 100 miljard dollar. Maar dat is niet eens genoeg om het vervoer van en naar het werk te betalen, laat staan de huur en eten. School of medicijnen kun je wel vergeten. De ISO eist nu dat arbeiders betaald worden in de Zuid-Afrikaanse rand. Sommige bedrijven doen dat al voor hun managers, maar de arbeiders betalen de echte prijs.’

Wat is de situatie na de verkiezingen?

‘Zelfs nadat hij de overwinning heeft geclaimd, heeft Robert Mugabe geen antwoord op de economische crisis. Hij zou wel eens de hulp van de MDC kunnen inroepen om te proberen de westerse sancties opgeheven te krijggen. Hij heeft zijn toon tegen de oppositie gematigd, en heeft de secretaris-generaal van de MDC Tendai Biti en twee activisten van de vrouwenbeweging vrijgelaten.

Hoewel er in het Westen oproepen rondgaan om de sancties tegen Zimbabwe te verscherpen, zou niemand dit idée moeten steunen. Meer sancties betekenen meer armoede. Het Westen zegt zich te richten tegen de regering, maar de armen worden getroffen. De regering en de rijken gaan nog altijd winkelen in Dubai. In de hoofdstad Harare zie je de dure auto’s nog rondrijden. Mugabe zelf heeft net een nieuwe kogelvrije limousine gekocht.’

Hier horen we veel over de mogelijkheid van militaire interventie. Wat zeggen mensen in Zimbabwe?

‘Na de mislukking in Irak zijn er weinig linkse mensen in de wereld die nog geloven dat Westerse interventie een goed idee is. Maar helaas zijn er mensen in Zimbabwe die het daar niet mee eens zijn. Er is zelfs een populair liedje van MDC-aanhangers met de tekst “Saddam is weg, Mugabe is de volgende”. Ze hopen op interventie omdat ze uitgeput zijn. Ze denken dat de invasietroepen alleen Zanu-PF zullen aanvallen. Maar we weten ook dat de mensen die in Somalië in 1993 de Amerikaanse troepen als bevrijders verwelkomden, niet veel later een hekel aan ze kregen omdat ze schoten op gewone mensen.’

Wat voor verzet is dan nodig?

‘Mugabe spreekt uit zijn linker mondhoek, maar zijn optreden is rechts. Maar hij begon pas met zijn linkse retoriek toen hij in 2000 bedreigd werd door de MDC. Daarvoor voerde hij zonder problemen de structurele aanpassingsprogramma’s uit die de imperialisten hem oplegden en liet hij zich ridderen.

Om echte verandering te krijgen moeten we alle sociale bewegingen samen brengen in een verenigd front met de MDC, en een proces op gang brengen van burgerlijke ongehoorzaamheid tegen Mugabes presidentschap. De ISO voert actie en stelt ook eisen aan de leiding van de beweging. We concentreren ons nu op twee punten: een democratische, door de bevolking goedgekeurde grondwet en een landelijk minimumloon dat is gekoppeld aan de inflatie.

We weten dat als we van Mugabe af zijn, we nog een gevecht te voeren hebben – het gevecht tegen de neoliberale leiders van de MDC. Zij zijn niet de vrienden van de arbeiders. Internationale solidariteit is in deze strijd belangrijk. Elke keer dat kameraden in Zimbabwe worden aangevallen of gearresteerd, hebben jullie berichten een effect. Elke kleine donatie aan ons is van belang voor onze strijd.’

donderdag 26 juni 2008

Mugabe probeert oppositie te breken

Protest in ZimbabweDe situatie in Zimbabwe verslechtert snel. Oppositieleider Morgan Tsvangirai heeft zich teruggetrokken uit de verkiezingsrace, waarna hij de Nederlandse ambassade invluchtte voor het geweld dat Mugabe op de oppositie heeft losgelaten.

Door Ken Olende

Meer dan tachtig activisten van de MDC zijn tijdens de campagne vermoord. Veertien leiders van Vrouwen van Zimbabwe Sta Op (Woza) hebben bijna een maand vastgezeten omdat ze protesteerden tegen de vertragingen bij het bekendmaken van de verkiezingsuitslagen. Twee van hen zitten nog steeds vast. Ook NGO’s liggen onder vuur.

Maar de zwaarste aanvallen zijn gericht tegen de MDC. Tsvangirai werd herhaaldelijk gearresteerd, zijn bijeenkomsten verboden en zijn bussen in beslag genomen. Partijsecretaris Tendai Biti is aangeklaagd voor verraad, waarop de doodstraf staat.

Sommige commentatoren in de westerse media roepen op tot militaire interventie. Zo’n interventie is onwaarschijnlijk, aangezien militaire leiders beseffen dat westerse troepen tegenover grootschalige vijandigheid zouden komen te staan – niet alleen van de Zimbabwaanse bevolking, maar ook van alle omringende landen. Als vroegere koloniale macht, zouden Britse troepen worden gezien als een imperiale invasiemacht.

De ellende waaronder Zimbabwanen lijden komt niet alleen door repressie, maar ook door de ineenstorting van de economie. Maar het waren door het Westen opgelegde Structurele Aanpassings Programma’s die de basis legden voor de crisis. Afrikaanse onderhandelaars hebben het dan ook niet over interventie, maar over de vorming van een regering van nationale eenheid.

Alle vakbonden en linkse organisaties verwerpen dit idee, omdat het alleen de elite ten goede zou komen en het land verder af zal brengen van echte democratie. Het is een tragedie dat de algemene staking die in april werd georganiseerd tegen de verkiezingsfraude na een dag instortte. Maar de Zimbabwaanse arbeidersklasse is nog altijd enorm sterk, en massa-actie zou de meest effectieve manier zijn om Mugabe aan het wankelen te brengen.

Maar er zijn reële barrières Het is niet makkelijk om te staken tegen een repressief regime in een tijd van grote armoede. De MDC geeft twijfelend leiding aan het verzet. Sinds de oprichting heeft de MDC zich steeds verder wegbewogen van haar wortels in de vakbeweging, en heeft ze het neoliberalisme omarmd. Het is niet vreemd dat arbeiders de partij niet zien als een betrouwbare bondgenoot.

Sinds de mislukte staking is de repressie verergerd. Maar regeringspartij Zanu-PF stuit ook op tegenstand. Aanhangers van de oppositie zijn de strijd aangegaan in wijken als Epworth, Bikita, Zaka en Chimanimani. Helaas bleef het bij geïsoleerde acties.

De International Socialist Organisation uit Zimbabwe schrijft: ‘Het alternatief is een nieuw verenigd front vanuit de sociale bewegingen en de oppositie, dat een serieus en vastberaden programma van burgerlijke ongehoorzaamheid en massa-actie kan lanceren. Elke strijd waarin dit element ontbreekt, zal links worden ingehaald door dit slimme regime, dat heeft laten zien dat het in staat is om de zorgen van de armen cynisch te manipuleren en de oppositie te demoniseren als stromannen van het Westen. Zonder een verenigd front en een pro-armen, pro-arbeiders en anti-kapitalistische ideologie zullen we dit regime niet verslaan.’

Dit artikel is ingekort en vertaald uit de Socialist Worker van deze week

zaterdag 5 april 2008

verkiezingen in Zimbabwe

Mugabe kills democracy Hoewel de officiële uitslag van de verkiezingen in Zimbabwe nog altijd op zich laat wachten, is het voor alle partijen duidelijk dat de huidige president en dictator Mugabe een grote nederlaag heeft geleden. De grote vraag is of hij deze zal aanvaarden.

Door Suzanne Velduis

Volgens de belangrijkste oppositiepartij van Zimbabwe, de Beweging Voor Democratische Verandering (MDC) van Morgan Tsvangirai, en verschillende onafhankelijke verkiezingsmonitoren heeft Mugabe zowel de parlements- als de presidentsverkiezingen verloren. Het lijkt er echter op dat oppositieleider Tsvangirai in de eerste ronde niet de benodigde 51% heeft behaald om aan een tweede ronde voor het presidentsschap te ontkomen. De kiescommissie was verplicht de officiële verkiezingsresultaten binnen 6 dagen te publiceren, maar omdat deze termijn op de nacht van vrijdag op zaterdag is verlopen heeft de oppositie aangekondigd naar de rechter te stappen om bekendmaking van de uitslag te eisen. De advocaten van de MDC die zaterdag naar de rechtbank gingen werden daar echter de toegang tot de rechtbank geweigerd door de politie, wat een voorbode is van wat het land nog te wachten zou kunnen staan.

De voorlopige verkiezingsuitslag is een enorme doorbraak in een land dat al 28 jaar geregeerd wordt door een dictator die geen enkel tegengeluid toelaat. De vorige verkiezingen won hij telkens door te frauderen en met steun van kiezers uit zijn oorspronkelijke machtsbasis op het platteland. Deze keer is de steun voor de oppositie echter zo overweldigend dat zelfs met fraude de uitslag niet om te draaien is. Belangrijk is vooral dat de bevolking, zowel in de steden als op het platteland, deze keer ondanks alle repressie heeft laten zien dat het genoeg geweest is en dat zij van Mugabe afwillen. En dit zonder buitenlandse (militaire óf ‘humanitaire’) interventies. Zelfs de Financial Times moet toegeven dat ‘niemand buiten Zimbabwe de credit kan claimen’ voor Mugabe’s nederlaag. Alleen strijd van onderaf heeft de bevolking de moed gegeven een alternatief te steunen.

Ondertussen heeft Zanu-PF, de partij van president Mugabe, aangekondigd dat ze de verkiezingsresultaten niet accepteren, en dat zij Mugabe zullen steunen in een tweede ronde in de presidentverkiezingen. Ook beschuldigen zij de oppositie van fraude en eisen een hertelling betreffende 16 zetels in het parlement; waarmee zij, mochten ze gelijk krijgen, de meerderheid in het parlement zouden terugwinnen. Tegelijkertijd is er begonnen met grootschalige intimidatie. Kantoren van de oppositie worden geplunderd, buitenlanders gevangen genomen, en een grimmige parade van oorlogsveteranen uit Mugabe’s guerrillaleger door de hoofdstad Harare liet zien dat het oplaaien van geweld en intimidatie door de regering niet uitgesloten is.

Het is nu van belang dat de bevolking eist dat Mugabe aftreedt, en dat niet alleen overlaat aan de MDC. Alleen door de straat op te gaan, actie te voeren en stakingen uit te roepen kan de bevolking voorkomen dat Mugabe met geweld aan de macht blijft.

vrijdag 29 februari 2008

Niets humanitairs aan interventie Tsjaad

Franse tanks in Tsjaad
Vandaag zal het kabinet een besluit nemen over mogelijke deelname aan de door Frankrijk geleide militaire missie EUFOR in Tsjaad. Opnieuw wordt de ideologie van ‘humanitaire interventie’ ingezet als dekmantel voor een strijd tussen grootmachten.

Door Maina van der Zwan

Hoe lastig deze discussie over buitenlandse interventies klaarblijkelijk ook voor links is bleek gisteravond op een bijeenkomst over Darfur. Jan Pronk, de voormalige ‘bijzonder VN-gezant’ voor Sudan en held van vergrijsd links was de spreker. Met zijn wikipedische kennis over de regio zette Pronk alle dimensies van dit complexe conflict uiteen: de koloniale erfenis, hoe politieke rivaliteiten opzettelijk tribale strijd aanwakkeren, de spanningen tussen nomadische herders en boeren, zelfverrijkende krijgsheren, de al decennia durende oorlog tussen het noorden en zuiden, de invloed van klimaatverandering en de nieuwe internationale dimensie van de ‘War on Terror’ en olie. Hij gaf zelfs toe dat ‘humanitaire argumenten geen enkele rol spelen in de afwegingen in de VN-veiligheidsraad’.

Als een soort linkse reaalpolitieker vindt hij het hele systeem verrot, maar bij gebrek aan beter ziet hij de rol voor progressieve mensen om de marginale ruimte op te zoeken waarbinnen humanitaire hulp geboden kan worden. Dus is hij, onder voorwaarde van een VN-mandaat en de bereidheid om alle partijen om de tafel te krijgen, voorstander van militaire interventie in onder andere Tsjaad, Sudan en Afghanistan. In de kwalijke traditie van de sociaal-democratie kanaliseert hij daarmee oprechte verontwaardiging over de ellende in de wereld naar ‘oplossingen’ die de bron van die ellende, ‘het verrotte systeem’, juist nieuw leven inblazen.

Neem de actuele kwestie van Tsjaad. Dit buurland van Sudan is een van de armste en meest instabiele landen ter wereld. De militaire dictatuur van Idriss Déby is even gehaat als corrupt. Sinds haar staatsgreep in 1990 wordt zij met regelmaat geteisterd door opstanden, zoals begin deze maand toen rebellen de hoofdstad N’Djamena aanvielen. In het oosten van het land zitten 400.000 vluchtelingen van het conflict in Darfur. Die vluchtelingen beschermen is de officiële reden voor de geplande interventiemacht van 3.700 Europese militairen.

Op het eerste oog vreemd dat daar wel middelen voor vrij worden gemaakt, terwijl de vluchtelingen- en voedselprogramma’s van de VN consequent klagen over een gebrek aan geld. Pronk zei gisteravond nog dat de missie van de Afrikaanse Unie om de vluchtelingen in Darfur in 2004 te beschermen is mislukt omdat de Westerse landen er meer dan een jaar over deden om financieel over de brug te komen. Afgelopen maandag waarschuwde het Wereldvoedselprogramma voor ‘een nieuw tijdperk van honger’. Deze dagen wordt er crisisberaad gehouden over welke hulp gestaakt moet worden omdat donorlanden weigeren extra geld ter beschikking te stellen van noodhulp.

Maar de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad hebben jaarlijks wel honderden miljarden beschikbaar voor hun militaire apparaten. Die prioriteitstelling zou toch wel duidelijk moeten maken dat ‘humanitaire interventies’ niet voortkomen uit barmhartigheid, maar in het verlengde liggen van geopolitieke strategiën. ‘Vluchtelingen beschermen’ is in het geval van Tsjaad een cynische dekmantel om economische en politieke invloed in de regio militair af te dwingen. Tsjaad is namelijk goed voor een stijgende 180.000 vaten olie per dag, die door een 1070 kilometer lange pijpleiding naar de kust in Kamaroen worden getransporteerd. Het aanleggen van die pijpleiding was het duurste project in Afrika ooit, aangestuurd door een consortium van Westerse oliemaatschappijen en gefinancierd door de Wereldbank en de Europese Investeringsbank.

Kaartje TsjaadJe kunt je voorstellen dat de Westerse mogendheden begaan zijn bij het reilen en zeilen van de olie-export en zich zorgen maken over de mogelijke val van hun goedgezinde dictator Déby. Anonieme diplomatieke bronnen verklaarden tegenover de New York Times dat ‘een andere Tsjadische regering, net zoals buurland Sudan, mogelijk olie aan China zou verkopen, en daarmee de Chinezen toegang zou geven tot olie-pijpleidingen die dwars over het Afrikaanse continent lopen’. Daarom was de voormalige koloniale overheerser Frankrijk er snel bij om Déby te ondersteunen tegenover de rebellen. Volgens het Franse dagblad La Croix zouden Franse militairen ook hebben deelgenomen aan de gevechten en zouden Tsjadische regeringstroepen de coup zonder deze hulp niet hebben kunnen afslaan.

De Europese troepenmacht moet dan ook in het licht worden gezien van een nieuwe wedloop voor invloed op het Afrikaanse continent en controle over de grondstoffen. Meer militairen en wapens, van welke grootmacht dan ook, zullen de kans op burgeroorlogen en zelfs regionale conflicten alleen maar vergroten. De les die we uit Irak, Somalië, Kosovo en Afghanistan moeten trekken is niet dat ‘humanitaire interventies’ elders misschien wel werken, maar dat we imperialistische machtstrijd, verpakt onder welk etiket dan ook, in zijn geheel moeten verwerpen.

dinsdag 12 februari 2008

Massabijeenkomst sociale bewegingen Zimbabwe

People's ConventionRuim vierduizend gedelegeerden van burgerbewegingen, vakbonden, het Zimbabwaans Sociaal Forum en linkse organisaties kwamen vorige week bijeen op de Zimbabwe People’s Convention. Hopelijk zal deze gebeurtenis later vergeleken worden met de People’s Convention in 1999, die leidde tot de oprichting van de Movement for Democratic Change (MDC).

Door Munyaradzi Gwisai, International Socialist Organisation, Zimbabwe

De MDC groeide uit tot de belangrijskte oppositiepartij tegen het regime van Robert Mugabe, maar schuift ondertussen naar rechts. De partij heeft de neoliberale agenda van het Westen omarmd.

Tot september 2007 waren alle oppositiegroepen het erover eens dat er geen eerlijke verkiezingen kunnen zijn zonder een nieuwe grondwet. Maar afgelopen september kwamen de twee concurrerende MDC-fracties die nu bestaan tot overeenstemming met de regerende Zanu-PF, en accepteerden een licht gewijzigde versie van de grondwet.

De burgerbewegingen waren diep geschokt. Velen hadden het gevoel dat de MDC hen had verraden. Ze eisten gesprekken met de leiders van de MDC. De People’s Convention was gepland als een mogelijkheid om verslag te doen van dit proces, maar de MDC weigerde haar standpunt te herzien. De bijeenkomst werd daarom beheerst door debatten over de vraag wat nu te doen. Deze discussie legde de basis voor een People’s Charter. De International Socialist Organisation was betrokken in het opstellen van de paragraaf over de economie. Het centrale element hiervan is verzet tegen de neoliberale agenda.

Mugabe heeft opgeroepen voor verkiezingen op 29 maart. De conventie nam een resolutie aan om de verkiezingen niet te erkennen zolang er geen grondwet is die de rechten van het volk vastlegt. Maar rijke NGO’s en de vakbonden die de MDC steunen probeerden de conventie zover te krijgen dat ze – ook al zijn de verkiezingen onrechtmatig – toch zou oproepen om een proteststem uit te brengen. De druk om dit voorstel aan te nemen was groot.

Honderden delegatieleden namen zingend de hal over uit protest, en eisten massa-actie als de weg vooruit. Uiteindelijk kwam het tot een compromis. De conventie besloot geen oproep te doen om te stemmen in onrechtmatige verkiezingen. Individuele organisaties kunnen hierover hun eigen standpunt bepalen. We kwamen ook tot de afspraak om een landelijke demonstratie te organiseren voor de verkiezingen van maart.

De People’s Convention heeft een opening geboden voor een alternatieve oplossing voor de crisis in Zimbabwe – een oplossing van onderaf. Dat biedt enorme mogelijkheden.

donderdag 3 januari 2008

Achter de tragedie in Kenia

Traangas bij betoging sloppenwijkMinstens 300 mensen zijn omgekomen bij onlusten in de nasleep van de presidentiële verkiezingen in Kenia van afgelopen 27 december. Honderdduizenden zijn op de vlucht geslagen. De oppositiekandidaat Odinga en de frauduleus herverkozen Kibaki staan lijnrecht tegenover elkaar.

Door Maina van der Zwan

Kenia werd tot voor kort geprezen als het ‘voorbeeldland’ voor heel Afrika. Niet alleen geliefd bij toeristen en ontwikkelingswerkers, maar ook bij investeerders en het Pentagon. Achter de ogenschijnlijke politieke stabiliteit schuilde echter groeiende frustratie bij de grote lagen van de bevolking die niet meeprofiteren van de economische ontwikkeling. Die frustratie komt nu in alle hevigheid naar de oppervlakte in een conflict over de verkiezingsuitslag dat door beide kandidaten langs etnische lijnen wordt uitgespeeld.

De gebeurtenissen zijn zowel klassiek als tragisch. Kenia is een land met een grote etnische diversiteit en een enorme natuurlijke rijkdom. Voor de machthebbers die zich decennialang, in samenspel met het westerse bedrijfsleven hebben verrijkt is het uitspelen van etnische tegenstellingen het meest effectieve wapen tegen een verenigde oppositie. Ook in de laatste verkiezingen werd de etnische kaart gespeeld. De zittende president Kibaku is net zoals het merendeel van de economische elite afkomstig van de Kikuyu stam. De bijnaam voor zijn kabinet is ‘Mount Kenya Maffia’, waarin een link wordt gemaakt tussen het gebied waar de Kikuyu’s traditioneel vandaan komen en de serie corruptieschandalen die de afgelopen jaren rond Kibaku in de openbaarheid zijn gebracht.

Oppositiekandidaat Odinga, zelf zakenman en vrije-marktaanhanger, heeft zich opgeworpen als tribuun van de armen en is er daardoor in geslaagd om de woede tegen de Mount Kenya Maffia om te zetten in steun voor zijn verkiezingscampagne. Dit was een onaangename ontwikkeling voor zowel de VS (Kenia speelt in Afrika een sleutelrol in de ‘War on Terror’) als de corrupte kliek rond Kibaku. Er is haastig een complot opgezet om de herverkiezing alsnog veilig te stellen. De fraude was overduidelijk. Zo vergaten ze de resultaten van de parlementsverkiezingen die tegelijkertijd plaatsvonden aan te passen. Die werden met een stevige marge door de oppositie gewonnen.

De woede die na de openbaring hiervan is uitgebarsten heeft zich op tragische wijze gericht op Kikuyu’s. Op 1 januari werd in Eldoret een kerk met vluchtelingen in brand gestoken, minstens 35 mensen, waaronder veel kinderen, werden levend verbrand. Wat je echter nauwelijks terugleest in de pers is dat de meeste doden zijn gevallen door geweld van de staat. Persbureau Reuters citeert talloze ooggetuigen die de politiemensen mensen hebben zien doodschieten en insiders die toegeven dat er een ‘shoot to kill’ policy is. Een vuil politiek machtsspel dreigt nu uit te monden in verdere escalatie en mogelijk zelfs burgeroorlog.

woensdag 19 december 2007

ANC wisselt - van leiding, maar ook van koers?

Jacob Zuma Het Afrikaans Nationaal Congres (ANC), vroeger bevrijdingsbeweging en nu regeringspartij van Zuid-Afrika, heeft Jacob Zuma tot nieuwe leider gekozen. Daarmee treedt onvrede over het neoliberale beleid van huidig ANC-leider en president van Zuid-Afrika, Thabo Mbeki aan het licht.

Zuid-Afrika is na de val van de apartheid en het aan de regering komen van het ANC steeds duidelijker een neoliberale koers gaan volgen. Thabo Mbeki is hiervan een gangmaker geweest. Deze koers betekende ruim baan voor mulitinationale bedrijven, het stimuleren van economische groei door maximale marktwerking en dergelijke. Een kleine elite – witte en nu ook steeds meer zwarte kapitalisten – profiteerde. De grote meerderheid bleef arm.

Daartegen groeide protest. In juni van dit jaar vond er een wekenlange felle staking van de openbare diensten plaats. Kort geleden waren mijnwerkers in staking. En in de townships waar de straatarme zwarte bevolking veelal woont, vinden heftige demonstraties plaats: de mensen eisen dat de beloofde verbeteringen op het gebied van onder andere huisvesting en drinkwater ingelost worden.
demonstrerende docenten tijdens staking openbare diensten
De regering weigert serieus tegemoet te komen aan stakers en demonstranten , en stuurt de oproerpolitie af op demonstranten en stakers. Dat leidt tot bloedige taferelen die soms doen denken aan de repressie van het apartheidsbewind. Maar nu zijn niet alleen de demonstranten zwart – degenen die de oproerpolitie op hen af stuurt, zijn dat eveneens. Sterker: veel van de stakers en demonstranten behoren traditioneel tot de meest enthousiaste aanhang van het ANC. De regering zegt dus nee tegen haar eigen achterban en laat haar eigen kiezers afranselen.

Daarom zoeken delen van die achterban andere kanalen voor hun onvrede. Binnen de vakcentrale COSATU en de Communistische Partij SACP, traditioneel verbonden aan het ANC, groeit de kritiek op de regering en op Mbeki. Het is deze kritische en rebelse sfeer die Zuma het voorzitterschap van het ANC , en straks waarschijnlijk het presidentschap, bezorgt. Mensen willen eenvoudig van Mbeki af.

Zuma biedt intussen niet echt een inspirerend alternatief. Hij moest in 2005 aftreden wegens beschuldigingen van corruptie. Pas daarna ontpopte hij zich als ‘man van het volk’, hetgeen een nogal opportunistische indruk maakt. Ook is hij beschuldigd van verkrachting van een seropositieve vrouw. Hij ontkent, met de opmerking dat de vrouw vanwege haar uitdagende kleding zelf aangaf dat ze wel wilde. Die HIV-besmetting vond hij geen probleem, hij had naderhand een douche genomen. Geen progressief persoon op het vlak van seksualiteit en gelijke rechten, deze mijnheer Zuma.

Zijn houding is ook op andere terreinen helemaal niet wezenlijk links. Hij heeft zich omringd met adviseurs uit het zakenleven, en nam in zijn campagne voor het ANC-leiderschap ruim de tijd om naar Londen te vliegen en daar ondernemers gerust te stellen dat ze onder hem niets te vrezen hadden. Toch is zijn overwinning, als uitdrukking van een verschuiving naar links onder grote groepen arbeiders en armen.

De vraag wordt: laat deze beweging naar links zich inkapselen door Zuma? Of krijgen we een diepere breuk met het neoliberale beleid waarvan Mbeki maar ook Zuma uiteindelijk loyale uitvoerders proberen te zijn? Duidelijk is in ieder geval dat ook in Zuid-Afrika de tijd van de onbetwiste dominantie van dat neoliberalisme voorbij is.

zaterdag 1 december 2007

Solidariteit met blogger Wael Abbas!

Wael AbbasYouTube heeft de account gesloten van de Egyptische blogger Wael Abbas. Abbas bracht via YouTube filmpjes naar buiten van martelingen in zijn land.

Een van die video’s, waarop te zien was hoe een man uit Caïro in elkaar werd geslagen en seksueel werd misbruikt, zette grote druk op Mubaraks dictatoriale regime. De twee agenten die op de beelden te zien waren kregen gevangenisstraffen van drie jaar. Abbas noemt de sluiting van zijn YouTube account ‘de grootste klap voor de beweging tegen martelingen in Egypte’.

Voor Global Voices verzamelde Amira Al Hussaini verschillende reacties van Egyptische bloggers. Een van hen, Hossam El Hamalawy, noemt de stap van YouTube ‘un-bloody-believable’. ‘Waels video’s zijn ontzettend belangrijk voor de strijd tegen politiegeweld, en YouTube zou er trots op moeten zijn dat Egyptische activisten tegen marteling haar site gebruiken in de oorlog tegen martelen.’

Hij voorspelt dat veel activisten hun video’s naar andere sites zullen verplaatsen, zoals het Franse DailyMotion.

Lees meer via het blog van The Guardian.

woensdag 14 november 2007

Intellectueel onvermogen rond Darfur

Kinderen in DarfurDe grote mediacampagne Tot zover Darfur moest afgelopen weekend de aandacht van heel Nederland vestigen op de crisis in Sudan. Maar niet iedereen was enthousiast over deze mengeling van een klassieke ‘noodkreet voor de zielige Afrikaantjes’ met een propagandashow voor militaire interventie.

Heel opvallend was bijvoorbeeld het interview dat het Algemeen Dagblad op maandag plaatste met oud-directeur Rony Brauman van Artsen Zonder Grenzen in Frankrijk. Volgens hem komt het beeld dat de uitzending schetste van de situatie in Darfur niet overeen met de werkelijkheid van nu, maar zijn de cijfers die naar voren werden gehaald over dodenaantallen gebaseerd op de periode 2003-2004. Vergelijkingen met de holocaust zijn volgens hem misleidend. Belangrijker nog is zijn kritiek op het pleidooi voor militaire interventie. Brauman merkt op dat er een soort coalitie lijkt te ontstaan tussen westerse liberals en Amerikaanse neoconservatieven, die de propaganda rond Darfur handig gebruiken voor hun eigen agenda. Ingrijpen in Darfur zal uitlopen op een ramp. Zijn conclusie: ‘If you liked Iraq, you will love Darfur’.

De propaganda rond Darfur legt vooral het ideologische faillissement van een aanzienlijk deel van de vroeger progressieve intellectuele elite genadeloos bloot. De mensen die pleiten voor ingrijpen, doen dat ongetwijfeld uit de beste bedoelingen en oprechte woede over het drama dat zich in Darfur voor de ogen van de wereld voltrekt. Maar tegelijkertijd spreekt uit hun conclusies een grote ideologische gemakzucht. In plaats van de pijlen te richten op onze eigen westerse regeringen, die in Irak en Afghanistan bezig zijn vergelijkbare misdaden te begaan als de Sudanese regering in Darfur, kiezen ze liever een regering ver weg in Afrika, die toch al niet zo veel vrienden over heeft in de wereld. En in plaats van dieper te graven en de verwoestende rol bloot te leggen die het Westen in Afrika speelt, ook in dit conflict, nestelen ze zich veilig aan de kant van de westerse machten en roepen hen op om nog een land te teisteren met ‘humanitaire’ interventie.

Zelfs als de campagnes voor interventie in Darfur geen enkel reëel effect zouden hebben omdat Bush, Brown en Balkenende het te druk hebben met het bombarderen van Afghanen, heeft een televisiecampagne als die van afgelopen weekend toch minstens één tastbaar resultaat. Een hele volksstam ex-linkse commentatoren en alle betrokken soapsterren kunnen zich wentelen in het idee dat zij tenminste iets deden, terwijl de wereld de andere kant op keek. Natuurlijk komt het niet bij hen op, dat het gebrek aan belangstelling voor de uitzending misschien wel werd veroorzaakt door hun eigen onvermogen om de crisis in Darfur in het licht te zien van de wereldbrand die op dit moment gaande is. Want over Irak, Afghanistan en Iran weten de organisatoren van Tot zover Darfur niets meer te produceren dan een oorverdovende stilte.