Posts tonen met het label Italië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Italië. Alle posts tonen

dinsdag 17 februari 2009

Algemene staking in Italië

Algemene staking in ItaliëMiljoenen arbeiders in Italië namen vorige week deel aan een algemene staking tegen plannen van de regering-Berlusconi om de gevolgen van de crisis af te wentelen op werkende mensen.

Duizend bussen en zestien speciale treinen brachten rond de 700 duizend vakbondsleden naar de massademonstratie in Rome. Vooral arbeiders in de bouw en ambtenaren namen deel aan de staking. Juan Luis Finkbein, een metaalarbeider uit Brescia, verwoordde de stemming op de demonstratie: ‘Wij zouden niet moeten opdraaien voor de fouten van anderen, die rijk zijn geworden over onze ruggen.’

zaterdag 31 januari 2009

Ongeromantiseerde onderwereld


Roberto Saviano is een jonge Italiaanse onderzoeksjournalist die heeft gedaan wat weinigen durfden: de omvang en interne dynamiek van de Napolitaanse maffia in detail beschrijven. Zijn bestseller Gomorra is nu verfilmd – en hoe. Een heel genre wordt naar een nieuw niveau getild.

Door Maina van der Zwan

In film en op tv wordt de maffia meestal geromantiseerd. De gangsters worden geportretteerd als gewiekste ondernemers, gewelddadig, maar met een eigen morele code en liefdevolle toewijding aan hun familie. De gapende wonden die zij in hele samenlevingen slaan blijven buiten beeld. In werkelijkheid is er niets romantisch aan de maffia. Of het nou over de klassieke Siciliaanse maffia of de moderne varianten in de Balkan, Napels of Zuid-Afrika gaat: de maffia draait om hebzucht, zelfverrijking en het vermorzelen van alles wat dat in de weg staat.

In Gomorra beschrijft Saviano hoe diep de Camorra, zoals de Napolitaanse maffia officieel heet, in een van de armste gebieden van Europa geworteld is. Ze controleert de cement- en kledingindustrie, de bouw, de handel en de notoire afvalindustrie. Kortom, ze vormt de dominante factor in de economie van de regio. Napolitanen spreken dan ook niet over ‘de Camorra’, maar over ‘het systeem’. De maffia is als een niets-ontziend organisme van kapitaalaccumulatie, met rivaliserende clans in de rol van de staat.

Saviano werkte als dagloner binnen de verschillende takken van de Camorra en beschrijft het reilen en zeilen van binnenuit. Zijn directe, vlotte schrijfstijl en innige kennis van de straatcultuur maken het boek tot een literair genot. Hij onderbouwt zijn journalistieke exposé met economische theorie, geografie en geschiedenis. Hij analyseert, klaagt aan en noemt namen. Daarmee heeft hij ook zijn leven op het spel gezet, zoals bleek uit het doodvonnis dat de maffia vorig jaar over de schrijver uitsprak.

De verfilming van regisseur Matteo Garrone neemt een andere benadering tot het thema en verzet de bakens voor het genre van de maffiafilm. De kijker krijgt geen verhaal met begin of einde. De film Gomorra is een fragmentarische dwarsdoorsnede van de Camorra als systeem.

We zien een oude geldkoerier die rondloopt als opgejaagd wild. Straatschoffies die Scarface naspelen en elke realiteitszin uit het oog verliezen. Een ambitieuze jongen die eindelijk een baan krijgt als technisch assistent in de afvalfraude, maar eruit stapt als hij zich de omvang van de onherstelbare vergiftigingen van de landbouwgrond realiseert.

In tegenstelling tot het boek biedt de film geen analyse of oordeel, alleen een sociaal-realistisch document van alledaagse ervaringen. Waar in het boek de verteller de lezer begeleidt in het doorgronden van de maffia, is de kijker in de film een noodgedwongen voyeur, die vaak achteloos meekijkt, soms voorzichtig op afstand. Met de fragmentarische stijl bezorgt dat de kijker een ongemakkelijk gevoel van onheilspellendheid.

Het is een moedige aanpak die werkt. Er is noch glorie, noch sensatie, enkel rauwe shots van opgefokte gangsters en murw geslagen mensen die hun leven slijten als mieren in flats van troosteloos beton. Hun gezichten vertellen het echte verhaal van de maffia.

donderdag 27 november 2008

Protesten in onderwijs in Frankrijk en Italië

Onderwijsacties in FrankrijkZowel Frankrijk als Italië zijn momenteel het toneel van grootschalige acties in het onderwijs. In beide landen stimuleren de onderwijsacties ook andere groepen om in verzet te komen. Activisten ter plaatse doen verslag.

Door Sophie Drouillet en Pietro Taviani

Vorige week gingen rond de 200.000 leraren en studenten in heel Frankrijk de straat op tegen de aanvallen van de regering op het hoger onderwijs. De staking werd ondersteund door alle leraren- en studentenbonden. De rechtse regering van Nicolas Sarkozy wil bezuinigen op onderwijs, in plaats van de omstandigheden waaronder les gegeven wordt te verbeteren.

Het doel van de regering kan samengevat worden in een simpele slogan: het aantal leraren terugbrengen om geld te besparen. Voor september 2009 worden 13.500 banen geschrapt, inclusief de banen van 3000 assistenten op basisscholen. Leraren moeten meer uren gaan draaien in ruil voor een loonsverhoging. Dit zal de kwaliteit van het onderwijs negatief beïnvloeden, omdat leraren meer lessen moeten voorbereiden in minder tijd. En vanaf de hogere leerjaren zullen een aantal vakken, zoals geschiedenis en aardrijkskunde, tot keuzevakken worden gemaakt.

Dit alles past in een algemener plan van de regering voor verschuiving van middelen weg van sociale voorzieningen en ten behoeve van haar vrienden in het bedrijfsleven. Elektriciteits- en gasbedrijven zijn al geprivatiseerd, en de regering wil hetzelfde doen met de post en het goederenvervoer op het spoor.

Gelukkig wordt de Franse bevolking weer wakker: voor de lerarenstaking ging de SNCF, de Franse spoorwegen, in staking. Vorige week zaterdag was het de beurt aan de postbodes. Frankrijk beweegt weer, de strijd gaat door!

Italië

De golf van protesten van studenten, leraren, universitaire docenten en scholieren gaat nog altijd rond door Italië. De demonstraties zijn gericht tegen de aanvallen van Berlusconi's regering op het middelbare en het hogere onderwijs.

De protesten hebben ook invloed op de stemming op de werkvloer, en geven arbeiders zelfvertrouwen in het gevecht tegen dreigende ontslagen. Afgelopen vrijdag sloot een staking de gemeentelijke musea en gallerieën in Rome, omdat het personeel vreest voor ontslagen bij de verlenging van contracten, volgende maand.

Wilde stakingen van piloten en cabinepersoneel leidden tot de annulering van meer dan driehonderd Alitalia-vluchten. Opnieuw gingen de acties over ontslagen, nu het staatsbedrijf wordt verkocht aan een groep private investeerders. Voor volgende maand heeft de belangrijkste vakbond een algemene staking uitgeroepen.

dinsdag 28 oktober 2008

Protestgolf tegen Berlusconi

Studentenprotest tegen BerlusconiAfgelopen weekend gingen honderdduizenden Italianen de straat op om te demonstreren tegen de extreem-rechtse regering-Berlusconi. De acties kwamen na een maand van aanzwellend protest.

Op 27 september hebben tienduizenden Italianen in zestien grote steden geprotesteerd tegen het beleid van premier Berlusconi. De demonstraties waren het initiatief van de linkse vakbond CGIL. ‘Het wordt tijd dat de regering iets doet aan het magere loon, de groeiende belastingen, de problemen van werklozen en bejaarden die van niemand aandacht krijgen’, zei een bestuurder van de bond.

Maar de conservatieve regering, waaraan de extreem-rechtse Lega Nord deelneemt, gebruikt racisme om de solidariteit te ondermijnen. Fysiek geweld tegen migranten is sterk toegenomen. Duizenden mensen zijn op 5 oktober gaan demonstreren tegen racisme.

Op 17 oktober voerden honderdduizenden Italianen opnieuw actie tegen de bezuinigingsplannen. Een van die plannen is om 130 duizend leerkrachten en schoolambtenaren te ontslaan, zogenaamd ‘ter verbetering van de kwaliteit van onderwijs’. Er werd gestaakt in het openbaar vervoer, in ziekenhuizen, scholen en op luchthavens.

Op 25 oktober bereikte het verzet een voorlopig, massaal hoogtepunt in Rome: ruim 2 miljoen Italianen gingen die dag de straat op.

Kijk hier voor meer foto's van de protesten

woensdag 30 juli 2008

Rifondazione kiest voor draai naar links

Rifondazione terug naar de straatDe grootste radicaal-linkse partij in Europa, de Italiaanse Rifondazione Comunista, besloot op zijn landelijke congres tot een belangrijke draai naar links.

Door Chris Bambery, Chinciano Terme, Italië

Het congres eindigde in een nederlaag voor partijsecretaris Fausto Bertinotti en zijn beoogde opvolger, de regionale gouverneur van Puglia Nichi Vendola. Op het vorige congres, drie jaar geleden, stemde Rifondazione om deel te worden van de centrum-linkse coalitieregering onder leiding van Romano Prodi. In 2006 kwam deze coalitie met de nauwst mogelijke parlementaire meerderheid aan de macht, maar dit jaar kwam ze ten val.

Dit jaar stond het congres in de schaduw van de grote overwinning van Silvio Berlusconi’s rechtse coalitie afgelopen april. Radicaal links verloor 2,5 miljoen stemmen, en voor het eerst sinds de val van het fascisme in 1945 zitten er geen communisten in het Italiaanse parlement. De brute realiteit van Berlusconi’s regering werd duidelijk met de afkondiging van een nationale noodtoestand om illegalen het land uit te zetten. In heel Italië woedt een officieel goedgekeurde campagne tegen immigranten en Roma-Zigeuners. Alle Roma, staatsburger of niet, moeten hun vingerafdrukken inleveren voor een raciale database.

Het debat in Rifondazione draait om twee verschillende verklaringen voor deze ramp en twee verschillende wegen vooruit voor de partij. Aanhangers van de voormalige minister Paolo Ferrero wijzen op de teleurstelling van linkse kiezers door de regering-Prodi. Prodi stuurde Italiaanse troepen naar Afghanisten, verhoogde de pensioenleeftijd, weigerde de anti-immigratiewetten terug te draaien, gaf toestemming voor de bouw van een grote Amerikaanse basis in Vicenza en weigerde een parlementaire enquête in te stellen naar het politiegeweld tijdens de G8-top in Genua in 2001.

Bertinotti en Venola benadrukten in plaats daarvan dat er een enorme politieke en culturele verschuiving naar rechts heeft plaatsgevonden in Italië, die het gevolg zou zijn van structurele veranderingen binnen de arbeidersklasse en van de individualisering van de maatschappij door het neoliberalisme. De aanhangers van Ferrero pleitten voor een herlancering van de partij, een koers op de straat, de vakbonden en de sociale bewegingen. De andere kant benadrukte dat er een ‘herleving’ van links nodig is.

In de aanloop naar het congres riepen Bertinotti’s aanhangers op tot een ‘constituerende vergadering van links’, die volgens velen gericht zou zijn op een fusie met de linkse Democraten (de Italiaanse variant op de PvdA). Ferrero en zijn aanhang zijn juist tegen verdere samenwerking met centrum-links, en pleitten voor samenwerking met alternatief links in Italië en elders in Europa. Beide kanten waren bereid toe te geven dat de beslissing om mee te regeren met Prodi een vergissing was geweest, maar het debat ging over het behoud van de onafhankelijkheid van Rifondazione en over de deelname in de Europese verkiezingen van komend jaar.

De regeringsdeelname heeft de partij grote schade berokkend, ook op het niveau van de afdelingen. Nog zorgwekkender is de verschuiving onder arbeiders in Noord-Italië naar de anti-immigratiepartij Lega Norte. Zelfs sommige militante staalarbeiders in de radicale vakbond FIOM vielen hiervoor. Rifondazione is ook zijn afdeling kwijtgeraakt in de FIAT-Mirafiorifabriek in Turijn, ooit een bastion van vakbondsactivisme.

Ongeveer 45.000 partijleden stemden tijdens partijbijeenkomsten in de aanloop naar het congres voor de verschillende posities. Het document Bertinotti-Vendola kreeg 47,3 procent, en dat van Ferrero 40,2 procent. Ferrero’s positie won op het congres door een gezamenlijke resolutie op te stellen met de ondertekenaars van drie alternatieve documenten. De stemverhouding was 342 tegen 304. Ferrero is nu partijsecretaris geworden. Aanhangers van het andere kamp beloofden in de partij te blijven, maar er is een groot gevaar van verdeeldheid op een politiek belangrijk moment.

De media praten inmiddels over de mogelijkheid van een ‘hete herfst’, nu Berlusconi probeert om de arbeidswetgeving ingrijpend aan te passen. Sinds de electorale nederlaag zijn Italiaans links en de sociale bewegingen verscheurd door interne debatten, terwijjl rechts een angstaanjagende racistische aanval heeft gelanceerd. Het congres leek soms wel heel ver af te staan van die harde realiteit.

Honderdduizenden mensen zien zichzelf nog altijd als communisten en miljoenen hebben gedemonstreerd tegen de oorlog en neoliberalisme en voor vakbondsrechten. Na de zomervakantie zal Rifondazione voor de test staan een antwoord los te maken tegen Berlusconi en de Lega Norte. Dat antwoord mag zich niet alleen richten op het economische front. Het moet ook de racistische vloedgolf proberen te keren en helpen een nieuwe arbeidersbeweging te smeden, waar ook immigranten deel van uitmaken.

donderdag 24 juli 2008

Politie-agenten Genua 2001 veroordeeld

Carlo en zijn moordenaarsZeven jaar na de massaprotesten tegen de G8-top in Genua komt nog steeds nieuw bewijs vrij over het politiegeweld dat is gebruikt tegen demonstranten.

Door Tom Behan, Rome

De protesten tegen de G8-top in Genua in de zomer van 2001 vormden een van de belangrijkste momenten van de Europese anti-kapitalistische beweging. Duizenden vakbondsleden, studenten, vredesactivisten en anderen uit Italië en daarbuiten sloten zich aan bij de demonstraties die uitmondden in een straatprotest van 300 duizend mensen nadat de politie de demonstrant Carlo Giuliani had doodgeschoten.

De protesten in Genua werden geconfronteerd met bruut politiegeweld. De politie zette traangas en knuppels in tegen menigtes van elke leeftijd. Honderden werden aangevallen, gearresteerd en gemarteld door de staat. Sinds die tijd hebben demonstranten campagne gevoerd om hun recht te krijgen. Ze dachten dat dit zou gebeurden toen Romano Prodi’s centrum-linkse coalitie beloofde een parlementaire enquête te organiseren als ze de verkiezingen won. Maar Prodi kwam terug op zijn belofte.

Ondanks dat was het overweldigende bewijs dat onafhankelijk gepubliceerd is genoeg om de staat te dwingen om poltie-agenten voor de rechtbank te brengen wegens hun behandeling van demonstranten in de Bolzaneto-barakken. Een grote hoeveelheid bewijs kwam boven in de ruim 180 getuigenverhoren. Tijdens de processen rond Bolzaneto en andere gebeurtenissen gebruikte de politie elke truc in het boekje. Veel agenten droegen een helm, en werden daarom nooit geïdentificeerd omdat hun collega’s zeiden dat ze zich niet meer konden herinneren wie er verder dienst had.

Veel bewijs ‘raakte zoek’. Maar het meest bizar was de poging om de politiemoord op Carlo Giuliani weg te poetsen. Het onderzoek werd gestaakt toen de rechtbank besloot dat Carlo stierf door een ‘magische kogel’ – schijnbaar had een agent in de lucht geschoten en werd de kogel van richting veranderd door een rondvliegende steen, die gegooid werd door een andere demonstrant. Het heeft zeven jaar geduurd voor er iets van recht geschiedde. Maar 15 agenten werden veroordeeld voor de gebeurtenissen in Bolzaneto, en 30 anderen werden vrijgesproken.

Carlo’s moeder Haidi Giuliani zegt dat zelfs zo’n gedeeltelijke overwinning belangrijk is. ‘In feite heeft de Italiaanse politie tot nu toe immuniteit gehad voor rechtsvervolging. Deze uitspraak is belangrijk omdat ze vaststelt dat ze illegaal gehandeld hebben.’

Inderdaad is het oordeel van de rechters vernietigend. Het stelt vast dat ‘op zijn minst vier van de vijf ondervragingstechnieken die in Bolzaneto gebruikt zijn inhumaan en vernederend waren, volgens de normen van het Europese Hof voor de Mensenrechten’. Ondanks de grote hoeveelheid bewijs dat boven kwam, besloot de centrum-linkse coalitie veel van de agenten met hogere rang te bevorderen terwijl ze terecht stonden. Het is niet verrassend dat veel centrum-linkse kiezers weigerden de linkse partijen hun stem te geven bij de verkiezingen van april dit jaar. Silvio Berlusconi, die premier was tijdens de protesten in Genua, is nu terug op zijn oude post. Zijn regering voert een racistische hetze tegen migranten, voornamelijk tegen de Roma (Zigeuners). Als teken van solidariteit, en als signaal dat de strijd doorgaat, stond Haidi Giuliani erop dat dit jaar bij de jaarlijkse herdenkingsdemonstratie voor Carlo Giuliano Roma-muziek werd gespeeld.

woensdag 18 juni 2008

Fascistisch geweld Italië leidt tot protest

Nicola Tommasoli, gedood door neo-nazi'sGeweld door fascisten heeft zich verspreid in Italië sinds de verkiezing van een rechtse regering in april. Maar het antwoord van anti-fascisten is indrukwekkend.

Door Stefano Gioffré, Sinistra Critica, Rome

In de regering van Silvio Berlusconi hebben zowel de anti-immigrantenpartij Lega Norte en de ‘post-fascistische’ Nationale Alliantie zitting. Vorige maand sloeg een nazi-bende in Verona de jonge Nicola Tommasoli dood. De pers bagatelliseerde de gebeurtenis als een botsing tussen twee groepen ‘extremisten’.

In de hoofdstad Rome heeft een serie incidenten plaatsgevonden. In de multiculturele wijk Pigneto vielen tien gemaskerde mannen Bengaalse winkels aan. Anti-fascistische studenten aan de universiteit La Sapienza werden door fascisten aangevallen. En voor de ingang van het populaire sociale centrum Acrobax werd een krachtige bom geplaatst, die gelukkig op tijd werd ontdekt en ontmanteld.

De nieuwe regering, vooral de Lega Norte, heeft racisme een respectable gezicht gegeven. En centrum-links heeft hierop nauwelijks een antwoord. In plaats daarvan benadrukt het dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen eerlijke, werkende immigranten en criminelen.

Maar er is wel een serieus antwoord op de racistische aanvallen vanaf de straat. In Pigneto hielden we vlak na de aanval een enorme demonstratie. Dit was het startsein voor de oprichting van een buurtcomité, die een algemene staking van een dag heeft voorgesteld van alle gastarbeiders.

Op de universiteit La Sapienza heeft studentenprotest de faculteit voor menswetenschappen ertoe gebracht juridische stappen te nemen tegen de fascistische aanvallers. De traditionele demonstraties door heel Italië op de dag van de bevrijding van het fascisme waren de grootste sinds jaren. Er zijn nog grote uitdagingen in het creëren van een gezamenlijk antwoord, maar met elke aanval wordt duidelijk dat dit de enige manier is om iets te veranderen.

woensdag 28 mei 2008

'Burgeroorlog' in Napels

Afval in ChiaianoDe burgemeester van Chiaiano noemde het een ‘burgeroorlog’. In de noordelijke buitenwijken van Napels botst de bevolking, die ironisch genoeg voor een groot deel stemde voor rechts in de recente verkiezingen, op de harde ‘veiligheidswetgeving’ van de nieuwe regering.

Door Phil Rushton in Naples

De protesten braken uit naar aanleiding van het plan om in de wijk Chiaiano een nieuwe grote open vuilstort aan te leggen. Net als in Pianura, de wijk in de oostelijke voorsteden waar kort geleden protesten uitbraken tegen het afvalbeleid van het centrum-linkse regionale bestuur, bestaat ook in Chianiano geen traditie van verzet.

Misschien dacht de Italiaanse staat daarom dat ze kon wegkomen met de plannen. Die zijn heel eenvoudig: vergeet recyclen, stort al het afval op grote hopen midden in arbeiderswijken en verbrand de boel in ovens die er met genereuze overheidssteun worden neergezet door graaigrage multinationals.

Het bezoek van premier Berlusconi en zijn kabinet aan Napels een week geleden werd begroet met negen demonstraties. Maar Chiaiano en Pianura zijn de duidelijkste tekens van deze tijd. De nieuwe rechtse regering doet haar best om olie op de vlammen van racistisch geweld tegen Roma’s en immigranten te gooien. Maar nog altijd dreigt het spook van protest, ondanks het instorten van parlementair links.

Chiaiano is klassenstrijd. De inwoners vechten tegen de bezetting van hun eigen straten door de politie. Aangemoedigd door de ‘veiligheidswetten’ die Berlusconi onmiddellijk na aantreden heeft doorgevoerd, probeerde de politie al bij de eerste demonstratie duizenden demonstranten van de straat te slaan. Een demonstrant die een hartaanval kreeg werd een half uur lang achtergelaten op straat. Een hoogzwangere vrouw werd zo hard geslagen dat haar ongeboren kind overleed. En twee jonge kinderen braken hun benen nadat agenten ze van een hoge muur naar beneden hadden gegooid.

De media geven de bewoners van Chiaiano de schuld voor het afvalprobleem in Napels. De invloed van anti-kapitalistisch links heeft helaas grote schade opgelopen omdat het er niet in is geslaagd een alternatief op te bouwen voor traditioneel links. Chiaiano zal misschien verliezen, maar het zal de regering-Berlusconi een hoop moeite kosten om deze noot te kraken. Dat is voor Italië misschien wel een vooruitblik op de toekomst.

woensdag 16 april 2008

Nederlaag Italië is waarschuwing

BerlusconiEen verkiezingsoverwonning voor Berlusconi’s Trots op Italië, van rechts geflankeerd door de Lega Norte met 9 procent, zou op zichzelf al slecht nieuws genoeg zijn. Maar het volledig verdwijnen van radicaal links uit het parlement maakt dat de nederlaag dubbel zo hard aankomt. Een nederlaag die links aan zichzelf te wijten heeft.

In de eerste jaren van dit decennium was Italië een voorbeeld voor radicaal links in Europa. In de zomer van 2001 speelde de partijleider van Rifondazione Communista een cruciale rol in een uitbarsting van verzet, door na de dood van Carlo Giuliani tijdens de G8-protesten in Genua op te roepen om uit het hele land extra treinen en bussen te regelen. De repressie in Genua was door Berlusconi en zijn fascistische coalitiepartner Fini bedoeld om de opkomst van de sociale bewegingen te breken. In plaats daarvan werd Genua een symbolisch keerpunt voor links.

Een jaar later vond in Italië het eerste Europees Sociaal Forum plaats. Een miljoen demonstranten gingen aan het eind van het Forum de straat op tegen de dreigende oorlog in Irak. Nergens in Europa was de anti-oorlogsbeweging in die maanden zo sterk als in Italië. Ook de arbeidersbeweging was in opkomst, met een serie algemene stakingen tegen het neoliberale beleid van Berlusconi.

Deze druk vanaf de straat bracht Berlusconi steeds verder in de problemen. Geplaagd door corruptieschandalen, leidde hij in 2006 een grote verkiezingsnederlaag tegen de sociaal-democraten van Prodi en de linkse Rifondazione Communista. Maar in plaats van de energie van de sociale bewegingen te gebruiken om ook een nieuwe regering onder de rechtse sociaal-democraat Prodi tot concessies te dwingen, beargumenteerde de leiding van Rifondazione Communista dat een coalitie met Prodi nodig was. Om aan een regering te kunnen deelnemen sloot de partij een serie fatale compromissen.

In plaats van een breuk met Berlusconi’s neoliberale beleid, zette de regering-Prodi dit beleid op alle belangrijke punten voort. Misschien nog wel schokkender, was dat alle parlementsleden van Rifondazione op één na stemden voor het sturen van troepen naar Afghanistan en Libanon. Dit verraad verlamde de krachtige anti-oorlogsbeweging voor meer dan een jaar.

Berlusconi kon de demoralisatie gebruiken om alle problemen van Italië aan links te wijten. De druk op de regering leidde uiteindelijk tot de val van het kabinet. In de verkiezingen was Berlusconi’s belangrijkste tegenstander Veltroni, die de rechtse sociaal-democraten en de christen-democraten vertegenwoordigde op een gezamenlijke lijst. Zijn campagne, met een sociaal programma dat net zo liberaal was als dat van Berlusconi en zich verder vooral richtte op ‘normen en waarden’, wist niemand te enthousiasmeren.

Veltroni verloor met ruim tien procentpunten van Berlusconi. Rifondazione Communista, drie jaar geleden één van de belangrijkste succesverhalen van radicaal links in Europa, verloor al haar zetels. Het is een belangrijke waarschuwing voor alle andere linkse partijen in Europa, die denken dat ze successen kunnen boeken door steeds verder naar het midden op te schuiven.

zaterdag 5 april 2008

Links tegen de maffia

De man die opstond tegen de maffiaTom Behans Defiance: The Story of One Man Who Stood Up to the Sicilian Mafia beschrijft het leven van de jonge activist Peppino Impastato, die het in de hevige jaren zeventig opnam tegen de macht van de maffia. Behan geeft zelf een kleine introductie tot zijn nieuwe boek.

De jaren zeventig staan in Italië bekend als de ‘jaren van lood’. In 1968 begon een enorme opgang in de strijd van arbeiders en studenten. Revolutionair links en de Communistische Partij maakten een snelle groei door. De heersende klasse reageerde hierop met de ‘strategie van de spanning’, waarbij delen van die klasse dreigden met een militaire coup. Er zijn aanwijzingen voor betrokkenheid van de maffia bij dit wapengekletter en bij aanvallen van neonazi’s op links. Mijn nieuwe boek, Defiance, gaat over het leven van Peppino Impastato tijdens die jaren.

Peppino groeide op in Cinisi, een door de maffia beheerste plaats naast de luchthaven van Palermo. Zijn vader was lid van de maffia. Peppino’s belang ligt erin dat hij een model bood voor de strijd tegen de maffia. Hij probeerde de ideeën van Marx toe te passen op een situatie van overheersing door de maffia en afwezigheid van een sterke vakbondstraditie. Hij richtte zich om te beginnen tot de nieuwe generatie. Hij schreef in eerste instantie over seksualiteit. Hij begon met sociale onderwerpen en breidde dat uit, in samenwerking met grotere organisaties als de Communistische Partij.

Toen de luchthaven werd uitgebreid, gooide hij zich in de strijd tegen milieuvervuiling en inkomensverlies van boeren, wier land onteigend werd voor de aanleg van een nieuwe baan. Toen de baan aangelegd werd, probeerde hij de arbeiders van het vliegveld te organiseren. Hij ging ook de confrontatie met de maffia aan door te wijzen op de behoeften van de bevolking. Er was veel flexibel werk, waarbij bedrijven van de maffia mensen zonder contract in dienst namen en lange dagen lieten werken zonder sociale zekerheid of ziektekostenverzekering.

Peppino’s betrokkenheid bij ledenwerving voor de vakbonden bracht hem in conflict met de maffia. Peppino en zijn vrienden richtten filmclubs en een populaire revolutionaire radiozender op. Doordat hij een tegenmacht ontwikkelde, kwam hij in conflict met de maffia. Een moordaanslag legde Peppino het zwijgen op, maar zijn boodschap weerklinkt nog altijd. Zijn begrafenis werd een strijdbare demonstratie tegen de maffia.

De film I Cento Passi (‘De honderd stappen’), over Peppino’s leven, sloot aan bij de groeiende antikapitalistische beweging in Italië, ten tijde van de protesten tegen de G8-top in Genua (2001) en het Europees Sociaal Forum in Florence (2002). Peppino werd terecht gezien als iemand die op het punt stond het systeem op een radicale manier aan de kaak te stellen. Hij spreekt ook tot de verbeelding omdat hij iets nieuws deed, maar toch geworteld bleef in de linkse beweging.

Deze film uit 2000 was de op één na best bekeken Italiaanse bioscoopfilm van de afgelopen tien jaar. Dat is een hele prestatie voor een met een klein budget gemaakte film van een onbekende regisseur met onbekende acteurs. Mensen vertelden elkaar over de film en hij werd vaak vertoond op vakbondsconferenties en in buurthuizen. Ook nu nog zou Peppino’s broer Giovanni elke avond bijeenkomsten in heel Italië kunnen toespreken over zijn broer en de film.

Mijn boek vertelt het verhaal van een jonge linkse activist die de wereld wil veranderen. Omdat hij iemand was die tegen zijn eigen familie vocht, gaat het ook over verdeeldheid. Peppino Impastato laat zien dat je door uit te gaan van de behoeften van mensen en hun verlangen naar verandering een strategie voor radicale verandering kunt ontwikkelen.

I Cento Passi wordt vertoond tijdens het Marxisme Festival 2008. Kijk hier voor meer informatie.

dinsdag 5 februari 2008

Italiaans parlement ontbonden na val Prodi

Berlusconi in de coulissenNadat de centrum-linkse regering-Prodi twee weken geleden was gevallen, is nu de ontbinding van het parlement aangekondigd. Phil Rushton doet voor Socialist Worker verslag uit Napels, waar uit protest tegen wanbeleid het afval op straat gedumpt wordt.

De regering van Romano Prodi trad twintig maanden geleden aan onder luid gejuich, nadat Silvio Berlusconi het land vijf jaar had bestuurd. Maar twee weken geleden viel de regering omdat ze niet langer genoeg steun had in het parlement om door te gaan. Dit gebeurde nadat Clemente Mastella zich moest terugtrekken als minister van Justitie. Zijn vrouw, de regionale president van de regio Campania rond Napels, werd onder huisarrest gesteld op verdenking van omkoping. Naar Mastella zelf liep al een onderzoek wegens corruptie, nadat de voetbalclub waarvan hij vice-president was failliet was gegaan.

Italië was in de eerste jaren na 2000 het centrum van massaprotest in Europa – tegen de G8-top in Genua in 2001, de oorlog in Irak en neoliberale ‘hervormingen’. Maar Prodi en zijn Democratische Partij probeerden zoveel mogelijk afstand te houden van dit soort protest. De sociale bewegingen werden gedemobiliseerd, en Prodi steunde alleen maar op de flinterdunne meerderheid die zijn regering aan de macht hield. Zijn beleid draaide om het efficiënt managen van het Italiaanse kapitalisme.

Nu het parlement is ontbonden, hoopt Berlusconi terug te kunnen keren aan het hoofd van een regering. Maar grote delen van de zakenwereld zien hem als een risicofactor. Zij zouden liever een ‘grote coalitie’ zien tussen de Democratische Partij en Berlusconi’s Forza Italia, onder leiding van een ‘niet-politiek’ persoon. De naam van de voorzitter van de Bank van Italië zingt rond.

Je zou verwachten dat de sterke linkse partij Rifondazione Comunista van deze situatie zou kunnen profiteren. Ze speelde een leidende rol in de protesten in Genua en de anti-oorlogsbeweging. Maar Rifondazione maakte ook deel uit van Prodi’s regering, en deed er alles aan om een val van die regering te voorkomen. Ze stemde zelfs voor het sturen van Italiaanse troepen naar Afghanistan. Deze zigzags creëerde grote verwarring binnen de sociale bewegingen.

Het goede nieuws is dat volgens persagentschap ANSA het aantal stakingen in Italië het hoogst is sinds 2000. Protesten aan de basis, zoals de beweging tegen waterprivatisering, zijn springlevend. Vorige week nog besloten de lokale autoriteiten van Nola bij Napels de watervoorzieningen terug te brengen in publiek beheer, ondanks dreigementen met rechtzaken van de multinationals. En de anti-oorlogsbeweging is ook niet verdwenen. In december demonstreerden honderdduizend mensen in Vicenza tegen de bouw van een nieuwe Amerikaanse basis. Anti-kapitalistisch links bereidt voor de komende weken een serie fora voor als poging om de beweging te hergroeperen. Het is tijd voor nieuw verzet.

Lees meer in de Socialist Worker van deze week.