donderdag 6 maart 2008

Wortels van de ‘verWildering’

Wilders en VerdonkHet aangekondigde verschijnen van ‘Fitna’ (Wilders, the movie) houdt Nederland in zijn greep, en het kabinet heeft de terreurdreiging zelfs verhoogd. In het nieuwste nummer van de Socialist gaat Peyman Jafari op zoek naar de wortels van de ‘verWildering’.

Sinds de verkiezingen van 2006 is Geert Wilders de belangrijkste exponent van populistisch en neoconservatief rechts in Nederland, maar niet zonder concurrentie. Ook ‘IJzeren Rita’ laat een hard rechts geluid horen tegen allochtonen en vóór meer vrije markt en nationalisme. Hun oud-VVD-collega Henk Kamp pleit voor een ‘harde aanpak van vreemdelingen’ en DNA-tests voor immigranten die met iemand in Nederland willen trouwen. Politici van het CDA, zoals Eurlings en Verhagen, laten een neoconservatief geluid horen. Maar hoe heeft het zover kunnen komen?

In de jaren negentig ageerde Frits Bolkestein (VVD) tegen vluchtelingen en de islam. In 2001 brak Fortuyn landelijk door met zijn strijd tegen de politieke elite en ‘islamisering’. Ook in de rest van Europa verrijzen rechtse partijen die veel verder gaan dan traditionele liberalen. Er zijn een aantal belangrijke factoren die verklaren waarom een deel van rechts een extremistische weg is ingeslagen, en waarom die boodschap in vruchtbare bodem valt.

In de afgelopen drie decennia hebben opeenvolgende regeringen een neoliberaal beleid gevoerd. De vrije markt rukte op via bijvoorbeeld privatisering en het wegbezuinigen van sociale voorzieningen, zoals buurthuizen en maatschappelijk werk. De sociale huisvesting verslechterde en problemen zoals werkloosheid en armoede stapelden zich op in een groeiend aantal wijken, die bovendien multicultureel waren geworden.

Inmiddels leeft een op de tien huishoudens op of onder het sociale minimum. Bij allochtonen is dat drie op de tien huishoudens en de werkloosheid is ook hoger. Mensen kunnen in deze situatie, waarin de wijk achteruit gaat en de angst om inkomen of baan te verliezen toeneemt, elkaar de schuld geven. Dat angst een grote rol speelt blijkt uit het feit dat Wilders zijn meeste stemmen in de plaatsen krijgt waar juist weinig allochtonen leven.

Verwaarlozing is neoliberaal probleemSociaal-economische problemen leiden niet altijd tot racisme. Mensen kunnen ook voor elkaar opkomen om de situatie voor iedereen – allochtoon en autochtoon – te verbeteren. Maar wat gebeurt er als er geen organisatie is die zich inzet voor zo’n verandering? Dan maakt hoop plaats voor verbittering. Lange tijd werd de PvdA door werkende mensen gezien als een partij die hun situatie kon verbeteren. Velen, zoals in het ‘rode’ Rotterdam, voelden zich echter in de steek gelaten toen de PvdA steeds meer naar rechts verschoof.

Door de groeiende kloof tussen arm en rijk is de afkeer van de vrije markt toegenomen. Dit heeft traditioneel rechts, met name de VVD, voor een dilemma geplaatst. Aan de ene kant kan rechts geen afstand doen van het neoliberalisme omdat dit de belangen van zijn sociale basis, de top van het bedrijfsleven dient. Aan de andere kant kan het de kiezers niet enthousiast krijgen met de belofte van meer van hetzelfde. Om dit dilemma te doorbreken en kiezers aan zich te binden, heeft een deel van rechts gekozen voor een neoconservatieve koers. Centraal hierin staat de politiek van de angst en de nadruk op ‘normen en waarden’ en ‘orde en veiligheid’.

Neoconservatieven willen een nieuw ‘wij-gevoel’ creëren door een hetze tegen de islam en het aanwakkeren van nationalistische gevoelens. Daarom noemt Verdonk haar partij Trots op Nederland, roept Wilders op tot de verdediging van de Nederlandse cultuur en trekt Kamp van leer tegen ‘vreemdelingen’. Doel van die racistische politiek is om mensen die dezelfde belangen hebben te verdelen en de aandacht af te leiden van de werkelijke problemen.

Wat echter meer dan alles voeding geeft aan het nieuwe racisme is de zogenaamde ‘oorlog tegen terrorisme’. Na 9/11 spraken politici als Bush van een ‘aanval op de westerse beschaving’. De impliciete vijand waren de moslims. Het terrorisme van een kleine groep werd afgeschoven op alle moslims en de oorzaken die terrorisme voeden werden verzwegen – zoals armoede en wanhoop, westerse steun aan dicators als Mubarak in Egypte en Musharraf in Pakistan en twee eeuwen buitenlandse inmenging, kolonialisme en bezetting zoals in Palestina. Islamofobie is in feite de andere kant van de ‘oorlog tegen terrorisme’.

Gevestigd links is te lang stil geweest over racisme. Eind februari liet Jan Marijnissen van de SP eindelijk van zich horen toen hij Wilders terechtwees vanwege zijn discriminerende uitspraken. Deze welkome stap werd helaas door Femke Halsema van GroenLinks afgestraft als ruw taalgebruik. Wat nodig is, is een links met het lef om zich consequent tegen het racisme uit te spreken. Om het geluid tegen racisme en vóór solidariteit verder te versterken en verbreden, hebben de IS samen met anderen het initiatief genomen voor de Nederland Bekent Kleur-manifestatie op zaterdag 22 maart in Amsterdam. We hopen dat ook politieke partijen als de SP en GroenLinks en organisaties als de vakbonden zich bij dit initiatief aansluiten. Samen kunnen we het tij keren.

Het complete artikel is te lezen in de papieren versie van de Socialist. Neem hier een (proef)abonnement!